Zoekresultaten 1-50 van de 4674 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9148

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek. Beperkte rol van psychiater. Omdat de verpleegkundig specialist GGZ de regiebehandelaar was, was de psychiater niet verantwoordelijkheid voor het volledige proces van klager. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 250437 250438

    Het betreft een klacht over de curator (verweerster) en over de advocaat van de curator (verweerder). De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hadden hoeven vragen om een factuur met een specificatie van de toenmalige advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De raad heeft de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers zijn in beroep gekomen. Het hof is -anders dan de raad- van oordeel dat verweerders in strijd met de kernwaarde vertrouwelijkheid hebben gehandeld door de declaratie met specificatie die onder het beroepsgeheim valt in een procedure tegen klagers te gebruiken. Het hof is daarom van oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9203

    Gedeeltelijke gegronde klacht tegen huisarts. Maatregel berisping. De dochter van patiënte verwijt verweerder dat hij geen gesprek heeft gevoerd met patiënte en klaagster over het proces van palliatieve sedatie en de morfinepomp niet tegelijk met de sedatie heeft gestart waardoor patiënte ontwenningsverschijnselen kreeg. Daarnaast heeft verweerder geen overdracht geregeld voor wanneer verweerder niet bereikbaar was. Ook wordt verweerder verweten dat hij zijn app-berichten onprofessioneel heeft afgesloten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-864/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8896

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster, dochter van patiënt, is kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht over de medische behandeling van wijlen patiënt vanwege de bijzondere omstandigheid. Klaagster verwijt de huisarts geen ambulance te hebben opgeroepen bij het consult met patiënt. Patiënt is de volgende dag overleden. Ook wordt de huisarts verweten de kinderen van patiënt niet te hebben gewaarschuwd. Patiënt kwam nooit met klaagster op consult bij de huisarts. College: huisarts heeft eerste contactpersoon en patiënt adequaat geïnformeerd. Verweerster kende klaagster niet ten tijde van het genoemde consult en had geen contactgegevens van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-245/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. De deken heeft een signaal van de rechtbank ontvangen en daarna onderzoek naar verweerder gedaan. Op grond van de stukken en de verklaring van verweerder tijdens de zitting is de raad gebleken dat sprake is geweest van een vooraf bedacht plan dat zijn cliënte met een videobril naar de zitting van de rechtbank zou gaan. Ook staat voor de raad vast dat verweerder tijdens de voorbespreking met zijn cliënte haar heeft voorgesteld om die dag in de rechtbank met een videobril het mogelijke ‘nare gedrag’ van de ex-partner richting zijn cliënte in de publieke ruimte van de rechtbank vast te kunnen leggen om daarna als objectief bewijs te dienen. Voor de raad zijn geen omstandigheden te bedenken dat stiekeme opnames tijdens een zitting door een partij met de wetenschap van een advocaat zijn te rechtvaardigen. De raad acht de rol die verweerder hierin heeft gehad zeer kwalijk en dat handelen betaamt een behoorlijk advocaat niet. In zoverre is het bezwaar gegrond en wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van 2 weken opgelegd. De verdere bezwaren, dat sprake is van een patroon waaruit zou volgen dat verweerder zich onafhankelijk opstelt ten opzichte van zijn cliënten en tekortschiet in de zorg voor zijn cliënten en in zijn wijze van praktijkvoering, zijn, tegenover de betwisting daarvan door verweerder, niet vast te stellen. Stukken die die bezwaren nader zouden kunnen onderbouwen, ontbreken. In zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9329

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De dochter van klagers had KNO-klachten. Klagers verwijten de huisarts onvoldoende dossier te hebben uitgevoerd door de klachten van de dochter en de gevolgen daarvan voor de dochter onvoldoende te noteren en door niet in het medisch dossier van dochter te noteren op welke wijze de huisarts de AIOS superviseerde. Ook verwijten klagers de huisarts een delay in de diagnostiek en in de verwijdering van de keelamandelen door de diagnose tonsillitis te missen. Tenslotte wordt de huisarts verweten de afwikkeling van de aansprakelijkstelling te hebben vertraagd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:267 Hof van Discipline 's Gravenhage 260051

