Zoekresultaten 1-10 van de 48119 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7693
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145
Klager is door de arts in opleiding tot neurochirurg (aios) aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de aios de operatie heeft uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en zijn supervisor achtte hem bekwaam om de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9242
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143
Een kleinzoon van een overleden patiënt klaagt erover dat de cardioloog een medische verklaring over de geestelijke gesteldheid van zijn grootvader heeft afgegeven, welke verklaring door familieleden in een erfrechtprocedure is gebruikt. Het tuchtcollege oordeelt dat de cardioloog, als voormalig behandelend arts, geen geneeskundige verklaring had mogen afgeven, het beroepsgeheim heeft geschonden en buiten zijn deskundigheid is getreden. Als maatregel wordt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd met als bijzondere voorwaarde dat de cardioloog een cursus over omgaan met medische gegevens moet volgen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7924
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144
Verweerder, neurochirurg, was supervisor van een arts in opleiding tot neurochirurg (aios). De aios heeft klager aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de supervisor geen verwijt treft. De aios heeft de operatie uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en de supervisor heeft onderbouwd dat de aios bekwaamt de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-486/AL/MN
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:169
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft klager bijgestaan in een letselschadezaak. Naar het oordeel van de voorzitter heeft zij klager daarin op zorgvuldige wijze bijgestaan. Hij heeft vooraf ingestemd met de door verweerster voorgestelde persoon van de medisch adviseur als met de uiteindelijke vraagstelling. Zij is daarna op uitgebreide en zorgvuldige wijze telkens opnieuw schriftelijk ingegaan op zijn afwijkende visie op het rapport van de medisch adviseur. Ook heeft verweerster klager op zorgvuldige wijze geadviseerd over de door hem mogelijk te nemen vervolgstappen, waarbij zij zelf verder niet meer betrokken zou zijn. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9559
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:130
Kennelijk ongegrond klacht van een klager tegen een GZ-psycholoog. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat is besloten klager niet in behandeling te nemen, zonder goede reden en zonder uitleg. De GZ-psycholoog voert aan dat de hulpvraag van klager niet paste bij het hulpaanbod van de instelling en dat niet werd voldaan aan de voorwaarde dat de instelling relevante informatie mocht opvragen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-552/DB/OB
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:98
Voorzittersbeslissing. Klaagsters verwijten over de wijze waarop verweerder op klaagsters aansprakelijkstelling heeft gereageerd zijn kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met bekwame spoed op de aansprakelijkstelling gereageerd en heeft daarbij een toereikende inhoudelijke reactie gegeven op klaagsters vragen en verzoeken. Het stond verweerder vrij om aan klaagster mede te delen dat aansprakelijkheid werd afgewezen en om, mede gelet op de samenhang tussen de tuchtklacht tegen mr. Y en de aansprakelijkstelling, ter onderbouwing van dat standpunt te verwijzen naar het dekenstandpunt van 20 maart 2025. Dat verweerder aan klaagster geen voorstel tot betaling van schadevergoeding of schadebeperking heeft gedaan is in lijn met de afwijzing van de afwijzing van aansprakelijkheid en vormt geenszins aanleiding om aan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De voorzitter is voorts van oordeel dat verweerder door de weigering om de gegevens van zijn verzekeraar aan klager te verstrekken niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het verwijt dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de deken, nu de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk niet kon bevestigen dat zij een melding van verweerder had ontvangen, is eveneens onterecht. Vast staat dat (de assurantietussenpersoon van) verweerder de aansprakelijkstelling heeft doorgeleid aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Indien en voor zover de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk (al dan niet abusievelijk) andersluidende informatie aan klaagster heeft verstrekt kan dit verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van het onjuist informeren van de deken is geen sprake. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-902/AL/NN
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:167
In de kern gaan de vele klachten van klaagster over de communicatie. Daarin is verweerder op meerdere momenten tekortgeschoten. Hij heeft een fysieke afspraak tijdens de duur van de rechtsbijstand niet actief mogelijk gemaakt, waardoor zijn contact beperkt is geweest tot mailcontact met zakelijke toonzetting. Dat heeft over en weer tot irritatie geleid, wat verweerder had kunnen voorkomen. Verweerder heeft ook onvoldoende regie genomen door klaagster niet genoeg bij de hand te nemen tijdens de behandeling van zaak 1. Hij heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke stukken hij wanneer uiterlijk van haar wilde ontvangen. De raad rekent het verweerder aan dat hij klaagster heeft geadviseerd om, toen de zaak voor beraad partijen op de rol stond, een akte te nemen zonder eerst gedegen te onderzoeken of bij het gerechtshof in de stand van de procedure van zaak 1 bij een akte nog belangrijke producties mochten worden gevoegd. Verweerder is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk bezien tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klaagster omdat van verweerder als zorgvuldig en behoorlijk advocaat mocht worden verwacht op de hoogte te zijn van de geldende procesregels van een gerecht en niet af te gaan op eigen aannames. Van verweerder had verwacht mogen worden dat hij alles op alles zou zetten om de relevante stukken van klaagster overgelegd te krijgen. Dat meteen bij de start zou zijn afgesproken dat verweerder zaak 2 zou laten liggen, is door klaagster betwist en door verweerder niet schriftelijk vastgelegd. Ook hierover heeft verweerder onvoldoende met klaagster gecommuniceerd. Door de later ontstane vertrouwensbreuk mocht verweerder zich aan beide zaken onttrekken. Hij heeft daarbij niet onzorgvuldig gehandeld omdat voor verweerder niet te verwachten was dat klaagster van zijn onttrekking zodanig nadeel zou ondervinden dat hij dat niet had mogen doen. Voor de gegronde klachten: berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9500
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:198
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college overweegt onder meer dat klager vanaf het moment van erkenning van zijn zoon recht heeft op informatie van de huisarts. Dit is echter een recht op informatie op verzoek. Het is niet aan de huisarts om actief beide ouders op de hoogte te houden van de bezoeken aan de praktijk en de medische situatie van hun zoon. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-149/AL/GLD
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:168
Vast staat dat verweerder klager als (mede)cliënt heeft bijgestaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een gemeente. Verweerder is diezelfde gemeente jaren later gaan bijstaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een aantal omwonenden, waaronder ook klager. Naar het oordeel van de raad is door verweerder aan de drie cumulatieve eisen van lid 3 van gedragsregel 15 voldaan, zodat hem tuchtrechtelijk geen verwijt treft. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3025
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:166
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar niet goed heeft begeleid door onder andere een foutieve inschatting van de klachten en het weigeren van een second-opinion. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het weigeren van een second opinion gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4812
- Volgende pagina zoekresultaten