ECLI:NL:TNORAMS:2026:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 780145 / NT RK 25/49

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2026:11
Datum uitspraak: 28-07-2026
Datum publicatie: 01-10-2026
Zaaknummer(s): 780145 / NT RK 25/49
Onderwerp: Registergoed, subonderwerp: Hypotheekakte
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager is in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met zijn ex-echtgenote. Tot de gemeenschap van goederen behoorde de eigendom van een woning, gefinancierd met een hypothecaire lening van ING Bank N.V. (hierna: ING). Op 31 oktober 2025 heeft de notaris een akte van verdeling gepasseerd.klachtonderdeel 1 Klager verwijt de notaris een verkeerde afhandeling van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en het niet signaleren of verduidelijken van de voortijdige vrijgave door ING. Klachtonderdeel ongegrond. Het is niet vast komen te staan dat klager daadwerkelijk voortijdig (dat wil zeggen: vóór 31 oktober 2025) uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen of dat er aanleiding was anders te handelen op dit onderdeel dan de notaris heeft gedaan. Dat klager voortijdig een (mogelijk foutief) bericht heeft ontvangen van ING kan de notaris niet aangerekend worden. Dit geldt temeer nu klager op 23 oktober 2025, toen hij contact opnam met de notaris, niet beschikte over een schriftelijke bevestiging die hij aan de notaris kon overleggen. Bovendien heeft de medewerker nog op 23 oktober 2025 contact gehad met ING over de verlenging van de volmacht van ING (ten behoeve van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid) tot en met 15 november 2025. Dat ING instemde met deze verlening én dat ING daarbij niet gemeld heeft dat het ontslag al verleend was, maakt dat er voor de notaris geen aanleiding bestond om aan te nemen dat klager al uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was ontslagen of dat nader te onderzoeken. Ter zitting heeft klager verklaard dat de brief van ING van 20 oktober 2025, waarin stond dat hij was ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, pas op 4 november 2025 in zijn bezit is gekomen. De akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was toen al ondertekend. Ter zitting heeft de notaris op zijn beurt bevestigd dat hij contact zou hebben opgenomen met ING als hij tijdig had beschikt over de genoemde brief. Bij gebreke hiervan had naar het oordeel van de kamer geen ander handelen van de notaris verwacht hoeven worden.klachtonderdeel 2 Daarnaast verwijt klager de notaris schending van zijn verplichting, op grond van artikel 43 Wna, om antwoord te geven op zijn vragen (...) over de ‘overwaardecomponent’ van de transactie. Ook dit tweede klachtonderdeel acht de kamer ongegrond. De notaris heeft terecht een beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Als partij bij de akte van verdeling was het voor klager uitsluitend van belang om te weten of zijn wederpartij, de ex-echtgenote, in staat was om de uitkoopsom te voldoen. De notaris was niet verplicht om inhoudelijk verantwoording met bewijsstukken aan klager af te leggen over zijn onderzoek naar de herkomst van de gelden van de ex-echtgenote, nu dit informatie met een vertrouwelijk karakter betrof. De notaris behoefde geen verantwoording af te leggen aan klager over de vraag of hij zijn poortwachtersrol voldoende heeft vervuld. 

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 28 juli 2026 in de klacht met nummer C/13/780145 / NT RK 25/49 van:

[klager],
wonende te [woonplaats],

tegen:

[notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
gemachtigde mr. M.C.J. Höfelt, advocaat te Amsterdam.      

Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd.  

1.         Ontstaan en loop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen van 27 november 2025;
- het verweerschrift met bijlagen van 10 februari 2026;
- de e-mail van klager van 24 maart 2026;
- de reactie hierop van de notaris met bijlage van 28 mei 2026.

1.2.      Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 9 juni 2026 zijn klager, vergezeld door zijn tolk M. van Oijen, en de notaris, vergezeld door zijn gemachtigde, verschenen. Klager en de gemachtigde van de notaris hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen en partijen hebben vragen van de kamer beantwoord. Uitspraak is bepaald op heden.

