ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-09-2026 |
| Datum publicatie: | 24-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/3102 |
| Onderwerp: | Niet of te laat verwijzen |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/3102 van:
A. en B.,
wonende in C.,
appellanten, klagers in eerste aanleg,
hierna: klagers,
tegen
D.,
arts,
destijds werkzaam in C.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de arts,
gemachtigde: mr. C. Riemens, werkzaam in Zwolle.
1. Kern van de zaak
1.1 Klagers zijn de ouders van E., die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts is werkzaam op een consultatiebureau en heeft E. op het spreekuur gezien drieënhalf en vierenhalf weken na zijn geboorte. Klagers verwijten de arts met name dat zij E. niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Dit had de kansen op een betere uitkomst voor E. aanzienlijk kunnen vergroten, aldus klagers. Zij klagen er voorts over dat het zogeheten shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht ongegrond verklaard. Het
Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klagers.
2. Verloop van de procedure
3.1 Klagers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle van 16 december 2025 met nummer Z2025/8152 (ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
3.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier van het Regionaal Tuchtcollege, het beroepschrift en het verweerschrift.
3.3 De zaak is op de zitting van 10 augustus 2026 behandeld. Beide klagers waren aanwezig.
De arts was ook aanwezig en werd bijgestaan door haar gemachtigde mr. C. Riemens.Partijen
hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen
van beide partijen zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.
3.2 Klagers zijn de ouders van E. E. is geboren in 2023 en is overleden op 13 oktober 2023.
3.3 Op 15 augustus 2023 zijn klagers met E. naar de huisarts geweest vanwege minder goed drinken, zweten en slapheid. De huisarts noteerde in het dossier:
“S Info: LB:dronk voorheen goed, nu drinkt hij sinds vanmorgen niet, wel plasluiers
en niet spugen. Zweten in nek. Oogt ook slap
O gezond ogende zuigeling, cor/pulm geen bijzonderheden, refill 3 seclijkt goed
gesatuteerd
E minder drinken lijkt nu geen acute pathol
P uitleg per dag even kijken hoe het gaat,zn morgen nog even kijken do gewichtscontr.”
3.4 Op 17 augustus 2023 heeft de jeugdverpleegkundige een huisbezoek afgelegd. In het dossier is het volgende vermeld:
“Terugkerende anamnese: bijzonderheden
Anamnese
HB gebracht bij ouders, E. en zus F. Het gaat goed in gezin. F. is heel gek met
haar broertje. Moeder voelt zich goed. E. is in het ziekenhuis geboren na een zeer
snelle bevalling.
M geeft kunstvoeding. Dit is een bewuste keus. Krijgt 70ml per keer a 7 keer. Ouders
zijn afgelopen dinsdag bij de ha geweest omdat E. lage temp (35,9) had en zweette.
Ha kon niets bijzonders ontdekken. E. drinkt wel minder goed dan voorheen. M heeft
het idee dat hij vanaf vandaag weer iets beter gaat drinken. Gewicht vandaag: 3700
gr. E. zou in de kraamdagen 380 gr zijn gegroeid? en bij vertrek kraamverzorgster
op een gewicht van 3870 gr zitten. Dat zou inhouden dat hij in een paar dagen tijd
370 gr is gegroeid (van 3500 tot 3870). Besproken om per dag 600 ml te geven. Woensdag
weer wegen, ouders bellen als het niet goed gaat en E. niet goed drinkt. Evt ander
speentje proberen met groter gat. Drinkt nl telkens maar kleine beetjes.
Voeding en eetgedrag
E. drinkt de laatste tijd maar 40ml per keer en valt dan in slaap. In de kraamdagen
dronk hij prima. Tijdens hb gekeken hoe E. drinkt. Hij meldde zichzelf voor de voeding
door flink te huilen. Dronk vervolgens in een paar minuten 40ml weg, waarbij er veel
voeding langs zijn mondje liep.>> Advies: andere fles of spenen gaan gebruiken en
ander tussendoor pauzes inlassen zodat hij langer over de voeding doet.
Groei: bijzonderheden
Gewicht: 3,7
Conclusie
Drinken gaat niet geweldig. Vrijdag contact met ouders om te horen hoe het gaat.
Woensdag weer wegen. Indien ouders het idee hebben dat het niet goed gaat, dan bellen
ze en dan E. graag maandag wegen. Overleg met collega JVK gehad over situatie. Besloten
om toch ook morgen weer te gaan wegen en daarna maandag.”
