ECLI:NL:TADRAMS:2026:214 Raad van Discipline Amsterdam 26-686/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:214 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 28-09-2026 |
| Datum publicatie: | 02-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-686/A/A |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd, zonder de belangen van klager nodeloos te schaden. Van het starten van kansloze procedures is niet gebleken. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 28 september 2026 in de zaak 26-686/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 3 augustus 2026 met kenmerk 2511132/ER/BF, door de raad ontvangen op eveneens 3 augustus 2026, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klager en zijn ex-partner hebben samen een minderjarige zoon. Tussen klager
en zijn ex-partner zijn procedures gevoerd met betrekking tot het gezag en de omgang.
Ook zijn er geschillen (geweest) over de (wederzijdse) toestemming voor de vakanties
met de zoon. Verweerster staat de ex-partner als advocaat bij. Klager wordt eveneens
bijgestaan door een advocaat.
1.2 De ex-partner is op enig moment met de zoon op vakantie gegaan naar Turkije
en niet op de afgesproken datum naar Nederland teruggekeerd.
1.3 Bij e-mail van 3 september 2024 heeft verweerster de advocaat van klager
toegelicht dat de vertraagde terugkeer verband hield met de ziekte van de ex-partner.
De e-mail luidt als volgt, voor zover relevant:
“De afgelopen mails van uw cliënt gaat voornamelijk over de ontvangsten van de pgb
en de besteding daarvan door cliënte, terwijl cliënte ziek is geweest en opgenomen
is geweest in het ziekenhuis en mocht niet reizen van de arts. Zij is niet in staat
geweest uw client uitgebreid te informeren over haar status. Cliënte heeft een kwetsbare
gezondheid en het heeft cliënte dan ook gekwetst dat uw cliënt de situatie bagatelliseert
en aangeeft dat zij liegt over de ziekte.
In plaats van te vragen hoe het met cliënte gaat en begaan is met haar, heeft uw
client ervoor gekozen de aanval in te gaan en niet alleen cliënte, maar ook familieleden
van cliënte ongevraagd te betrekken in de kwestie- die hier volledig los van staan-
en haar te betichten fraude van pgb gelden en allerlei andere valse beschuldigingen.
Familieleden van cliënte werden zelfs verplicht gesteld om [de ex-partner] terug te
laten keren naar Nederland en ook ik werd verantwoordelijk gehouden voor de situatie.
(…)
De medische verklaring is niet overgelegd aan uw client daar hij al aangaf dat het
een gefabriceerde verklaring zou zijn. Dus bij voorbaat al ongeloofwaardig. De medische
verklaring heb ik overigens wel ontvangen en gezien. Op nadrukkelijk verzoek van cliënte
heb ik dit niet mogen versturen. Cliënte wenst daarnaast ook niet haar medische gegevens
te delen met uw client, vooral nu uw client de zeer ernstige gezondheidsklachten van
client eerder ook niet heeft geloofd. Zij is geopereerd aan een hersentumor en heeft
bestralingen achter de rug. Uw client gaf echter aan dit niet te geloven. Zij voelt
zich ook niet geroepen om informatie te geven over haar gezondheid.”
1.4 Op 13 december 2024 heeft verweerster namens de ex-partner een verzoek strekkende
tot wijziging van het gezag en wijziging van de zorgregeling ingediend bij de rechtbank.
Bij beschikking van 13 juni 2025 zijn deze verzoeken na behandeling op zitting afgewezen.
1.5 Op 11 augustus 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerster het volgende:
a) het geen inzage verlenen, zowel in 2024 als in 2025, van een doktersverklaring
waaruit blijkt dat haar cliënte inderdaad ziek was en niet (tijdig) kon terugkeren
van vakantie met hun zoon. Er kan gesproken worden van het onttrekken aan het ouderlijk
gezag;
b) het op verzoek van de ex-partner starten van een rechtszaak tot het verkrijgen
van eenhoofdig gezag en het stopzetten van de omgangsregeling hetgeen van meet af
aan kansloos was; de rechter heeft alle verzoeken afgewezen;
c) het negeren van de mededeling dat klager geen advocaatkosten wilde maken omdat
hij die zelf moet betalen;
d) het bestaan van een driehoeksverhouding tussen verweerster, haar cliënte en
de thuiszorg waarmee alles wordt gedaan om hun zoon uit klagers leven te halen.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna,
waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle
advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen
cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang
van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen
van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen
zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten
niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel
van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is.
Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie
te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het
voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij
aan de wederpartij toebrengen.
4.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat
de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid
worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting
als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij
in iedere zaak afwegen:
- het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure,
- het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan,
- het verloop van het geschil tot dan toe en
- de kans op succes van de procedure.
Beoordeling
Klachtonderdeel a) - geen inzage doktersverklaring
4.3 klager licht toe dat zijn ex-partner zich in 2024, één dag voor terugkeer
van vakantie met hun zoon in Turkije, heeft ziek gemeld. Verweerster zegt dat zij
een doktersverklaring heeft van haar cliënte, maar klager twijfelt daarover. Klager
heeft nooit inzage gekregen in de doktersverklaring, ook niet op de zitting in juni
2025, en hij wil graag onderzocht hebben of verweerster de waarheid heeft gesproken.
