Zoekresultaten 1-50 van de 46281 resultaten

  • Novitaris-arrest In een ABCD transactie heeft klaagster (B) geklaagd over de wijze waarop de (oud-)notarissen zijn omgegaan met de betaling van de verschuldigde geldbedragen aan pandhouders/beleggers. Klaagster meent dat de (oud-)notarissen tot betaling over moesten gaan zodra er betaald was door A.De kamer heeft geoordeeld dat klaagster een belang heeft bij haar klacht, nu zij gehouden is de kosten koper te dragen op het moment dat het tot betaling van de beleggers komt.Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de oud-notaris, omdat haar klacht tegen hem te laat is ingediend. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.Het gevestigde pandrecht ten behoeve van de beleggers, is ondeelbaar. Bovendien was niet duidelijk wie van de beleggers gerechtigd was tot een gestort geldbedrag op de derdengeldenrekening van het notariskantoor. De notarissen mochten besluiten hun ministerie op te schorten om nader onderzoek te verrichten, dan wel om te wachten tot het volledige geldbedrag ten behoeve van alle beleggers was voldaan. De kamer oordeelt dat de notarissen in de rechten en belangen van derden een gegronde reden mochten zien om hun dienst te weigeren dan wel op te schorten.Ten aanzien van de klacht over de gevorderde kosten door de notarissen, oordeelt de kamer dat deze onvoldoende is onderbouwd en dat de door de notarissen geschetste gang van zaken redelijk voorkomt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/446965 KL RK 25-14

    Klacht is niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:313 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8108

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de verpleegkundig specialist terecht een re-excisie geadviseerd na de verwijdering van een verdacht plekje op het voorhoofd van klager door de plastisch chirurg. Dat de verpleegkundig specialist over de bevindingen van de patholoog en/of over de re-excisie onjuiste informatie zou hebben verstrekt aan klager is niet gebleken, noch dat zij de klachtencommissie van het ziekenhuis onjuist zou hebben geïnformeerd. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:307 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8063

    Gegronde klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog is ten onrechte uitgegaan van een miskraam. Er was sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bij klaagster. De gynaecoloog had tijdens het consult meer onderzoek moeten doen door de hCG-waarde te laten bepalen. Hierin is de gynaecoloog tekort geschoten. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:233 Raad van Discipline Amsterdam 25-365/A/A 25-366/A/A

    Raadsbeslissing. Klachten van advocaten over advocaten (over en weer) zijn deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en deels ongegrond. Uitgangspunt is dat ook in tuchtrechtelijke aangelegenheden waarheidsvinding prevaleert en daardoor relevante informatie niet snel buiten beschouwing zal worden gelaten. De raad ziet geen aanleiding of bijzondere omstandigheden op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. Dat mr. DW zich toegang heeft verschaft tot de WhatsAppconversatie van mr. K, en deze informatie vervolgens heeft ingebracht in de procedures, wordt naar het oordeel van de raad gerechtvaardigd door de (uit deze informatie volgende) handelswijze van mr. K en de inhoud van de aangetroffen WhatsAppgesprekken. Dat mr. DW hiermee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad, is de raad niet gebleken. Daarnaast is naar het oordeel van de raad geen sprake van het door mr. K doen van uitlatingen die het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. De raad weegt hier met name in mee dat mr. K de betreffende uitlatingen in besloten kring en daarmee niet in de openbaarheid heeft gedaan en dat het nooit de bedoeling (van mr. K) is geweest om de uitlatingen op enige wijze in de openbaarheid te laten komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:308 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8062

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is werkzaam als fertiliteitsarts en heeft klaagster gezien bij klachten bij een vroege zwangerschap. De arts mocht stellen dat er mogelijk sprake was van een miskraam en heeft voldoende onderzoek verricht. Uiteindelijk is gebleken dat klaagster een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:234 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:309 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8536

