ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2026 |
| Datum publicatie: | 28-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2026/3172 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3172 van:
A.,
wonende te B.,
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,
tegen
C.,
werkzaam te D.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de arts,
gemachtigde: mr. E.E. Rippen, werkzaam te Utrecht.
1. Kern van de zaak
1.1 Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen d. en e. en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam van 6 januari 2026 met nummer A2025/8700 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het beroepschrift, het aanvullend beroepschrift, aanvullende stukken van klaagster en het verweerschrift.
2.3 De zaak is op de zitting van 2 september 2026 gezamenlijk maar niet gevoegd behandeld met de zaak C2026/3171. Aanwezig waren de arts haar gemachtigde. Zij hebben de vragen van het college beantwoord en het standpunt van de arts nader toegelicht.
Klaagster heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling spreekaantekeningen overgelegd. Deze zijn tijdens de mondelinge behandeling aan de arts en zijn gemachtigde overhandigd en aan het dossier toegevoegd. De arts en zijn gemachtigde hebben tijdens een leespauze kennis kunnen nemen van de spreekaantekeningen van klaagster.
2.4 Het Centraal Tuchtcollege heeft na afloop van de mondelinge behandeling op 2 september 2026 de zaak in raadkamer beoordeeld en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Wat hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.
3. Feiten
3.1 Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.
3.2 Klaagster heeft een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK) voor een bestuurder aangevraagd. In verband met deze aanvraag heeft de E. aan de F. (hierna: F.) gevraagd om klaagster medisch te keuren. De arts is werkzaam bij F. waar zij sociaal-medische onderzoeken uitvoert.
3.3 Op 19 december 2024 heeft een collega van de arts (verweerder in de zaak C2026/3171) een medisch onderzoek gedaan bij klaagster. Vanwege onvrede bij dat consult is het advies dat de collega-arts had opgesteld niet aan de gemeente verstuurd en is aan klaagster een herbeoordeling bij de arts (verweerster in deze zaak) aangeboden. Dat onderzoek vond plaats op 5 maart 2025.
3.4 Op 27 maart 2025 heeft de F. het door de arts opgestelde concept sociaal-medisch advies aan klaagster toegestuurd voor inzage en correctie. De arts heeft op basis van haar onderzoek en de beschikbare medische informatie een negatief advies gegeven voor de aanvraag van een GPK. Klaagster heeft haar akkoord gegeven voor het doorsturen van het advies aan de gemeente. De gemeente heeft de aanvraag van de GPK afgewezen.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klaagster heeft bij het Regionaal Tuchtcollege de volgende klachtonderdelen geformuleerd:
a) De arts heeft ten onrechte de hardheidsclausule niet toegepast. Zij heeft geen
onderzoek gedaan naar de aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen,
die een gehandicaptenparkeerkaart rechtvaardigen;
b) Het advies van de arts voldoet niet aan de eisen van de Richtlijn Gehandicaptenparkeerkaart.
c) De F. heeft niet adequaat gereageerd op de klacht van klaagster, haar verzoek
om tot een oplossing te komen en haar verzoek om informatie over de toepasselijke
richtlijnen;
d) De F. moet de kosten betalen van de aanvraag van de gehandicaptenparkeerkaart.
4.2 Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep heeft tot doel dat het Centraal Tuchtcollege haar klacht in volle omvang beoordeelt, alsnog gegrond verklaart en dat aan de arts een maatregel wordt opgelegd.
4.3 De arts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep van klaagster te verwerpen.
Ontvankelijkheid
4.4 Allereerst overweegt het Centraal Tuchtcollege dat uit het oogpunt van een goede en eerlijke procesorde in beroep alleen die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege kunnen worden voorgelegd die deel uitmaken van de oorspronkelijke klacht die aan het Regionaal Tuchtcollege is voorgelegd. Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep. Voor zover klaagster in beroep nieuwe verwijten aanbrengt kan zij daarin dus niet worden ontvangen.
Inhoudelijke beoordeling
4.5 Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal
Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond
heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak
in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van
het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5.
De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Daarmee sluit het Centraal
Tuchtcollege aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de verzekeringsarts
niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
4.6 Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het door de arts opgestelde
sociaal-medisch advies voldoet aan de vereisten zoals door het Regionaal Tuchtcollege
zijn vermeld onder 5.3. In het advies is ook op voldoende inzichtelijke en consistente
wijze uiteengezet op welke gronden de conclusie van het advies steunt.
4.7 Over de door klaagster gemaakte geluidsopnamen van het consult overweegt het Centraal Tuchtcollege dat het aanbeveling verdient dat opnamen in overleg met de arts worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege kan evenwel niet voorkomen dat heimelijk opnamen worden gemaakt en dat deze vervolgens in een procedure worden ingebracht. Het Centraal Tuchtcollege kan wel aan de hand van wat daarover is aangevoerd een oordeel geven over de bewijskracht van ingebrachte opnamen. In deze zaak ziet het Centraal Tuchtcollege geen reden om de opnamen niet in de procedure te betrekken om de enkele reden dat ze zonder toestemming zijn gemaakt, zoals door de arts is verzocht.
Conclusie
4.8 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat klaagster deels niet-ontvankelijk
is in haar beroep en dat het beroep voor het overige moet worden verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij in beroep nieuwe klachten heeft ingediend;
verwerpt het beroep voor het overige.
Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter,
R. Prakke-Nieuwenhuizen en H.K.N. Vos, leden-juristen, en D. Coppoolse en J. Hermans,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. van Esveld, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.