Zoekresultaten 1-50 van de 47070 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:8
Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749988 / DW RK 24/177 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:42
Er is niet adequaat op e-mailberichten en een telefonisch contact gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-590/DB/OB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:44
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:75
De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-794/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:45
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster pas na twee maanden na indiening van het aanwijzingsverzoek een inhoudelijke reactie van het Ordebureau heeft ontvangen. Met klaagster is de raad van oordeel dat dit onzorgvuldig is. Echter, er is hier sprake geweest van een onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte menselijke fout, waarvoor excuses zijn aangeboden en vast staat dat alsnog een advocaat is aangewezen. In de zaak waarvoor klaagster rechtsbijstand wenste, is geen (fatale) termijn verlopen. Het feit dat ten gevolge van de onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte fout vertraging is ontstaan in de behandeling van het aanwijzingsverzoek is naar het oordeel van de raad niet zodanig ernstig dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook voor het overige niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773857 / DW RK 25/287 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:38
Klager beklaagt zich met name over de exploot- en betekeningskosten en het niet reageren om informatie en het niet reageren op zijn betalingsvoorstel. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-001
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:85
x
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:46 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-556/DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:46
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:39 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769714 / DW RK 25/171 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:39
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over het gelegde beslag op zijn voertuigen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:7
Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:40 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774851 / DW RK 25/320 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:40
Beslissing op verzet. Termijnoverschrijding verzet is verschoonbaar. Klager beklaagt zich over de hoogte van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:41
Klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht die ziet op het uitblijven van verzoeken van klager om een opgave van de openstaande vordering, gegrond jegens gerechtsdeurwaarder sub 2. Klacht voor het overige ongegrond. De inhoud van de e-mail van 14 mei 2024 vraagt niet persé om een reactie. Gerechtsdeurwaarder sub 2 wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:72 Raad van Discipline Amsterdam 26-056/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:72
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Dat verweerster volgens klaagster een te lage inschatting heeft gegeven van de strafmaat of over de toepassing van TBS rechtvaardigt niet de conclusie dat verweerster verwijtbaar heeft gehandeld. Het behoort tot de professionele autonomie van verweerster om de zaak naar eigen inzicht te behandelen en een – naar haar vakinhoudelijk oordeel – realistische inschatting te geven van de zaak. Niet gebleken is dat verweerster daarmee het geweldsmisdrijf heeft gebagatelliseerd of klaagsters zaak niet serieus heeft genomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 250151
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:99
Gegronde klacht tegen de eigen advocaat over een ontoereikende dienstverlening en communicatie in een artikel 12 Sv procedure. Bekrachtiging met verbetering van gronden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:66 Raad van Discipline Amsterdam 26-128/A/A 26-129/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Het stond verweerders vrij de opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat zij het dossier onvoldoende hebben bijgehouden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:73 Raad van Discipline Amsterdam 25-790/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:73
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Van het bewust onjuist informeren van de rechters is niet gebleken. Geen schending gedragsregel 8. Verder geldt dat het toezicht op de naleving van de Wwft bij de deken berust. Aan klager komt geen klachtrecht toe ter zake van de gestelde schending van die wet- en regelgeving.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:67 Raad van Discipline Amsterdam 25-804/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:67
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen ongegrond. Dat er een tijdsverloop van slechts 11 minuten zat tussen eerst de opzegging van de bemiddeling door de heer AK, en het hierna door verweerder zenden van de sommatiebrief aan klagers, wekt (inderdaad) sterk de indruk dat de heer AK al eerder met verweerder had gesproken. Dit kan zo zijn, maar dit maakt naar het oordeel van de raad niet dat verweerder om die reden een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er bestond voor verweerder geen reden waardoor het hem was verboden om de heer AK als advocaat bij te staan. De door klagers in dit verband aangehaalde mediationovereenkomst is niet overgelegd en het bestaan van deze overeenkomst wordt door verweerder met klem betwist, en klager 1 heeft ter zitting erkend dat deze er niet is, zodat van een schending van deze overeenkomst in ieder geval geen sprake kan zijn. Van het bestaan van een misverstand over de hoedanigheid waarin verweerder optrad, en het daarmee schenden van het bepaalde in gedragsregel 9, is evenmin sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 250315
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:94
Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71
Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:74 Raad van Discipline Amsterdam 25-783/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:74
Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het laten verstrijken van de termijnen voor het indienen van een conclusie van antwoord in twee procedures van klaagster. Verweerster was bovendien onbereikbaar voor klaagster en heeft noch de termijnen voor het indienen van de conclusies van antwoord en het feit dat deze termijnen waren verstreken, noch de door de rechtbank bepaalde data van mondelinge behandelingen, aan klaagster gecommuniceerd. De raad rekent verweerster dit alles zwaar aan, maar heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel wel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden in het leven van verweerster en het feit dat zij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is in aanmerking genomen dat verweerster zelf heeft ingezien dat zij niet langer als advocaat kon functioneren en haar verantwoordelijkheid heeft genomen door zich begin 2025 uit te schrijven als advocaat. Alles in aanmerking genomen is een berisping in dit geval passend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:68 Raad van Discipline Amsterdam 25-742/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:68
Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond voor wat betreft het verwijt dat verweerder onbevoegd en zonder toestemming of instructie van klager heeft gesproken met een journalist. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Hierin weegt de raad de -op zichzelf begrijpelijke- belangenafweging van verweerder mee waarin hij heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt te handelen en de schade te proberen te beperken. Daarnaast weegt de raad mee dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze vertrouwelijke informatie met de journalist zou hebben gedeeld, als ook dat verweerder verder geen tuchtrechtelijk verleden kent.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 250214
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:95
Klacht tegen eigen advocaat over dienstverlening en ontijdige onttrekking ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:75 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:75
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:69 Raad van Discipline Amsterdam 25-537/A/NH
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:69
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil is ongegrond. Door verweerder is gemotiveerd aangevoerd dat hij met het instellen van het hoger beroep slechts gebruik heeft gemaakt van de bestaande processuele mogelijkheden. Het instellen van hoger beroep was in het voordeel van zijn cliënt nu hiermee de door de rechtbank vastgestelde alimentatieverplichting kon worden uitgesteld. Daarbij zag het hoger beroep op meerdere onderdelen en bestonden er ook voor klaagster afdoende mogelijkheden om in de tussentijd een onderhoudsbijdrage aan te vragen. Er bestond gelet op het voorgaande een gerechtvaardigd belang voor de cliënt van verweerder om hoger beroep in te stellen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder is geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 250207
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:96
Verwijt aan advocaat van de wederpartij dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht gegrond verklaard met waarschuwing opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Verweerder heeft de onjuistheid gecorrigeerd (het ging om belaging en niet om mishandeling) en de vermelding had een functioneel karakter.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:63 Raad van Discipline Amsterdam 25-767/A/A 25-769/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:63
Raadsbeslissing; over en weer ingediende klachten met betrekking tot handelen van verweerders als oud-collega's in een geschil over beëindigingsafspraken en de financiële afwikkeling van een aansluitingsovereenkomst. Het gaat om een geschil van civielrechtelijke aard dat zo nodig ter beoordeling aan de civiele rechter dient te worden voorgelegd. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. De klachten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:76 Raad van Discipline Amsterdam 26-112/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:76
Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder als partijdig advocaat in opdracht van zijn cliënte de procedure starten zoals hij heeft gedaan. Dat sprake is van een schijnprocedure is niet vast te stellen. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een eigen belang.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:70 Raad van Discipline Amsterdam 26-104/A/DH
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:70
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht heeft net als de vorige klacht betrekking op hetzelfde feitencomplex: de door klager gewenste bijstand van verweerster. Niet gebleken is dat klager zijn verwijten niet eerder al in de vorige klachtprocedure naar voren had kunnen brengen. Gelet hierop staan de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht aan een inhoudelijke beoordeling van deze klacht in de weg.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:97 Hof van Discipline 's Gravenhage 250191
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:97
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn eigen advocaat in een familiekwestie over de kwaliteit van de geleverde bijstand. De raad van discipline heeft deze klacht ongegrond verklaard en nieuwe klachten buiten beschouwing gelaten. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:64 Raad van Discipline Amsterdam 26-113/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:64
Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Klacht is deels niet-ontvankelijk wegens te laat klagen, deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft, voor het overige kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter is niet vast te stellen dat verweerder nodeloos en niet doelmatig heeft geprocedeerd. Verweerder mocht afgaan op de door zijn cliënte verstrekte informatie zonder nader onderzoek. Geen (wets)regel verplichtte verweerder om aan de gemachtigde van klager de contactgegevens van zijn cliënte te verstrekken.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:9
De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:71 Raad van Discipline Amsterdam 26-095/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:71
Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een strafzaak. Niet gebleken is dat verweerder onvoldoende moeite of tijd in de zaak van klager heeft willen steken of anderszins tekortgeschoten is in zijn dienstverlening aan klager. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 250188
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:98
Wederzijds appel. Klager verwijt zijn advocaat dat hij de belangen van klager in meerdere opzichten niet correct heeft behartigd, waarmee hij alle kernwaarden van artikel 10a Advocatenwet heeft geschonden. De raad heeft één klachtonderdeel deels gegrond verklaard (met berisping), namelijk voor zover verweerder klager niet heeft geïnformeerd dat het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar was overschreden. Het hof vernietigt dit deel van de beslissing, omdat de raad bij de beoordeling buiten de klacht is getreden. Voor het overige volgt bekrachtiging, waarmee de klacht in alle onderdelen ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:65 Raad van Discipline Amsterdam 26-134/A/A
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:65
