ECLI:NL:TADRSGR:2026:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-817/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:210 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-09-2026 |
| Datum publicatie: | 17-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-817/DH/DH |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 7 september 2026 in de zaak 25-817/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter
van de raad van discipline van 21 januari 2026 op de klacht van:
klager
gemachtigde: [K]
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 12 juni 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 21 november 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K144 2025
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 21 januari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van
de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze
beslissing is op 21 januari 2026 verzonden aan partijen.
1.4 Op 21 januari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op diezelfde ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 29 juni 2026. Daarbij
waren de gemachtigde van klager (via een videoverbinding) en verweerster aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift. De raad heeft verder kennisgenomen van de e-mail van 10
juni 2026 van klager, met bijlagen.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in.
2.2 De voorzitter heeft miskend dat verweerster haar plicht tot geheimhouding
heeft geschonden.
2.3 De voorzitter heeft miskend dat verweerster niet voldoende heeft meegewerkt
aan het dekenonderzoek.
2.4 De voorzitter heeft miskend dat verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan
belangenverstrengeling.
2.5 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde gronden van verzet
niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en
heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
Hij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. S. Wierink, voorzitter, mrs. M.M. van Wijk en M.M.E. Bowmer, leden, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 7 september 2026