ECLI:NL:TADRSHE:2026:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-710/DB/ZWB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:111
Datum uitspraak: 22-09-2026
Datum publicatie: 22-09-2026
Zaaknummer(s): 26-710/DB/ZWB
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Grievende uitlatingen
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft zich namelijk niet onjuist en kwetsend uitgelaten door klaagster en haar ex-partner in een processtuk aan te duiden als “vrouw” en “man”, terwijl klaagster en haar ex-partner nooit getrouwd zijn geweest.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch
van 22 september 2026

in de zaak 26-710/DB/ZWB


naar aanleiding van de klacht van:

klaagster


over:

verweerster

De voorzitter van de raad van discipline (hierna: “de voorzitter”) heeft kennisgenomen van het e-mailbericht van 12 augustus 2026 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: de deken) met kenmerk K26-077 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 7.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Klaagster heeft een affectieve relatie gehad en samengewoond met de heer X. Verweerster staat de heer X bij in een tussen klaagster en X gerezen geschil en de daarmee samenhangende procedure.

1.2 Op 10 juni 2026 heeft verweerster namens de heer X een conclusie van antwoord ingediend. In de conclusie van antwoord heeft verweerster klaagster aangeduid met de term “vrouw” en de heer X met de term “man”.

1.3 Bij e-mail van 10 juni 2026 heeft klaagsters gemachtigde aan verweerster medegedeeld dat klaagster, nu geen sprake was van een echtscheidingszaak, ernstige bezwaren had tegen het gebruik van de term “vrouw”, dat klaagster hiervan niet was gediend en dat zij verweerster om die reden verzocht om het processtuk te wijzigen.

1.4 Bij e-mail van dezelfde dag heeft verweerster aan klaagsters gemachtigde medegedeeld dat zij de termen “man” en “vrouw” in de processtukken zou blijven hanteren, nu klaagster en haar ex-partner hadden samengewoond en een affectieve relatie met elkaar hadden gehad.

1.5 Daarop heeft klaagsters gemachtigde bij e-mail van eveneens 10 juni 2026 aan de rechtbank verzocht om de conclusie van antwoord te weigeren wegens het kwetsende karakter daarvan. De griffier heeft partijen bericht dat de kantonrechter geen aanleiding zag om de conclusie van antwoord te weigeren.

1.6 Op 16 juni 2026 heeft klaagster bij de deken een klacht tegen verweerster ingediend.

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerster het volgende:

Verweerster heeft zich onjuist en kwetsend uitgelaten door klaagster en haar ex-partner in een processtuk aan te duiden als “vrouw” en “man”, terwijl klaagster en haar ex-partner nooit getrouwd zijn geweest.

3 VERWEER

3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING

4.1 Toetsingskader

Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.

4.2 De klacht is kennelijk ongegrond

Klaagster verwijt verweerster dat zij zich onjuist en kwetsend heeft uitgelaten door klaagster en haar ex-partner in een processtuk aan te duiden als “vrouw” en “man”, terwijl klaagster en haar ex-partner nooit getrouwd zijn geweest. Verweerster heeft  uitdrukkelijk en gemotiveerd weersproken dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door het gebruik van de gewraakte termen.

4.3 Als niet dan wel onvoldoende weersproken staat vast dat klaagster en de heer X een affectieve relatie hebben gehad en met elkaar hebben samengewoond. De voorzitter is van oordeel dat de termen “man” en “vrouw” in de gegeven context niet onjuist noch onnodig grievend zijn. Anders dan klaagster lijkt te veronderstellen is het gebruik van de gewraakte termen niet voorbehouden aan de bij een echtscheidingsprocedure betrokkenen. De termen “man” en “vrouw” zijn algemeen gangbare en neutrale termen die in juridische correspondentie en in processtukken frequent worden gebruikt om personen aan te duiden en in het maatschappelijk verkeer niet als kwetsend worden aangemerkt. Verweerster kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het gebruik van deze termen. 

4.4 De voorzitter komt tot de slotsom dat uit de overgelegde stukken niet is gebleken dat verweerster de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. De voorzitter zal de klacht op grond van het voorgaande kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

-      de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber- van de Langenberg, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.

Griffier                                                            Voorzitter

Verzonden op: 22 september 2026