ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 Raad van Discipline Amsterdam 26-699/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-09-2026 |
| Datum publicatie: | 02-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-699/A/A |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 21 september 2026 in de zaak 26-699/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter)
heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement
Amsterdam (hierna: de deken) van 6 augustus 2026 met kenmerk 2561691/EvR/BF, door
de raad digitaal ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst genoemde
bijlagen 00 tot en met 03.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klager had een geschil met zijn woningbouwvereniging, waarin verweerder hem
heeft bijgestaan in 2015.
1.2 Op 12 februari 2026 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerder dat hij hem niet naar behoren heeft bijgestaan in het geschil met de woningbouwvereniging
als gevolg waarvan een ontruiming heeft plaatsgevonden.
3 VERWEER
3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Een klacht over een advocaat moet worden ingediend binnen drie jaar nadat
de klager op de hoogte was of redelijkerwijs kon zijn van de feiten waarover wordt
geklaagd (artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet). Als deze driejaarstermijn is verlopen
zonder dat klager een klacht heeft ingediend, vervalt in principe het recht om te
klagen. Dit is anders als klager pas na de driejaarstermijn over informatie beschikt
(en daar ook niet eerder over kon beschikken), die gaat over de gevolgen van het handelen
of nalaten waar de klacht over gaat. In dat geval vervalt het recht om te klagen één
jaar nadat klager van de informatie kennis heeft genomen (artikel 46g lid 2 Advocatenwet).
4.2 De achterliggende gedachte van deze regel is dat een advocaat niet tot in
lengte van dagen rekening hoeft te houden met tuchtklachten over zijn doen en laten
in het verleden.
Beoordeling
4.3 Klager heeft zich op 12 februari 2026 met een klacht over verweerder tot
de deken gewend. De klacht van klager heeft betrekking op het optreden van verweerder
in 2015.
4.4 Dit betekent dat de klacht buiten de onder 4.1 omschreven driejaarstermijn
is ingediend, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken
dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake
is van een situatie als bedoeld in artikel 46g lid 2 Advocatenwet.
4.5 Tot slot is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding
verschoonbaar zou zijn. Dat klager (naar eigen zeggen) pas kort voor het indienen
van zijn klacht bekend is geworden met de mogelijkheid daartoe, geldt niet als een
dergelijke bijzondere omstandigheid.
4.6 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van
artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet, niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet, niet-ontvankelijk.
Aldus beslist door mr. J.J. Roos, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. P.H.A. Neuschäfer als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 25 september 2026