Zoekresultaten 1-50 van de 46643 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:48 Hof van Discipline 's Gravenhage 250337
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:48
Verzoek tot inschrijving als advocaat. Klager heeft in juli 2025 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van de Orde. De raad heeft primair besloten het verzoek tot inschrijving niet in behandeling te nemen omdat op een eerder verzoek van klager van juli 2024 nog niet onherroepelijk is beslist. Subsidiair heeft de raad geweigerd het verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen op grond van artikel 4 lid 1b Advocatenwet (hierna: Advw). Op grond van artikel 2 lid 9 Advw wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van de inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. Omdat de beslissing van de raad op het eerdere verzoek van klager van juli 2024 op het moment van indienen van het verzoek in juli 2025 nog niet onherroepelijk was geworden, heeft de raad het verzoek van juli 2025 buiten behandeling gelaten. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving op grond van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw, echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1onder b Advw.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-18
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:4
Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Vormerkung. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Wegens risico van benadeling van schuldeisers stelt de notaris nadere eisen aan taxatierapporten, waarna de eerder overeengekomen koopprijs van een pand wordt verhoogd. Nadat in kort geding vervolgens afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. vervallen van Vormerkung en negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht verder ongegrond. I.v.m. het grote verschil in getaxeerde waarden heeft de notaris juist zorgvuldig gehandeld door aanvullende vragen te stellen over de reële waarde van het pand. Niet gebleken dat na het kort geding andere afspraken zijn gemaakt dan in het proces-verbaal van die zitting zijn vastgelegd: de notaris heeft deze op de juiste wijze uitgevoerd. Wijze van declareren is gezien omvang en complexiteit van de werkzaamheden niet buitensporig en/of onbehoorlijk. Van een notaris kan niet worden verlangd dat deze tijdens de looptijd van een dossier regelmatig onderzoek doet in de openbare registers als daarvoor geen aanleiding is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:49 Hof van Discipline 's Gravenhage 240221
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:49
Verzoek tot inschrijving als advocaat. Klager heeft in juli 2024 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van Orde Rotterdam. De raad heeft primair besloten op grond van artikel 2 lid 9 Advocatenwet (hierna: Advw) het verzoek buiten behandeling te laten, omdat het nieuwe verzoek is ingediend binnen een jaar nadat zijn eerdere verzoek om inschrijving definitief is geworden. Subsidiair heeft de raad geweigerd het verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw. Op grond van artikel 2 lid 9 Advw wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van het verzoek tot inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. Omdat het verzoek van klager (van juli 2024) binnen een jaar na de beslissing van de raad (van november 2023) op het eerdere verzoek van klager van april 2023 is ingediend, heeft de raad het verzoek van juli 2024 buiten behandeling gelaten. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving binnen de termijn van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw , echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:50 Hof van Discipline 's Gravenhage 240203H
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:50
Herzieningsverzoek. Verzoeker heeft op 28 april 2023 bij de Raad van de Orde in het arrondissement Rotterdam (hierna: de raad) een verzoek ingediend tot inschrijving op het tableau als advocaat zoals bedoeld in artikel 2 Advocatenwet. De raad heeft in de beslissing van 16 november 2023 geweigerd om het verzoek tot inschrijving met toepassing van artikel 4 lid 1 sub b Advocatenwet in behandeling te nemen. Verzoeker heeft bij het Hof van Discipline (verder: het hof) een beklag ingediend als bedoeld in artikel 5 Advocatenwet. Het hof heeft in zijn beslissing van 1 juli 2024 (ECLI:NL:TAHVD:2024:190) het beklag van verzoeker tegen de beslissing van 16 november 2023 ongegrond verklaard. Het hof wijst het herzieningsverzoek af. De door verzoeker genoemde gronden kunnen niet tot het oordeel leiden dat sprake is van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:46 Hof van Discipline 's Gravenhage 250074D 250075
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:46