2.         De feiten

2.1.      Klager is in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met [naam ex-echtgenote] (hierna: de ex-echtgenote). Tot de gemeenschap van goederen behoorde de eigendom van de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). De aankoop van de woning hadden klager en zijn ex-echtgenote gefinancierd met een hypothecaire lening van ING Bank N.V. (hierna: ING) van in hoofdsom € 981.000.

2.2.      In de echtscheidingsbeschikking van 8 mei 2025 heeft de rechtbank de volgende wijze van verdeling van de woning gelast:

  • de ex-echtgenote krijgt drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de tijd om klager schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of zij de woning kan overnemen tegen de taxatiewaarde van € 1.375.000;
  • de ex-echtgenote zal de op de woning rustende hypothecaire geldleningen geheel voor haar rekening nemen en klager zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze leningen;
  • de ex-echtgenote zal de helft van de overwaarde - € 1.375.000 minus hypotheekschuld(en) - ten tijde van de overdracht aan klager vergoeden;
  • als de ex-echtgenote de woning kan overnemen onder deze voorwaarden, dient de woning binnen één maand nadat zij klager - binnen de termijn van drie maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking - heeft bericht dat zij de woning kan overnemen, aan haar te worden geleverd.

De rechtbank heeft, voor het geval de ex-echtgenote de woning niet zou kunnen overnemen, de voorwaarden bepaald waaronder klager de woning zou kunnen overnemen en ook beslist wat zou moeten gebeuren als zowel de ex-echtgenote als klager de woning niet zouden kunnen overnemen. De rechtbank heeft de behandeling van de overige verzoeken aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. De procedure liep nog in de periode dat de notaris zich met de zaak heeft bezig gehouden.

2.3.      Begin juni 2025 heeft de ex-echtgenote het kantoor van de notaris verzocht om met spoed een akte van verdeling op te stellen en in dat kader de echtscheidingsbeschikking aan het kantoor van de notaris doen toekomen.

2.4.      Begin september 2025 heeft het kantoor van de notaris de ingevulde en ondertekende PEP-verklaring en het herkomstgeldenformulier van de ex-echtgenote retour ontvangen. Vervolgens heeft de compliance-officer van het notariskantoor (Wwft-)onderzoek verricht naar de transactie.

2.5.      Op 15 september 2025 heeft de ex-echtgenote het notariskantoor laten weten dat de financiering rond was. Zij heeft verzocht de akte van verdeling op 10 oktober 2025 te passeren, omdat dit moest gebeuren binnen een maand nadat zij klager had meegedeeld dat zij hem kon uitkopen. Dat had zij naar eigen zeggen gedaan op 10 september 2025. 

2.6.      Bij e-mail van 1 oktober 2025 heeft een medewerker van de notaris (hierna: de medewerker) aan klager concepten van de akte van verdeling en de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van ING toegestuurd, met het verzoek de concepten door te nemen op onjuistheden. Op 2 oktober 2025 zijn de pro-forma nota’s van afrekening aan klager, de ex-echtgenote en hun advocaten gezonden.

2.7.      In meerdere e-mails van 7 en 8 oktober 2025 heeft klager de medewerker laten weten dat hij nog bezig was de concepten na te kijken, hij er later op zou terugkomen en dat de datum van 10 oktober 2025 voor de levering wat hem betreft niet vast stond. Hij heeft in één van deze e-mails onder meer opheldering gevraagd over de volgende punten:
“(…)
1.Calculation of figures

  • The payment figure stated in the document does not match the Sep 10 email amount promised by [de ex-echtgenote, kvhn], nor factor in important other amounts
  • Could you explain in detail how the amount of approximately € 254,000 was calculated in the statement of account?
  • Were past mortgage contributions, utilities (which were unequal between the parties) factored into this calculation?

2. Valuation of the property

  • Has a formal valuation been performed to establish the figure of € 1,375,000?
  • If so, could we receive a copy of the valuation report?

3. Timing of payments

  • Could you confirm how and when the amount owed to me would be released following the signing?
  • Will there be any deductions (for taxes, fees, or mortgage adjustments) from this figure before transfer?

