ECLI:NL:TADRAMS:2026:207 Raad van Discipline Amsterdam 26-679/A/NH

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:207
Datum uitspraak: 21-09-2026
Datum publicatie: 24-09-2026
Zaaknummer(s): 26-679/A/NH
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat tussen klaagster en verweerder diverse keren contact is geweest over het opstellen van een reactie aan de wederpartij en dat verweerder de suggesties van klaagster daarin heeft meegenomen. Verweerder heeft de reactie na telefonisch contact met klaagster en binnen een acceptabele termijn aan de wederpartij gestuurd. Daarna heeft verweerder zijn werkzaamheden geschorst omdat klaagster hem verbood nog contact op te nemen met de wederpartij. In de gegeven omstandigheden heeft verweerder zich voldoende ingezet om klaagster bij te staan. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline
in het ressort Amsterdam

van 21 september 2026 
in de zaak 26-679/A/NH

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

over:

verweerder

De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland (hierna: de deken) van 30 juli 2026 met kenmerk mr/ss/25-533/2536488, door de raad digitaal ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 7. 

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klaagster heeft een geschil met een sportschool (hierna: de sportschool) over de beëindiging van haar lidmaatschap. Klaagster heeft zich tot verweerder gewend voor juridische bijstand.

1.2    Op 19 maart 2025 heeft op het kantoor van verweerder een bespreking tussen klaagster en verweerder plaatsgevonden.

1.3    Op 23 april 2025 heeft verweerder namens klaagster een brief aan de sportschool gestuurd met het verzoek om binnen veertien dagen te bevestigen dat de overeenkomst met klaagster niet is vernietigd en nog doorloopt, bij gebreke waarvan over wordt gegaan tot rechtsmaatregelen.

1.4    Op 9 mei 2025 is namens de sportschool uitgebreid op de brief van verweerder van  
23 april 2025 gereageerd. In deze e-mail stelt de sportschool zich op het standpunt dat het lidmaatschap van klaagster met recht tussentijds en onmiddellijk is beëindigd en dat daarbij zorgvuldig is gehandeld. Verweerder heeft deze reactie aan klaagster gemaild met het verzoek om die door te nemen.

1.5    Op 18 mei 2025 heeft klaagster verweerder een aantal stukken toegestuurd. Ook heeft klaagster inhoudelijk gereageerd op het verweer van de sportschool.

1.6    Op 22 en 23 mei 2026 heeft klaagster bij verweerder geïnformeerd naar de voortgang van de zaak. Daarop heeft verweerder klaagster laten weten dat hij ermee bezig is. 

1.7    Op 27 mei 2025 heeft klaagster een vernieuwde versie van haar verweer aan verweerder gemaild. 

1.8    Op 6 juni 2026 heeft klaagster een nieuwe reactie aan verweerder gestuurd.

1.9    Op 12 juni 2025 heeft klaagster verweerder gemaild:

‘Aansluitend op ons telefoongesprek, wil ik u verzoek om mij een CC te sturen van de email naar de wederpartij met mijn definitieve verweerschrift van 6 juni (…) jl.!’

1.10    Op 3 juli 2025 heeft klaagster verweerder gemaild:

‘(…) 
Ik hoop dat u mijn zaak uiterst serieus neemt en ik wil niet meer dat u contact opneemt deze jurist (…). Dit lijkt op belangenverstrengeling, want u bent mijn advocaat en ik wil geen antwoorden meer ontvangen van deze riooljournalist, zoals ik het formuleer, want dit is schending van mijn integriteit, vertrouwen en respect, e.d.! Indien u deze persoon kent en dat haal ik hieruit, mag u deze informatie niet delen met de jurist van de tegenpartij! 

1.11    Op 4 juli 2025 heeft verweerder klaagster gemaild:

‘Als ik geen contact van u mag opnemen met de gemachtigde van [de sportschool], dan kan ik mijn werk niet voor u doen. Ik heb al eerder met u besproken dat een starten van een procedure niet kansrijk is. Gezien het verloop van de afgelopen tijd ben ik ook zeker van mening dat procederen niet verstandig is, en ik zal dan ook namens u geen procedure aanhangig maken.
Nu ik ook van u geen contact mag opnemen, betekent dit dat ik verder geen werkzaamheden kan verrichten. Ik vraag mij dan ook af of de kwestie nu op het punt is gekomen dat ik over zou moeten gaan tot sluiting van mijn dossier.’