3.5 Op 18 augustus 2023 heeft de jeugdverpleegkundige opnieuw een huisbezoek gebracht.
In het dossier is voor zover van belang het volgende vermeld:
“Terugkerende anamnese: bijzonderheden
Anamnese
Vandaag E. weer gewogen. Hij weegt nu 3750 gr maar heeft (helaas) wel net een gedeelte
van de fles opgedronken. Ouders vertellen dat het idee hebben dat het beter met hem
gaat. Ze houden bij wat hij drinkt en dat is ongeveer 500ml per 24 uur. Het is wat
minimaal. Hij drinkt nog geen volle flesjes. Drinkt vaak 40 of 55ml en heeft 1x een
fles van 110 ml leeg gedronken. Ouders denken dat hij toch een dipje heeft gehad op
het moment dat ze met hem bij de ha zijn geweest. M vertelt dat hij zich ook zelf
meldt voor de voedingen. E. oogt niet als een hele “volle” baby, maar heeft goede
kleur en is alert. Heeft geen moeite met ademhalen, geen intrekkingen. Temperatuur
blijft nu ook goed.
Voeding en gedrag: E. komt krap aan de 500 ml per 24 uur. Hij drinkt nog wel kleine
beetjes per keer.
Voeding en eetgedrag
E. komt krap aan de 500 ml per 24 uur. Hij drinkt nog wel kleine beetjes per keer.
Groei: bijzonderheden
Gewicht 3,75
Conclusie
Ouders hebben geen zorg en vinden dat het beter gaat met E. Er vanuit gaand dat
het geboortegewicht klopt en met de groei die E. nu laat zien, lijkt er ook geen reden
tot zorg. De gewichten vanuit de kraamzorg blijven wat bijzonder. Afgesproken dat
ik woensdag kom wegen. Als het in het weekend niet goed gaat, dan bellen ouders maandag.
Dan graag collega (G. is op de hoogte) laten wegen.”
3.6 Op 23 augustus 2023 heeft de jeugdverpleegkundige nogmaals een huisbezoek afgelegd.
In het dossier is het volgende vermeld:
“Terugkerende anamnese: bijzonderheden
Anamnese
HB gebracht om te wegen. E. is goed gegroeid. Weegt nu 3880 gr. Ouders zijn opgelucht.
Voeding en eetgedrag
E. drinkt rond de 500 ml per 24 uur. Heeft wat moeite met de flessen leeg te drinken.
Ouders hebben wel het idee dat het steeds beter gaat.
Groei: bijzonderheden
Gewicht 3.88”
3.7 Op 1 september 2023 heeft de arts E. gezien op het consultatiebureau. Van dit consult is voor zover van belang het volgende in het dossier vermeld:
“vragenlijst baby: geen bijzonderheden
(…) denk je dat je kind tevreden is? Ja
Vind je dat je kind goed eet en/of drinkt? Ja
(…)
Groei: bijzonderheden
Gewicht 3.82
hoofdomtrek 36.7
Lengte 54.4
Bijzonderheden groei E. nog op de weegschaal van de JV gelegd, daarop 3.78kg
Terugkerende anamnese: bijzonderheden
Anamnese
Drinken gaat beter. Ouders hebben het idee dat hij groeit. Krijgt 100 ml aangeboden,
drinkt de laatste dagen de fles leeg binnen een half uur. 65-100 ml. Meldt zichzelf
voor de voeding. 1x in de nacht voor voeding. Plassen en poepen gaat goed. Alert.
Spuugt niet. Gaat goed met moeder, goed herstel. Grote zus is helemaal blij, weinig
jaloers. Krampjes+ infacol gebruik. Moeder gaat temp vandaag nog meten. Heupanamnese
negatief. 3-5-11
Voeding en gedrag
krijgt 100 ml aangeboden, drinkt de laatste dagen de fles leeg binnen een half uur.
65-100 ml. Meldt zichzelf voor de voeding.
(…)
Functioneren: geen bijzonderheden
bijzonderheden ontlasten/plassen/zindelijkheid gaat goed voldoende plasluiers op
een dag.
Algemene indruk: bijzonderheden
Anders Moeder in tranen als ze de groeicurve ziet. Alerte, niet zieke zuigeling.