    Deze zaak gaat over een klacht over een advocaat in een strafzaak. De Raad van Discipline heeft op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring niet kunnen vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De klacht is ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad. Het enkele feit dat beide verdachten een eigen aandeel ontkennen is in dit geval onvoldoende om een (potentieel) tegenstrijdig belang te kunnen of moeten aan te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8547

    Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 250428

    Klagers hebben een klacht ingediend over verweerder. Verweerder heeft namens zijn cliënten eerder klachten over klagers ingediend, bij het hof bekend onder de nummers 250437 en 250438. Naar het oordeel van de Raad van Discipline kunnen de in die laatstgenoemde klachten door verweerder gebruikte bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan dat hij klagers voor leugenaar uitmaakt. Het had verweerder gesierd als hij zijn fouten meteen na ontdekking en zonder voorbehouden had rechtgezet. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de raad onvoldoende oprecht gedaan en heeft een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline duidt het gedrag van verweerder anders en vernietigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9149

    Kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist GGZ. De klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek regiebehandelaar. Klager heeft de behandelingen gehad die de instelling hem kon bieden. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond. Vertrek van verweerster en opvolgend regiebehandelaar is besproken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 260031

    Klacht tegen eigen advocaat in letselschadezaak. Bekrachtiging beslissing raad. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk, voor zover klager te laat heeft geklaagd. Voor het overige is de klacht gegrond. Verweerder heeft onvoldoende regie genomen, hij heeft klager onvoldoende deskundig geadviseerd en bijgestaan in zijn geschil met de letselschadeverzekeraar en hij is gemaakte afspraken niet nagekomen. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:265 Hof van Discipline 's Gravenhage 250045

    Deze zaak betreft een klacht van klaagster over het handelen van de eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder a) geen duidelijke afspraken te maken over de aanpak van haar zaak, b) gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen, c) opdrachten en/of opmerkingen van haar kant niet uit te voeren of na te komen en vragen niet te beantwoorden, d) zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze uit te voeren, e) zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk te specifiëren, en f) haar angstaanjagend te hebben behandeld. De klachtonderdelen a), b), c) en d) zijn gegrond verklaard en klachtonderdelen e) en f) zijn ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster en verweerder zijn beiden in hoger beroep gekomen. Beide partijen klagen in hoger beroep over het proces-verbaal van de zitting bij de Raad van Discipline. Het Hof van Discipline oordeelt dat het proces-verbaal van de raad onvolledig is en dat de uiterst korte weergave van de zitting in het proces-verbaal afbreuk heeft gedaan aan een representatieve weergave van hetgeen op zitting is gezegd en voorgevallen. Het hof verbindt hieraan geen andere consequentie dan de constatering hiervan. Het hof acht de klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond en klachtonderdeel e) ongegrond. Uit de deels gegrond verklaarde klachtonderdelen a), b), c) en d) volgt dat verweerder niet heeft gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van gedragsregels 16 en 17 en bovendien de kernwaarde (financiële) integriteit heeft geschonden door niet duidelijk te zijn over wat zijn werkzaamheden zouden gaan kosten. Het handelen van verweerder is in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:266 Hof van Discipline 's Gravenhage 260321