Klacht advocaat tegen advocaat wederpartij. In deze zaak staat de vraag centraal of bij het laten betekenen van een dagvaarding gelijktijdig een afschrift aan de advocaat van de wederpartij moet worden gestuurd. Gebleken is dat de raden van discipline daarover tot heden uiteenlopend hebben geoordeeld. Het hof is van oordeel dat de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet meebrengt dat een advocaat, in procedures die met een dagvaarding worden ingeleid, gehouden is om een afschrift van de dagvaarding toe te sturen aan de advocaat van de wederpartij, tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder. Advocaten dienen in het belang van de rechtzoekenden en van de advocatuur in het algemeen te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen (zie gedragsregel 24). Naar het oordeel van het hof brengt dat belang mee dat een advocaat de advocaat van de wederpartij tijdig een afschrift stuurt van de te laten betekenen dagvaarding. Zo wordt voorkomen dat de advocaat die namens zijn cliënt een dagvaarding laat uitbrengen een gedaagde partij bij een geschil overrompelt zonder bijstand van diens eigen advocaat. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat een dagvaarding niet aan de beoogde partij ter hand wordt gesteld maar door de deurwaarder in de brievenbus wordt achtergelaten waardoor de kans bestaat dat de beoogde partij hiervan niet (tijdig) kennisneemt. Ook die praktijk onderstreept het belang dat de advocaat van de eisende partij de advocaat van de gedaagde partij tijdig informeert over de te laten betekenen dagvaarding door het toesturen ervan aan die advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:47 Hof van Discipline 's Gravenhage 250007 250008 250009 250010
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:47
Klager heeft klachten ingediend over de advocaat van de wederpartij die in een civiele kwestie de ex-partner van klager bijstond. De klachten van klager komen erop neer dat verweerder onjuiste, onvolledige en leugenachtige mededelingen over klager heeft gedaan, dat verweerder klager ten onrechte heeft verboden hem via e-mail te benaderen in plaats van via zijn advocaten en heeft gedreigd met aangifte als klager daarmee door zou gaan en dat verweerder ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat klager zaken zou afstemmen met de rechtbank waardoor een uitstelverzoek van verweerder zou zijn afgewezen. De raad heeft de klachten grotendeels gegrond verklaard. Daarvoor is aan verweerder een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing opgelegd. Verweerder is het daar niet mee eens en is in hoger beroep gekomen. Het hoger beroep slaagt in zoverre dat het hof de in eerste instantie opgelegde maatregel heeft aangepast: schorsing 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk. Schending kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-41
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:3
Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Nadat in kort geding afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht m.b.t. onjuiste verdeling van de verkoopopbrengst ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:23 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/8
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:23
Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij de hond van klaagster op een lakse wijze heeft behandeld en daardoor het leven van de hond in gevaar heeft gebracht. Het college is er niet van overtuigd geraakt dat de dierenarts veterinair is tekortgeschoten wat betreft het door haar bij de hond verrichte onderzoek en de door haar ingezette behandeling van de hond. Klacht ongegrond, ook wat betreft het verwijt dat de dierenarts klaagster onhebbelijk zou hebben bejegend. [Klacht ongegrond]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:24 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/33
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:24
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten de vaccinatie van dieren tegen Q-koorts in strijd met de geldende voorschriften te hebben uitgevoerd en van de vaccinatie een incorrecte en onvolledige administratie te hebben bijgehouden. De klachtambtenaar heeft als op te leggen maatregel verzocht de dierenarts een onvoorwaardelijke boete van € 5.000 op te leggen. Het college acht zowel het klachtonderdeel over het niet binnen twaalf maanden vaccineren door de dierenarts van de geiten en schapen op het bedrijf van de dierhouder als het klachtonderdeel over het bijhouden van een incorrecte en onvolledige administratie door de dierenarts van deze dieren gegrond. Volgt een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 en een voorwaardelijke geldboete van € 500 met een proeftijd van twee jaar. [Klacht gegrond met geldboete]
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449857 / KL RK 25-52
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:1
Klacht deels gegrond. De oud-notaris heeft niet vastgelegd welke onderzoekshandelingen zij in haar dossiers heeft verricht, om vast te stellen of zij haar ministerie al dan niet moest weigeren. De kamer neemt dit haar kwalijk en stelt dat de dossiervoering van de notaris onvoldoende was en in strijd met de notariële zorgplicht. Nu de oud-notaris is gedefungeerd per 1 januari 2025, zij gedurende haar volledige loopbaan nooit in aanraking is gekomen met het tuchtrecht en niet door één van haar cliënten in de onderzochte dossiers is geklaagd noch door één van hen enige onvrede is geuit over de handelwijze van de oud-notaris in de dossiers legt de kamer geen maatregel aan haar op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 260023
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:44
