ECLI:NL:TAHVD:2026:315 Hof van Discipline 's Gravenhage 260198
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:315 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-10-2026 |
| Datum publicatie: | 02-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 260198 |
| Onderwerp: | Aanwijzing, subonderwerp: Artikel 13 Advocatenwet: aanwijzing van een advocaat |
| Beslissingen: | Beklag |
| Inhoudsindicatie: | Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klaagster mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. |
Beslissing van 2 oktober 2026
in de zaak 260198
naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:
klaagster
tegen:
mr. M.A.R.C. Padberg
Deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Rotterdam
de deken
1 DE PROCEDURE
Bij de deken
1.1 Klaagster heeft op 5 januari 2026 bij de deken een verzoek ingediend tot
aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet.
1.2 De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 29 mei 2026. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat in de zaak waarvoor een advocaat is gevraagd geen sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat.
Bij het hof
1.3 Klaagster heeft op 29 mei 2026 een beklag tegen de beslissing van de deken
ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof).
1.4 Verder bevat het dossier:
- het verweer van de deken
- de repliek
- de dupliek
1.5 Het hof heeft het beklag van klager schriftelijk behandeld op basis van de stukken in het dossier.
2 FEITEN
Het hof stelt de volgende feiten vast.
2.1 Uit de stukken blijkt dat klaagster verzoekt om aanwijzing van een advocaat voor de volgende kwesties:
1. Geschil met kinderopvangorganisatie RDV [XX] (hierna: de kinderopvang) over het niet indienen van een aanvraag VVE (Voorschoolse en vroegschoolse educatie) bij de gemeente waardoor klaagster de kosten van de kinderopvang zelf heeft moeten betalen. De kinderopvang stuurt klaagster daarvoor facturen die niet correct zijn. Het gaat om een bedrag van ongeveer € 2.700,-.
2. Geschil met incassobureau [YY]. De kinderopvang heeft de vordering overgedragen aan dit incassobureau. Het incassobureau verstrekt aan klaagster geen duidelijke informatie over de opbouw van de vordering.
3. Probleem met de gemeente. De gemeente geeft geen inhoudelijke reactie op vragen over de VVE-indicatie.
2.2 De deken heeft het verzoek afgewezen omdat in de kwestie met betrekking tot de vordering van de kinderopvang geen vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven. Het gaat immers om een vordering van ongeveer € 2.700,-. Zaken over vorderingen met een bedrag van ten hoogste € 25.000,- worden behandeld door de kantonrechter. Indien er een procedure zou worden gestart, zou die plaatsvinden bij de kantonrechter. In zaken voor de kantonrechter kunnen partijen in persoon procederen of zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde die geen advocaat hoeft te zijn. Ook voor het opvragen van informatie bij de gemeente of het bewerkstelligen van een reactie van de gemeente is geen bijstand van een advocaat voorgeschreven. Mocht er uiteindelijk een bestuursrechtelijke procedure plaatsvinden, dan geldt ook dat partijen in persoon kunnen procederen of zich kunnen laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde.
3 BEKLAG EN VERWEER
Gronden van het beklag
3.1 Klaagster stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Klaagster
stelt dat zij meerdere advocaten heeft benaderd, maar dat zij is afgewezen of doorverwezen.
Zij heeft hulp gezocht bij het Juridisch Loket, Rechtswinkel Nissewaard en Stichting
Je Goed Recht. Uit schriftelijk juridisch advies blijkt dat de kinderopvang mogelijk
onrechtmatig heeft gehandeld. Daarbij is aangegeven dat mogelijk juridische stappen
tegen de kinderopvang overwogen kunnen worden. Dit bevestigt voor klaagster dat er
sprake is van een serieus juridisch geschil waarvoor deskundige juridische ondersteuning
noodzakelijk is. Klaagster geeft aan dat zij zelf heeft geprobeerd juridische bijstand
te krijgen. Zij heeft het hof verzocht om de beslissing van de deken te heroverwegen.
Verweer
3.2 De deken heeft aangevoerd dat de stafjurist van het ordebureau op 29 mei
2026 en 1 juni 2026 heeft geprobeerd om klaagster telefonisch te bereiken. De stafjurist
wilde klaagster wijzen op de mogelijkheid om het gratis spreekuur van een specifiek
advocatenkantoor te bezoeken.
repliek
3.3 In repliek heeft klaagster nogmaals een uiteenzetting van het geschil waarvoor
zij een advocaat zoekt gegeven.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans van slagen heeft.
4.2 Het hof overweegt dat klaagster om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht voor een vordering op de kinderopvang van ongeveer € 2.700,-. De deken heeft terecht aangegeven dat een dergelijke vordering kan worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klaagster mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.
4.3 Ten overvloede wijst het hof er nog op dat de deken in het verweerschrift heeft vermeld dat getracht is klaagster te bellen om haar te wijzen op een gratis spreekuur van een specifiek advocatenkantoor.
4.4 Het beklag tegen de beslissing van de deken zal op grond van het vorenstaande ongegrond worden verklaard.
5 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
verklaart het beklag van klaagster tegen de beslissing van 29 mei 2026 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. B.J.R. van Tongeren en F.C. van der Jagt-Vink, leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 2 oktober 2026.