Huid Haar Nagels: geen bijzonderheden
Toelichting bijzonderheden huid/haar/nagels Rustig en normaal van aspect. Geringe
mate wat bleek.
(…)
Hartonderzoek bijzonderheden
Bijzonderheden harttonen S1-S2, systolische souffle, punctum max 3-4e ICR links
lever niet vergroot
Milt niet vergroot
A. femoralis rechts +
A. femoralis links +
(…)
Conclusie en vervolgstappen: bijzonderheden
conclusie
Afgevallen op KV, drinken gaat echter wel beter. Tevens een souffle. Voor beide
extra controle over een week, indien onvoldoende groei voortzet i.c.m. aanwezigheid
souffle, dan verwijzing KA. Geen indicatie heupecho, 3-5-11 schema. Voor nu advies
om extra voeding aan te bieden. Bij twijfel trekken ouders aan de bel. Moeder geadviseerd
vandaag nog wel de temperatuur in ieder geval 1 x te meten.”
In de avond van 1 september 2023 hebben klagers samen met E. de huisartsenpost bezocht in verband met buikgriep in het gezin. Dit bezoek hebben zij niet gemeld aan de arts en de arts had geen toegang tot de informatie van dit bezoek.
3.8 Op 8 september 2023 zag de arts E. nogmaals op het consultatiebureau. Van dit consult is het volgende in het dossier genoteerd:
“Groei: geen bijzonderheden
gewicht 3.97
Terugkerende anamnese: bijzonderheden
Anamnese
Buikgriep gehad in het gezin, inclusief E. Zijn overgestapt op nutrilon i.p.v kruidvat
en bieden extra voedingsmomenten aan
Hartonderzoek: bijzonderheden
Bijzonderheden harttonen
1-S2, souffle punctum max 3e ICR links, geen voortgeleiding
Conclusies en vervolgstappen: bijzonderheden
Conclusie
150g aangekomen in 1 week met een buikgriepvirus erbij. T.a.v. groei nu goede groei,
controle z.n. tussentijds bij ISU en verder 8wk consult reguliere controle. I.o.m.
moeder verwijzing KA ter uitsluiting pathologie hart i.v.m souffle.”
3.9 Op 8 september 2023 heeft de arts E. verwezen naar het Isala ziekenhuis vanwege souffle, de eerdere niet goede groei en de leeftijd. Zij voegde bij haar verwijsbrief de groeicurves toe en noteerde in haar verwijsbrief het volgend
“Overige journaalinformatie
Drinken ging in eerste instantie moeizaam, met tips en adviezen gaat dat nu beter.
Groei bleef wat achter, afgelopen week goede groei laten zien. Bij 3wk consult hoorde
ik een souffle. I.v.m groei en souffle een week later afgesproken met voedingsadviezen,
daarop goede groei, ondanks een buikgriep. Souffle blijft aanwezig. Familiair niet
cardiaal belast. Drinkt de fles nu ook goed, geen inspanningsintollerantie.
LO: S1-S2 souffle, 2-3e ICR links, graad 2-3, geen voortgeleiding, a. femoralis
beiderzijds krachtig aanwezig.
C/souffle
B/Gezien eerder niet helemaal goed gegroeid en leeftijd kind toch graag uw beoordeling
en advies t.a.v. de souffle”
3.10 Op 15 en 22 september 2023 is E. tijdens het inloopspreekuur op het consultatiebureau
gewogen door een assistent. Hij woog toen respectievelijk 4,095 kg en 4,175 kg. Op
22 september 2023 is het dossier geopend door de jeugdverpleegkundige en de arts om
de groei te checken. Op 4 oktober 2023 is E. gezien door een kinderarts in het K.
Deze heeft E. verwezen naar het H. in I. In de verwijzing schrijft deze onder conclusie:
“jongen van 2 maanden met wisselende tachypnoe en matige groei bij niet voelbare liespulsaties.
Echografisch matige LV functie en MI. RV Normaal. Geen goed overzicht van coarctatietraject.
Beeld past het meest bij coarctatie. Mogelijk ALCAPA.”
