Zoekresultaten 1-50 van de 5111 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/77
- Datum publicatie: 01-09-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:14
Hond. Dierenarts treft het verwijt net betrekking tot een hond ten onrechte euthanasie te hebben voorgesteld op basis van een onjuiste diagnose (een bottumor). [Klacht gegrond, volgt waarschuwing.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/89
- Datum publicatie: 01-09-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:15
Hond. Klacht ziet op een door een dierenarts vermeend onjuist uitgevoerde euthanasie van een hond. [Klacht ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/62 VTC 2024/65
- Datum publicatie: 01-09-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:11
Hond. Klachten tegen twee dierenartsen over het onderzoek en de behandeling van een hond met braakklachten. [Klacht 2024/62 ongegrond]. [Klacht 2024/65 gegrond met waarschuwing].
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/61
- Datum publicatie: 01-09-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:12
Hond. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond in haar onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/55
- Datum publicatie: 01-09-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:13
Hond. Dierenarts wordt verweten bij de invulling en afgifte van een dierenpaspoort voor een door klager aangekochte pup nalatig te hebben gehandeld. Klacht gegrond. Volgt geldboete van € 2.000, waarvan € 1.500 voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:277 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:277
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:278 Hof van Discipline 's Gravenhage 260074 260076
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:278
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:279 Hof van Discipline 's Gravenhage 260053
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:279
Klacht over de eigen advocaat in een fiscale (bezwaar)procedure. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder duidelijk met klaagster heeft gecommuniceerd over de reikwijdte van zijn opdracht en ook zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad waarbij onder meer een maatregel is opgelegd en verklaart de desbetreffende klachtonderdelen alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:280 Hof van Discipline 's Gravenhage 250454 250455 250456
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:280
Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster jegens vier verweerders allen van hetzelfde kantoor. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klachtonderdelen gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Klaagster is niet opgekomen tegen de beslissing van de raad over verweerder 4 (de klachtenfunctionaris van het kantoor). In hoger ligt allereerst de ontvankelijkheidstoets voor in verband met termijnoverschrijding. De raad heeft een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard in verband met het verstrijken van de driejaarstermijn. Het hof is van oordeel dat klaagster voldoende heeft onderbouwd dat zij pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend is geworden met de gevolgen van het handelen of nalaten van verweerders. Niettemin oordeelt het hof dat de termijn van artikel 46g lid 2 Advocatenwet is overschreden. Het hof bekrachtigt in zoverre de beslissing van de raad ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid. Met betrekking tot de inhoud van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof dat klaagster niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde beroep, wegens gebrek aan gronden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:281 Hof van Discipline 's Gravenhage 250253
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:281
Klaagster heeft (beperkt) hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van klaagster noch klaagster zelf is ter zitting bij het hof verschenen. Het hof ziet geen aanleiding om de zitting te heropenen, zoals door de gemachtigde van klaagster is verzocht. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:269
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:282 Hof van Discipline 's Gravenhage 250433
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:282
Deze zaak betreft een klacht over privégedragingen van een advocaat. Klaagster 2 heeft over verweerder eerder (in mei 2021) een klacht ingediend maar heeft die weer ingetrokken. Vervolgens is de klacht door klaagsters op 20 februari 2024 bij de deken ingediend. Anders dan de raad acht het hof ten aanzien van klaagster 2 geen strijd met het ne-bis-in-idembeginsel (artikel 47b lid 1 Advocatenwet) omdat over die eerdere klacht geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Het hof ziet hierin evenmin aanknopingspunten voor misbruik van het tuchtrecht door klaagster 2. Anders dan de raad acht het hof ook de maatschap op grond van een eigen rechtstreeks belang ontvankelijk in de klacht. Klaagsters zijn echter niet-ontvankelijk in hun klacht voor zover die ziet op gedragingen van verweerder van voor 20 februari 2021. Voor zover de klacht ziet op gedragingen van na die tijd is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-745/DB/LI
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:108
Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing en treffen van voorzieningen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919
- Datum publicatie: 27-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133
Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-492/DH/RO
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:195
Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde wegens verwevenheid met eerdere tuchtklacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152
Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-516/DH/RO
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:196
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij/werkgever in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Klager lijkt niet te (willen) begrijpen dat verweerder optreedt als advocaat van de wederpartij en daarmee partijdig is. Klager kan zelf een advocaat inschakelen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënt. Het is voor klager steeds duidelijk geweest dat verweerder het aanspreekpunt was. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153
Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-470/DH/DH
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:192
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen stamadvocaat in een Wvggz-procedure. Verweerster heeft gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Ook heeft zij haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd nadat een vertrouwensbreuk was ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-471/DH/DH
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:193
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening in een letselschadeprocedure. Niet gebleken dat verweerder heeft gedaan aan ontoelaatbare acquisitie of zijn zorgplicht richting klager heeft geschonden. Verweerder heeft een plan van aanpak opgesteld en aldus dat plan gehandeld. Verweerder heeft zijn werkzaamheden kunnen neerleggen na een ontstane vertrouwensbreuk. Dat heeft hij in overeenstemming met gedragsregel 14 lid 2 gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-472/DH/DH
- Datum publicatie: 26-08-2026
- Datum uitspraak: 26-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:194
Voorzittersbeslissing. Klacht over het standpunt dat een advocaat heeft ingenomen over de aansprakelijkheid van haar (kantoor) jegens klager. Klager dient zich daarvoor te wenden tot de civiele rechter. Niet gebleken van klachtwaardig handelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-362/AL/OV
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:175
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9035
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134
Kennelijk ongegrond klacht. Klager is bij een beoordeling in het kader van een crisis gezien door verweerder, psychiater. Deze adviseerde klager de olanzapine in te nemen die klager op dat moment bij zich had. Klager vindt dit onzorgvuldig, aangezien de olanzapine juist ten behoeve van afbouw gedoseerd was klaargemaakt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:176
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 260099
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:271
Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-240/AL/MN
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:177
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Niet is komen vast te staan dat de advocaat niet tijdig stukken van klager heeft gedownload waardoor de zaak van klager vertraging heeft opgelopen. Evenmin is onaannemelijk of ongeloofwaardig dat berichten van klager in de spambox van de advocaat terecht zijn gekomen. Het is de raad niet gebleken dat de bijstand van de advocaat aan klager tegenover de belastingdienst niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en kwaliteit die de professionele standaard veronderstelt. Het klachtdossier bevat geen aanknopingspunten voor de stelling van klager dat daarbij essentiële zaken onbesproken zijn gebleven. Uit niets blijkt dat de advocaat is afgeweken van instructies van klager. Voor klager moest duidelijk zijn dat de het bij het in de opdrachtbevestiging opgenomen uurtarief van € 20,- om een typefout gaat. Niet alleen omdat het wel een erg laag uurtarief is, maar ook omdat klager al meer dan tien jaar is verbonden aan het kantoor van de advocaat en klager wist dat een marktconform uurtarief tussen de € 250,- en € 350, - ligt. De advocaat heeft zich op zorgvuldige wijze onttrokken aan de hem verstrekte opdracht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 260111
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:272
Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-475/AL/GLD
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:178
voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerder wist niet en hoefde ook niet te begrijpen dat klaagster naast haar rechtsbijstand van mr. K twee andere advocaten kort heeft ingeschakeld vanwege hun expertise. Verweerder kon en moest verweerster daarom rechtstreeks aanschrijven zoals door hem gedaan. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt ontvangen informatie. Hij heeft nog nader onderzoek naar het van zijn cliënt gekregen woonadres van klaagster gedaan, maar dat vanwege geheimvermelding daarvan niet van de gemeente ontvangen. Klaagster is hierdoor niet benadeeld of anderszins in haar (privacy)belangen geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126V
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:273
Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. De beslissing van de deken om in deze derde klachtzaak te volstaan met het geven van een dekenstandpunt is door de voorzitter terecht betiteld als een procedurele beslissing, die desgewenst in de (verdere) klachtbehandeling bij de raad aan de orde kan worden gesteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-498/AL/NN 26-521/AL/NN
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:179
