Zoekresultaten 1-50 van de 4178 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/59
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:26
De zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van klagers moeder. Op grond van haar testament zijn klager en zijn zus de enige erfgenamen. Moeder heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van een andere notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. De betreffende kandidaat-notaris heeft die benoeming aanvaard en meteen daarna het kantoor van de beklaagde notaris in haar plaats gesteld. Klager is ontevreden over de manier waarop (de medewerkers van) de notaris hun/zijn werkzaamheden hebben/heeft verricht en hij heeft bezwaar tegen (de hoogte van) de kosten die voor die werkzaamheden in rekening zijn gebracht.De klacht wordt voor een deel niet-ontvankelijk verklaard (te laat ingediend) en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/67 en SHE/2026/25
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:27
De kandidaat-notaris heeft de leveringsakte gepasseerd, waarbij aan de klager een erfpachtrecht is geleverd met betrekking tot een appartementsrecht. De (bloot) eigendom van het appartementsrecht behoort toe aan Stichting DNGB Fonds I. Deze constructie wordt de Duokoop-constructie genoemd.De klager heeft de aankoop van het erfpachtrecht gefinancierd met een geldlening van zijn moeder (de klaagster). De kandidaat-notaris heeft ook de hypotheekakte gepasseerd, waarin de geldleningsovereenkomst is vastgelegd en de klager een hypotheekrecht heeft gevestigd op het erfpachtrecht ten behoeve van de klaagster.De klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij in strijd met zijn zorgplicht, onderzoeksplicht, informatie- en waarschuwingsplicht heeft gehandeld rondom de totstandkoming van deze akten en de koopovereenkomst. Daarnaast vinden zij dat de kandidaat-notaris de eerder door hen kenbaar gemaakte klachten niet juist heeft afgehandeld.De klachten worden gegrond verklaard, voor zover deze betrekking hebben op de informatieplicht van de kandidaat-notaris. Hij had de klager moeten uitleggen wat de levering van het erfpachtrecht precies inhield en hij had de klaagster moeten uitleggen wat het hypotheekrecht op het erfpachtrecht precies inhield. De kandidaat-notaris had de klagers ook moeten uitleggen welke specifieke gevolgen en risico’s hieraan zijn verbonden. Dat heeft de kandidaat-notaris onvoldoende gedaan en daarom is aan hem tweemaal een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:213 Raad van Discipline Amsterdam 26-675/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:213
Voorzittersbeslissing. Klagers hebben zich beklaagd over ingenomen stellingen, uitlatingen en bewijsstukken tijdens een procedure. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:315 Hof van Discipline 's Gravenhage 260198
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:315
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klaagster mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:214 Raad van Discipline Amsterdam 26-686/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:214
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd, zonder de belangen van klager nodeloos te schaden. Van het starten van kansloze procedures is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8846
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder meer dat zij voorafgaand aan die crisismaatregel niet is onderzocht en gehoord, dat zonder medische onderbouwing tijdelijke verplichte zorg is toegepast en dat er geen volledige verslaglegging is. In deze specifieke situatie is het begrijpelijk en te billijken dat de psychiater, als zorgverantwoordelijke, niet aan de wettelijke verplichting om klaagster opnieuw te beoordelen heeft voldaan. Wel had zij haar gevoerde beleid in het medisch dossier moeten opnemen. Klacht deels gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Geen maatregel
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:316 Hof van Discipline 's Gravenhage 260200
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:316
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het aanwijzingsverzoek heeft betrekking op een procedure die zou moeten dienen buiten Nederland en dus buiten het arrondissement Amsterdam. De deken beschikt gelet op de formulering van artikel 13 Advocatenwet uitsluitend over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in het arrondissement van die deken. Deze beperking tot het eigen arrondissement sluit aan bij de bevoegdheidsverdeling van de organen van de Nederlandse orde van advocaten en van de orden in de arrondissementen zoals geregeld in artikelen 17 tot en met 36 van de Advocatenwet. De deken beschikt gelet hierop niet over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in de door klaagster gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:215 Raad van Discipline Amsterdam 26-693/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:215
