Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 39081 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:376 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-996/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht over het handelen van verweerster in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:377 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-003/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Diverse verwijten over de dienstverlening. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:373 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-114/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerder dat hij zijn zaak niet heeft willen aannemen. Anders dan klager heeft betoogd, stond het verweerder vrij om die beslissing te nemen. Een advocaat is niet verplicht om een zaak aan te nemen. Verweerder heeft die beslissing vervolgens - na telefonisch overleg met klager - gemotiveerd en tijdig aan klager doorgegeven. Verweerder heeft daarmee gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel de beslissing van verweerder om klager niet als advocaat bij te staan, als de wijze waarop verweerder die beslissing aan klager heeft gecommuniceerd, is derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:374 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-155/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken. Klager stelt dat verweerder zijn klachten tegen (in totaal) drie advocaten heeft genegeerd. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klagers klachten heeft genegeerd. Verweerder heeft op de klachten gereageerd en klager laten weten dat hij zijn klachten via een digitaal webformulier kan indienen. De voorzitter is van oordeel dat het verweerder vrij stond om klager te verzoeken om zijn klachten via deze gestandaardiseerde wijze in te dienen. Verweerder heeft daardoor het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Van een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen jegens klager is dan ook geen sprake. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4447

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klaagster een brug geplaatst. Volgens klaagster heeft de tandarts schade aangebracht met de boor aan haar kaakbot. Daarnaast heeft de zorg rondom de plaatsing van de brug tekortgeschoten, is haar dossier niet compleet en is niet op juiste wijze gefactureerd. Het college komt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond is voor wat betreft het klachtonderdeel dat ziet op het uitschieten met de boor, de beschadiging aan het kaakbot en de gevolgen hiervan voor klaagster. Wel komt het college tot de conclusie dat de klachtonderdelen van klaagster die zien op de zorg rondom de plaatsing van de brug, dossiervoering en de facturatie gegrond zijn. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:375 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-115/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij zijn zaak niet heeft willen aannemen. Anders dan klager heeft betoogd, stond het verweerster vrij om die beslissing te nemen. Een advocaat is niet verplicht om een zaak aan te nemen. Verweerster heeft die beslissing vervolgens - na telefonisch overleg met klager - gemotiveerd en tijdig aan klager doorgegeven. Verweerster heeft daarmee gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel de beslissing van verweerster om klager niet als advocaat bij te staan, als de wijze waarop verweerster die beslissing aan klager heeft gecommuniceerd, is derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/405341 KL RK 22-78

    [Y] en [Z] hebben in 2021 een camping gekocht van [B]. De notaris is verzocht om de akte van levering op te stellen en te passeren. De notaris is overgegaan tot het uitvoeren van een verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van [Y] en [Z]. Dit onderzoek bestond uit het opnemen van telefonisch contact met [B] waarbij aan [B] verschillende vragen zijn gesteld over de totstandkoming van de koopovereenkomst. De notaris had, gelet op de omstandigheden die zich tijdens en na het sluiten van de koopovereenkomst hebben voorgedaan, voldoende aanleiding om over te gaan tot een verscherpt cliëntenonderzoek.Dat de Surinaamse achtergrond van [Y] en [Z] daarvoor het leidmotiefis geweest is niet komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1421

    Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de klinisch geriater op dat moment werkte. Een collega klinisch geriater (beklaagde in C2022/1420) concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de eerder genoemde collega meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft dezelfde collega klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de collega klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had. In februari 2019 noteerde de collega klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. De beklaagde klinisch geriater is tijdens de opname als supervisor betrokken geweest bij het opnamegesprek en twee visites op de afdeling. Na de opname is de klinisch geriater niet meer betrokken geweest bij de zorg voor klaagster. Klaagster verwijt de klinisch geriater -zakelijk weergegeven-:a) Het onjuist weergeven van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Het daarbij niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;b) Het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling;c) Het uitvoeren van een onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1422

    Klacht tegen een (destijds) arts-assistent. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de arts-assistent sinds 2018 werkte. Een collega (beklaagde in C2022/1420) concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de eerder genoemde collega meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft dezelfde collega klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de collega klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had. In februari 2019 noteerde de collega klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. Tijdens de opname is de arts-assistent bij de zorg voor klaagster betrokken geweest als afdelingsarts, onder supervisie van verschillende klinisch geriaters. De arts-assistent is betrokken geweest bij een beoordeling begin maart 2019, bij vier visites op de afdeling en bij het ontslag. Na de opname in maart 2019 heeft de arts-assistent klaagster nog éénmaal gezien op de spoedeisende hulp in januari 2020. Klaagster verwijt de arts-assistent -zakelijk weergegeven-:a) Het onjuist weergeven van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Het daarbij niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;b) Het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling;c) Het uitvoeren van een onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies;d) het onheus bejegenen van de dochter van klaagster;e) het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.

  • ECLI:NL:TNORARL:2023:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/398945 KL RK 22-7

    De klacht is gegrond. Door de feitelijke gang van zaken heeft de notaris de schijn van partijdigheid gewekt. Omdat de notaris bij eerdere uitspraak van 27 september 2022 al een maatregel opgelegd heeft gekregen, waarbij dit onderdeel ook is meegewogen, zal de kamer nu geen maatregel opleggen.