    Beklag artikel 13 ongegrond. Klaagster wenst aanwijzing van een advocaat om alsnog correct cassatieberoep in te stellen tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 31 maart 2026. Uit de stukken blijkt dat klaagster een advocaat heeft benaderd om haar bij te staan bij het instellen van cassatie, maar dat deze advocaat op 25 juni 2026 een negatief cassatie-advies heeft uitgebracht. Vervolgens heeft klaagster zelf een procesinleiding opgesteld en die op 1 juli 2026 bij de Hoge Raad aangebracht. Klaagster is er op 24 juli 2026 door de Hoge Raad op gewezen dat zij uiterlijk op 21 augustus 2026 moet laten weten of zij haar cassatieberoep wil intrekken, of dat zij het eventueel wil doorzetten. Ook is zij er daarbij op gewezen dat haar procesinleiding op 30 juni 2026 zonder tussenkomst van een cassatieadvocaat en te laat is ingediend en dat zij er rekening mee moet houden dat zij niet-ontvankelijk zal worden verklaard (als zij het beroep doorzet). Het hof overweegt dat de deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klaagster haar verzoek om aanwijzing te laat heeft ingediend. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot de conclusie zouden moeten leiden dat klaagster alsnog ontvankelijk zou zijn bij het doorzetten van het cassatieberoep door een cassatieadvocaat is niet gebleken. Een cassatieadvocaat kan het gebrek aan het door klaagster zelf buiten de termijn ingediende cassatieberoep niet herstellen. Het aanwijzen van een cassatieadvocaat dient dan ook geen redelijk doel meer.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 260269

    Klacht over de deken wordt niet verwezen. Klager heeft naast de klacht over de deken ook een nagenoeg gelijkluidend beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ingediend tegen de beslissing van de deken van 24 juni 2026, waarin de deken het verzoek van klager om de beslissing waarbij een advocaat is aangewezen, te heroverwegen heeft afgewezen. Het hof heeft dit beklag geregistreerd onder nummer 260312. Klager kan (en heeft) zijn bezwaren naar voren brengen (gebracht) in de beklagprocedure die bij het hof loopt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:261 Hof van Discipline 's Gravenhage 260301

    Klacht over deken niet verwezen. De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om een in een tuchtprocedure door die deken ingenomen standpunt ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om vooruitlopend op de beslissing van de Raad van Discipline alvast een nieuwe klacht in te dienen. Klager kan zijn klacht tegen de deken, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft, zo begrijpt het hof, van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 260311

    Klacht over de deken niet verwezen. Op basis van het dossier heeft het hof vastgesteld dat klager zijn klacht tegen mr. B in 2019, na kennisneming van het dekenstandpunt, heeft ingetrokken. Klager heeft op 8 april 2020 opnieuw/ een nieuwe klacht ingediend. De deken heeft die klacht toen onderzocht en aan de raad van discipline aangeboden. De raad heeft de klacht op 23 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:TADRARL:2021:184). Het door klager daartegen ingestelde beroep is door het hof van discipline behandeld, waarbij de uitspraak van de raad van discipline is bekrachtigd (uitspraak 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117). De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om, nadat de tuchtrechter op een klacht tegen een advocaat definitief heeft beslist, met een klacht tegen de betrokken deken(s) de discussie opnieuw te openen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H

    Tweede verzoek om herziening afgewezen. De voorzitter stelt voorop dat het gestelde bedrog geen grond oplevert voor herziening. Ook overigens is er naar het oordeel van de voorzitter geen sprake van een nieuw feit of omstandigheid dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 16 oktober 2024 en wordt genoemd in de uitspraak van 19 maart 2025, die weer wordt genoemd in de op 26 maart 2026 gepubliceerde uitspraak van 18 maart 2026, en dateert dus van vóór de zitting van 20 april 2026. Dat verzoeker pas na de zitting bij het hof op 20 april 2026 op onderzoek is uitgegaan komt voor zijn rekening en risico.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3351

    Voorzittersbeslissing. Verjaring. Klacht tegen een klinisch psycholoog tevens psychotherapeut. Klager is eind 2013 door zijn huisarts verwezen naar de instelling voor geestelijke gezondheidszorg waar verweerster werkzaam was. Verweerster was de hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt verweerster dat zij de diagnose narcisme op hem heeft geplakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9118