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond in alle onderdelen. Niet is is gebleken dat verweerster bewust onjuiste informatie naar voren heeft gebracht of dat verweerster wat betreft de kennelijk moeizame onderhandelingen tussen partijen een verwijt valt te maken. Evenmin is gebleken dat verweerster berichten van of namens klager stelselmatig onbeantwoord heeft gelaten of anderszins onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Verweerster heeft met haar uitlatingen niet de grenzen van het betamelijk overschreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:209 Raad van Discipline Amsterdam 26-200/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:209
Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad is verweerder zodanig tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klager dat een maatregel op zijn plaats is. Verweerder heeft erkend dat hij onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Tijdens de zitting van de raad heeft hij blijk gegeven van zelfreflectie op zijn handelen en het effect daarvan op klager. Verweerder heeft uitgelegd dat zijn handelwijze het gevolg was van zijn sociale zekerheidspraktijk met de nodige hectiek en heeft toegezegd in toekomstige dossier afspraken en belangrijke informatie schriftelijk beter vast te leggen voor de cliënten. Nadat verweerder bekend is geworden met de onvrede van klager over de gang van zaken, heeft hij naar het oordeel van de raad voldoende gedaan om mee te denken over een oplossing. Dat verweerder niet zelf het door klager gewenste herzieningsverzoek voor klager wilde doen, stond hem vrij. Klager kon daarvoor immers een andere advocaat inschakelen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:317 Hof van Discipline 's Gravenhage 260192
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:317
Beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod. De gronden van klager zien op schending verschillende internationaalrechtelijke beginselen. Het hof verwijst naar zijn vaste rechtspraak waarin reeds is beslist dat de tuchtrechtrechtspraak zoals die voor advocaten is georganiseerd niet in strijd is met het EVRM (zie Hof van Discipline, 8 april 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:87 en Hof van Discipline, 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:164 en de rechtspraak waarna in die laatste uitspraak wordt verwezen). De gronden raken niet aan de fundamentele rechtsbeginselen die mogelijk grond opleveren voor doorbreking van het appelverbod, zoals schending van hoor en wederhoor, (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 Raad van Discipline Amsterdam 26-699/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:216
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:210 Raad van Discipline Amsterdam 26-118/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:210
Naar het oordeel van de raad heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verstrijken. Verweerder heeft na ontdekking van de fout daarvoor excuses aan klaagster aangeboden en daarvan melding gedaan bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en klaagster daarover geïnformeerd. Ook heeft verweerder klaagster duidelijk en herhaaldelijk schriftelijk uitgelegd dat erkenning van zijn beroepsfout niet automatisch betekent dat hij volledig opdraait voor de mogelijke financiële gevolgen daarvan voor klaagster. Klaagster had daarna de mogelijkheid om op zijn aanbod in te gaan om een civiele procedure te starten maar heeft daarvoor niet meteen gekozen. Nadat verweerder zich door de ontstane vertrouwensbreuk als haar advocaat heeft onttrokken, kon klaagster niet meer van verweerder verlangen dat hij alsnog werkzaamheden voor haar zou doen. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad aldus schadebeperkend en oplossingsgericht en ook in het belang van klaagster gehandeld. Een maatregel kan in dit geval dan ook achterwege blijven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9375
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters. Verweerder heeft een verklaring opgesteld in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging. Het college kan de psychiater volgen in zijn diagnostische overwegingen om tot de voorlopige diagnose van psychotische stoornis en PTSS te komen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:211 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:211
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:212 Raad van Discipline Amsterdam 26-077/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:212
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:314 Hof van Discipline 's Gravenhage 260178
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:314
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De termijn voor het beroep tegen het vonnis van 4 mei 2021 is (ruimschoots) is verstreken. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de procedure die klager alsnog wil voeren kansloos is. Reeds om die reden is het beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225
Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 780145 / NT RK 25/49