Het hof verwijst een klacht tegen de deken niet. De klacht ziet op een administratieve omissie die door de deken, nadat hij daarmee bekend is geworden, terstond is hersteld. Daarmee is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een bagatelklacht. Door het handhaven van deze klacht, gebruikt klager het klachtrecht tegen de deken voor een ander doel (ventileren van persoonlijk ongenoegen) dan waarvoor het is bedoeld (waarborging van de kwaliteit van de beroepsgroep). De voorzitter zal de klacht daarom niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:25 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/15
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:25
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten antibiotica in de vorm van ‘droogzetters’ aan een rundveehouder te hebben afgeleverd, ondanks dat hij had moeten en kunnen weten dat de rundveehouder zijn dieren niet alleen curatief maar ook preventief daarmee droogzette, zodat niet aan de voor het afleveren en inzetten van antibiotica geldende voorwaarden was voldaan. De klachtambtenaar heeft als op te leggen maatregel verzocht de dierenarts voorwaardelijk te schorsen voor de duur van drie maanden. Voor het college is onvoldoende gedocumenteerd gebleken en daardoor niet behoorlijk vast te stellen of de dierenarts kan worden verweten dat hij in 2022 is tekortgeschoten in de op hem rustende plicht om het gebruik van droogzet-injectoren door de rundveehouder te evalueren, zodanig dat dit tot tuchtrechtelijke consequenties zou moeten leiden met betrekking tot de aantallen droogzet-injectoren die er gedurende dat jaar aan de veehouder zijn afgeleverd. [Klacht ongegrond].
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:45 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:45
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2946 Voorzittersbeslissing
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:35
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat niet duidelijk is geworden wie de aangeklaagde persoon is en of de persoon waarover geklaagd wordt BIG-geregistreerd is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het klaagschrift en voldoende informatie bevat om de gegevens van de GZ-psycholoog op te vragen. De zaak is terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8262
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:34
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, die als medisch adviseur op verzoek van de verzekeraar van de wederpartij van klaagster een medisch advies heeft uitgebracht. Zowel inhoudelijk als voor wat betreft de wijze van totstandkoming voldoet het advies aan de daarvoor geldende eisen. Contact met klaagster was niet nodig, inzage- en blokkeringsrecht zijn niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8413
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:28
Kennelijk ongegronde klacht tegen anesthesioloog. Anesthesiemedewerker verwijt de anesthesioloog – onder meer - emotionele mishandeling, machtsmisbruik en ongewenste aanrakingen. Privérelatie. Niet-ontvankelijkheidsverweer. Rechtstreeks belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Opleidingstraject. Hiërarchische en/of functionele ongelijkwaardigheid. Door de aard en mate waarin privécontact plaatsvindt, kan de kwaliteit van de gezondheidszorg in gevaar komen. Klaagster is ontvankelijk. Klacht is kennelijk ongegrond. De verweten gedragingen kunnen niet worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8184
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:35
Arts in opleiding tot verzekeringsarts (AIOS) heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitgevoerd in het kader van de WIA en daarvan een rapportage opgemaakt. Haar praktijkbegeleider was bij het onderzoek aanwezig en haar mentor heeft het rapport medeondertekend. Klaagster beklaagt zich over de inhoud van het rapport. Hoewel de woordkeuze op onderdelen anders en neutraler had gekund, is de arts niet buiten haar bevoegdheid getreden. Dat het rapport niet alles benoemt wat klaagster heeft gezegd, maakt het rapport niet onjuist of onvolledig. Dat klaagster het met bepaalde informatie niet eens is, maak deze informatie ook niet onjuist. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klaagster bepaalde passages in het rapport als onaangenaam en zelfs kwetsend heeft ervaren, heeft de arts met haar woordkeuze geen tuchtrechtelijke grenzen overschreden en is van een onheuse bejegening van klaagster door de arts geen sprake. De - neutrale en objectieve - constatering in het rapport dat nog behandeling mogelijk is, is niet tegenstrijdig met de formulering ‘medisch niet kansrijk’ in een ander rapport. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2941
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:30
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager is vanaf juli 2019 tot medio januari 2020 onvrijwillig opgenomen geweest in een verpleeghuis, op een gesloten afdeling voor mensen met dementie in een verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde was betrokken in haar rol van BOPZ-arts. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde onder meer dat het te lang duurde voordat hij een second opinion kreeg en dat zij hem veel eerder uit het verpleeghuis had moeten ontslaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8360
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:29
Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerster onbekwaam en onbevoegd een oog-laserbehandeling te hebben uitgevoerd. Volgens klager heeft verweerster zijn linkeroog blind gemaakt en klager in de val gelokt. Ook zou verweerster zich niet professioneel maar theatraal hebben gedragen. Verweerster heeft het college verzocht om klager (kennelijk) niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de klacht (kennelijk) ongegrond af te wijzen. College: kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8271