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een oogarts. Klager kampt al lange tijd met glaucoom. Klager vindt dat de oogarts een te lange termijn voor de controle heeft aangehouden toen zij hem doorverwees, waardoor een tijdige behandeling uitbleef. Klager is tijdens zijn vakantie blind geworden. Het college is van oordeel dat de oogarts in de situatie van klager in redelijkheid heeft kunnen besluiten aan de doorverwijzing een termijn van drie maanden te verbinden. Het college beoordeelt niet of er een causaal verband bestaat tussen de door de oogarts bepaalde termijn en de bij klager plotseling opgetreden blindheid.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7693

    Klager is door de arts in opleiding tot neurochirurg (aios) aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de aios de operatie heeft uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en zijn supervisor achtte hem bekwaam om de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9242

    Een kleinzoon van een overleden patiënt klaagt erover dat de cardioloog een medische verklaring over de geestelijke gesteldheid van zijn grootvader heeft afgegeven, welke verklaring door familieleden in een erfrechtprocedure is gebruikt. Het tuchtcollege oordeelt dat de cardioloog, als voormalig behandelend arts, geen geneeskundige verklaring had mogen afgeven, het beroepsgeheim heeft geschonden en buiten zijn deskundigheid is getreden. Als maatregel wordt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd met als bijzondere voorwaarde dat de cardioloog een cursus over omgaan met medische gegevens moet volgen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7924

    Verweerder, neurochirurg, was supervisor van een arts in opleiding tot neurochirurg (aios). De aios heeft klager aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de supervisor geen verwijt treft. De aios heeft de operatie uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en de supervisor heeft onderbouwd dat de aios bekwaamt de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-486/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft klager bijgestaan in een letselschadezaak. Naar het oordeel van de voorzitter heeft zij klager daarin op zorgvuldige wijze bijgestaan. Hij heeft vooraf ingestemd met de door verweerster voorgestelde persoon van de medisch adviseur als met de uiteindelijke vraagstelling. Zij is daarna op uitgebreide en zorgvuldige wijze telkens opnieuw schriftelijk ingegaan op zijn afwijkende visie op het rapport van de medisch adviseur. Ook heeft verweerster klager op zorgvuldige wijze geadviseerd over de door hem mogelijk te nemen vervolgstappen, waarbij zij zelf verder niet meer betrokken zou zijn. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9559

    Kennelijk ongegrond klacht van een klager tegen een GZ-psycholoog. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat is besloten klager niet in behandeling te nemen, zonder goede reden en zonder uitleg. De GZ-psycholoog voert aan dat de hulpvraag van klager niet paste bij het hulpaanbod van de instelling en dat niet werd voldaan aan de voorwaarde dat de instelling relevante informatie mocht opvragen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-552/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klaagsters verwijten over de wijze waarop verweerder op klaagsters aansprakelijkstelling heeft gereageerd zijn kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met bekwame spoed op de aansprakelijkstelling gereageerd en heeft daarbij een toereikende inhoudelijke reactie gegeven op klaagsters vragen en verzoeken. Het stond verweerder vrij om aan klaagster mede te delen dat aansprakelijkheid werd afgewezen en om, mede gelet op de samenhang tussen de tuchtklacht tegen mr. Y en de aansprakelijkstelling, ter onderbouwing van dat standpunt te verwijzen naar het dekenstandpunt van 20 maart 2025. Dat verweerder aan klaagster geen voorstel tot betaling van schadevergoeding of schadebeperking heeft gedaan is in lijn met de afwijzing van de afwijzing van aansprakelijkheid en vormt geenszins aanleiding om aan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De voorzitter is voorts van oordeel dat verweerder door de weigering om de gegevens van zijn verzekeraar aan klager te verstrekken niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het verwijt dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de deken, nu de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk niet kon bevestigen dat zij een melding van verweerder had ontvangen, is eveneens onterecht. Vast staat dat (de assurantietussenpersoon van) verweerder de aansprakelijkstelling heeft doorgeleid aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Indien en voor zover de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk (al dan niet abusievelijk) andersluidende informatie aan klaagster heeft verstrekt kan dit verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van het onjuist informeren van de deken is geen sprake. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-902/AL/NN