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:11
Klager is in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met zijn ex-echtgenote. Tot de gemeenschap van goederen behoorde de eigendom van een woning, gefinancierd met een hypothecaire lening van ING Bank N.V. (hierna: ING). Op 31 oktober 2025 heeft de notaris een akte van verdeling gepasseerd.klachtonderdeel 1 Klager verwijt de notaris een verkeerde afhandeling van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en het niet signaleren of verduidelijken van de voortijdige vrijgave door ING. Klachtonderdeel ongegrond. Het is niet vast komen te staan dat klager daadwerkelijk voortijdig (dat wil zeggen: vóór 31 oktober 2025) uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen of dat er aanleiding was anders te handelen op dit onderdeel dan de notaris heeft gedaan. Dat klager voortijdig een (mogelijk foutief) bericht heeft ontvangen van ING kan de notaris niet aangerekend worden. Dit geldt temeer nu klager op 23 oktober 2025, toen hij contact opnam met de notaris, niet beschikte over een schriftelijke bevestiging die hij aan de notaris kon overleggen. Bovendien heeft de medewerker nog op 23 oktober 2025 contact gehad met ING over de verlenging van de volmacht van ING (ten behoeve van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid) tot en met 15 november 2025. Dat ING instemde met deze verlening én dat ING daarbij niet gemeld heeft dat het ontslag al verleend was, maakt dat er voor de notaris geen aanleiding bestond om aan te nemen dat klager al uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was ontslagen of dat nader te onderzoeken. Ter zitting heeft klager verklaard dat de brief van ING van 20 oktober 2025, waarin stond dat hij was ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, pas op 4 november 2025 in zijn bezit is gekomen. De akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was toen al ondertekend. Ter zitting heeft de notaris op zijn beurt bevestigd dat hij contact zou hebben opgenomen met ING als hij tijdig had beschikt over de genoemde brief. Bij gebreke hiervan had naar het oordeel van de kamer geen ander handelen van de notaris verwacht hoeven worden.klachtonderdeel 2 Daarnaast verwijt klager de notaris schending van zijn verplichting, op grond van artikel 43 Wna, om antwoord te geven op zijn vragen (...) over de ‘overwaardecomponent’ van de transactie. Ook dit tweede klachtonderdeel acht de kamer ongegrond. De notaris heeft terecht een beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Als partij bij de akte van verdeling was het voor klager uitsluitend van belang om te weten of zijn wederpartij, de ex-echtgenote, in staat was om de uitkoopsom te voldoen. De notaris was niet verplicht om inhoudelijk verantwoording met bewijsstukken aan klager af te leggen over zijn onderzoek naar de herkomst van de gelden van de ex-echtgenote, nu dit informatie met een vertrouwelijk karakter betrof. De notaris behoefde geen verantwoording af te leggen aan klager over de vraag of hij zijn poortwachtersrol voldoende heeft vervuld.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 784986 / NT RK 26/9
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 20-08-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:12
Klagers verwijten de notaris dat zij, als executeur, heeft geweigerd informatie te geven over het document in de nalatenschap waaruit blijkt dat klagers een eerste recht van koop op de woonetage hebben. Ten tweede verwijten klagers de notaris dat zij niet heeft gehandeld zoals het een goed notaris betaamt, omdat dat zij onzorgvuldig is geweest in haar manier van communiceren. Beide klachtonderdelen ongegrond.klachtonderdeel 1 De notaris heeft verklaard dat klagers geen erfgenamen zijn in de nalatenschap en ook geen ander soort recht hebben dat voortvloeit uit de nalatenschap. Verder heeft de notaris verklaard dat zij met de erfgenamen heeft gesproken, maar zij geen toestemming hebben gegeven voor het delen van informatie met klagers. De kamer ziet geen reden om aan de verklaringen van de notaris te twijfelen en concludeert op basis van het voorgaande dat het haar niet vrijstond om informatie over de nalatenschap te delen met klagers.klachtonderdeel 2 Niet is gebleken van een onzorgvuldige of gebrekkige communicatie van de zijde van de notaris. Op verzoeken van klagers is voldoende tijdig en ook inhoudelijk adequaat gereageerd. Dat er tussen de brieven over en weer zes weken zijn verstreken, brengt niet mee dat er een tuchtrechtelijke grens is overschreden. De notaris had immers ook tijd nodig om een en ander uit te zoeken en om bij de erfgenamen navraag te doen. De notaris onderkent verder dat het achteraf bezien beter was geweest om klagers telefonisch uitleg te geven over haar rol als executeur. Dat zij dit heeft nagelaten is echter niet klachtwaardig. Het valt de notaris ook niet te verwijten dat haar reactie (die volgens klagers pas na maanden werd ontvangen) summier was, gezien het onder 5.6 en 5.7 overwogene.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10113