3.10 Op 5 oktober 2023 werd E. in I. gediagnosticeerd met twee aangeboren afwijkingen: coarctatio aortae en Aberrante Linker Coronair Arterie uit de Pulmonale Arterie (ALCAPA). Hij werd vanaf de polikliniek meteen opgenomen en hij is op 6 oktober 2023 geopereerd. Na de operatie bleef E. afhankelijk van de hart-longmachine. Gedurende die periode ontwikkelde zich als complicatie een bloedprop in de hersenen met ernstige neurologische schade tot gevolg. De combinatie van ernstige neurologische schade en de onzekere toekomst met betrekking tot de ventrikelfunctie, die elkaar beïnvloeden, maakte dat de continuering van de behandeling niet in het belang van E. was. In overleg met de familie hebben de specialisten besloten de behandeling te staken. E. is op 13 oktober 2023 overleden. De arts heeft hier na haar vakantie kennis van genomen en heeft contact opgenomen met klagers om haar medeleven te betuigen.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Volgens klagers heeft de arts onzorgvuldig dan wel onjuist gehandeld, omdat
zij:
a) Medische richtlijnen voor doorverwijzing niet heeft nageleefd;
b) Geen spoedverwijzing heeft georganiseerd;
c) De medische beslissing heeft overgelaten aan klagers;
d) De kans gemist heeft op vroege interventie door geen spoedige doorverwijzing.
4.2 Klagers zijn het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Zij verzoeken het Centraal Tuchtcollege om de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te vernietigen en de klacht alsnog gegrond te verklaren.
4.3 De arts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klagers te verwerpen.
4.4 Dit betekent dat in beroep de oorspronkelijke klacht in volle omvang ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorligt.
Toetsingskader
4.5 Het Centraal Tuchtcollege heeft oog voor het verdriet dat klagers hebben van het overlijden van hun zoontje. Duidelijk is dat dit een grote impact heeft en zal hebben op hun leven. De vraag die in beroep moet worden beantwoord is of de arts met haar beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met de wetenschappelijke inzichten op het moment van de zorgverlening en met de toen voor de arts geldende beroepsnormen en professionele standaarden. De beoordeling van het handelen en nalaten van de arts moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat daarbij dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.
Inhoudelijke beoordeling
Klachtonderdelen a), b) en d)
4.6 Klagers verwijten de arts met de klachtonderdelen a), b) en d) dat zij E. op 1 en op 8 september 2023 niet met spoed naar de kinderarts heeft verwezen. Volgens klagers heeft zij daarmee gehandeld in strijd met de JGZ-richtlijn “Vroegtijdige opsporing aangeboren hartafwijkingen 0-19 jaar” en het bijbehorende ‘Beslisschema verwijzen aangeboren hartafwijkingen’. Doordat E. te laat door de kinderarts is gezien, is hem een kans op een vroege interventie en een betere afloop ontnomen, aldus klagers. Het Centraal Tuchtcollege zal deze klachtonderdelen gelet op hun samenhang hierna gezamenlijk beoordelen.
4.7 De arts heeft E. twee keer gezien: op 1 september 2023 en op 8 september 2023. Beide keren hoorde de arts bij E. een hartgeruis (souffle). Zoals het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft overwogen, moet het handelen van de arts daarom worden getoetst aan de op dat moment geldende JGZ-richtlijn Hartafwijkingen (2016). Het beslisschema bij deze richtlijn beschrijft of en wanneer kinderen moeten worden verwezen indien er een vermoeden is van een aangeboren hartafwijking. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verwijzingen met spoed en gewone verwijzingen. Spoedig (telefonisch) contact met de kinderarts/-cardioloog is noodzakelijk wanneer een aandoening wordt vermoed die op korte termijn een ernstige bedreiging voor de gezondheid vormt. Dit is in het beslisschema het geval wanneer er bij een baby jonger dan zes maanden centrale cyanose (blauw zien) en/of kortademigheid wordt vastgesteld. Zonder die alarmsymptomen is ook de combinatie van een hartgeruis en inspanningstolerantie in het beslisschema een reden voor spoedverwijzing. Signalen die wijzen op inspanningsintolerantie zijn volgens de richtlijn bij een baby in het eerste jaar: tijdens voeden of huilen snel vermoeid, transpireren, snelle ademhaling (tachypnoe), wel honger maar krijgt fles niet leeg, stopt met drinken aan de borst en blauwe of grauwe huidskleur. Indien een hartafwijking wordt vermoed die niet acuut bedreigend lijkt, is een schriftelijke verwijzing naar de kinderarts/-cardioloog voldoende. Als er sprake is van twijfel over de aard van het hartgeruis (verdacht/pathologisch of niet), wordt bij zuigelingen een vervolgafspraak gemaakt na maximaal vier weken. Indien na die vervolgafspraak twijfel blijft bestaan, wordt alsnog verwezen.