    In de kern gaan de vele klachten van klaagster over de communicatie. Daarin is verweerder op meerdere momenten tekortgeschoten. Hij heeft een fysieke afspraak tijdens de duur van de rechtsbijstand niet actief mogelijk gemaakt, waardoor zijn contact beperkt is geweest tot mailcontact met zakelijke toonzetting. Dat heeft over en weer tot irritatie geleid, wat verweerder had kunnen voorkomen. Verweerder heeft ook onvoldoende regie genomen door klaagster niet genoeg bij de hand te nemen tijdens de behandeling van zaak 1. Hij heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke stukken hij wanneer uiterlijk van haar wilde ontvangen. De raad rekent het verweerder aan dat hij klaagster heeft geadviseerd om, toen de zaak voor beraad partijen op de rol stond, een akte te nemen zonder eerst gedegen te onderzoeken of bij het gerechtshof in de stand van de procedure van zaak 1 bij een akte nog belangrijke producties mochten worden gevoegd. Verweerder is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk bezien tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klaagster omdat van verweerder als zorgvuldig en behoorlijk advocaat mocht worden verwacht op de hoogte te zijn van de geldende procesregels van een gerecht en niet af te gaan op eigen aannames. Van verweerder had verwacht mogen worden dat hij alles op alles zou zetten om de relevante stukken van klaagster overgelegd te krijgen. Dat meteen bij de start zou zijn afgesproken dat verweerder zaak 2 zou laten liggen, is door klaagster betwist en door verweerder niet schriftelijk vastgelegd. Ook hierover heeft verweerder onvoldoende met klaagster gecommuniceerd. Door de later ontstane vertrouwensbreuk mocht verweerder zich aan beide zaken onttrekken. Hij heeft daarbij niet onzorgvuldig gehandeld omdat voor verweerder niet te verwachten was dat klaagster van zijn onttrekking zodanig nadeel zou ondervinden dat hij dat niet had mogen doen. Voor de gegronde klachten: berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9500

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college overweegt onder meer dat klager vanaf het moment van erkenning van zijn zoon recht heeft op informatie van de huisarts. Dit is echter een recht op informatie op verzoek. Het is niet aan de huisarts om actief beide ouders op de hoogte te houden van de bezoeken aan de praktijk en de medische situatie van hun zoon. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-149/AL/GLD

    Vast staat dat verweerder klager als (mede)cliënt heeft bijgestaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een gemeente. Verweerder is diezelfde gemeente jaren later gaan bijstaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een aantal omwonenden, waaronder ook klager. Naar het oordeel van de raad is door verweerder aan de drie cumulatieve eisen van lid 3 van gedragsregel 15 voldaan, zodat hem tuchtrechtelijk geen verwijt treft. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3025

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar niet goed heeft begeleid door onder andere een foutieve inschatting van de klachten en het weigeren van een second-opinion. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het weigeren van een second opinion gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 260132

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager was de gedaagde partij in een kort geding en in deze procedure is vertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht. Bovendien heeft het kort geding inmiddels plaatsgevonden, zodat klager ook geen belang meer heeft bij zijn verzoek tot aanwijzing van een advocaat.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 260138

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De door klaagster gewenste procedure heeft geen redelijke kans van slagen. Bovendien kan die procedure bij de kantonrechter worden gevoerd en daarbij is geen bijstand door een advocaat voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2026/09 VBC 2026/10

