ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225
Datum uitspraak: 21-09-2026
Datum publicatie: 01-10-2026
Zaaknummer(s): A2026/9862
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.

A2026/9862

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 21 september 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende in B, klaagster,

tegen

C,
huisarts, werkzaam te B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. E.E. Rippen, werkzaam in Utrecht.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 31 maart 2026;
-  het verweerschrift.

2. De overwegingen
2.1   De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen. Voor die beslissing is het volgende 
van belang.

2.2   Klaagster heeft zich op 6 juni 2024 uitgeschreven bij de praktijk waar de huisarts werkzaam 
was, omdat zij zich bij een andere praktijk had ingeschreven. Het medisch dossier van klaagster is 
vervolgens aan de andere praktijk overgedragen. Klaagster verwijt de huisarts dat zij in het 
medisch dossier heeft genoteerd dat klaagster een lastige patiënt is.

2.3   De huisarts betwist dat dit in het medisch dossier staat vermeld en stelt dat klaagster heeft 
nagelaten een onderbouwing te geven van het verwijt. Ten overvloede is door de huisarts aangevoerd 
dat zij geen telefonisch contact heeft gehad met klaagster op
7 maart 2024, zoals in het klaagschrift is aangevoerd.

2.4   Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan 
worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding heeft gemaakt in het medisch dossier 
van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is
bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd.

3. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 21 september 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt,
voorzitter, bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.