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:223
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10144
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9407
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 30-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:165
Klager dient een klacht in tegen een klinisch psycholoog. Hij klaagt over gebrekkige dossiervoering, over het volgens hem door verweerster onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. Dat zijn schizofreniestoornis in remissie was had duidelijker kunnen worden vermeld in het dossier maar dat dit niet is gedaan levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Het verlengingsadvies bevat geen verkeerde diagnose: dat de psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte HKT-R-risicotaxatie-instrument is geschikt en verweerster was niet verantwoordelijk voor de beslissing om klager over te plaatsen naar een andere afdeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:311 Hof van Discipline 's Gravenhage 250464
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:311
Klaagster heeft een klacht ingediend over de eigen advocaat. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) oordeelt dat het hoger beroep van verweerder ongegrond is. Net als de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) is het hof van oordeel dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over het verloop van de boedelscheidingsprocedure met haar ex-echtgenoot. Ook had verweerder zonder toestemming van klaagster zijn correspondentie aan klaagster niet in cc mogen sturen aan een bekende van klaagster (hierna: “L”). Verweerder had bovendien klaagster moeten informeren over de relatie die hij met L kreeg omdat zij de moeder is van de ex-echtgenoot van klaagster en verweerder L ook bijstond in een geschil met haar zoon, de ex-echtgenoot van klaagster (hierna “A”). De onzorgvuldige handelwijze van verweerder is niet overeenkomstig de professionele standaard die voor een betamelijk handelend advocaat geldt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad op het onderdeel van de maatregel. In aanmerking nemende de tuchtrechtelijk verwijtbare handelwijze van verweerder en zijn tuchtrechtelijk verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:312 Hof van Discipline 's Gravenhage 250463
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:312
Deze zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) oordeelt dat het hoger beroep van verweerder ongegrond is. Verweerder heeft bij de behandeling van de zaak van klaagsters in strijd gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en financiële integriteit. Verweerder heeft geen regie gevoerd en klaagster onnodig twee keer cassatieadvies laten inwinnen. In de procedure van klaagster heeft verweerder onvoldoend deskundige rechtsbijstand verleend. Verweerder heeft ook de informatieplicht (gedragsregel 16) miskend: verweerder heeft geen opdrachtbevestiging verzonden en niets schriftelijk vastgelegd over adviezen, processtrategie, kansen, risico’s en kosten. Het hof vernietigt de beslissing van de raad op het onderdeel van de opgelegde maatregel (voorwaardelijke schorsing van vier weken). In aanmerking nemende de tuchtrechtelijk verwijtbare handelwijze van verweerder, zijn houding ter zitting en zijn tuchtrechtelijk verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:313 Hof van Discipline 's Gravenhage 250085H
- Datum publicatie: 30-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:313
Herzieningsverzoek afgewezen. Voorzittersbeslissing na sluiting vooronderzoek op grond van artikel 5.1 van het herzieningsprotocol. Het verzoek tot herziening dient kennelijk te worden afgewezen nu er op voorhand geen sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 1.2 van het herzieningsprotocol. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep. Het middel van herziening is echter niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-648/AL/MN
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:194
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:308 Hof van Discipline 's Gravenhage 260182
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:308
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-660/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:195
voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager. Verweerster handelde in opdracht van haar cliënte. Die cliënte was kennelijk niet bereid om op alle voorstellen in te gaan, tegenvoorstellen te doen, of daarop telkens inhoudelijk te reageren. Verweerster heeft het standpunt van haar cliënte ook meermaals in duidelijke bewoordingen uiteengezet richting klager. Dat hij zich daarin niet kon vinden, maakt nog niet dat verweerster dat kan worden aangerekend. Het is de voorzitter uit de overgelegde correspondentie verder niet gebleken dat verweerster door haar optreden en met haar toonzetting bewust de onderhandelingen tussen klager en haar cliënte heeft gefrustreerd. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:309 Hof van Discipline 's Gravenhage 260175