I will continue to discuss these other matters (specifically easements, encumbrances, tri-partite division of the property etc.) with other advisors in meetings scheduled for next week, and may have further questions for you at that point in time. (…)”

2.8.      Bij e-mail van 9 oktober 2025 (13:50u) heeft de medewerker klager geantwoord de vragen te hebben doorgeleid aan zijn wederpartij. Bij e-mail van dezelfde dag (15:28u) heeft de medewerker de antwoorden die de (advocaat van de) ex-echtgenote haar had gestuurd, doorgeleid aan klager.

2.9.      Bij e-mail van 10 oktober 2025 (11:19u) heeft de medewerker onder meer een aangepaste akte van verdeling aan klager gestuurd, klager verzocht tijdig te laten weten of hij die dag om 14:00 uur zou verschijnen en hem gevraagd om het rekeningnummer waarop de hem toekomende gelden konden worden overgemaakt.

2.10.     Bij e-mail van diezelfde dag (11:51u) heeft klager daarop geantwoord dat hij niet kon bevestigen dat hij aanwezig zou zijn of betalingsdetails zou verstrekken. Hij heeft aangekondigd zich weer te zullen melden als hij de concepten zou hebben nagelopen en een duidelijker beeld zou hebben gekregen over de volgende procedurele stappen.

2.11.     Bij e-mail van later die dag (16:47u) heeft de medewerker klager geïnformeerd dat de ex-echtgenote om 14.00 uur was langsgekomen en een volmacht had verleend om de akte van verdeling te passeren op een ander moment vóór 10 december 2025.

2.12.     Bij e-mail van 12 oktober 2025 (11:46u) heeft klager de medewerker verzocht om de volgende documenten en bevestigingen1:
“(…)     
1. A full statement of all funds currently held in your escrow/quality account in connection with this matter, together with supporting evidence (bank transfer confirmations, receipts, ledger entries) showing amounts and dates.
2. Conformation whether the equity contribution of €259.404,29 has been received in full, and if only part has been received, please identify the precise amounts received and the source(s) of the remainder (e.g. lender disbursement, third-party transfer, loan). Please confirm whether any part of the financing remains conditional.
3. Copies of all documentation supplied to your office in support of the financing position (mortgage offer/commitment including annexes/conditions; lender correspondence; any guarantees or bank statements and tax statements relied upon).
4. Copies of any prior versions of the draft deed of division held in your file, together with the date each version was prepared/sent.
5. Any creditor releases, lender consents, valuations, or other documents referenced in the current draft deed or statement of account.
(…)
”

2.13.     Bij e-mail van diezelfde dag (12:49u) heeft de notaris klager bevestigd dat hij in het dossier van de verdeling € 259.404,29 op de kwaliteitsrekening heeft ontvangen. Een bewijs van betaling kon hij niet aan klager verstrekken, omdat dat vertrouwelijke informatie bevat. Bij deze e-mail heeft de notaris een aangepast concept van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid meegestuurd.

2.14.     Bij e-mail van later die dag (14:56u) heeft klager de notaris nogmaals verzocht om informatie over (kort gezegd) de herkomst en voorwaarden van de gelden, “to ensure the transaction complies with applicable duties (including Wwft)” en gezien het feit dat de huwelijksgemeenschap nog niet was verdeeld. Bij e-mail van diezelfde dag (17:19u) heeft de notaris daarop – wederom – aan klager geantwoord dat informatie over de herkomst van de gelden vertrouwelijk is.

2.15.     Bij e-mail van 13 oktober 2025 (18:42u) heeft (de advocaat van) klager de notaris gevraagd om informatie over de wijze waarop de financiering van de uitkoopsom was gestructureerd, in verband met de notariële Wwft-verplichtingen. Bij e-mail van diezelfde dag (19:01u) heeft de notaris geantwoord dat hij zich bewust is van zijn verplichtingen onder de Wwft en die ook heeft nageleefd. Hij heeft herhaald dat de gevraagde informatie vertrouwelijk is en gevraagd om een nadere toelichting op de achtergrond van de informatieverzoeken.

2.16.     Bij brief van 20 oktober 2025 heeft ING klager bevestigd dat hij als schuldenaar is verwijderd van de hypotheek.