1.12    Op 7 juli 2025 heeft verweerder klaagster geïnformeerd dat hij klaagster niet langer kan bijstaan en dat hij over zal gaan tot sluiting van zijn dossier. In zijn brief heeft verweerder opgemerkt:

‘Hoewel ik in mijn eerste gesprek met u nog het starten van een procedure bij de rechtbank als een mogelijkheid zag, ben ik daarover gedurende de tijd van gedachten veranderd. Dit heeft onder meer te maken met het verweer van de wederpartij. Wanneer er wel een procedure zal worden gestart dan moet uw verklaring worden afgewogen tegen de verklaring van (het personeel van) [de sportschool], en zal er een reële kans zijn dat de rechter de verklaring van [de sportschool] voor waar zal aannemen. Ook zal de rechtbank een belangenafweging moeten maken, en hierbij is het in uw nadeel dat het voor u mogelijk is om bij een andere sportschool een abonnement af te sluiten. Daarnaast is het van belang dat in het geval u de procedure verliest de kans groot is dat u ook veroordeeld zult worden in de kosten van de procedure van de wederpartij. Deze kosten kunnen gauw enkele duizenden euro’s bedragen. Als advocaat is het onder meer mijn taak om u te behoeden voor het starten van risicovolle procedures die mogelijk alleen maar veel geld kosten. 

Hoewel het u uiteraard vrij staat met een andere advocaat alsnog een procedure te starten, of zelfs zonder advocaat een procedure te starten, raad ik u dit wel af. Mijn advies zal zijn om, zeker nu de relatie tussen u en [de sportschool] duidelijk niet goed meer is, alsnog op zoek te gaan naar een andere sportschool.’ 

1.13    Op 15 augustus 2025 heeft klaagster verweerder gemaild dat zij eerst contact wil opnemen met de sportschool voordat zij definitief besluit tot een rechtszaak. Dezelfde dag heeft verweerder geantwoord dat hij zijn werkzaamheden opschort tot klaagster overleg heeft gehad met de sportschool. Daarna is er geen contact meer geweest. 

1.14    Op 24 november 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht over verweerder ingediend.

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende:
a)    verweerder heeft geen juridische stappen ondernomen na het ontvangen van de reactie van de advocaat van de wederpartij; 
b)    verweerder heeft zich niet voldoende ingezet om klaagster bij te staan in de procedure tegen haar wederpartij. 
2.2    De voorzitter zal bij de beoordeling ingaan op de standpunten van klaagster.

3    VERWEER
3.1    Verweerder voert verweer tegen de klacht en betwist dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband voert verweerder aan dat hij namens klaagster contact heeft opgenomen met de wederpartij en dat hij dit met klaagster heeft besproken. Verder merkt verweerder op dat hij heeft gereageerd op het bericht van de jurist van de wederpartij en dat hij vervolgens meerdere uitgebreide e-mails aan klaagster heeft gestuurd die hij ook heeft verwerkt in zijn reactie naar de wederpartij. Volgens verweerder heeft klaagster op enig moment aangegeven dat hij geen contact meer mocht opnemen met de jurist van de wederpartij en was hij op dat moment ook van mening dat een procedure starten tegen de wederpartij kansloos was. Op basis daarvan heeft hij toen bij klaagster aangegeven dat het hem beter leek het dossier te sluiten.
3.2    De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
Toetsingskader
4.1    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klachtonderdelen a) en b) zijn kennelijk ongegrond
4.2    De voorzitter zal klachtonderdelen a) en b) hierna gezamenlijk beoordelen.
4.3    De voorzitter kan op grond van het klachtdossier niet vaststellen dat verweerder op enigerlei wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld in zijn bijstand aan klaagster. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen verweerder en klaagster, zoals die grotendeels onder de feiten is opgenomen, blijkt dat tussen klaagster en verweerder diverse keren contact is geweest over het opstellen van een reactie op de e-mail van de gemachtigde van de sportschool van 9 mei 2025. Verder blijkt uit de overgelegde e-mails dat verweerder de suggesties van klaagster heeft meegenomen in de reactie richting de sportschool en dat hij die reactie, na telefonisch contact met klaagster, binnen een acceptabele termijn van twee maanden, op 12 juni 2026 aan de gemachtigde van de sportschool heeft verstuurd. Daarna is het niet meer tot verdere juridische stappen gekomen, omdat klaagster verweerder verbood om nog contact met de wederpartij op te nemen en hem beschuldigde van belangenverstrengeling, waarna verweerder zijn werkzaamheden voor klaagster vervolgens heeft opgeschort en het dossier uiteindelijk heeft gesloten omdat een procedure tegen de sportschool naar zijn mening kansloos was. Uit deze gang van zaken, die door de door partijen overgelegde stukken wordt ondersteund, blijkt dat verweerder in en na overleg met klaagster heeft gereageerd op de reactie van de gemachtigde van de sportschool en dat verweerder zich in de gegeven omstandigheden voldoende heeft ingezet om klaagster bij te staan in haar geschil met de sportschool.
Conclusie 
4.4    Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j lid 1 onder c Advocatenwet, in beide onderdelen kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, bijgestaan door mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2026.    

Griffier                               Voorzitter

Verzonden op: 21 september 2026