    Klachten van een diereigenaar tegen twee dierenartsen over de behandeling van een hond. Bij de hond was een aantal maanden eerder een kwaadaardige tumor geconstateerd, waarvoor behandeling was ingezet. Klager heeft zich tot een dierenziekenhuis gewend toen de hond niet wilde lopen en eten, had gebraakt en koorts had. Omdat de toestand van de hond verslechterde en klager aanvullend onderzoek wilde, is de hond doorverwezen naar de kliniek van de dierenartsen, waar de hond is opgenomen. Hier verslechterde de toestand van de hond verder, waarna de hond uiteindelijk met toestemming van klager is geëuthanaseerd. Klager maakt de dierenartsen verwijten over hun onderzoek, diagnosestelling en behandeling. De klachten zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard, klager heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege concludeert dat de dierenartsen aan hun zorgplicht hebben voldaan en dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken. De beroepen worden verworpen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:70 Accountantskamer Zwolle 24/3896 Wtra AK 25/1199 Wtra AK

    Deels gegronde klacht; berisping. Derde en vierde tuchtklacht van klager tegen betrokkene, waarbij de kern van het verwijt is dat betrokkene de Accountantskamer in de vorige tuchtzaak onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. De klacht is deels gegrond. De verwijten van klager berusten grotendeels op (interpretaties van) documenten uit een digitaal systeem van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, maar daarmee heeft klager onvoldoende aangetoond dat betrokkene de Accountantskamer onjuist heeft voorgelicht. Enkel het verwijt dat betrokkene niet heeft verklaard dat hij wél toegang had tot een digitaal systeem brengt mee dat de Accountantskamer van oordeel is dat betrokkene tijdens de tweede klachtprocedure niet volledig is geweest in zijn verklaringen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9455

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht van een klager tegen een huisarts over het delen van informatie met een derde, het afwijzen van klager als patiënt en het onterecht aanpassen van het dossier. Klager stelt dat de huisarts medische informatie over hem heeft gedeeld met een derde, dat zij hem heeft afgewezen als patiënt en dat zij onterecht dossieraanpassingen heeft gedaan. De huisarts voert aan dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij de handelingen waarover wordt geklaagd, maar dat een praktijkmedewerker deze heeft verricht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:71 Accountantskamer Zwolle 25/2700 Wtra AK

    Deels gegronde klacht. Betrokkene was de accountant van klaagsters. Een vennootschap waarvan betrokkene de enig aandeelhouder en bestuurder was, heeft een toezichthouderstructuur voor klaagsters opgezet. De vrouw van betrokkene was daarbij betrokken en werd voorzitter van de Raad van Toezicht. In het voorjaar van 2025 ontstonden bij betrokkene zorgen over de continuïteit van klaagster. Deze zorgen heeft hij bij de bespreking van de conceptjaarrekening 2024 gedeeld met klaagsters en de Raad van Toezicht. Klaagsters verwijten betrokkene onder andere dat sprake hij onvoldoende maatregelen heeft getroffen tegen belangenverstrengeling, dat de toezichthouderstructuur ondeugdelijk was en dat hij richting de Raad van Toezicht een onjuist en onvolledig financieel beeld heeft geschetst. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene onvoldoende maatregelen heeft genomen tegen de belangenverstrengeling die met name ontstond toen zijn echtgenote voorzitter van de Raad van Toezicht van [X3] werd. In zoverre is de klacht gegrond. De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9456

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht van een klager tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat deze zijn dossier heeft vervalst. Geen bewijs voor de stelling dat de huisarts valse informatie aan het dossier heeft toegevoegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9543

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een huisarts. Klacht over verslaglegging van een specifiek consult

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9170

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen zijn (voormalige) huisarts. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij zonder toestemming werd uitgeschreven bij de praktijk, dat monitoring door bloedonderzoek zonder overleg werd gestopt, dat een rapport niet met klager werd besproken en dat de huisarts heeft nagelaten de inhoud daarvan te laten corrigeren, dat medicatie en monitoring daarvan werden gemanipuleerd en dat er onjuistheden in het dossier staan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9125

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij een brief naar de huisarts heeft gestuurd met een onjuiste inhoud en een bemoeizorgtraject heeft ingezet als dekmantel voor declaratiefraude.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:69 Accountantskamer Zwolle 25/3205 Wtra AK