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is bij de tandarts onder behandeling geweest en zij stelt dat de tandarts te veel heeft gedeclareerd bij de verzekering. De tandarts heeft dit niet betwist, maar heeft toegelicht dat er sprake is van een vergissing en dat hij hiervoor verantwoordelijkheid neemt. Het college is van oordeel dat het gaat om een vergissing van de tandarts die hij heeft willen goedmaken. Dat de tandarts het door hem te veel gedeclareerde heeft teruggestort aan de verzekeraar, is daarvan de bevestiging. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:174 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-811/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Niet gebleken dat verweerster haar cliënte heeft geadviseerd om een privédetective in te schakelen. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het rapport in het geding te brengen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:235 Raad van Discipline Amsterdam 25-371/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet ter discussie staat dat verweerder gedragsregel 12 (oud) heeft overtreden door tijdens een mondelinge behandeling een beroep te doen op confraternele correspondentie. Volgens verweerder zou dat in dit geval – kort gezegd – om meerdere redenen gerechtvaardigd zijn. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder echter onvoldoende onderbouwd dat er zodanige bijzondere omstandigheden bestonden dat de overtreding van gedragsregel 12 (oud) werd gerechtvaardigd. De klacht is in zoverre gegrond. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. De raad legt geen maatregel op. De raad neemt daarbij in aanmerking dat de betreffende confraternele correspondentie later alsnog door verweerder, met instemming van de advocaten van klaagsters, in het geding is gebracht. De raad weegt ook de houding van verweerder mee, waarbij hij excuses heeft gemaakt aan de advocaten van klaagster en op de zitting van de raad heeft toegegeven dat hij anders had kunnen handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:310 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8434

    Gegronde klacht tegen een tandarts. Het college oordeelt dat de tandarts zonder communicatie naar de patiënt de rol heeft gehad van een supervisor, zonder daadwerkelijk invulling te geven aan deze supervisie. Hiermee heeft hij gefaciliteerd dat een niet-BIG-geregistreerde behandelaar een zeer complexe gebitssituatie heeft behandeld bij klager, die bovendien onzorgvuldig, onprofessioneel en onverantwoordelijk is uitgevoerd. Het college ontzegt de tandarts de bevoegdheid om nog langer als supervisor op te treden en legt tevens de maatregel op van voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:236 Raad van Discipline Amsterdam 25-415/A/A 25-417/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben executoriale derdenbeslagen gelegd zonder vooraankondiging. Niet in geschil is dat verweerders in strijd hebben gehandeld met gedragsregel 6 lid 2 door executoriaal derdenbeslag te laten leggen zonder klaagster of haar advocaat hierover voorafgaand te informeren. Verweerders hebben echter betoogd dat in dit geval het belang van hun cliënten zich ertegen verzette om klaagster en/of haar advocaat van hun voornemen kennis te geven. Op grond van de toelichting van verweerders en de overgelegde gedingstukken komt de raad tot het oordeel dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijk geval, waarbij een bijzonder belang van de cliënten van verweerders zich heeft verzet tegen voorafgaande kennisgeving van het executoriaal derdenbeslag. De raad acht het beslag zoals dat is gelegd ook niet disproportioneel. Verweerders hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en de klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:311 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8330

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft naar het oordeel van het college excessief gedeclareerd (klachtonderdeel f) en daarnaast, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van klager om kostenbesparend te werk te gaan, gekozen voor een onnodig kostbare, uitgebreide beetregistratie door middel van een articulator (klachtonderdeel g). Met name klachtonderdeel f acht het college kwalijk, nu hij daarmee ook het vertrouwen in de beroepsgroep heeft geschaad. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat tandartsen op een eerlijke manier kosten in rekening brengen. Het college heeft daarnaast geconstateerd dat de tandarts geen inzicht heeft getoond in zijn handelen en nog steeds achter zijn keuzes lijkt te staan. Het college legt de maatregel op van berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:237 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerster klager heeft opgelicht en misbruik heeft gemaakt van zijn kwetsbare positie. Verweerster heeft op zorgvuldige wijze met klager gecommuniceerd over de aanpak van de zaak, heeft hem steeds uitleg gegeven over de door hem te ondertekenen stukken en heeft de zaak behandeld zoals mocht worden verwacht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:312 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8052

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg, die in 2015 een verdacht plekje op het voorhoofd van klager heeft verwijderd, waarna nog een re-excisie heeft plaatsgevonden. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de plastisch chirurg terecht een re-excisie geadviseerd. Het college ziet geen aanknopingspunt voor de stelling van klager dat een ander plekje zou zijn verwijderd in plaats van re-excisie, noch voor de stelling dat de plastisch chirurg de klachtencommissie van het ziekenhuis daarover onjuiste informatie heeft verstrekt. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:173 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder zonder opdracht een matige brief heeft opgesteld en daarvoor onredelijk hoge declaraties heeft gestuurd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 240305

