ECLI:NL:TADRSGR:2026:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2026:221
Datum uitspraak: 07-09-2026
Datum publicatie: 17-09-2026
Zaaknummer(s): 25-387/DH/RO
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 7 september 2026 in de zaak 25-387/DH/RO
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 27 augustus 2025 op de klacht van:

klager

over:
  
verweerster


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 26 september 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2    Op 12 juni 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/060 van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 27 augustus 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 27 augustus 2025 verzonden aan partijen.
1.4    Op 7 september 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op diezelfde datum ontvangen.
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 13 juli 2026. Daarbij waren klager en verweerster aanwezig. 
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Tevens heeft de raad kennisgenomen van de door klager op 27 juni 2026 nagezonden stukken.

2    VERZET
2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager zich met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kan verenigen. Daarnaast kan de beslissing volgens klager in redelijkheid niet worden beschouwd als het resultaat van een eerlijk en zorgvuldig proces vanwege een structureel gebrek aan onpartijdigheid en een falende procesorde bij de behandelende raad.
2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op. 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING
4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. In de eerste plaats kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een gebrek aan onpartijdigheid van de raad. Daarnaast is de raad van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Meer in het bijzonder heeft de voorzitter terecht geoordeeld dat de weigering van verweerster om de wederpartij te dagvaarden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Anders dan klager kennelijk meent is een advocaat namelijk niet verplicht de instructies van zijn/haar cliënt uit te voeren. De advocaat is juist zelf verantwoordelijk voor de behandeling van de zaak, met de kanttekening dat een advocaat geen handelingen mag verrichten tegen de kennelijk wil van de cliënt. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr.  H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mrs. W. Knoester en G. Sarier, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.


Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 7 september 2026