    Tussen klager en zijn ex-vrouw is een geschil ontstaan over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen. Klager is hierover een procedure begonnen bij de rechtbank Gelderland. Betrokkene heeft van de ex-vrouw van klager de opdracht gekregen om in verband hiermee een prognose van de winst en de kasstroom van haar huisartsenpraktijk over de jaren 2025 tot en met 2027 op te stellen. De klacht gaat over de uitgangspunten van en de berekeningen in de prognose. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-667/DH/DH/D

    Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor onbepaalde tijd. Als voorziening wordt getroffen dat verweerder verplicht is een coachingstraject te doorlopen. Ook mag de deken een waarnemer aanwijzen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9469

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Bij klager is sprake van psychiatrische problematiek. In verband hiermee gebruikt hij onder meer antipsychotische medicatie. Klager verblijft in een beschermde woonvorm, waar hij ambulant wordt behandeld. Verweerster is als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. De klacht gaat onder meer over de wijze van bejegening door de psychiater en over door haar gemaakte verwijzingen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778959 / NT RK 25/43 778965 / NT 25/44

    Klacht tegen notaris en kandidaat-notaris: (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel voor de betrokken notaris: schorsing (één week). De notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de hypotheekakte te passeren zonder hierbij te voldoen aan de op hem rustende verplichtingen die volgen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kamer neemt in aanmerking dat (i) er in zekere mate sprake is geweest van zelfstandige dossiervoering door de kandidaat-notaris (de notaris was niet, dan wel zeer beperkt, betrokken in het voortraject van de transactie en stond in geen van de e-mails tussen partijen in de cc) en (ii) het haar ambtshalve bekend is dat de kandidaat-notaris ten tijde van deze transactie negen jaar ervaring had en de notaris daarom ook enigszins mocht vertrouwen op juiste dossiervoering door de kandidaat-notaris. Het voorgaande ontslaat de notaris echter niet van zijn eigen verplichtingen op grond van art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. Dat geldt nog meer omdat het de notaris duidelijk moet zijn geweest dat de ouders zich in een moeilijke positie bevonden, omdat hun zoon in een financieel penibele situatie zat. Dat had tot extra zorgvuldigheid bij de notaris moeten leiden. De kamer rekent het de notaris bijzonder aan dat hij de ouders onjuist heeft voorgelicht over het executierecht en de voor de transactie vereiste toestemming van de eerste hypotheekhouder en dat een bankhypotheek is gevestigd, terwijl dit niet (logisch) volgt uit de geldleningsovereenkomst. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen ernstig geschaad. De notaris heeft in zijn verweer noch ter zitting inzicht getoond in het bijzonder onzorgvuldige van zijn handelen. De kamer acht de maatregel van schorsing voor de duur van één week daarom passend en geboden. Maatregel voor de betrokken kandidaat-notaris: berisping. De kandidaat-notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tegenover klagers onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kandidaat-notaris heeft weliswaar de hypotheekakte niet gepasseerd, maar heeft wel directe, zelfstandige, betrokkenheid bij de afhandeling van het dossier gehad, waarbij hij verantwoordelijk is geweest voor het gebrek aan zorgvuldige, juiste, berichtgeving richting klagers. Aangezien de kandidaat-notaris niet de eindverantwoordelijkheid draagt, acht de kamer voor hem de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9526

    Bejegeningsklacht tegen een fysiotherapeut in zijn hoedanigheid van praktijkhouder kennelijk ongegrond. De lezingen van partijen over wat gebeurd is lopen uiteen. De voorzitter kan niet vaststellen dat de fysiotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9690

    Klacht tegen KNO-arts na plaatsing trommelvliesbuisjes. Nadien ervoer klaagster meerdere gezondheidsklachten, waaronder doofheid, dichte oren en duizeligheid. Klaagster verwijt de KNO-arts onvoldoende zorgvuldig handelen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3003

    Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef met enkele onderbrekingen van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3004

    Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem: a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg; b) nooit lichamelijk onderzocht; c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.