ECLI:NL:TADRARL:2026:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-608/AL/GLD

ECLI: ECLI:NL:TADRARL:2026:190
Datum uitspraak: 21-09-2026
Datum publicatie: 22-09-2026
Zaaknummer(s): 26-608/AL/GLD
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Vereiste communicatie met de cliënt
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat. De voorzitter kan op basis van de stukken en gelet op de gemotiveerde betwisting van verweerster niet vaststellen dat verweerster de belangen van klager onvoldoende zorgvuldig en onvoldoende voortvarend heeft behartigd. Klager had kennelijk andere verwachtingen van verweerster maar niet is gebleken dat klager dat aan verweerster kenbaar heeft gemaakt voordat hij de opdracht introk. Daardoor heeft klager verweerster ook niet de mogelijkheid geboden om opnieuw naar de invulling van de opgedragen werkzaamheden te kijken. In het kader van de interne klachtafhandeling heeft verweerster gedaan wat van een behoorlijk advocaat verwacht mag worden. Kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 21 september 2026
in de zaak 26-608/AL/GLD

naar aanleiding van de klacht van:


klager

over

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) van 15 juli 2026 met kenmerk K 25/182.

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 

1.1    Op 25 september 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager en verweerster op het kantoor van verweerster vanwege een advies in een erfrechtelijke kwestie.

1.2    Op 29 september 2025 heeft de Belastingdienst op verzoek van verweerster aan klager uitstel tot betaling van de erfbelasting verleend tot 29 november 2025.

1.3    Op 21 oktober 2025 heeft een vervolgbespreking met klager plaatsgevonden op het kantoor van verweerster. Daarbij was ook een juridisch medewerker aanwezig. 

1.4    Op 23 oktober 2025 heeft klager verweerster telefonisch niet bereikt.  

1.5    Op 24 oktober 2025 heeft klager aan het kantoor van verweerster gemaild dat hij de samenwerking met haar kantoor per direct beëindigde en heeft een interne klacht over haar ingediend. Klager heeft verzocht de declaratie te matigen.

1.6    Op 7 november 2025 heeft de klachtenfunctionaris van het kantoor gereageerd op de klacht van klager. Zij heeft de reactie van verweerster op de klachtpunten bijgevoegd en klager daarna verwezen (hierna ook: memo). De klachtenfunctionaris heeft de klacht ongegrond verklaard. Verder is aan klager gemeld dat er geen reden is om de declaratie te matigen maar dat verweerster er zelf voor heeft gekozen om de declaratie beperkt te matigen.  

1.7    Op 11 november 2025 is een declaratie aan klager gestuurd. 

1.8    Op 18 november 2025 heeft klager zich bij de klachtenfunctionaris beklaagd over de gang van zaken. Hij heeft haar gevraagd om het gehele dossier en de beide declaraties te heroverwegen. 

1.9    Op 5 december 2025 heeft de klachtenfunctionaris aan klager bericht dat is geconstateerd dat klager en verweerster het oneens zijn en blijven over hoe een en ander is gelopen. Onverplicht heeft de klachtenfunctionaris onder voorwaarden een gedeeltelijke creditering van de openstaande declaratie voorgesteld. Klager heeft dezelfde dag bericht niet daarmee in te stemmen omdat zijn inhoudelijke bezwaren niet waren beantwoord. 

1.10    Op 9 december 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster. 

2    KLACHT

De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a)    de belangen van klager onvoldoende te behartigen;

b)    onvoldoende zorg te dragen voor het adequaat afwikkelen van de interne klacht.

3    VERWEER

De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
 

Maatstaf

4.1    De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan die advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn vanwege het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet. 

4.2    Bij de beantwoording van de vraag of een advocaat zich betamelijk heeft gedragen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet hanteert de voorzitter als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen als daarover wordt geklaagd. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.

4.3    Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.

