Zoekresultaten 1-50 van de 48598 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:232 Raad van Discipline Amsterdam 26-285/A/NH
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:232
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft klager in een van haar stukken het Münchhausen-by-proxy-syndroom toegedicht, zonder dat hieraan een medische diagnose ten grondslag lag. Naar het oordeel van de raad diende de vermelding van dit syndroom, ook al was dat tussen haakjes gezet, geen kennelijk doel en was daarmee onnodig en grievend. Het gaat hier bovendien om een familierechtzaak, waarbij een advocaat – vanwege de vaak hoog oplopende emoties en gevoelige verhoudingen – de nodige terughoudendheid moet betrachten om escalatie te voorkomen. Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:233 Raad van Discipline Amsterdam 26-194/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:233
Raadsbeslissing. Klacht tegen de voormalig eigen advocaat. De klacht omvat meerdere klachtonderdelen. Een daarvan is niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel al bij een eerdere klachtprocedure aan de orde is geweest. De overige klachtonderdelen verklaart de raad ongegrond, omdat het aldaar gestelde is betwist en ook niet nader is onderbouwd. Hetgeen verweerder door klager wordt verweten kan daarom niet worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:341 Hof van Discipline 's Gravenhage 260158
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:341
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Niet duidelijk tegen wie klager wil procederen, welke vordering hij wil instellen en wat klager met een procedure denkt te kunnen bereiken. Daarom onvoldoende kans van slagen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:234 Raad van Discipline Amsterdam 26-164/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:234
Verzet. In de voorzittersbeslissing heeft de voorzitter overwogen dat klaagster heeft nagelaten concrete passages uit de overgelegde correspondentie aan te wijzen die als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt. De raad kan zich met die overweging verenigen. Het is namelijk aan klaagster om concreet aan te geven welke bewoordingen als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt en dat heeft ze naar het oordeel van de voorzitter nagelaten. Het enkel overleggen van stukken waaruit de voorzitter zelf zou moeten afleiden wat klaagster als grievend zou kunnen aanmerken is een onjuiste opvatting van de taak van de raad in het klachtrecht. De overige verzetgronden missen iedere feitelijke grondslag. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:342 Hof van Discipline 's Gravenhage 260235
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:342
Beklagzaak. Artikel 13 Advocatenwet. Herhaaldelijk verzoek om aanwijzing. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:235 Raad van Discipline Amsterdam 26-091/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:235
Raadsbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Van de gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen is de raad niet gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:236 Raad van Discipline Amsterdam 26-739/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:236
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen een consument en een webshop over de gang van zaken rondom het retourneren van een bestelling kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:231 Raad van Discipline Amsterdam 26-688/A/NH
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:231
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Verweerder was niet gehouden om klager bij te staan in zaken waarin hij dat niet heeft toegezegd. Het stond verweerder vrij om prioriteit te geven aan een lopende procedure in plaats van aan een andere zaak van klager. Verweerder was niet gehouden om gevolg te geven aan het verzoek van klager om tot wraking over te gaan. Verweerder heeft zich niet onnodig kwetsend over klager uitgelaten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:340 Hof van Discipline 's Gravenhage 260339
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:340
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De voorzitter begrijpt uit de van klaagster ontvangen stukken dat zij in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak wenst, nadat haar klacht door de raad vanwege overschrijding van de termijn waarbinnen een klacht over een advocaat kan worden ingediend niet-ontvankelijk is verklaard en klaagsters verzet daartegen ongegrond. Om dat te bereiken stelt klaagster dat sprake is van nieuw aan het licht gekomen tuchtrechtelijke misstanden aan de zijde van de betrokken advocaat. Nu is gebleken dat de deken de klacht niet opnieuw in behandeling zal nemen, dient klaagster een klacht over de deken in. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klaagster daarmee op een oneigenlijke manier dezelfde tuchtprocedure tegen een advocaat nogmaals probeert te starten, wat misbruik van klachtrecht oplevert.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:336 Hof van Discipline 's Gravenhage 260341
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:336
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken. Het hof heeft daartoe ook geen wettelijke bevoegdheid. Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over de deken laten toetsen door de raad. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken onder de aandacht van de raad brengen en aanvoeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-883/DH/A/W
