ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10144
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:224 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-09-2026 |
| Datum publicatie: | 01-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2026/10144 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift voldoet niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen (artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. |
A2026/10144
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 16 september 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende in B, klager,
tegen
onbekend,
BIG-registratienummer: onbekend, destijds werkzaam in B, verweerder.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 4 juni 2026;
- de brief van de secretaris van 14 juli 2026;
- de reactie van klager, ontvangen op 24 juli 2026;
- de brief van de secretaris van 19 augustus 2026.
2. De overwegingen
2.1 De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen.
De voorzitter is
van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’
betekent dat het
niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de
klacht niet
inhoudelijk behoeft te worden besproken. Hiervoor is het volgende van belang.
2.2 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen.
In het
klaagschrift is omschreven dat klager vier jaar geleden in het C is geopereerd en
dat een arts hem
heeft nagekeken. Klager geeft aan dat hij wil dat de arts uit zijn functie wordt
gezet en er wordt
een geldbedrag geëist.
2.3 Bij brief van 14 juli 2026 heeft de secretaris klager gevraagd om meer informatie,
onder meer
tegen wie klager een klacht wil indienen, waar deze zorgverlener werkt, wat precies
de klacht is,
wat er is gebeurd en wanneer dit is gebeurd. Klager heeft op die vragen niet of
onvoldoende
antwoord gegeven, ook na de (schriftelijke en telefonische) herinnering van de secretaris.
Zo is
nog steeds niet duidelijk tegen wie de klacht is gericht en/of wat de beklaagde
wordt verweten.
2.4 Het klaagschrift voldoet daarmee niet aan de daaraan in de wet gestelde eisen
(artikel 65 lid
2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verbinding met
artikel 4 lid 1 van
het Tuchtrechtbesluit BIG). Daarom is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
De
voorzitter maakt klager erop attent dat hij alsnog een klacht bij het college kan
indienen, waarbij
het van belang is dat het klaagschrift voldoet aan de wettelijke eisen.
3. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 16 september 2026 door Geert Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.