ECLI:NL:TAHVD:2026:303 Hof van Discipline 's Gravenhage 260256

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:303
Datum uitspraak: 24-09-2026
Datum publicatie: 24-09-2026
Zaaknummer(s): 260256
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Klacht wordt niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over (procedurele) beslissingen die een deken tijdens de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat neemt (zoals het opvragen van stukken).

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van  24 september 2026

in de zaak 260256

naar aanleiding van de klacht van:

klager

tegen:

mr. M.A.R.C. Padberg

advocaat en deken te Rotterdam

verweerder

1 HET VERZOEK

1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 27 juni 2026 van klager. Hierin heeft klager een klacht over verweerder ingediend. Klager stelt dat er sprake is van:

1.  Schending van het onpartijdigheidsbeginsel door het bestaan van een (schijn van) belangenverstrengeling;

2.   Onbevoegd optreden door zich een oordeel aan te matigen over de inhoudelijke kansrijkdom van een procedure, hetgeen een taak is van de aan te wijzen advocaat;

3.   Onrechtmatig vorderen van stukken die niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het verzoek tot aanwijzing van een advocaat.

1.2 Klager heeft het Hof van Discipline verzocht om:

1. Vast te stellen dat de deken, mr. M.A.R.C. Padberg, in strijd heeft gehandeld met het onpartijdigheidsbeginsel door (de schijn van) belangenverstrengeling niet te onderkennen en zich niet te onthouden van de behandeling van mijn verzoek;

2. Vast te stellen dat de deken onbevoegd heeft gehandeld door zich een inhoudelijk oordeel over de kans van slagen van mijn procedure aan te matigen;

3. Vast te stellen dat de deken onrechtmatig en disproportioneel stukken heeft opgevorderd die niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van mijn verzoek;

4. De deken te gelasten om alsnog over te gaan tot aanwijzing van een onafhankelijke, ter zake deskundige advocaat, dan wel het verzoek tot aanwijzing door te geleiden naar een andere, onpartijdige deken;

5. De deken te veroordelen in de kosten van deze procedure.

2 DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient de klacht van klager tegen verweerder te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2 Klager heeft bij de deken een verzoek tot aanwijzing van een advocaat gedaan (artikel 13 Advocatenwet). In het kader van de beoordeling van dit verzoek heeft de deken informatie opgevraagd.

2.3 De klacht van klager houdt onder meer in dat hij het niet eens is met het opvragen van informatie door de deken.

2.4 Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over (procedurele) beslissingen die een deken tijdens de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat neemt (zoals het opvragen van stukken). Klager kan, na afronding van de beoordeling door de deken van het verzoek om toewijzing van een advocaat, beklag doen bij het hof als zijn verzoek om toewijzing van een advocaat wordt afgewezen (lid 3 van artikel 13 Advocatenwet). Binnen de kaders van die beklagprocedure kan klager al zijn bezwaren tegen de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat door de deken, waaronder de gestelde belangenverstrengeling en het gestelde onbevoegdelijke optreden, en de daarin door de deken genomen (procedurele) beslissingen onder de aandacht van het hof brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.

2.5 Het hof zal niet voldoen aan de verzoeken van klager die in overweging 1.2 zijn weergegeven. Het hof is in het kader van een procedure van artikel 46c lid 5 Advocatenwet hiertoe niet bevoegd.

3 BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is genomen op 24 september 2026 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 24 september 2026.