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:254
Wrakingsbeslissing. De gemachtigde van klagers en de tuchtrechter delen een nevenfunctie. De enkele gezamenlijke deelname aan een professionele werkgroep is onvoldoende voor het oordeel dat zich omstandigheden voordoen waardoor de rechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij is onder meer relevant dat de tuchtrechter de nevenfunctie niet met verzoekers zelf deelt, maar met de gemachtigde. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:337 Hof van Discipline 's Gravenhage 260377
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:337
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het hof stelt voorop dat afwijzing van een - kort gezegd - verwijzingsverzoek slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. Het is echter vaste jurisprudentie van het hof dat afwijzing aan de orde is wanneer er een andere procedure voor behandeling van de klacht openstaat. De klacht van klager heeft betrekking op de procedure in het kader van het aanwijzingsverzoek van klager op grond van artikel 13 Advocatenwet. Klager kan zijn bezwaren daarom in de lopende beklagprocedure naar voren brengen. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om buiten die lopende procedure separaat een klacht over de deken aanhangig te maken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:338 Hof van Discipline 's Gravenhage 260387
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:338
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). De onderhavige klacht van klager is de derde klacht van klager die gaat over het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. D. (terwijl daarover een onherroepelijke tuchtrechtelijke beslissing is genomen) en de tweede klacht over de aanwijzing van de deken van mr. S als advocaat ten behoeve van klager. Door over beide kwesties opnieuw een klacht in te dienen, zonder dat er sprake is van nieuwe feiten, zal deze klacht niet worden verwezen. De voorzitter is voorts van oordeel dat klager misbruik maakt van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Klager is hierop reeds gewezen in de beslissing van 11 juni 2026. Aan dit handelen van klager moet thans paal en perk worden gesteld. Indien verzoeker een volgende klacht indient over de deken die verband houdt met mr. D en/of mr. S zal die klacht niet in behandeling worden genomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:339 Hof van Discipline 's Gravenhage 260455
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:339
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting op zijn klacht over de deken leidt de voorzitter af dat klager bij de deken een klacht heeft ingediend over zijn advocaat. De klacht van klager over de deken heeft betrekking op het onderzoek door de deken van die klacht en – naar de voorzitter begrijpt – de door de deken daarop gegeven visie. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en evenmin om de inhoud van de dekenvisie op de klacht van klager over zijn advocaat ter discussie te stellen. Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over zijn advocaat laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken naar voren brengen. Ook kan klager toelichten op welke punten de dekenvisie niet deugt en de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8166
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:177
Klacht van de partner van de inmiddels overleden patiënt tegen psychotherapeut ongegrond. Klaagster verwijt de psychotherapeut – kort gezegd – onvoldoende zorg aan de patiënt, het niet hebben voldaan aan regelingen en onvoldoende transparantie nadat de patiënt was overleden. Het college is van oordeel dat er regelmatig een suïcide risicotaxatie/risico-inschatting heeft plaatsgevonden en dat het verhogen van het risico van laag naar midden een begrijpelijke conclusie was. Dat de psychotherapeut niet strikt heeft toegezien op eerdere indiening van een crisissignaleringsplan kan het college volgen. Er was geen reden voor de psychotherapeut om het beroepsgeheim te doorbreken.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9533
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:171
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de psycholoog dat hij hem ten onrechte heeft uitgenodigd voor een intakegesprek, terwijl uit de triage al zou blijken dat geen sprake was van PTSS, en dat ten onrechte een bedrag van € 1.549,06 bij de zorgverzekeraar is gedeclareerd. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de beslissing om klager voor een intake uit te nodigen door een triagist is genomen en op basis van de verwijzing een reële diagnostische vraag bestond. Ook was de psycholoog niet betrokken bij de declaratie of de hoogte daarvan.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9055
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:178
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg, die werd geconsulteerd door huisarts via digitale consultatie (DICO) vanwege een mogelijke scheur in klagers kuitspier. Klager verwijt verweerder dat hij eerder actie had moeten ondernemen ten aanzien van het fixeren van zijn enkel, klager persoonlijk had moeten onderzoeken en zijn advies aan de huisarts daarop had moeten baseren. Ook zou de chirurg ten onrechte advies hebben uitgebracht terwijl hij de door de huisarts meegestuurde bijlagen niet kon openen. Er was geen aanleiding om de enkel van klager te fixeren of om klager te zien. De chirurg kon en mocht zijn advies baseren op de informatie die hij tot zijn beschikking had.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9276