Klachtonderdeel a)
      de belangen van klager onvoldoende te behartigen;
Toelichting klager

4.4    Volgens klager heeft verweerster tijdens de besprekingen niet goed naar hem en zijn verzoeken geluisterd. Hij werd herhaaldelijk onderbroken en verweerster was aldoor aan het woord waardoor de vraag van klager en de context niet goed bij verweerster zijn overgekomen. Het ging klager specifiek over zijn opa en dat heeft hij meermaals aangegeven. Ondanks zijn verzoek heeft hij van de eerste bespreking geen schriftelijke samenvatting ontvangen. De juridisch medewerker, die aanwezig was bij het tweede gesprek, heeft wel goed naar klager geluisterd en een correcte samenvatting aan klager gestuurd. Verweerster schrijft in haar memo dat die medewerker hooguit tien minuten bij dat gesprek aanwezig was. Dat klopt niet met de eigen tijdsregistratie van verweerster waarin in totaal voor 2,7 uur op naam van die medewerker staat vermeld.

4.5    Verweerster heeft ook niet voortvarend voor hem opgetreden. Zij was op de hoogte van de harde termijn voor betaling van de erfbelasting. Verweerster was ook slecht bereikbaar.

4.6    Verweerster heeft klager ook onjuist en onvolledig geadviseerd. Zo heeft verweerster op een vraag van klager over de legitieme portie geantwoord dat die niet bestaat, wat juridisch onjuist is. In haar memo heeft verweerster dat ineens ontkend. De vraag van klager over het scenario rond zijn opa is door verweerster nog altijd niet beantwoord. Verweerster adviseerde twee opties, namelijk een gezamenlijk gesprek met de familie of een gerechtelijke route maar die bestempelde zij als weinig kansrijk. Dit was dus geen correct advies omdat verweerster wist dat hij geen contact of (gezamenlijke) afspraak met zijn broer wilde hebben. De wensen en grenzen van klager zijn onvoldoende meegenomen. 

Verweer verweerster

4.7    Volgens verweerster dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat de uitvoering van de overeenkomst van opdracht een civiele kwestie is. 

4.8    Als klager wel in zijn klacht wordt ontvangen, stelt verweerster dat zij klager een deugdelijk juridisch advies heeft gegeven over een plan van aanpak en de te voeren strategie, met meerdere opties en risico’s en kansen. Zij betwist tijdens een gesprek met klager te hebben aangegeven dat de legitieme portie niet bestaat. Waarschijnlijk heeft klager haar verkeerd begrepen toen zij uitlegde dat de legitieme in zijn geval niet speelt omdat hij erfgenaam is in de nalatenschap van zijn oma. De verhouding van klager tot zijn opa was, anders dan klager dacht, wel van belang omdat hij als langstlevende is betrokken bij de nalatenschap. Verweerster heeft klager uitgelegd dat zijn broer niet kan worden genegeerd, zoals klager wilde. Zijn broer was mede-erfgenaam, dus daarom is ook zijn rol in haar advies aan klager aan bod gekomen. 

4.9    Er was na het verleende uitstel tot betaling door de Belastingdienst tot 29 november 2025 nog voldoende tijd voor advisering aan klager. Op 8 oktober 2025 heeft haar secretaresse met klager contact opgenomen om een tweede afspraak in te plannen vanaf 17 oktober 2025 vanwege drukte. Klager heeft gekozen voor een afspraak op 21 oktober 2025. Op 22 oktober 2025 heeft de juridisch medewerker conform afspraak aan klager een samenvatting gestuurd van de op 21 oktober 2025 besproken opties voor de verdere voortgang. Op 23 oktober 2025 heeft klager telefonisch contact met het kantoor van verweerster gezocht maar waren zijzelf en de juridisch medewerker die dag niet beschikbaar. De secretaresse heeft klager daarom geadviseerd om te mailen. Klager heeft dat niet gedaan maar de klacht bij de deken ingediend. 

4.10    Van een trage voortgang, late opvolging en beperkte bereikbaarheid van haar kant was geen sprake. 

4.11    In haar memo in het kader van de interne klachtafhandeling heeft zij gesteld dat de juridisch medewerker tijdens de tweede bespreking hooguit tien minuten aan het woord is geweest, niet dat hij tien minuten bij dat gesprek aanwezig was. Van afwijking van de administratie/tijdsregistratie is geen sprake. In haar declaratie van 11 november 2025 heeft zij een matiging toegepast door 0,6 uur niet in rekening te brengen. De tijd van de juridisch medewerker van 2,7 uur is niet aan klager in rekening gebracht. 