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:36
Arts in opleiding tot verzekeringsarts (AIOS) heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitgevoerd in het kader van de WIA en daarvan een rapportage opgemaakt. Klaagster is het niet eens met het rapport en klaagt daarover niet alleen tegen de arts, maar ook tegen de verzekeringsgeneeskundige, die zij als medeondertekenaar van het rapport eindverantwoordelijk houdt. Met enkele kanttekeningen bij de beoordeling door de verzekeringsarts van het rapport in het kader van de begeleiding, acht het college de klacht tegen de verzekeringsarts ongegrond, omdat het rapport uiteindelijk de toets der kritiek kan doorstaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2740
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:31
Klacht tegen een arts, in hoedanigheid van medisch adviseur. De arts is gepensioneerd internist. Hij heeft in opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster een medisch advies uitgebracht over de haalbaarheid van een aansprakelijkstelling van een neurochirurg, die bij klaagster een operatie aan de nek/hals had uitgevoerd vanwege een vernauwing van een nekwervel. Klaagster had na deze operatie een algehele verlamming van de ledematen opgelopen. Klaagster heeft vier klachten geuit over de medisch adviseur. Een van de klachten luidt dat de medisch adviseur in strijd met de GBL heeft gehandeld door als niet praktiserend internist een oordeel te geven over het handelen van de neurochirurg die de operatie bij klaagster heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, omdat klaagster niet voor alle klachtonderdelen beroepsgronden formuleert. Het beroep ten aanzien van de totstandkoming van het medisch advies verklaart het Centraal Tuchtcollege gegrond. Het medisch advies is niet zorgvuldig tot stand gekomen. Aan de arts wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8283
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:30
Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerder dat hij opzettelijk een valse en angstaanjagende diagnose glaucoom heeft gesteld. Later besprak verweerder deze diagnose niet meer met klager en vormde deze diagnose een aanzet voor de uitvoering van een plan om klager blind te laten worden zodat een curator het vermogen van klager kon plunderen, aldus klager. Verweerder heeft volgens klager ook een diagnose gemist en geen contact opgenomen met een oogarts in een oogkliniek. Verweerder heeft het college verzocht om de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren. College: kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2752
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:32
Klacht tegen een chirurg, over een besnijdenis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. De chirurg heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat het in eerste aanleg gegrond verklaarde klachtonderdeel in beroep alsnog ongegrond wordt verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van de arts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2757
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:26
.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7756
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:31
Klager dient via zijn partner een klacht in tegen een arts werkzaam onder supervisie van een bedrijfsarts over diens homofobe bejegening en handelwijze tijdens het ziekteverzuim. Klacht ongegrond. Uit niets blijkt van een homofobe bejegening en door de taalbarrière kon verweerder klager niet volledig beoordelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:33
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2811
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:27
.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8139
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:32
Klacht tegen bedrijfsarts over de 26-weken rapportage waarin deze onjuist vermeldt dat een (telefonisch) consult heeft plaatsgevonden en, zonder informatie over een operatie die heeft plaatsgevonden, rapporteert dat herstel binnen 26 weken niet mogelijk is. Het college overweegt dat de 26-weken-verklaring voor de werknemer een zwaarwegend document is, nu deze in een UWV-procedure over beëindiging van het dienstverband betekenis kan hebben. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld door niet te vermelden dat het consult niet heeft plaatsgevonden en door niet naar de actuele situatie na de operatie te informeren, waarmee zijn advies onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar is. Volgt de maatregel van berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:34
Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:28
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts verwijten over zijn dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7712
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33