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:172
Klagers dienen meerdere klachten in namens hun 14-jarige zoon tegen een verpleegkundig specialist. De zoon komt met een gebroken hand op de spoedeisende hulp. Er volgt een discussie tussen verweerder en klagers over de vraag of de zoon kan worden behandeld zonder dat klagers aanwezig zijn. De situatie escaleert waarbij verweerder een mogelijke melding bij Veilig Thuis benoemt. Klagers verwijten verweerder een onheuse bejegening, het verstrekken van onjuiste informatie en het meewerken aan onrechtmatige verstrekking van onjuiste gegevens aan de huisarts. Het college verklaart de klachten ongegrond met uitzondering van het prematuur benoemen van een mogelijke Veilig-Thuismelding. Omdat verweerder van de situatie heeft geleerd, excuses heeft aangeboden en de zorg voor de zoon steeds vooropstond, legt het college geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-729/DH/DH
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:253
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster was niet verplicht om klaagster vooraf te informeren over het voornemen om (conservatoir) beslag te leggen. Zij heeft dat bovendien wel gedaan. Verder niet gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de rechter. Van onnodig grieven geen sprake.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9277
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:173
Ouders klagen tegen een arts. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. Klagers zijn van mening dat onjuist is gehandeld door de arts en dat er onjuiste informatie staat in de brief aan de huisarts waaronder de naam van de arts staat. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9278
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:174
Ouders klagen tegen een superviserend chirurg. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. Klagers zijn van mening dat onjuist is gehandeld door de chirurg en dat er onjuiste informatie staat in de brief aan de huisarts waaronder de naam van de arts staat. Daarnaast zou de chirurg het inzagerecht in het medisch dossier hebben gefrustreerd. Het college is van oordeel dat de chirurg geen verwijt kan worden gemaakt. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9279
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:175
Ouders klagen tegen een superviserend chirurg. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. De ouders klagen erover dat de chirurg niet heeft ingegrepen in die situatie, een partijdige verklaring over het gebeurde heeft afgelegd en er niet voor heeft gezorgd dat het telefoongesprek in een vertrouwelijke gespreksomgeving heeft plaatsgevonden. Het college verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9916
- Datum publicatie: 21-10-2026
- Datum uitspraak: 21-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:176
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegronde klacht. Klager, verblijvend in een FPC, verwijt verpleegkundige dat zij hem heeft willen insluiten en hem niet heeft onderzocht, terwijl hij ernstige ademhalingsklachten had. Uit medisch dossier volgt dat de klachten zeer serieus zijn genomen en de huisarts is ingeschakeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-170/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:251
Raadsbeslissing. Klacht van een dochter over de advocaat van de moeder in een bewindvoeringskwestie. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij de klachtonderdelen die gaan over verweerders declaraties aan haar moeder en de wijze waarop hij haar heeft bijgestaan in de procedures. Voor zover klaagster wel belang heeft in haar klachten, zijn deze ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-238/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:245
Klacht tegen de curator in het faillissement van de onderneming van klagers. Belangrijkste klacht is dat verweerder eerst een schikking heeft getroffen met klagers, maar vervolgens aangifte heeft gedaan van mogelijke faillissementsfraude. De raad is van oordeel dat deze melding behoort tot de bevoegdheden van een curator en dat verweerder bij de uitoefening van die bevoegdheid niet onbetamelijk heeft gehandeld. Deze en ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:334 Hof van Discipline 's Gravenhage 260157
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:334
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster is de advocaat van de ex-partner van klager met wie hij in een familierechtelijke procedure is verwikkeld. De raad heeft alle in hoger beroep nog aan de orde zijnde klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof is het eens met de beslissing van de raad voor zover die bij het hof voorligt. Verweerster mocht bij het overleggen van het toestemmingsformulier uitgaan van de juistheid van de informatie van haar cliënte. Daarnaast was het overleggen van het toestemmingsformulier en de foto van de zoon van partijen functioneel en had het een redelijk doel. In het algemeen en ook in dit geval is er geen reden om te oordelen dat het belang van het kind gedragsregel 27 opzij zou moeten zetten. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-220/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:252