2.17.     Bij e-mail van 20 oktober 2025 (07:30u) heeft klager de medewerker gevraagd te bevestigen of de gelden nog beschikbaar waren, of er nog opschortende voorwaarden waren en of de notaris nog steeds bevoegd was om door te gaan met de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Bij e-mail van diezelfde dag (15:40u) heeft de notaris bevestigd dat de gelden op de kwaliteitsrekening stonden en dat de akte van verdeling desgewenst nog die dag zou kunnen worden gepasseerd, maar dat het hem vanwege zijn geheimhoudingsplicht niet vrij stond om verdere informatie te geven over de herkomst van de gelden.  

2.18.     Bij e-mail van 24 oktober 2025 heeft de notaris een resumé van de inhoud van de gevoerde correspondentie over de verdeling verstrekt aan klager, de ex-echtgenote en hun advocaten. Daarin staat onder meer dat ING de termijn voor de ondertekening van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid had verlengd tot 15 november 2025.

2.19.     Op 31 oktober 2025 heeft de notaris de akte van verdeling gepasseerd. De akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is aan de akte van verdeling gehecht.

3.         De klacht

De oorspronkelijke klacht bestond uit zeven onderdelen. Ter gelegenheid van de zitting heeft klager te kennen gegeven dat slechts de volgende twee klachtonderdelen beoordeling behoeven.

3.1.      Ten eerste verwijt klager de notaris een verkeerde afhandeling van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en het niet signaleren of verduidelijken van de voortijdige vrijgave door ING. Op 20 oktober 2025 heeft ING klager namelijk voortijdig en zonder toestemming ontslagen uit de aansprakelijkheid voor de hypotheek. Op 23 oktober 2025 heeft klager de notaris hiervan op de hoogte gesteld. Desondanks heeft de notaris klager op 31 oktober 2025 verzocht om de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ondertekenen. Uit correspondentie van 31 oktober 2025 en 4 november 2025 blijkt dat het kantoor van de notaris klager vervolgens meedeelde dat een door partijen ondertekende akte van ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid aan ING was gestuurd, ondanks het ontbreken van een duidelijke rechtsgrondslag, omdat ING klager al had ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Klager vraagt daarom zich af of de notaris voorafgaand aan de levering heeft geverifieerd of de ontslagdocumentatie in zijn dossier juridisch nog coherent en effectief was nadat hij reeds uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was ontslagen. Een notaris mag geen akte ter ondertekening voorleggen zonder eerst de juridische coherentie te controleren, aldus klager. Dit vormt volgens klager een schending van de artikelen 21 en 43 van de Wet op het Notarisambt (hierna:Wna).

3.2.      Ten tweede verwijt klager de notaris schending van zijn verplichting, op grond van artikel 43 Wna, om antwoord te geven op zijn vragen (gesteld tussen 9 en 20 oktober 2025) over de ‘overwaardecomponent’ van de transactie. De notaris heeft namelijk geweigerd hierover nadere informatie te verstrekken, met een beroep op vertrouwelijkheid. Klager vraagt zich af of de notaris vóór het passeren van de akte van verdeling voldoende heeft geverifieerd dat de overwaarde die voor de uitkoop werd gebruikt juridisch beschikbaar was voor dat doel en dat het geen geld betrof dat nog gemeenschappelijk eigendom was of anderszins niet beschikbaar was.

4.         Het verweer

De notaris heeft de klachten gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5.         De beoordeling

5.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

klachtonderdeel 1
5.2.      De kamer acht het eerste klachtonderdeel ongegrond en overweegt daartoe als volgt.

5.3.      Op 23 oktober 2025 heeft klager de notaris telefonisch laten weten dat hij op 20 oktober 2025 door ING uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zou zijn ontslagen. De notaris heeft hierop aan klager meegedeeld dat dit niet mogelijk was en een en ander waarschijnlijk op een misverstand berustte, nu klager de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid nog niet had ondertekend (en ook geen volmacht had verstrekt om deze akte te laten ondertekenen) en de notaris deze akte dus ook niet had gedeeld met ING (zoals normaal gesproken gebruikelijk is na ondertekening van een dergelijke akte). Ook heeft de notaris verzocht om een schriftelijke bevestiging waaruit zou blijken dat klager uit de hoofdelijkheid was ontslagen. Deze heeft de notaris niet van klager ontvangen. De notaris stelt dat klager pas na ondertekening van de akte van verdeling en de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid op 31 oktober 2025 uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen.