Klager dient een tuchtklacht in tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts die hem begeleidde tijdens zijn ziekte en re-integratie. Hij klaagt over het verlenen van onvoldoende zorg, het geven van onjuiste en tegenstrijdige adviezen, het negeren van het advies van de psycholoog en het niet te vermelden dat zij bedrijfsarts in opleiding is. Klacht gedeeltelijk gegrond. Er is sprake van onvoldoende duidelijke dossiervoering voor wat betreft urenopbouw en reisbeperkingen Verweerster is onvoldoende transparant over het feit dat zij arts in opleiding is en onder supervisie werkte, en haar dossiervoering en adviezen over re-integratie en reisbeperkingen zijn onvoldoende duidelijk. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2869
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:29
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. De werkgever van klager wisselde anderhalve maand na zijn ziekmelding van arbodienst. De bedrijfsarts is als stafarts werkzaam bij de nieuwe arbodienst en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. De begeleiding van klager werd uitgevoerd door twee verschillende inzetbaarheidsdeskundigen die onder taakdelegatie van de bedrijfsarts werkten. Het contact met de werkgever verliep ook via deze inzetbaarheidsdeskundigen. De bedrijfsarts heeft zelf geen contact gehad met klager en de werkgever. Klager verwijt de bedrijfsarts - in meerdere klachtonderdelen - dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij zijn verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Door de operationele begeleiding van de klager volledig over te laten aan de inzetbaarheidsdeskundigen en zelf op afstand te blijven terwijl er sprake was van een kwetsbare medewerker en een werkgever die de adviezen die hij kreeg via de inzetbaarheidsdeskundigen niet opvolgde, is de bedrijfsarts ernstig tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-660/AL/MN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:45
Klaagster heeft zich erover beklaagd dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten jegens haar in haar functie van politieambtenaar in bijzijn van derden en daarmee haar integriteit heeft aangetast tijdens een confrontatie in het cellenblok van een rechtbank. De raad heeft begrip voor enige boosheid en frustratie van de kant van verweerder omdat naar zijn idee de met klaagster gemaakte afspraken door haar niet waren nagekomen maar de manier waarop hij daarna klaagster in het cellenblok van de rechtbank heeft bejegend kan niet als functionele boosheid worden gezien. Naar het oordeel van de raad gaat het te ver en is het een advocaat onwaardig om in je woede, zoals verweerder die had, de betrouwbaarheid van een politieambtenaar in twijfel te trekken. Daarbij staat ook vast, zoals bevestigd door de collega, dat verweerder klaagster ook persoonlijk heeft aangevallen met volstrekt onbetamelijke uitlatingen en dat dit is gebeurd in bijzijn van derden. De raad rekent het verweerder aan dat hij na dit incident niets heeft gedaan om het met klaagster uit te praten. Van welgemeende excuses is de raad niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 260007
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 10-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:43
Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit hetgeen klaagster (summier) heeft aangevoerd, lijkt de onvrede van klaagster verband te houden met het verloop van de behandeling van haar klacht over mr. P door de raad van discipline. Daarvoor kan verweerster niet verantwoordelijk worden gehouden omdat verweerster geen deel uitmaakt van de raad van discipline. Nu klaagster haar klacht over verweerster verder niet heeft toegelicht – waardoor het voor verweerster niet duidelijk is waartegen zij zich moet verweren – zal de voorzitter de klacht van klaagster niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-837/DB/LI
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 10-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:21
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De klacht dat niet altijd urenspecificaties zijn verzonden mist feitelijke grondslag. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-328/AL/NN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:42
De raad heeft geoordeeld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager, haar cliënt, niet te laten weten welke stukken aan het hof zijn gestuurd. De raad acht hierbij van belang dat dit nalaten door verweerster van beperkte ernst is, mede gelet op de omstandigheid dat zij in deze zaak voor het overige goed met klager heeft gecommuniceerd en hem toereikend heeft geïnformeerd. Verder houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij op dit punt onvolledig is geweest. Gelet op het voorgaande zal worden volstaan met de gegrondverklaring van dit klachtonderdeel en zal geen maatregel worden opgelegd
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-19
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:1
Klaagster en haar ex-echtgenoot zijn gescheiden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de voormalige echtelijke woning. In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de woning aan de ex-echtgenoot moet worden geleverd. De notaris heeft de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning is geleverd aan de ex-echtgenoot. Klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van die akte. Dat klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Bij het tweede klachtonderdeel (over een fout in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot) heeft klaagster geen redelijk belang. Dat klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-386/AL/NN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:43