Beoordeling voorzitter

4.12    Naast een civielrechtelijk oordeel kan ook een tuchtrechtelijk oordeel worden gegeven. De civiele rechter concentreert zich op de juridische twistpunten over bijvoorbeeld de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, daar waar de tuchtrechter zich richt op het handelen van de advocaat in zijn beroepsuitoefening met het oog op het belang van een gezonde advocatuur in het Nederlandse rechtsbestel. Dit betekent dat klager wordt ontvangen in zijn klacht over het optreden van verweerster en dat daarover inhoudelijk wordt geoordeeld. 

4.13    De voorzitter kan op basis van de stukken en gelet op de gemotiveerde betwisting van verweerster niet vaststellen dat verweerster de belangen van klager onvoldoende zorgvuldig en onvoldoende voortvarend heeft behartigd. Klager had kennelijk andere verwachtingen van verweerster maar niet is gebleken dat klager dat aan verweerster kenbaar heeft gemaakt voordat hij op 24 oktober 2025 de opdracht introk. Daardoor heeft klager haar ook niet de mogelijkheid geboden om opnieuw naar de invulling van de opgedragen werkzaamheden te kijken. 

4.14    Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Klachtonderdeel a) wordt kennelijk ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel b)
    onvoldoende zorg te dragen voor het adequaat afwikkelen van de interne klacht;
Toelichting klager

4.15    Volgens klager waren er diverse tekortkomingen bij de interne klachtenprocedure op het kantoor van verweerster. Verweerster heeft in dat kader slechts beperkt of niet gereageerd op belangrijke klachtpunten. Zo is de discrepantie tussen de tijdsregistratie van 2,7 uur voor werkzaamheden van de juridisch medewerker en de korte aanwezigheid van die stagiair tijdens de tweede bespreking - van tien minuten - door verweerster genegeerd. Ook de gemiste samenvatting van het eerste gesprek, het onjuiste juridische advies en het ontbreken van een voor klager uitvoerbare strategie zijn door verweerster in het kader van de interne klachtbehandeling niet inhoudelijk behandeld. Het aangeboden coulancevoorstel was gekoppeld aan de voorwaarde dat hij moest bevestigen dat zijn klacht was afgedaan. Daarmee heeft hij niet ingestemd.   

Verweer verweerster

4.16    Volgens verweerster heeft de klachtenfunctionaris van haar kantoor de interne klacht over haar serieus genomen en zorgvuldig behandeld. Verweerster bepaalt zelf de inhoud van haar verweer en verwijst naar hetgeen zij in haar memo heeft geschreven. 

Beoordeling voorzitter

4.17    Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat klager gelijktijdig met de intrekking van zijn opdracht op 24 oktober 2025 bij het kantoor van verweerster een klacht over haar heeft ingediend. Verweerster heeft op die interne klacht gereageerd in haar memo. Op basis van de klacht van klager en het memo van verweerster heeft de klachtenfunctionaris de klacht van klager ongegrond verklaard. Dat klager zich in het gevoerde verweer van verweerster en de beslissing van de klachtenfunctionaris niet kon vinden, maakt dit nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster in het kader van de klachtafhandeling gedaan wat van een behoorlijk advocaat verwacht mag worden. Zij heeft in dat kader bovendien als welwillend gebaar richting klager een deel van de declaratie gematigd.

4.18    De manier waarop de klachtenfunctionaris de interne klacht heeft afgehandeld en op de verzoeken van klager aan de klachtenfunctionaris om de declaratie(s) te heroverwegen heeft gereageerd, kan verweerster niet worden aangesproken. Zij staat daarbuiten.  

4.19    Op grond van het voorgaande is de voorzitter dan ook van oordeel dat verweerster in dezen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ook klachtonderdeel b) wordt kennelijk ongegrond verklaard. 

BESLISSING

De voorzitter verklaart: 

de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. F.M.C. Boesberg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2026.
  


Griffier         Voorzitter

Verzonden op : 21 september 2026