Zoekresultaten 1-10 van de 46787 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8673
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater die een psychiatrische expertise voor klager uitvoerde in het kader van een UWV‑beroepsprocedure. Na het eerste onderzoek zag de psychiater aanleiding voor aanvullend psychiatrisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoek, maar liet dit na bezwaar van klager achterwege en stelde een concept‑rapport op. Klager is het oneens met de gevolgde procedure en met het (concept)rapport.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8373
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:45
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager, die tijdens detentie langdurig in hongerstaking was, onderging gedwongen medische behandeling en werd zonder second opinion in een psychiatrisch penitentiair centrum geplaatst. Hij is het niet eens deze gang van zaken en verwijt dit de betrokken psychiater. De psychiater had echter slechts een adviserende rol, nam geen besluiten en haar adviezen waren logisch en goed onderbouwd. Voor het advies tot dwangbehandeling was geen second opinion vereist.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8653
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:46
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek, medicatiegebruik en wensen. Geen verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8654
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek en medicatie, zijn wensen serieus genomen en in samenspraak de medicatie aangepast. Geen sprake van een langdurig schadelijke behandeling. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8696
- Datum publicatie: 06-03-2026
- Datum uitspraak: 06-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:43
Ongegronde klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat bij haar onder dwang een voedingssonde is geplaatst en stelt dat het gebruikte apparaat illegaal was. Klaagster had toestemming gegeven voor plaatsing op vrijwillige basis. Het verplegend personeel heeft dit verkeerd begrepen en de sonde zonder medeweten van de psychiater onder dwang ingebracht. De psychiater treft geen persoonlijk verwijt. Het gebruikte apparaat was state of the art.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 766941 / NT 25-11 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29
- Datum publicatie: 05-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:27
Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/02 en SHE/2026/07
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:5
De voorzitter heeft de klacht van de klaagster buiten behandeling gesteld (SHE/2026/2). Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld. Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.De klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2026/7).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3054 VZ
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 02-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:37
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. Klaagster is ontevreden over de zorg van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat hij haar bij twee consultafspraken in de wachtkamer heeft genegeerd en dat hij niet heeft gereageerd toen klaagsterna een afspraak in het ziekenhuis contact zocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing van die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8296
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:42
Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij zonder diens toestemming heeft meegewerkt aan het verstrekken van de door verweerder opgestelde rapportage over klager in een tuchtprocedure. Tevens klaagt klager erover dat verweerder privacygevoelige medische gegevens onbeveiligd heeft verzonden. Niet is komen vast te staan dat de gz-psycholoog toestemming heeft gegeven voor het delen van het rapport of daarvan op de hoogte was. Bij de onbeveiligde verzending van medische gegevens was hij niet betrokken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7655
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43
Ongegronde klacht tegen plastisch chirurg. Patiënte diende bij de geschillencommissie een klacht in tegen de plastisch chirurg in verband met een door hem uitgevoerde buikwandcorrectie. Tijdens de zitting van de geschillencommissie heeft een onafhankelijke chirurg in het bijzijn van plastisch chirurg, in een aparte ruimte het litteken van patiënte bekeken en opgemeten. Patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens het onderzoek door de onafhankelijk chirurg, dat grensoverschrijdend was, niet heeft ingegrepen en dat hij een dag na de zitting een e-mail heeft gestuurd met ongepaste inhoud. Het college kan niet vaststellen dat de plastisch chirurg had moeten ingrijpen omdat de wijze van onderzoek door de onafhankelijke chirurg niet kan worden vastgesteld. Het versturen van het e-mailbericht was zeer onhandig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4679
- Volgende pagina zoekresultaten