ECLI:NL:TGZCTG:2026:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3137

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:184
Datum uitspraak: 23-09-2026
Datum publicatie: 28-09-2026
Zaaknummer(s): C2026/3137
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3137 van:


A.,
wonende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,

tegen

C.,
werkzaam te B.,
verweerder in beide instanties, 
hierna: de arts,
gemachtigde: mr. C.J. van den Ham, werkzaam te Utrecht.
 

1.    Kern van de zaak

1.1    Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen.

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. 

2.    Verloop van de procedure

2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam van 6 januari 2026 met nummer met zaaknummer A2025/8661 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:4). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het beroepschrift, e-mails van klager, het verweerschrift en aanvullende stukken van klager.

2.3    De zaak is op de zitting van 2 september 2026 behandeld. Klager was via beeldverbinding aanwezig. De arts en zijn gemachtigde waren in de zittingszaal aanwezig.

Klager heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling spreekaantekeningen overgelegd. Deze spreekaantekeningen zijn aan de arts toegezonden en aan het dossier toegevoegd. 

3.    Feiten

3.1    Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.

3.2    Klager heeft bij de gemeente waar hij woont een GPK aangevraagd. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de gemeente aan D. gevraagd een sociaal-medisch advies op te stellen. De arts is werkzaam voor D. en verricht voor haar sociaal-medische onderzoeken.

3.3    Op 29 januari 2025 is klager op het spreekuur van de arts geweest. De arts heeft bij klager een anamnese afgenomen en heeft een bewegingsonderzoek gedaan. Aan het eind van het spreekuur heeft klager een toestemmingsverklaring ondertekend voor het opvragen van medische informatie. De arts heeft nadere informatie opgevraagd bij de huisarts en de psychiater van klager.

3.4    Op 21 februari 2025, na ontvangst van de informatie van de huisarts van klager, heeft de arts zijn concept medisch advies opgesteld. Over het bewegingsonderzoek heeft de arts in het advies geschreven:

“Na enkele passen stopt client en meldt hij op diverse plaatsen pijn te ervaren. Na de afspraak wandelt hij alleen, zonder merkbaar ongemak, de gang richting de lifthal uit.”

Over de anamnese heeft de arts het volgende opgenomen:

“Er zijn geen medisch objectiveerbare aandoeningen geconstateerd waarop client het recht zou hebben op een vergunning. Client meent recht te hebben op een parkeerkaart. Iedere vraag wordt beantwoord met een uiteenzetting over procedures.”


3.5    In de conclusie heeft de arts geadviseerd om geen GPK aan klager toe te kennen. Klager heeft het rapport geblokkeerd, waardoor het niet aan de gemeente is toegezonden.
    
4.    Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over
4.1    Klager verweet de arts bij het Regionaal Tuchtcollege dat hij
a) geen of onvoldoende medische stukken heeft opgevraagd;
b) geweigerd heeft om medische stukken aan klager toe te zenden;
c) feitelijke onjuistheden in het adviesrapport heeft opgenomen;
d) een inhoudelijk onjuist adviesrapport heeft geschreven;
e) ten onrechte de hardheidsclausule niet heeft toegepast.
Volgens klager heeft de arts onzorgvuldig en niet integer gehandeld.

4.2    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep heeft tot doel dat de het Centraal Tuchtcollege de klacht in volle omvang beoordeelt, de klacht alsnog gegrond verklaart en aan de arts een maatregel oplegt.

4.3    De arts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep te verwerpen.

Inhoudelijke beoordeling
4.4    Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘4. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Daarmee sluit het Centraal Tuchtcollege aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. 

Conclusie
4.5    Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep van klager moet worden verworpen.

5.    Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter, 
R. Prakke-Nieuwenhuizen en H.K.N. Vos, leden-juristen, en D. Coppoolse en J. Hermans,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. van Esveld, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2026.
Voorzitter  w.g.         Secretaris  w.g.