    De klacht betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft de vennootschap bijgestaan en volgens klagers heeft hij haar belangen niet op deskundige en zorgvuldige wijze behartigd en buitensporig veel in rekening gebracht. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Volgens het hof is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij gehandeld in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Het hof legt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk op voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 240317

    Het betreft een klacht tegen een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat van klagers. Verweerder is betrokken geraakt bij het incasseren van een vordering op klagers betreffende de fiscaal-strafrechtelijke kwestie van klagers waarin de (voormalig) eigen advocaat van klagers bijstand heeft verleend. Verweerder heeft gedreigd de bijstand aan klagers te beëindigen indien klagers achterstallige declaraties niet zouden voldoen en hij heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van deze declaraties. Toen de betalingen uitbleven, heeft hij rechtsmaatregelen getroffen. Volgens klagers heeft verweerder hen hiermee ernstig geïntimideerd en ontoelaatbaar onder druk gezet. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof komt – net als de raad – tot een gegrondverklaring van de klachtonderdelen en legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes weken met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 240350 240351

    Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt doordat hij de gezamenlijke woning van zijn cliënte en de wederpartij niet heeft verlaten nadat hem dat verzocht was. De raad heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 250163

    De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:306 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8263

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts had de vertrouwelijke informatie die klager hem had verteld, niet mogen doorgeven aan de casemanager. De informatie was zeer gevoelig en ook niet nodig voor het werk van de casemanager. Daarnaast is het college van oordeel dat de bedrijfsarts niet adequaat heeft geacteerd met betrekking tot het geschil in de arbeidsrelatie. Zeker toen klager zich emotioneler ging uiten, kon niet worden volstaan met het advies dat klager in staat was om terug te keren naar werk. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7360

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. Klager heeft samen met zijn ex-partner een zoon. Nadat de relatie tussen klager en zijn ex-partner is beëindigd heeft verweerster als onderdeel van een team een ouderschapsonderzoek verricht. Het traject bestond uit ouderschapsdiagnostiek in het kader van de zorgverlening rond de omgangsregeling. Later werd het traject uitgebreid met perspectiefonderzoek. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport. Klager maakt verweerster onder meer verwijten over het door haar verrichte onderzoek en het opgestelde rapport. Het college komt tot het oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is en legt aan verweerster de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:172 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-762/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet tijdig bekendmaken van de datumbepaling door de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet serieus is ingegaan op de concrete bezwaren die klager heeft aangevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft aangetoond (steeds) inhoudelijk te hebben gereageerd op klager. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:75 Accountantskamer Zwolle 25/55 Wtra AK

    De tuchtrechtspraak is erop gericht dat in het algemeen belang een optimaal functioneren van de accountant wordt verzekerd door in individuele gevallen tegen inbreuken op wettelijke bepalingen en de beroepsethiek op te treden. In het accountantstuchtrecht geldt als uitgangspunt dat wanneer een tuchtprocedure definitief is geëindigd door een intrekking van de klacht, dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt om een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een opnieuw ingediende klacht is geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Daarvan is hier sprake.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7705

    Klacht tegen een huisarts ongegrond. Verweerder is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij de organisatie. Verweerder heeft de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Het college is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-320/AL/NN

    De raad heeft vastgesteld dat verweerder een belangrijk stuk niet bij de rechtbank heeft ingediend en een vonnis van de rechtbank niet onverwijld aan klager, zijn cliënt, heeft gestuurd. Terwijl dat vonnis al was gewezen, heeft hij nog dagenlang met klager gecommuniceerd over het indienen van stukken, alsof dat nog tot de mogelijkheden behoorde. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 en de kernwaarde deskundigheid. In het nadeel van verweerder wordt ook rekening gehouden met een tuchtrechtelijke uitspraak uit 2020 waarin een vergelijkbare klacht tegen verweerder over gebrekkige communicatie en schending van gedragsregel 16 gegrond is verklaard. De raad heeft in die beslissing overwogen dat gelet op de ernst van het handelen in beginsel de oplegging van een (voorwaardelijke) schorsing op zijn plaats is, maar vanwege een aantal (persoonlijke) omstandigheden een berisping wordt opgelegd. De raad constateert dat deze eerdere veroordeling er niet toe heeft geleid dat verweerder in de zaak van klager wel overeenkomstig de regels heeft gehandeld. Integendeel, verweerder heeft ook klager ernstig benadeeld door zijn nalaten. De raad is in deze zaak van oordeel dat gelet op aard en de ernst van het handelen van verweerder en de eerdere veroordeling, niet kan worden volstaan met een berisping. De raad is van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:118 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767103 / DW RK 25/111 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk heeft uitgeoefend door beslag te leggen op twee voertuigen waarbij de dagwaarde van de auto gelijk is aan de sloopwaarde ad € 200. De gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op te heffen. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de waarde van de auto van klager. Hieruit is voor vergelijkbare auto’s waardes van € 1.490,- en € 2.300,- gekomen. Klager heeft niet aangetoond dat zijn auto slechts een (sloop)waarde van € 200,- zou hebben De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7743