Er kan gesproken worden van onttrekking aan het ouderlijk gezag.
4.4 Dit klachtonderdeel slaagt niet. Verweerster heeft gemotiveerd toegelicht
dat zij de betreffende medische verklaring wel had ontvangen en ingezien, maar dat
haar cliënte haar uitdrukkelijk had verzocht deze niet aan de wederpartij te verstrekken.
Zij wenste haar medische gegevens niet te delen en daar had zij haar redenen voor,
die verweerster in haar e-mail aan de advocaat van klager heeft benoemd (zie 1.3).
Verweerster heeft terecht aangevoerd dat zij niet gehouden is, en zelfs niet bevoegd
is om dergelijke vertrouwelijke gegevens tegen de wil van haar cliënte aan de wederpartij
te verstrekken. Dat verweerster daarmee onttrekking aan het ouderlijk gezag heeft
gefaciliteerd, is niet gebleken. Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) - kansloze procedure
4.5 Klager stelt dat verweerster op instructie van haar cliënte een rechtszaak
is gestart tot het verkrijgen van eenhoofdig gezag en het stopzetten van de omgangsregeling.
Deze procedure was van het begin af aan kansloos. De rechter heeft in juni 2025 uitspraak
gedaan en alle verzoeken afgewezen.
4.6 De voorzitter volgt klager niet in dit verwijt. Vooropgesteld wordt dat het
in eerste instantie niet aan de tuchtrechter, maar aan de civiele rechter is om te
beoordelen of een procedure kansrijk is. Dat de door verweerster gestarte procedure
evident kansloos was, en dat verweerster, gelet op het hiervoor weergegeven toetsingskader
(zie 4.1 en 4.2), tot een andere afweging had behoren te komen, is de voorzitter niet
gebleken. Dat de rechter de verzoeken van de ex-partner heeft afgewezen, is onvoldoende
om aan te nemen dat de procedure volstrekt kansloos was. Klachtonderdeel b) is dan
ook eveneens kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c) - advocaatkosten
4.7 Klager stelt dat hij meerdere malen heeft aangegeven dat hij geen advocaatkosten
wil maken omdat hij alles zelf moet betalen en verweerster hier niets mee heeft gedaan.
4.8 Dit klachtonderdeel faalt. Verweerster heeft terecht aangevoerd dat zij de
advocaat van klagers wederpartij is en uitsluitend de belangen van haar eigen cliënte
behartigt. De keuze van klager om al dan niet rechtsbijstand in te schakelen behoort
tot zijn eigen verantwoordelijkheid. Verweerster hoefde hier geen rekening mee te
houden. Klachtonderdeel c) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d) - driehoeksverhouding
4.9 Klager vermoedt dat er een driehoeksverhouding bestaat tussen verweerster,
haar cliënte en de thuiszorg, die er alles aan doen om de zoon uit klagers leven te
halen.
4.10 De klachtonderdeel slaagt evenmin. Tegenover het verweer van verweerster,
waarin zij uitdrukkelijk heeft betwist dat zij zich op enigerlei wijze met de thuiszorg
zou hebben verbonden of zich zou hebben laten leiden door andere belangen dan die
van haar cliënte, heeft klager dit verwijt onvoldoende onderbouwd. In de overgelegde
stukken kunnen evenmin aanknopingspunten worden gevonden voor de juistheid van klagers
verwijt. Omdat de feitelijke grondslag ontbreekt, is ook dit onderdeel van de klacht
kennelijk ongegrond.
Overige verwijten
4.11 De voorzitter heeft ook kennisgenomen van al hetgeen klager verder naar
voren heeft gebracht, maar dat leidt niet tot een ander oordeel. Daarvoor is relevant
dat het niet tot de taak van de tuchtrechter behoort om in het onderliggende familierechtelijk
geschil een oordeel te geven. Een oordeel daarover is voorbehouden aan de civiele
rechter. De tuchtrechter beoordeelt uitsluitend of verweerster zich in haar bijstand
aan de ex-partner van klager heeft gedragen op een manier die niet passend is voor
een behoorlijk handelend advocaat. Zoals volgt uit het hiervoor weergegeven toetsingskader
(4.1 en 4.2) geldt dat aan verweerster een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen
van haar cliënte te behartigen op een wijze die haar passend voorkomt. Deze vrijheid
mag niet ten gunste van een (processuele) wederpartij (in dit geval klager) worden
beknot, tenzij de belangen van die wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze
worden geschaad of de belangen in 4.2 onvoldoende in acht worden genomen. Daarvan
is de voorzitter in dit geval niet gebleken.
4.12 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing
van artikel 46j Advocatenwet, daarom kennelijk ongegrond verklaren.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
- de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. C.S. Schoorl, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 28 september 2026