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerster feiten heeft gesteld waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat verweerster zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:21 Accountantskamer Zwolle 26/719 Wtra AK 26/720 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:21
Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welk handelen of nalaten ieder van de betrokkenen persoonlijk wordt verweten. Het is duidelijk dat klager een diepgaand geschil heeft met de middelbare school en meent dat hem en/of zijn dochter onrecht is aangedaan. Het is echter naar het oordeel van de voorzitter een brug te ver om accountants, die mogelijk zitting hebben in de Raad van Toezicht van de middelbare school, daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Hersteluitspraak van 3 april 2026 is niet gepubliceerd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:92 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 02-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:92
Afwijzing van verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klaagster heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd in een nieuwe (derde) klacht die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een klacht over een andere advocaat ter discussie te stellen. Klaagster kan de klacht over mr. V, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster naar voren brengen op welke punten de visie van verweerster (in haar hoedanigheid van deken) volgens klaagster niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Daarom zal de voorzitter de klacht over verweerster niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:74
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:68
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:93 Hof van Discipline 's Gravenhage 260072
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 02-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:93
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Een klacht tegen een deken is geen middel om de wijze waarop die deken - een nog lopend - onderzoek verricht naar een klacht over een advocaat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:62
Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3020
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:69
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en mogelijke behandeling/advisering verwezen naar de organisatie waar degz-psycholoog werkt. De gz-psycholoog werd regiebehandelaar. Klager is onderzocht en er is een onderzoeksverslag gemaakt (medeondertekend door de gz-psycholoog als supervisor). Klager verwijt de gz-psycholoog dat (1) er onwaarheden en beledigingen in het onderzoeksverslag staan, (2) niks is overgenomen van wat klager heeft gezegd, maar dat alleen is geluisterd naar medewerkers van de instelling, (3) geen rekening is gehouden met de situatie waarin klager zat (zoals ernstige jeuk, waarin klager niet serieus werd genomen) en (4) er diverse stoornissen in het onderzoeksverslag staan die er niet zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2662
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:63
Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de psychiater in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de psychiater zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de psychiater stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de psychiater naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Dat de onderzoeksresultaten door de psychiater niet meer met klager zijn besproken omdat klager dit weigerde, doet daar niet aan af. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3021
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:70
Klacht tegen een psychiater. Klager woonde in een woonvoorziening. Klager was daarnaast onder behandeling bij een instelling voor forensische en intensieve zorg en begeleiding De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij klager. In de periode dat de psychiater bij klager betrokken was is er een zorgmachtiging aangevraagd en verkregen. Klager verwijt de psychiater dat zij er bij haar handelen ten onrechte van uitging dat het gedrag van klager het gevolg is van de diagnoses die in de stukken worden genoemd. Dit is volgens klager niet terecht omdat zijn handelen wordt veroorzaakt door het onrecht dat hem door de woonvoorziening en instelling is aangedaan. Dit wordt ten onrechte terzijde geschoven en klager wordt ten onrechte beschouwd als een gevaar voor de maatschappij zodat ten onrechte een zorgmachtiging is aangevraagd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2868
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:64
Klager heeft zich in 2014 ziekgemeld bij zijn werkgever. Hij was op dat moment opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling. Klager heeft twee weken doorgebracht op de gesloten afdeling en daarna bijna vier maanden op de open afdeling. De bedrijfsarts was werkzaam bij de arbodienst van de werkgever en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. Klager verwijt hem dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, maar geen maatregel opgelegd. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2643
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:71
Gegronde klacht tegen een arts, destijds in opleiding tot specialist (aios chirurg heelkunde). De klacht gaat over de behandeling van klaagster aan haar galblaas. Zij is op 15 november 2022 door de arts geopereerd. Het betrof een kijkoperatie, waarbij de galblaas zou worden verwijderd. Daarbij heeft de arts, in plaats van de afvoergang van de galblaas, de centrale galgang en de rechter leverslagader doorgenomen hoewel meerdere leden van het operatieteam aangaven dat zij twijfelden of de CVS was bereikt. Toen de arts de indruk kreeg dat het niet goed ging, heeft hij zijn supervisor erbij gehaald. Deze heeft de galweg rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Twee dagen later is klaagster opnieuw geopereerd. Klaagster is niet volledig hersteld. Zij ondervindt nog steeds beperkingen in haar dagelijks leven en zal die naar verwachting ook blijven ondervinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2875
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:65
Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2791
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:72
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De arts was de behandelend arts van de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2975
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:66
Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2792
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:73
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie die werd ingesteld en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De specialist ouderengeneeskundige was op twee momenten betrokken bij de zorg aan de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 942
- Volgende pagina zoekresultaten