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de zoon van klagers, die beschermd woont bij een zorginstelling. Verweerster is bij de zorginstelling werkzaam als gedragswetenschapper en stuurt op de woonlocatie van de zoon van klagers het team aan. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor de kwaliteit van behandeling en diagnostiek en medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de integrale zorg. Klagers klagen, mede namens hun zoon, onder meer over de behandeling van hun zoon en houden verweerster verantwoordelijk voor het weinige contact met hun zoon. Ook verwijten zij haar dat zij slecht bereikbaar is voor hen. Ten aanzien van de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zoon oordeelt het college dat klagers niet-ontvankelijk zijn. Dit heeft te maken met de curatele van de zoon. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:279 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-319/AL/NN

    Raadsbeslissing. De klacht is niet tijdig ingediend. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:119 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764010 / DW RK 25/41 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat samengevat over dat er sprake is van schending van de zorgplicht in de precontractuele fase. De gerechtsdeurwaarder heeft steeds duidelijk met klager gecommuniceerd. Klager heeft uiteindelijk besloten een andere gerechtsdeurwaarder in te schakelen. Dat de gerechtsdeurwaarder de zaak vervolgens als afgedaan heeft beschouwd en heeft aangegeven niet verder met klager te communiceren vanwege het ontbreken van belang, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7973

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was gedurende een periode van acht jaar in behandeling bij de psychotherapeut. In juni 2021 liep de behandeling vast en nam de psychotherapeut contact op met de huisarts van klaagster om hierover te overleggen. Klaagster wilde vervolgens een brief waarin stond dat zij de behandeling wilde beëindigen persoonlijk overhandigen bij de praktijk (aan huis) van de psychotherapeut, waarop hij de politie belde. Nadien hadden klaagster en de psychotherapeut nog meerdere keren contact. Klaagster verwijt de psychotherapeut, samengevat, het schenden van zijn beroepsgeheim en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:280 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-348/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerster derdengelden heeft aangewend ter voldoening van een eigen declaratie zonder expliciete toestemming van klaagster. Ook heeft zij niet duidelijk genoeg met klaagster gecommuniceerd in een situatie die in meerdere opzichten ingewikkeld was. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Aan de andere kant houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij bepaalde zaken onvoldoende schriftelijk heeft vastgelegd en dat zij beterschap heeft beloofd op dat punt. Ook houdt de raad er rekening mee dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle omstandigheden, is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:304 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8619

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts, in opleiding tot bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arts onprofessioneel en nalatig handelen. Het college is van oordeel dat uit de verslagen blijkt dat de arts wist wat er speelde op het werk van klaagster en dat er gesprekken en mediation hadden plaatsgevonden. De mate van hulp en bevestiging die klaagster van de arts verwachtte, behoort niet tot zijn taken. De arts heeft opvolging gegeven aan de verzoeken van klaagster voor zover dit passend was binnen zijn bevoegdheden. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8690