4.8 Klagers stellen dat er op 1 en 8 september 2023 bij E. naast het hartgeruis duidelijke aanwijzingen waren voor inspanningsintolerantie, die de arts toen echter niet heeft onderkend. Zij wijzen daarbij op de door hen bij E. waargenomen symptomen, zoals zweten, ondertemperatuur, problemen met de voeding, een minimale gewichtstoename en een slappe, apathische indruk. Volgens klagers had de arts in verband hiermee, gelet op het beslisschema bij de richtlijn, E. met spoed naar een kinderarts moeten verwijzen.
4.9 Het Centraal Tuchtcollege overweegt hierover als volgt. De arts heeft op de zitting verteld dat de jeugdverpleegkundige haar voorafgaand aan het reguliere consult op 1 september 2023 in verband met de problemen met drinken om speciale aandacht voor E. had gevraagd en dat de arts daarom vooraf de beschikbare informatie extra goed had gelezen. De arts beschikte alleen over het JGZ-dossier van E. en de daarin door de jeugdverpleegkundige gemaakte aantekeningen. Zij had geen toegang tot het dossier van de huisarts of dat van de huisartsenpost. De arts was wel op de hoogte van het bezoek dat klagers met E. op 15 augustus 2023 aan de huisarts hadden gebracht, omdat de jeugdverpleegkundige hier in haar aantekeningen melding van had gemaakt. De arts moest verder afgaan op de anamnese en het lichamelijk onderzoek dat zij bij E. verrichtte.
4.10 De arts was er op 1 september 2023 mee bekend dat op 15 augustus 2023, toen klagers met E. de huisarts bezochten, sprake was geweest van ondertemperatuur en zweten. Ook wist zij dat sprake was geweest van moeizaam drinken. Uit de aantekeningen van de jeugdverpleegkundige bleek echter dat, hoewel E. wat moeite bleef houden met het leegdrinken van zijn flesjes, hij blijkens de metingen van 18 en 23 augustus 2023, wel gegroeid was. E. oogde toen weliswaar niet als een hele volle baby, maar had een goede kleur en was alert. Hij had op dat moment geen moeite met ademhalen en zijn temperatuur bleef goed. Tijdens het consult op 1 september 2023 heeft de arts de anamnese afgenomen en de gebruikelijke controles gedaan. E. bleek te zijn afgevallen ten opzichte van de vorige meting op 23 augustus 2023 door de jeugdverpleegkundige. Tegelijkertijd volgde uit de anamnese en de door klaagster/klagers ingevulde vragenlijst dat het drinken beter ging. Bij het lichamelijk onderzoek hoorde de arts bij E. wel een hartgeruis, maar zij twijfelde over haar waarneming en over de aard van het hartgeruis (verdacht of niet). Deze twijfel hield verband met het feit dat de huisarts eerder kennelijk geen hartgeruis had geconstateerd. De arts kon wat zij hoorde en de wat achterblijvende groei niet goed rijmen met de anamnese en met wat zij zag, te weten een alerte, niet zieke zuigeling. Er was op dat moment geen sprake van snel vermoeid zijn of transpireren. Ook was het niet zo dat E. honger had, maar de fles niet leeg kreeg. Dat de arts op dat moment wist dat de ouders, zoals zij aanvoeren, op elk beschikbaar moment van de dag bezig waren met het aanbieden van de fles aan E., blijkt niet uit het dossier en is ook overigens niet aannemelijk geworden. Het zweten en de ondertemperatuur leek eenmalig te zijn geweest, want het werd na 15 augustus 2023 en ook tijdens het consult van 1 september 2023 niet meer waargenomen of gemeld. De arts voelde dat de pulsaties van de arteria femoralis beiderzijds aanwezig waren. Er was op dat moment geen sprake van kortademigheid of een blauwe of grauwe huidskleur. De arts heeft haar bevindingen met klaagster besproken, evenals de opties die zij op dat moment zag. Die opties waren: E. op dat moment naar de kinderarts verwijzen om een verdacht of pathologisch hartgeruis uit te sluiten of nog even wachten met een verwijzing en E. na een week voor controle laten terugkomen. De arts en klaagster hebben toen samen voor de tweede optie gekozen.