Klaagster beklaagt haar eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder op zorgvuldige en tijdige wijze zijn opdracht voor klaagster neergelegd. Ten aanzien van de niet tijdige melding door verweerder van de scheiding van klaagster aan de pensioenfondsen is de raad van oordeel dat verweerder daarin in de door hem geschetste omstandigheden heeft gedaan wat hij kon. Klaagster heeft ook geen schade geleden. Ook verder heeft verweerder zorgvuldig gehandeld en de belangen van klaagster naar behoren behartigd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-32
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:2
Klagers hebben een geschil met hun buren over de inhoud en omvang van een erfdienstbaarheid van weg. Klagers verwijten de notaris dat hij een situatietekening heeft opgemaakt, waarop hij heeft aangegeven wat de omvang van de erfdienstbaarheid volgens de buren zou moeten zijn. Volgens klagers heeft die situatietekening de uitstraling van een notarieel document dat de juiste inhoud van de bestaande erfdienstbaarheid van weg weergeeft, terwijl die weergave onjuist is.De klacht is gegrond verklaard. Door de situatietekening - die niet overeenkomt met de juridische werkelijkheid - van een onduidelijke verklaring, zijn handtekening en ambtsstempel te voorzien, heeft de notaris de tekening een zekere schijn van legitimiteit gegeven. Gelet op de waarde die aan documenten van een notaris wordt gehecht, mag van een notaris worden verwacht dat hij bedacht is op een mogelijk ongeoorloofd gebruik dat daarvan zou kunnen worden gemaakt. De notaris had moeten voorzien dat de buren van de situatietekening misbruik zouden kunnen maken. Dat risico heeft zich ook verwezenlijkt. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-471/AL/NN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:44
Verweerder heeft een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ingediend in twee procedures waarin klaagster geen partij was. De raad heeft geoordeeld dat verweerder hiermee de belangen van klaagster heeft geschonden en daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op de ernst van dit verwijt is in beginsel de oplegging van een berisping gerechtvaardigd. In het voordeel van verweerder houdt de raad er echter ook rekening mee dat verweerder, hoewel te laat, het stuk wel heeft ingetrokken. Ook heeft verweerder - kort na het indienen van het rapport en op de zitting van de raad - erkend dat hij anders had moeten handelen en heeft hij zijn excuses aan klaagster aanboden. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 240314
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:41
De zaak betreft een verzoek ex artikel 60ab Advocatenwet. De Raad van Discipline heeft verweerder met onmiddellijke ingang geschorst omdat een ernstig vermoeden bestaat van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig geschaad is of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. Verweerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-346/AL/GLD
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:39
Naar het oordeel van de raad is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en heeft klager tijdig geklaagd over het optreden van verweerder. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden deskundigheid, vertrouwelijkheid en (financiële) integriteit geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar. Verweerder heeft meerdere keren nagelaten om in alle openheid te vertellen dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Hij had dat in 2019 moeten doen, waartoe hij door de cassatieadvocaat ook geadviseerd was en ook op het moment dat klager bij hem op de lijn kwam omdat hij niet bekend was met het arrest van het hof dat volgde op zijn beroepsfout. Hij heeft niet alleen nagelaten zijn client deugdelijk te adviseren maar heeft zijn fout actief toegedekt door daarover verhullend te communiceren. Van verweerder mag bovendien bij de afhandeling van zijn aansprakelijkstelling door zijn verzekeraar de nodige regie worden verwacht. Ook daarin neemt verweerder een afwachtende houding aan. Alhoewel zijn gemachtigde tijdens de zitting excuses voor de gang van zaken heeft aangeboden, heeft verweerder zelf geen oprecht inzicht in het verwijtbare van zijn handelen getoond. Dat is zorgelijk. Daarnaast heeft verweerder zich niet gehouden aan de bepalingen van de AVG en de relatie met klager financieel niet netjes afgewikkeld. De raad legt aan verweerder een deels voorwaardelijke (2 weken) en deels onvoorwaardelijke (2 weken) schorsing in de praktijkuitoefening op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:42 Hof van Discipline 's Gravenhage 250123
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:42
