ECLI:NL:TADRARL:2026:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-530/AL/MN
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:188 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-09-2026 |
| Datum publicatie: | 21-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-530/AL/MN |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over een advies in een pensioenzaak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 21 september 2026
in de zaak 26-530MN
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) van 25 juni 2026 met kenmerk 254202.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klager heeft zijn rechtsbijstandsverzekeraar om juridische bijstand gevraagd in verband met een daling van zijn pensioenkapitaal vlak voor zijn pensionering.
1.2 Aanvankelijk is de zaak behandeld door een pensioenjurist en daarna door een andere jurist, werkzaam bij deze rechtsbijstandverzekeraar. Naar aanleiding van een klacht van klager tegen deze jurist, heeft verweerder op 23 september 2024 een advies opgesteld over de zaak van klager. De conclusie van verweerder was dat er geen redelijke kans op succes in een gerechtelijke procedure is.
1.3 In een e-mail van 14 oktober 2024 heeft klager aangegeven dat de informatie en uitgangspunten bij de beoordeling niet helemaal correct zijn. Klager en verweerder hebben daarover op 21 november 2024 gesproken.
1.4 Klager heeft vervolgens een nadere schriftelijke toelichting gegeven en in een brief van 28 november 2024 herhaald dat de informatie voor de beoordeling niet correct is, waarop verweerder heeft laten weten dat hij geen nieuwe feiten en/of omstandigheden heeft gehoord die tot een andere conclusie zouden moeten leiden en hij heeft klager laten weten dat hij gebruik kan maken van de geschillenregeling.
1.5 In een brief van 16 december 2025 heeft verweerder aan klager geschreven dat de correcties van klager op zijn analyse van de zaak geen aanleiding geven voor een aanpassing van zijn conclusie en hem nogmaals gewezen op de geschillenregeling.
1.6 Op 17 december 2025 hebben klager en verweerder nog een keer met elkaar gesproken.
1.7 Op 20 december 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door hem een onjuist, dan wel onvolledig, advies te geven over zijn pensioenzaak.
3 VERWEER
Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 De tuchtrechter moet bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn, gezien ook het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
4.2 Klager heeft zijn rechtsbijstandsverzekeraar om juridische bijstand gevraagd. Deze zaak is behandeld door een jurist. Na een klacht van klager tegen deze jurist heeft verweerder een advies gegeven over de zaak van klager. De conclusie van verweerder luidde dat er geen redelijke kans op succes is in een gerechtelijke procedure. Klager verwijt verweerder dat hij een onjuist dan wel onvolledig advies heeft gegeven. Klager stelt (onder meer) dat verweerder niets heeft onderzocht, geen waarheden aan het licht heeft gebracht en dat er wel degelijk voldoende bewijs is om de zaak door te zetten en te winnen.
4.3 De voorzitter volgt klager niet in dit verwijt. Uit de stukken blijkt dat verweerder een onderbouwd juridisch advies heeft geschreven dat logisch is opgebouwd en is gebaseerd op actuele jurisprudentie. Verweerder heeft de feiten vooraf geverifieerd en hij heeft zich achteraf beschikbaar gehouden voor feitelijke correcties door klager. Verweerder is met klager in gesprek gegaan om zijn juridische advies toe te lichten. Dat klager het niet eens is met de inhoud van het advies, betekent niet dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Gelet op het advies en de manier waarop verweerder met klager heeft gecommuniceerd, is niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De voorzitter is dan ook van oordeel dat de klacht van klager kennelijk ongegrond is.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door
mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 21 september 2026