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16, door belangrijke afspraken niet schriftelijk vast te leggen, zoals de strategie. Ook heeft verweerder nagelaten proactief gegevens en documenten op te vragen. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden, voorwaardelijke schorsing van 2 weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:246 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-292/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:246
Klacht tegen de eigen advocaat. Het gaat om bijstand in verband met de hersteloperatie van het toeslagenschandaal. Klaagster verwijt verweerster dat zij te lang heeft gewacht met het indienen van een beroep niet tijdig beslissen als gevolg waarvan klaagster dwangsommen is misgelopen.Verweerster voerde als kantoorbeleid om slechts beroep niet tijdig beslissen in te dienen, als zij zelf beschikte over de beschikking en aldus data kon controleren. Hoewel verweerster er herhaaldelijk om vroeg duurde het lang voordat zij de beschikking van klaagster ontving. De raad is van oordeel dat het beleid op zichzelf niet onzorgvuldig is en dat het in relatie tot de zaak klaagster ook niet als onzorgvuldig is aan te merken. De raad acht onvoldoende aannemelijk dat klaagster, als eerder beroep niet tijdig beslissen was ingediend, het maximum bedrag aan dwangsommen ontvangen zou hebben. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:335 Hof van Discipline 's Gravenhage 260092
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:335
Klacht over eigen advocaat. Klaagster heeft verweerder bijgestaan bij het indienen van klachten tegen de politie. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. De raad heeft geoordeeld dat niet iedere beroepsfout tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert en heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Hof van Discipline oordeelt dat de beroepsfout van verweerster wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is, maar dat er gronden zijn om af te zien van het opleggen van een maatregel. Het hof heeft hierbij meegewogen dat verweerster zich als een redelijk handelend advocaat heeft ingespannen om de gemaakte fout te herstellen. Zo heeft zij onder meer haar excuses heeft aangeboden, getracht om de klacht alsnog behandeld te krijgen en haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar op de hoogte gebracht van de fout.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-309/DH/DH/D
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:247
Dekenbezwaar over kwaliteit en kantoororganisatie. Gedurende een aantal jaren zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde gesprekken daarover hebben niet voorkomen dat er in 2026 toch weer een vergelijkbaar signaal over verweerster is ontvangen. Zij heeft zittingen gemist en cliënten niet altijd gesproken. Uit het kantooronderzoek blijkt dat de schriftelijke vastlegging ernstig tekortschiet. Verweerster staat onvoldoende open voor reflectie. Gelet op het hardnekkige karakter, de eerst en aard van het gedrag en het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, volgt een schorsing van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-438/DH/DH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:248
Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil met een makelaar. Dossier via rechtsbijstandsverzekeraar bij verweerder gekomen. Verweerder had niet de verplichting om daadwerkelijk een procedure te starten. Hij mocht, na bestudering van de stukken, tot een oordeel komen over de (on)haalbaarheid van de zaak. Niet gebleken dat het door verweerder gegeven advies onjuist is. Verweerder heeft (wellicht te) lang geprobeerd om klagers zaak ‘rond’ te krijgen, maar heeft daarbij steeds klagers belangen op het oog gehad. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-406/DB/OB
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:124
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-509/DH/DH/D
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:249
Dekenbezwaar. Verweerder heeft zich langdurig onttrokken aan het toezicht door de deken. Nadat er eindelijk contact was, is hij zijn toezeggingen om de gevraagde informatie alsnog aan te leveren niet nagekomen. Ook voor veel van zijn cliënten is verweerder niet bereikbaar geweest, wat heeft geleid tot een stroom aan tuchtklachten tegen verweerder, waarbij hij ook niet meewerkt aan het onderzoek van de deken. Verweerder is inmiddels geschorst op grond van artikel 60b Advocatenwet. Ook daarna is hij onbereikbaar gebleken voor de deken, maar hij heeft wel de tijd gehad om werkzaamheden te verrichten, in strijd met de aan hem opgelegde schorsing. Verweerder blijkt ook niet een (verplichte) beroepsaansprakelijkheidsverzekering te hebben. Verweerder ziet nog steeds niet in het dat niet verantwoord is dat hij in zijn huidige staat rechtszoekenden bijstaat. De raad heeft niet het vertrouwen gekregen dat verweerder doordringen is van de ernst van de situatie. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-405/DB/OB
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:125
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-859/DH/DH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:243
Verzet tegen een voorzittersbeslissing te laat ingediend. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:230 Raad van Discipline Amsterdam 26-687/A/NH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:230
