ECLI:NL:TADRSGR:2026:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-153/DH/RO
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:215 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-09-2026 |
| Datum publicatie: | 17-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-153/DH/RO |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Jegens wederpartij in acht te nemen zorg |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een verklaring van een therapeut in te brengen. De inhoud van die verklaring kan niet aan verweerder worden toegerekend. Klacht ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 7 september 2026 in de zaak 26-153/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 22 augustus 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 26 februari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2026/013
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 27 juli 2026. Daarbij
waren klager en verweerder aanwezig.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 23. Ook heeft de raad kennisgenomen
van de aanvullende stukken van klager van 13 maart 2026 en 19 maart 2026 en van verweerder
van 26 maart 2026.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Verweerder staat de ex-partner van klager bij in een echtscheidingsprocedure.
Op 11 juli 2025 heeft verweerder namens zijn cliënte een verzoek om voorlopige voorzieningen
gedaan, waarin onder meer wordt verzocht om uitsluitend gebruik van de echtelijke
woning door de vrouw. In het verzoekschrift heeft verweerder, voor zover relevant,
opgenomen:
“(…) 7. Recent heeft de behandelaar van de vrouw dringend aan de vrouw laten weten
dat het vanwege de mentale gezondheid en de handelswijze van de man noodzakelijk is
dat er rust komt. Zij heeft haar overwegingen aan het papier toevertrouwd (verklaring
d.d. 26 mei 2025, productie 3). (…)”
2.3 In de verklaring van de behandelaar, een ‘psychosociaal counselor’, is het
volgende opgenomen:
“Mij is verzocht om mijn bevindingen omtrent de (woon)situatie van mijn cliënte
[de ex-partner] voor u uiteen te zetten. Ik heb met beide partners contact gehad en
bij mij rijzen vermoedens van een narcistische persoonlijkheidsstoornis betreffende
[klager]. Het is gezien deze situatie dat het voor haar noodzakelijk is om zich onafhankelijk
van hem voor te kunnen bereiden op de toekomstige scheiding. Idealiter gebeurt dit
in een voor haar vertrouwde omgeving, waar zij met haar dochters kan werken aan haar
herstel voor zijn wispelturige levensstijl. (…)”
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerder het volgende.
a) Verweerder heeft de verklaring van een therapeut ingebracht, terwijl dit niet
klagers therapeut is en deze geen diagnose kan stellen over klagers geestestoestand.
Verweerder had moeten weten dat hij deze verklaring niet mocht inbrengen.
3.2 In zijn aanvullende stukken heeft klager nieuwe verwijten geuit over het
niet intrekken van de verklaring in latere procedures. Op grond van artikel 46c lid
1 van de Advocatenwet kunnen nieuwe klachten alleen worden ingediend bij de deken.
Het is niet mogelijk om de klacht uit te breiden wanneer deze is doorgezonden aan
de raad. De raad zal hierna dan ook alleen oordelen over de klacht zoals deze bij
deken is ingediend en is weergegeven onder a).
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar
nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Toetsingskader
5.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle
advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen
cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang
van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen
van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen
zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten
niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel
van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is.
Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie
te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het
voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij
aan de wederpartij toebrengen.
5.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat
de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid
worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting
als kwetsend zal ervaren en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij
in iedere zaak afwegen:
– het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure,
– het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan,
– het verloop van het geschil tot dan toe en
– de kans op succes van de procedure.
Beoordeling
5.3 De raad is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. De verklaring van de therapeut is door verweerder als productie ingebracht
ter onderbouwing van het standpunt van zijn cliënte dat zij rust nodig had. Dat stond
verweerder vrij binnen de aan hem toekomende ruime vrijheid. Verweerder heeft mogen
uitgaan van de juistheid van deze verklaring. Er doen zich geen bijzondere omstandigheden
voor die maken dat verweerder voorafgaand nader onderzoek had moeten doen of deze
verklaring klopte. Overigens heeft verweerder dat onderzoek gedaan nadat klager zijn
bezwaren over de verklaring had geuit, door contact te zoeken met de therapeut. Daarmee
heeft verweerder de belangen van klager voldoende zorgvuldig betrokken. De inhoud
van de verklaring kan bovendien niet worden toegerekend aan verweerder. Daarvoor is
niet hij maar de therapeut verantwoordelijk. Verweerder heeft het door de therapeut
gestelde op zakelijke wijze verwoord in zijn verzoekschrift en heeft die woorden van
de therapeut niet tot de zijne gemaakt. De raad zal de klacht ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. S. Wierink, voorzitter, mrs. A.N. Kampherbeek en M.F.H. Broekman, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 7 september 2026