ECLI:NL:TAHVD:2026:302 Hof van Discipline 's Gravenhage 260329
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:302 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-09-2026 |
| Datum publicatie: | 24-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 260329 |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen -voormalig- deken wordt niet verwezen. De vervaltermijn voor het indienen van een klacht is op grond van het bepaalde in artikel 46g lid 1 sub a drie jaren. Klager heeft zijn klacht echter pas ruim zeven jaar na de beslissing van de deken ingediend. Gelet hierop zal deze klacht niet worden verwezen. |
Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline
van 24 september 2026
in de zaak 260329
naar aanleiding van het verzoek van:
klager
tegen:
mr. E.J. Henrichs
advocaat en voormalig deken te Amsterdam
verweerder
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 1 augustus 2026 van klager. Hierin heeft klager een formele klacht ingediend over de wijze waarop verweerder klagers verzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet heeft behandeld. De besluitvorming van verweerder is neergelegd in de beslissing van 17 mei 2019.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 De vervaltermijn voor het indienen van een klacht is op grond van het bepaalde in artikel 46g lid 1 sub a drie jaren. Klager heeft zijn klacht echter pas ruim zeven jaar na de beslissing van verweerder ingediend. Gelet hierop zal deze klacht niet worden verwezen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is genomen op 24 september 2026 door mr. C.H. van Breevoort – de
Bruin, plaatsvervangend voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 24 september 2026.