ECLI:NL:TADRSGR:2026:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-021/DH/DH

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2026:211
Datum uitspraak: 07-09-2026
Datum publicatie: 17-09-2026
Zaaknummer(s): 26-021/DH/DH
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 7 september 2026 in de zaak 26-021/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 4 maart 2026 op de klacht van:

klaagster

over:

verweerster


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 5 september 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2    Op 12 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K224 2025 ia/ak van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 4 maart 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 4 maart 2026 verzonden aan partijen.
1.4    Op 19 maart 2026 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift diezelfde dag ontvangen.
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 29 juni 2026. Daarbij waren klaagster en verweerster aanwezig. 
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. De raad heeft verder kennisgenomen van de e-mail van 6 april 2026, met bijlage, van klaagster. 

2    VERZET
2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in.
2.2    Verweerster heeft in verzet gesteld dat de voorzitter heeft miskend dat verweerster in haar brief aan de beheerder van de VvE de onjuistheid van rekeningen van Vattenfall en Techem niet naar voren heeft gebracht. De voorzitter heeft ook miskend dat verweerster over dit onderwerp bewijsstukken had moeten opvragen. Verweerster had kunnen aantonen dat het VvE beheer niet functioneerde, maar heeft dit nagelaten. 
2.3    De voorzitter heeft miskend dat verweerster niet adequaat heeft gereageerd op de reactie van de VvE beheerder. 
2.4    De voorzitter heeft miskend dat verweerster klaagster niet voldoende op de hoogte heeft gehouden. 
2.5    De voorzitter heeft miskend dat verweerster de belangen van klaagster niet goed heeft behartigd. 
2.6    De voorzitter heeft miskend dat verweerster te veel in rekening heeft gebracht voor haar beperkte werkzaamheden. 
2.7    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op. 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING
4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde gronden van verzet niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Zij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. S. Wierink, voorzitter, mrs. M.M. van Wijk en M.M.E. Bowmer, leden, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.


Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 7 september 2026