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Klager bezocht meerdere keren het spreekuur van verweerder. Klager verwijt de huisarts, onder meer, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onzorgvuldig heeft gehandeld bij het voorschrijven van medicatie. Ook zou verweerder volgens klager ongepast op hem hebben gereageerd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:120 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762659 DW RK 25/11 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder, zonder bewijs, stelt dat klager op 25 november 2024 verzocht heeft om een inhouding van € 500 per week. De omstandigheden van het geval maken het aannemelijk dat daarvan sprake is geweest. Er is op die dag contact geweest op initiatief van klager, klager heeft in een eerder geval ook al eens een verzoek gedaan tot beperking van een gelegd derdenbeslag, maar toen voor een hoger bedrag per. Verder neemt de kamer in overweging dat het beperken van het beslag primair in het belang van klager is niet in het belang van de executant. Het had de gerechtsdeurwaarder niet misstaan om deze afspraak richting klager schriftelijk te bevestigen, maar dat nalaten levert geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:281 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-677/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:305 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7962

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft een consult gehad bij de arts vanwege een beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij in strijd met de waarheid heeft gerapporteerd en verzuimd heeft om klaagster te informeren dat zij zich ook kon wenden tot haar supervisor. Het college overweegt dat van een (opzettelijk) onjuiste rapportage niet is gebleken. Verder bestaat er geen verplichting om cliënten actief te wijzen op de mogelijkheid om zich te wenden tot de eindverantwoordelijke bedrijfsarts als daar geen concrete aanleiding voor is. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8407

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verwijderen van een tand. Volgens klaagster heeft de tandarts ten onrechte geen röntgenfoto gemaakt, geen uitleg gegeven en geen rekening gehouden met haar spierziekte. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 240379

    Klacht over de eigen advocaat. Bekrachtiging beslissing raad. Het hof stelt, net als de raad, voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet voor het indienen van een klacht een vervaltermijn geldt van drie jaar vanaf het moment dat de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. Voor het aanvangen van de termijn van artikel 46g lid 1 Advocatenwet is niet van belang of klaagster het besef had dat dit handelen mogelijk klachtwaardig zou zijn (vgl. HvD 7 december 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:256). Het gaat om bekendheid met het feitelijke handelen. Hieruit volgt dat de vervaltermijn van drie jaar ten tijde van het indienen van de klacht al was verstreken, zoals de raad ook heeft geoordeeld. Naar het oordeel van het hof zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:232 Raad van Discipline Amsterdam 25-207/A/A/D

    Deze beslissing is om redenen van privacy beperkt weergegeven.Raadsbeslissing. Het dekenbezwaar wordt in alle onderdelen ongegrond verklaard. Niet valt in te zien op welke wijze de verwerende partij (V) het onderzoek naar de identiteit van zijn/haar cliënt(en) anders, of beter had kunnen doen, noch waarom hetgeen hij/zij aan onderzoek heeft gedaan, onvoldoende is geweest. Evenmin kan uit het dekenbezwaar worden afgeleid welk nader onderzoek naar het doel van de opdracht door V (op grond van het bepaalde in artikel 7.2 Voda) was geboden en wat dat nadere onderzoek had kunnen of moeten opleveren, of wat V daarin heeft gemist. De vraag of de cliënten van V juridisch inhoudelijk gezien gelijk hebben, staat los van de vraag of het doel van de aan V verstrekte opdracht duidelijk was. Nu deze laatste vraag bevestigend kan worden beantwoord en niet is gebleken op grond waarvan V nader onderzoek had moeten doen naar het doel van de opdracht, kan V geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden. Daarnaast bestaat er geen norm of wetsartikel op grond waarvan het feit dat iemand van strafbare feiten wordt verdacht (of is veroordeeld), een redelijke aanwijzing oplevert voor het vermoeden dat dan óók de diensten van de betreffende advocaat tot die onwettige activiteiten zouden kunnen strekken. Dat blijkt niet uit de inhoud van artikel 7.3 Voda. Het bestaan van de door de deken genoemde “red flags”, maakt in ieder geval niet dat V van zijn/haar bijstand aan zijn/haar cliënten had moeten afzien en/of dat van een uitzondering sprake is. Dat V op grond van de door hem/haar verkregen informatie (nog) dieper had moeten ingaan op de wijze van betaling, valt zonder nadere toelichting door de deken, die ontbreekt, niet in te zien. Vaststaat dat V de betreffende informatie aan de deken heeft laten zien en dat hij/zij aan de deken heeft aangeboden om eventuele nadere vragen te beantwoorden, maar de deken niet op dit aanbod is ingegaan en nooit aan V heeft laten weten waarom de door hem/haar verkregen informatie niet toereikend was. Verder is geen sprake van een schending van Gedragsregel 8. V heeft namens zijn/haar cliënt het (pleitbare) standpunt herhaald; dat mocht hij/zij op deze wijze doen, gelet op de vrijheid die hem/haar toekomt als advocaat van de wederpartij.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 240380

    Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een geschil over de beëindiging van het recht op bewoning van een appartement in een kasteel. De Raad van Discipline heeft de klacht, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ongegrond verklaard, omdat niet is gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt en evenmin is gebleken dat verweerder klagers belangen onnodig of onevenredig heeft geschaad. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen door de vereniging tijdens de verschillende zittingen naar voren is gebracht. Van belang is ook dat verweerder zelf niet bij de zittingen aanwezig was. Met betrekking tot het klachtonderdeel dat verweerder (..) door te dreigen met executie van het uitzettingsvonnis en klager aldus te dwingen tot ondertekening van een VSO met de inhoud waarvan klager uit vrije wil niet zou hebben ingestemd, is het hof van oordeel dat het niet verweerder is die druk van het klager bedreigen met uithuiszetting heeft uitgeoefend. Al om deze reden kan verweerder hiervoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Verder is het namens de vereniging gedane voorstel geen dreigement, maar een feitelijke mededeling naar aanleiding van de uitspraak van de kantonrechter waarin klager is veroordeeld het appartement binnen twee weken te ontruimen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 250446

    Het hof stelt vast dat de klacht ziet op het onderzoek van de deken in de klacht tegen mr. Van G. Klaagster is niet eens met de aanbiedingsbrief die de deken voor beoordeling van de klacht aan de Raad van Riscipline heeft gezonden. Een klacht tegen een -voormalig- deken is geen middel om de inhoud van de aanbiedingsbrief over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na onderzoek en betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klaagster heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. De klacht over mr. van G is inmiddels afgedaan door de Raad van Discipline. Binnen de kaders van die procedure kon klaagster naar voren brengen op welke punten het onderzoek van de deken onjuist of onvolledig was en heeft zij haar klacht nader kunnen toelichten. Dat zij van mening is dat er allerlei manco’s zijn in de tuchtprocedure maakt niet dat zij achteraf kan klagen over de inhoud van de aanbiedingsbrief van de deken. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de -voormalig- deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 240369

    Klacht over advocaat van de wederpartij ongegrond. Hoewel verweerster haar woorden over klager in een e-mail aan de advocaat van klager wellicht anders had kunnen kiezen, is het hof van oordeel dat verweerster met haar opmerking over de geestelijke toestand van klager de grenzen van de vrijheid die haar als advocaat van de wederpartij toekomt bij de behartiging van de belangen van haar cliënte niet heeft overschreden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verweerster steeds in overleg met en met instemming van haar cliënte heeft gehandeld. Daarnaast is het hof van oordeel dat de bewoordingen in de e-mail moeten worden bezien tegen de achtergrond van het tussen klager en zijn ex-echtgenote bestaande geschil over de beëindiging van hun relatie en de zorg voor de kinderen. Tegen die achtergrond zijn de door verweerster in de e-mail gekozen bewoordingen naar het oordeel van het hof niet onbetamelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) is gegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.

  • Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 250338H

    Herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk. Artikel 1.3 herzieningsprotocol niet van toepassing. Geen schending van fundamentele rechtsbeginselen in de procedure voorafgaand aan de beslissing waarbij het beklag van verzoeker tegen de beslissing van de deken ongegrond is verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 250236H

    Herzieningsverzoek van klager kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:265 Hof van Discipline 's Gravenhage 250196H

    Herzieningsverzoek stuit af op artikel 1.3 van het herzieningsprotocol. Verzoeker is geen advocaat aan wie een maatregel is opgelegd. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:266 Hof van Discipline 's Gravenhage 250299

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat. Daarbij hoort ook dat de deken in het algemeen niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door klager gewenste procedure te voeren. De door de (waarnemend) deken in de aanwijzingsbeslissing gestelde voorwaarde, inhoudende dat in eerste instantie enkel advies hoefde te worden uitgebracht over de juridische haalbaarheid van de zaak en dat verdere (proces)bijstand (alleen) hoefde te worden verleend als de aangewezen advocaat de zaak juridisch haalbaar zou achten, is naar het oordeel van het hof objectief gerechtvaardigd en niet in strijd met de wet.