ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-09-2026 |
| Datum publicatie: | 28-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2026/3136 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3136 van:
A.,
wonende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C.,
werkzaam te B.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de arts,
gemachtigde: mr. C.J. van den Ham, werkzaam te Utrecht.
1. Kern van de zaak
1.1 Klager is door de arts telefonisch gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Armsterdam van 6 januari 2026 met nummer A2025/8420 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:3). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het beroepschrift, het verweerschrift en de aanvullende stukken van klager.
2.3 De zaak is op de zitting van 2 september 2026 behandeld. Klager was via beeldverbinding aanwezig. De arts en zijn gemachtigde waren in de zittingszaal aanwezig.
Klager heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling spreekaantekeningen overgelegd. Deze spreekaantekeningen zijn aan de arts toegezonden en aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.
3.2 Klager heeft bij de gemeente waar hij woont een aanvraag ingediend voor een GPK voor een bestuurder. In verband met deze aanvraag heeft de gemeente aan D., de organisatie waarvoor de arts werkzaam is, verzocht een sociaal-medisch advies op te stellen. D. heeft klager ingepland voor een telefonische keuring bij de arts.
3.3 Het telefonische spreekuur met de arts vond plaats op 30 december 2024. Op basis van de anamnese en het aanwezige dossier heeft de arts geoordeeld dat er bij klager sprake was van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK. De arts heeft deze conclusie tijdens het spreekuur met klager besproken. Vervolgens heeft de arts het sociaal-medisch advies direct aan de gemeente laten sturen.
3.4 Op 9 januari 2025 heeft D. aan klager een brief gestuurd met de mededeling dat het sociaal-medisch advies van de arts is ingetrokken. Hierover is het volgende toegelicht: “Het consult is telefonisch afgenomen, omdat u aangaf bedlegerig te zijn. Uit de door u aangeleverde medische informatie is echter niet gebleken dat u (permanent) bedlegerig bent. Daarom is onze conclusie dat uw consult op locatie had moeten plaatsvinden.”
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klager verweet de arts bij het Regionaal Tuchtcollege dat zij a) hem niet
de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht
en b) geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies.
4.2 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep heeft tot doel dat de het Centraal Tuchtcollege de klacht in volle omvang beoordeelt, de klacht alsnog gegrond verklaart en aan de arts een maatregel oplegt.
4.3 De arts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep te verwerpen.
Inhoudelijke beoordeling
4.4 Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal
Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond
heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak
in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van
het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘4.
De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Daarmee sluit het Centraal
Tuchtcollege aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de arts niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld.
4.5 In aanvulling op de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege overweegt het Centraal Tuchtcollege nog als volgt. Ook in beroep is het Centraal Tuchtcollege niet gebleken dat de arts klager niet heeft gewezen op het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Klager voert aan dat hij een schriftelijke toestemming had moeten verlenen voor het afzien van het inzage- en blokkeringsrecht. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat er geen rechtsregel bekend is waaruit volgt dat uitsluitend schriftelijk kan worden afgezien van het inzage-, correctie- en bokkaderecht. Deze stelling van klager vindt geen steun in wet- of regelgeving.
Conclusie
4.6 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep van klager moet worden
verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter,
R. Prakke-Nieuwenhuizen en H.K.N. Vos, leden-juristen, en D. Coppoolse en J. Hermans,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. van Esveld, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.