5.4.      De kamer volgt de notaris hierin. Het is niet vast komen te staan dat klager daadwerkelijk voortijdig (dat wil zeggen: vóór 31 oktober 2025) uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen of dat er aanleiding was anders te handelen op dit onderdeel dan de notaris heeft gedaan. Dat klager voortijdig een (mogelijk foutief) bericht heeft ontvangen van ING kan de notaris niet aangerekend worden. Dit geldt temeer nu klager op 23 oktober 2025, toen hij contact opnam met de notaris, niet beschikte over een schriftelijke bevestiging die hij aan de notaris kon overleggen. Bovendien heeft de medewerker nog op 23 oktober 2025 contact gehad met ING over de verlenging van de volmacht van ING (ten behoeve van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid) tot en met 15 november 2025. Dat ING instemde met deze verlening én dat ING daarbij niet gemeld heeft dat het ontslag al verleend was maakt dat er voor de notaris geen aanleiding bestond om aan te nemen dat klager al uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was ontslagen of dat nader te onderzoeken.

5.5.      Ter zitting heeft klager verklaard dat de brief van ING van 20 oktober 2025, waarin stond dat hij was ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, pas op 4 november 2025 in zijn bezit is gekomen. De akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was toen al ondertekend.

5.6.      Ter zitting heeft de notaris op zijn beurt bevestigd dat hij contact zou hebben opgenomen met ING als hij tijdig had beschikt over de hiervoor onder 5.5. genoemde brief. Bij gebreke hiervan had naar het oordeel van de kamer geen ander handelen van de notaris verwacht hoeven worden.

klachtonderdeel 2
5.7.      De kamer acht ook het tweede klachtonderdeel ongegrond en overweegt daartoe als volgt.

5.8.      Op grond van artikel 22 lid 1 Wna is een notaris in beginsel verplicht tot geheimhouding van alle informatie waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheden als zodanig kennis neemt. Deze geheimhoudingsplicht staat in dienst van de vertrouwensrelatie tussen de notaris en zijn cliënt en hangt samen met de bijzondere positie van de notaris in het rechtsbestel; bij verschillende (privaatrechtelijke) rechtshandelingen is de formele tussenkomst van de notaris voorgeschreven. Om een vrije toegang tot de rechtsbedeling te waarborgen, is het noodzakelijk dat iedereen zich vrijelijk tot een notaris kan wenden voor juridische bijstand of advies en daarbij verzekerd is van het vertrouwelijk karakter van de informatie die aan de notaris wordt toevertrouwd. Dit uitgangspunt vormt de grondslag voor de geheimhoudingsplicht en deze plicht is door de Hoge Raad erkend als algemeen rechtsbeginsel. Het grote belang van de geheimhoudingsplicht komt onder meer tot uiting in de strafbaarstelling van de schending van het ambts- of beroepsgeheim in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht. De geheimhoudingsplicht kan alleen in uitzonderlijke omstandigheden door de geheimhouder of door de rechter worden doorbroken.

5.9.      Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris terecht een beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Als partij bij de akte van verdeling was het voor klager uitsluitend van belang om te weten of zijn wederpartij, de ex-echtgenote, in staat was om de uitkoopsom te voldoen. De notaris was niet verplicht om inhoudelijk verantwoording met bewijsstukken aan klager af te leggen over zijn onderzoek naar de herkomst van de gelden van de ex-echtgenote, nu dit informatie met een vertrouwelijk karakter betrof. De notaris behoefde geen verantwoording af te leggen aan klager over de vraag of hij zijn poortwachtersrol voldoende heeft vervuld.

5.10.     Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.


6.          De beslissing

De kamer voor het notariaat:

- verklaart beide klachtonderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.P. Pompe, voorzitter, M.L.S. Kalff, W.A. Groen, E.F. van Bolhuis en O. Schlaman, leden. Bij afwezigheid van de voorzitter uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2026 door mr. M.L.S. Kalff, (plaatsvervangend) voorzitter, in aanwezigheid van mr. N.E. Slump, secretaris.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).