Zoekresultaten 1-10 van de 47763 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:194 Hof van Discipline 's Gravenhage 260215 260223
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:194
Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om een schriftelijke reactie in een lopend klachtonderzoek al dan niet aan het dossier toe te voegen, is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Klager kan, na afronding van het onderzoek door de deken en betaling van het griffierecht, zijn klacht laten toetsen door de Raad van Discipline en binnen de kaders van die procedure kan klager ook zijn klachten over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen aan de raad voorleggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8418
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155
Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:195 Hof van Discipline 's Gravenhage 260162
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:195
Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om tijdens het lopende onderzoek naar de door klager ingediende klacht over een advocaat geen re- en dupliek te laten plaatsvinden is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is dus geen grondslag voor een onderzoek door een deken naar een over de stafjurist of de adjunct-secretaris ingediende klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8417
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156
Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 .
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:196 Hof van Discipline 's Gravenhage 260161
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:196
Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbesluit waar klager zich niet in kan vinden ter discussie te stellen, nu daartegen de beklagprocedure op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet openstaat. Door de inhoud van twee aanwijzingsbesluiten in de klachtprocedure (opnieuw) ter discussie te stellen, gebruikt klager het klachtrecht voor een ander doel dan waarvoor het klachtrecht is bedoeld. Dat beschouwt het hof als misbruik van het klachtrecht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:197 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233
- Datum publicatie: 02-07-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:197
Verzoek van de Amsterdamse Orde van Advocaten om een klacht over verweerder te verwijzen naar de raad van discipline in het ressort Den Bosch voor behandeling, omdat de klacht samenhangt met een klacht van klager tegen een advocaat, kantoorhoudend in het arrondissement Zeeland-West-Brabant. Volgens de deken is sprake van zoveel samenhang dat deze klachten het beste gezamenlijk door één raad van discipline behandeld kunnen worden. Uit de stukken blijkt niet dat na het onderzoek door de deken Zeeland-West Brabant van de eerste klacht over verweerder een andere raad van discipline door het hof is aangewezen (op de voet van artikel 46aa, lid 3 of lid 5 Advocatenwet) dan de bevoegde raad, namelijk de raad van discipline in het ressort Amsterdam. Mede gelet op artikel 12 Advocatenwet valt verweerder onder de bevoegdheid van de deken Amsterdam (vgl. HvD 30 maart 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:91) en de raad van discipline in het ressort Amsterdam. Evenmin blijkt uit de overgelegde stukken dat klager gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om, na betaling van het griffierecht, de eerste klacht aanhangig te maken bij de raad van discipline, in ofwel Amsterdam ofwel ’s-Hertogenbosch. Toewijzing van het verzoek zou, gelet op het hof ter beschikking staande informatie, in beginsel tot gevolg hebben dat de eerste klacht in behandeling zou komen van de raad van discipline in het ressort Amsterdam en de tweede klacht bij de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch. Dit is niet wat met het verzoek en met artikel 46aa lid 5 van de Advocatenwet is beoogd. Het verzoek om verwijzing wordt daarom afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9154
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gereageerd op haar zorgen over de vermelding van opiaten in het medisch dossier, haar angst voor toediening van morfine niet heeft weggenomen en voorafgaand aan een operatie niet adequaat heeft gereageerd op haar signalen en verzoeken.De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8900
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij de behandeling van haar ziekte van Crohn ten onrechte heeft beëindigd, onvoldoende heeft meegewerkt aan de voortzetting van de zorg, onvolledige informatie aan de huisarts heeft verstrekt en verzoeken om behandelafspraken heeft genegeerd. De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9231
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster is bang dat ze na een ongeluk in haar woonplaats naar het ziekenhuis wordt gebracht en dat zij daar pijnstilling krijgt toegediend. Klaagster is bang dat deze morfinegift haar fataal gaat worden, in het licht van eerdere ervaringen. Klaagster wil erop kunnen vertrouwen dat ze geen morfinepreparaat krijgt toegediend en verwijt verweerster dat zij geen borging biedt voor goede en veilige zorg..De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-405/DB/OB
- Datum publicatie: 01-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:80
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een ongefundeerde beschuldiging heeft geuit en stukken in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat deze stukken onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerder onnodig grievende of kennelijk onjuiste uitlatingen heeft gedaan, noch dat hij reden had om te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde stukken. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4777
- Volgende pagina zoekresultaten