voorzittersbeslissing. Volgens klager hebben verweerders, als advocaten van zijn wederpartij, zich schuldig gemaakt aan grensoverschrijdend, onzorgvuldig en intimiderend gedrag richting klager. Daarvan is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Evenmin is daaruit gebleken dat verweerders de belangen van klager nodeloos of onevenredig hebben geschaad zoals verweten. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang bij die verwijten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 260160
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:274
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is dat de advocaat moet worden betaald. Als er een toevoeging wordt verleend, gaat het om de eigen bijdrage en eventuele bijkomende kosten, zoals griffierechten (zie ook HvD 17 november 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:231). In het geval de klager niet in aanmerking komt voor een toevoeging, is het niet anders (zie ook HvD 6 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:204).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 260173
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:275
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-507/AL/NN 26-522/AL/NN
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:180
voorzittersbeslissing tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht, voor zover hij dat feitelijk ook heeft gedaan, aan zijn cliënte de tip geven om de behandelaar van haar ex-partner te benaderen, zoals door haar gedaan. Of en in hoeverre die behandelaar ingaat op een informatieverzoek is de verantwoordelijkheid van de behandelaar. Van onjuiste, niet onderbouwde en onnodig grievende uitlatingen is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204
Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren. De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd, de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer. Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak, legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-586/DB/OB
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:107
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-165/AL/MN
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:174
Raadsbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling is ongegrond. De advocaat stond in 2016 zowel klaagster als een bewoner van haar chaletpark bij toen zij een gezamenlijk belang hadden tegenover de gemeente. Later heeft de gemeente de bewoner een omgevingsvergunning verleend om op het park te blijven wonen. Daartegen heeft klaagster bezwaar gemaakt. Klaagster trad dus op tegen de gemeente en niet tegen de bewoner. De bewoner was als vergunninghouder een derde belanghebbende partij. De advocaat heeft de bewoner bijgestaan in de bestuursrechtelijke procedure. Die bijstand richtte zich niet tegen klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:276 Hof van Discipline 's Gravenhage 260176
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:276
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Verzoek tot aanwijzing van een advocaat in meerdere opzichten onvoldoende onderbouwd, waardoor de deken niet in de gelegenheid is gesteld om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 25-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205
Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren, door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:172
Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-351/DB/ZWB 26-356/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:102
Raadsbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft achtergehouden of tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij het verrichten van een heroverweging. Klachten in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:173
Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-488/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:103
Dekenbezwaar. Verweerder heeft stelselmatig en in een groot aantal zaken niet voldaan aan de zware zorgplicht die geldt bij het behandelen van gezamenlijke echtscheidingsverzoeken. Voor de hoogte van de maatregel weegt de raad mee dat de vaste rechtspraak over de zware zorgplicht voor ‘afhechtingsadvocaten’ al lange tijd helder was en verweerder ook wist dat de dekens extra toezicht zouden houden op ‘afhechtingsadvocaten’. De raad is er niet van overtuigd dat verweerder met de inmiddels doorgevoerde wijzigingen in zijn praktijkvoering wel zal voldoen aan de zware zorgplicht. Schorsing van 22 weken, waarvan 18 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:174
Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-342/DB/OB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:104
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtelijke kwestie. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Klacht gegrond over aankopen die verweerder als particulier bij klaagster heeft gedaan. Voldoende aanknopingspunten met de uitoefening van het beroep van advocaat. Verweerder heeft een miniatuurklok van klaagster gekocht op het moment dat hij haar dochter bijstond in een geschil tegen klaagster. Verweerder heeft niet gemeld dat hij de advocaat van klaagsters dochter was, terwijl hij de aankoop mede deed ter voorbereiding van de erfrechtkwestie. Strijd met de kernwaarde integriteit en gedragsregel 9. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder en omdat hij zich tijdens de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan tuchtrechtelijk laakbaar handelen, legt de raad een langdurige schorsing op als laatste kans. Schorsing van 25 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:175
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 103
- Volgende pagina zoekresultaten