4.11 De arts is hiermee niet afgeweken van de richtlijn. Alle omstandigheden in ogenschouw nemend, kon de arts naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege op 1 september 2023 tot de conclusie komen dat er bij E. op dat moment geen zodanige of consistente aanwijzingen waren voor inspanningsintolerantie, dat een spoedverwijzing naar de kinderarts geboden was. De arts mocht bij haar beoordeling rekening houden met het verloop in de tijd van de verschillende klachten en symptomen die er waren (geweest), zoals het feit dat het drinken beter ging en het feit dat andere klachten eenmalig leken te zijn geweest of waarbij een bredere differentiaal diagnose overwogen kon worden. Van belang daarbij is dat er bij E. op 1 september 2023 geen sprake was van benauwdheid/een snelle ademhaling of een blauwe of grauwe huidskleur. Dit alles samengenomen leek inspanningsintolerantie niet aannemelijk. De arts heeft bij het consult van 1 september 2023 voldoende zorgvuldig gehandeld door voedingsadviezen te geven, te adviseren nog een keer de temperatuur op te meten en bij twijfel aan de bel te trekken en door een vervolgafspraak voor over een week te maken. Dit laatste was, gelet op de twijfel van de arts over de aard van het hartgeruis, in overeenstemming met de richtlijn. Voor een spoedverwijzing was op dat moment geen aanleiding. De arts had kunnen kiezen voor een reguliere verwijzing naar de kinderarts, maar de keuze van de arts om voor E. een vervolgafspraak bij haar voor een week later te maken, is verdedigbaar.
4.12 Op 8 september 2023 zag de arts E. opnieuw. De arts hoorde nog steeds een hartgeruis. Hoewel E. net als de rest van het gezin buikgriep had gehad, was hij aangekomen. De arts heeft er op 8 september 2023 voor gekozen om E. alsnog naar de kinderarts te verwijzen, vanwege het hartgeruis en de wat achterblijvende groei. Het betrof een gewone verwijzing en geen spoedverwijzing. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege was er ook tijdens dit consult geen sprake van zodanige aanwijzingen voor inspanningsintolerantie dat de arts voor een spoedverwijzing had moeten kiezen. Het feit dat er nog steeds geen sprake was van benauwdheid/een snelle ademhaling noch van een blauwe of grauwe huidskleur maakte inspanningsintolerantie ook op 8 september 2023 minder aannemelijk. Op deze datum is de arts dus evenmin afgeweken van de richtlijn.
4.13 Uit het voorgaande volgt dat de klachtonderdelen a), b) en d) ongegrond zijn.
Klachtonderdeel c)
4.14 Klagers verwijten de arts met klachtonderdeel c) dat de arts de beslissing tot verwijzing naar de kinderarts bij klagers heeft neergelegd. Uit het dossier en hetgeen op de zitting is besproken blijkt dat er sprake is geweest van zogenoemde shared decision making. Dit is in de hedendaagse geneeskundepraktijk gebruikelijk. De arts heeft op 1 september 2023 in samenspraak met klaagster besloten om op dat moment niet een verwijzing naar de kinderarts te doen. Dat wil niet zeggen dat zij de keuze om al dan niet te verwijzen geheel aan klaagster heeft overgelaten. Zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen, waren de twee opties die de arts met klaagster heeft besproken beide verantwoord en verdedigbaar. De arts heeft hierover op de zitting verklaard dat zij het op 1 september 2023 veilig achtte om E. niet meteen te verwijzen en over een week weer voor controle bij haar terug te laten komen. Zij heeft toen ook al in het dossier genoteerd dat bij de volgende controle eventueel alsnog voor verwijzing zou worden gekozen, en dat is ook gedaan. Door op deze wijze te handelen heeft de arts steeds de vereiste eigen verantwoordelijkheid genomen en is er geen sprake van dat die is afgewenteld op klagers.
4.15 Dit betekent dat ook klachtonderdeel c) ongegrond is.
Conclusie
4.16 Uit het voorgaande volgt dat de arts op basis van de haar op 1 en 8 september 2023 kenbare informatie, eigen waarnemingen en met inachtneming van medische richtlijnen verdedigbare behandelbeslissingen heeft genomen. De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van klagers verwerpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door G. Tangenberg, voorzitter,
S.M. Evers en J.M.T. van der Hoeven-Oud, leden-juristen, en D. Mul en D. van Sleeuwen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.