Dekenbezwaar over het handelen van verweerder. De deken verwijt verweerder dat hij in een poging om te bemiddelen voor een verdachte, die werd bijgestaan door een andere advocaat, contact heeft opgenomen met de advocaat van het slachtoffer (tevens getuige) zonder de behandelend advocaat van de verdachte in te lichten en dat hij ongeoorloofde druk op het slachtoffer heeft uitgeoefend om de verklaring die zij als getuige heeft afgelegd in te trekken. De raad heeft geoordeeld dat verweerder geen contact heeft opgenomen met de behandelend advocaat van de verdachte voordat hij gehoor gaf aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van het slachtoffer en daarmee niet heeft gehandeld zoal het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad heeft het overige dekenbezwaar ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het betreft een hoger beroep van de deken tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder in een lopende zedenzaak gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van een van de getuigen, die tevens slachtoffer was. Verweerder heeft met het telefoongesprek willen bereiken dat de getuige, tevens slachtoffer, in een zedenzaak haar belastende verklaring in zou trekken onder de mededeling dat de verdachte een sterke zaak zou hebben en dat er door de verdachte nare dingen over de getuige/slachtoffer op de strafzitting in de openbaarheid zouden worden gebracht als haar verklaring niet zou worden ingetrokken. Verweerder heeft op verzoek van de verdachte op intimiderende wijze de druk op getuige/slachtoffer opgevoerd en de uitkomst van de strafzaak van de verdachte willen beïnvloeden. Het betrof bovendien een zedenzaak, waarin zowel de verdachte als de getuige/slachtoffer bekende Nederlanders zijn en die veel media aandacht trok. Het lag dan ook voor de hand dat de negatieve verklaringen van de verdachte zouden zien op intieme zaken waarvan brede openbaring extra pijnlijk zou zijn. Het benaderen van een getuige in een zedenzaak zoals verweerder heeft gedaan om deze onder druk te zetten en zo te ontmoedigen te verklaren is voor een advocaat volstrekt ontoelaatbaar. Met in achtneming van het door de raad gegrond verklaarde bezwaar van de deken en het in hoger beroep alsnog gegrond verklaarde bezwaar acht het hof een maatregel van een schorsing van 4 (vier) weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:40 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-839/AL/GLD
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:40
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk (wegens misbruik van klachtrecht) en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:41 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:41
Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerster voor klager als advocaat is opgetreden. Een advocaat-stagiaire heeft alle contacten met klager gehad en werkzaamheden verricht onder het patronaat van verweerster. Dat op de toevoegingsaanvraag de naam van verweerster stond was omdat de advocaat-stagiaire daartoe toen nog niet bevoegd was. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:5 Accountantskamer Zwolle 24/3458 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:5
Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 250136D
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:40
Het betreft een dekenbezwaar na een eerdere schorsing van verweerder ex artikel 60ab Advocatenwet. De deken verwijt verweerder dat hij niet voldoet aan de kernwaarde deskundigheid en daarnaast niet meewerkt aan (tuchtrechtelijk) onderzoek en de toezichthoudende taak van de deken structureel ondermijnt. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof oordeelt dat de door verweerder aangevoerde beroepsgronden niet slagen en dat de oplegging van de maatregel tot schrapping van het tableau in stand blijft.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:27 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-21, 25-22 en 25-32
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:27
De klacht ziet op het handelen en/of nalaten van notaris [B] in verband met het opstellen van de volmacht van moeder in 2010 en op het handelen en/of nalaten van de notarissen in verband met het testament en volmacht van moeder in 2024. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van deze klacht overweegt de kamer dat zij klager niet aanmerkt als vertegenwoordiger van moeder. Klager heeft nagelaten om moeder in te lichten over deze klachtenprocedure, haar mee te brengen naar de zitting of om een volmacht te overleggen waarbij klager wordt gemachtigd namens haar te klagen. Vast staat dat moeder nog in leven is. Van een eigen belang van klager is niet gebleken. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De kamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 250169
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:36
Klager komt in beroep van een verzetsbeslissing van de raad waarbij het verzet weliswaar gegrond is verklaard maar de klacht van klager (alsnog) niet-ontvankelijk is verklaard omdat de klacht te laat is ingediend. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 240277
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:37
Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van zijn ex-echtgenote met wie hij in een echtscheidings- en verdelingsprocedure is verwikkeld. Volgens klager heeft verweerster in haar processtukken ernstige beschuldigingen over klager geuit die lasterlijk en onnodig grievend zijn. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat verweerster in haar processtukken stevig stelling heeft genomen. De uitlatingen zijn echter, bezien in de context waarin die gedaan zijn, niet dermate kwetsend of onnodig grievend dat verweerster daarmee tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het hof bekrachtigt daarom de beslissing van de raad.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 933
- Volgende pagina zoekresultaten