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:309
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waarom de deken heeft verzocht, te verstrekken. Dat heeft klager niet gedaan. Verder is de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Uit het dossier blijkt niet dat klager voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. De deken heeft dan ook afwijzend mogen beslissen op het aanwijzingsverzoek van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:310 Hof van Discipline 's Gravenhage 260174
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:310
Beklag artikel 13 Advocatenwet. De mogelijkheid om de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening, voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. In dat kader rust op de rechtzoekende een inspanningsverplichting om eerst zelf op zoek te gaan naar een advocaat. Anders dan klager aanvoert, lag het daarmee wel degelijk op de weg van klager in deze zaak om tegenover de deken concreet te onderbouwen welke stappen hij daartoe heeft gezet. Klager heeft niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan. Daarnaast heeft de deken terecht geconcludeerd dat de door klager gewenste procedure tegen zijn bovenburen op basis van de bewijsstukken die klager tot op dat moment had aangeleverd geen redelijke kans van slagen heeft. Ten aanzien van een procedure tegen de woningbouwvereniging heeft de deken er terecht op gewezen dat huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter waarvoor bijstand van een advocaat niet vereist is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat wel verplicht is gesteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-606/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:191
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-618/AL/MN
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:192
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-629/AL/MN
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:193
Tussen klaagster en verweerder is geen opdracht tot stand gekomen zodat van weigering om de zaak voor te zetten, feitelijk geen sprake is geweest. Uit de stukken is verder gebleken dat verweerder na het intakegesprek en zijn advisering duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat en waarom hij haar zaak niet zou oppakken. In de daarna daarover met klaagster gevoerde correspondentie heeft verweerder naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gereageerd op haar vragen over zijn advies. Dat klaagster zich daarin niet kon vinden, maakt het advies van verweerder nog niet ondermaats of anderszins onzorgvuldig of verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:307 Hof van Discipline 's Gravenhage 260195
- Datum publicatie: 29-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:307
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:185
Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3084
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:186
Gegrond klacht tegen een chirurg. De chirurg was betrokken bij de zorg aan de in 2022 overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom (galwegkanker). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal tuchtcollege oordeelt dat de chirurg tuchtrechtelijk te verwijten valt dat hij vóór het eerste consult geen kennis had genomen van het verslag van de MRI, die in het kader van de verwijzing was gemaakt. Hierdoor is onvoldoende aandacht besteed aan de in dit verslag genoemde mogelijkheid van een kwaadaardige aandoening. Daarnaast is de chirurg tekortgeschoten in de communicatie met patiënte door haar onvoldoende mee te nemen in de door hem te nemen diagnostische stappen en haar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond en legt de chirurg een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3039
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:187
Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt klager de verzekeringsarts dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, dat de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:304 Hof van Discipline 's Gravenhage 250293
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:304
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij die over de inhoud van een overleg, waarbij naast de wederzijdse advocaten ook de cliënten en een bedrijfsjurist aanwezig waren, in zijn conclusie van antwoord heeft geschreven. Gedragsregel 27 (vertrouwelijkheid van schikkingsonderhandelingen) beperkt zich tot de situatie van schikkingsonderhandelingen tussen uitsluitend advocaten. Als een cliënt of een andere derde daarbij aanwezig is, houdt gedragsregel 26 (vertrouwelijke mededelingen) in dat geheimhouding van wat is besproken expliciet afgesproken moet worden. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarom heeft het hof de raadsbeslissing, waarbij een waarschuwing is opgelegd, vernietigd en de klacht alsnog ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:188
Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:305 Hof van Discipline 's Gravenhage 250208
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:305
Deze zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Het hof acht het handelen van verweerder in strijd met de in artikel 11a Advocatenwet opgenomen geheimhoudingsverplichting, met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden vertrouwelijkheid en partijdigheid en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof komt tot een ruimere gegrondverklaring van de klacht over verweerder dan de raad en acht alles afwegend een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3171
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:189
Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:306 Hof van Discipline 's Gravenhage 260335
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:306
Beklag te laat ingesteld. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3137
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:184
Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:73 Accountantskamer Zwolle 25/3556 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:73
Deels gegronde klacht, berisping. Betrokkene is ingehuurd als externe complianceofficer voor een vermogensbeheerder. In haar compliancerapportage heeft betrokkene verklaard dat er door de vermogensbeheerder aan derden (zzp-ers) uitsluitend vaste vergoedingen worden betaald en geen omzetgerelateerde aanbrengprovisies. Dit is volgens klager niet waar en het is ook niet duidelijk op welke feiten en omstandigheden betrokkene zich heeft gebaseerd. De Accountantskamer verklaart de klacht deels gegrond. De compliancerapportage heeft geen deugdelijke grondslag, hoewel betrokkene vergaande conclusies trekt. Betrokkene wist bovendien dat haar rapport gebruikt zou worden in een gerechtelijke procedure. Daardoor heeft betrokkene in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:74 Accountantskamer Zwolle 25/3581 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:74
Klacht betreft de controle van de jaarrekening van een onderneming die handelt in (fysieke) goederen en (digitale) gamecodes. De controle is onvoldoende omdat de fysieke voorraad niet conform de toepasselijke Standaard is gecontroleerd. Betrokkene heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht m.b.t. het bestaan en de conditie van de voorraad digitale gamecodes en de (ratio van de) transacties met in Dubai gevestigde vennootschappen. Betrokkene wordt een (tijdelijke) doorhaling voor de duur van één maand opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9204
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149
Klager, toen 33 jaar, bezocht spoedeisende hulp vanwege aanhoudende ernstige buikpijn. Hij is een dag later door verweerder herbeoordeeld. Klachten worden geduid als passend bij gastritis/gastro-enteritis. Een aantal dagen later bleek klager een aortadissectie te hebben. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan waardoor hij deze diagnose heeft gemist. Het college oordeelt dat een dissectie een weinig voorkomende, lastig vast te stellen en voor deze patiënt niet voor de hand liggende aandoening was. Bij differentiaal diagnostisch ‘doorredeneren’ had de mogelijkheid van een dissectie of aneurysma echter wellicht wel in beeld kunnen komen, nu klager terug naar het ziekenhuis was gekomen met verergerde pijnklachten in de bovenbuik. Verweerder, die kort daarvoor arts was geworden en nog weinig ervaring had, heeft de casus en het voorgestelde beleid besproken met de dienstdoende chirurg-supervisor. Daarbij werd het beeld van de patiënt geduid als passend bij een gastritis/gastro-enteritis in combinatie met spierpijn als gevolg van het braken. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden heeft de verweerder voldoende zorgvuldigheid betracht en acht het college een tuchtrechtelijk verwijt niet op zijn plaats. De klachtonderdelen zijn dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9189
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster vindt dat de internist haar dochter zelf fysiek had moeten onderzoeken en haar had moeten laten opnemen in het ziekenhuis. Haar dochter is na het bezoek aan de SEH enkele dagen later plotseling overleden. Het college overweegt dat patiënte die week driemaal is onderzocht en dat mede gelet op het feit dat er op redelijk korte termijn een gastroscopie gepland stond, de beslissing van de internist om patiënte niet op te nemen in het ziekenhuis met de kennis van dat moment verdedigbaar is. Dat de internist deze beslissing heeft genomen zonder patiënte zelf te zien, maakt het voorgaande niet anders.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9019
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Verweerster heeft in het kader van een aansprakelijkstelling een medisch advies uitgebracht aan de verzekeraar van de woningcorporatie. Klager verwijt verweerster, kort gezegd, dat het medisch advies onzorgvuldig is.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 84
- Volgende pagina zoekresultaten