ECLI:NL:TAHVD:2026:298 Hof van Discipline 's Gravenhage 260163
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:298 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-09-2026 |
| Datum publicatie: | 18-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 260163 |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Hoger beroep te laat ingesteld. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Niet-ontvankelijk. |
Beslissing van 18 september 2026
in de zaak 260163
naar aanleiding van het hoger beroep van:
klager
tegen:
verweerder
1 DE PROCEDURE
Bij de Raad van Discipline
1.1 Het hof verwijst naar de beslissing van 9 maart 2026 van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad). De raad heeft met die beslissing (met zaaknummer: 25-736/A/A) de klacht van klager over verweerder ongegrond verklaard.
1.2 Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRAMS:2026:54 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
Bij het Hof van Discipline
1.3 Op 10 april 2026 heeft de raad een e-mail van klager van 9 april 2026 gericht
aan de raad aan het hof doorgestuurd. In deze e-mail schrijft klager onder meer: “Zoals
u weet ben ik het volledig oneens met uw conclusie.” en “Na de uitspraak in de casus
SCP-DOPS ga ik graag in hoger beroep op uw initiële uitspraak.” Het hof heeft deze
e-mail opgevat als een beroepschrift tegen de beslissing van de raad.
1.4 Het hof heeft de zaak op basis van de stukken schriftelijk beslist.
2 BEOORDELING
Ontvankelijkheid
2.1 In artikel 56 lid 1 van de Advocatenwet is bepaald dat van de beslissingen van de raad gedurende dertig dagen na de verzending van de beslissing hoger beroep kan worden ingesteld. Deze termijn is van openbare orde. Op grond van de rechtszekerheid moet het duidelijk zijn wanneer een beslissing onherroepelijk is. Daarom wordt de termijn van artikel 56 lid 1 Advocatenwet strikt gehanteerd. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden is daar een uitzondering op mogelijk.
2.2 De raad heeft de beslissing op 9 maart 2026 per aangetekende e-mail naar klager verzonden. Uit navraag bij de raad is gebleken dat klager de aangetekende e-mail op 10 maart 2026 heeft opgehaald. Dat betekent dat klager tot en met 8 april 2026 de tijd had om hoger beroep in te stellen. Het beroepschrift van klager is echter pas op 9 april 2026 bij de raad en vervolgens, eveneens op 9 april 2026, bij het hof binnengekomen.
2.3 Bij brief van 15 mei 2026 heeft het hof de ontvangst van het beroepschrift aan klager bevestigd. In de brief is aan klager meegedeeld dat het hof zich voor de vraag gesteld ziet of het hoger beroep door klager tijdig is ingediend en dat het hof eerst deze voorvraag op basis van de schriftelijke stukken zal beoordelen, voordat het hof eventueel aan een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep toekomt. Klager is daarbij in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken na de datum van verzending van de brief schriftelijk toe te lichten waarom hij zijn hoger beroep pas na afloop van de beroepstermijn heeft kunnen indienen. Deze brief is op 15 mei 2026 per e-mail aan klager verzonden.
2.4 Van klager is geen schriftelijke toelichting ontvangen.
Oordeel van het hof
2.5 Klager heeft geen gronden aangevoerd die kunnen leiden tot de conclusie dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Ook daarbuiten is het hof niet gebleken dat klager niet in staat was om tijdig hoger beroep in te stellen. De conclusie is dat het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk is.
3 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
verklaart het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. V. Wolting en A. Groenewoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Boogers-Keuning, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 18 september 2026.