voorzittersbeslissing. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder in de hoedanigheid van (middellijk) bestuurder van M BV het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Het is niet aan de tuchtrechter om over de onderliggende zaak een inhoudelijk oordeel te geven, daarvoor staan andere juridische wegen open. Uit de feiten volgt dat verweerder in de daarin genoemde kwesties niet als advocaat voor klagers heeft opgetreden. Verweerder heeft in relatie tot klager(s) gehandeld als bestuurder van zijn eigen vennootschap, als (indirect) bestuurder van M BV en/of namens zichzelf privé. Niet valt in te zien waarom verweerder daarbij niet (mede) zijn eigen (zakelijke) belangen voorop mocht stellen. Uit de overgelegde stukken is de voorzitter verder gebleken dat verweerder telkens duidelijk heeft gemaakt in welke hoedanigheid hij met klagers communiceerde, zodat eventuele verwarring daarover bij klagers hem tuchtrechtelijk niet kan worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:332 Hof van Discipline 's Gravenhage 260193
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:332
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:250 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-885/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:250
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-145/DH/DH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:244
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:333 Hof van Discipline 's Gravenhage 260218
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:333
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-765/AL/GLD
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:200
Tussenbeslissing van de raad met gegrond verzet met de overweging dat de klacht op een zitting wordt behandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-616/DB/OB
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:122
Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van executeur ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:329 Hof van Discipline 's Gravenhage 260228
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:329
Beklag artikel 13 ongegrond. Herhaald verzoek. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/41
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 24-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:28
Klacht over notaris over zijn handelwijze in 2016 is bij voorzittersbeslissing direct afgewezen wegens verstrijken van de klachttermijn. Klaagster stelt dat zij vanaf 2016 lange tijd kwetsbaar en afhankelijk was en dat zij pas recent na langdurige en intensieve begeleiding daadwerkelijk inzicht heeft gekregen in de situatie waarin zij toen verkeerde en de context van de gestelde handelwijze van de notaris. Kamer oordeelt dat de voorzitter terecht heeft overwogen dat de wettelijke klachttermijn niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter en dat deze niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van een belangenafweging. Mede gelet op de ratio van de klachttermijn is de kamer van oordeel dat de klachttermijn niet pas is gaan lopen toen klaagster – die bij het passeren van de betreffende akte aanwezig is geweest – zich realiseerde dat de notaris mogelijk een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:123
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:330 Hof van Discipline 's Gravenhage 260225
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:330
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het is aan klager om de deken voldoende concrete feiten en omstandigheden te verstrekken waaruit blijkt welk geschil aan de orde is, welke procedure wordt beoogd en waarom voor die procedure bijstand door een advocaat noodzakelijk is. Gelet op wat klager aan informatie over zijn vordering aan de deken heeft verstrekt heeft de deken het verzoek terecht afgewezen. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de door klager gewenste procedure een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij heeft de deken ook het negatieve advies van de rechtsbijstandsverzekeraar van klager mogen meewegen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:331 Hof van Discipline 's Gravenhage 260121
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:331
Klager heeft op 22 februari 2026 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van de Orde. De raad heeft primair besloten het verzoek tot inschrijving buiten behandeling te laten omdat dit nieuwe verzoek is ingediend binnen een jaar nadat een eerder verzoek van klager van 8 juli 2025 definitief is geweigerd. Op grond van artikel 2 lid 9 Advocatenwet (hierna: Advw) wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van de inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. De beslissing van de raad, d.d. 23 september 2025, op het eerdere verzoek van klager van 8 juli 2025 is met de uitspraak van dit hof van 13 februari 2026 onherroepelijk geworden, zodat het herhaalde verzoek van klager van 22 februari 2026 binnen een jaar na 23 september 2025 is ingediend. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving op grond van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw, echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-732/AL/NN
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:199
Klacht over een deken. Gegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9642
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts zonder oplegging van maatregel. Verweerster heeft bij klager een kunststofbrug geplaatst. Klager verwijt de tandarts dat aan hem onvoldoende informatie is verstrekt voorafgaand aan een behandeling. Volgens klager is geen sprake geweest van informed consent en shared decisionmaking. Het college oordeelt dat uit wat is opgetekend in het dossier en wat ter zitting is besproken, volgt dat de tandarts de verschillende behandelopties met klager heeft besproken en dat klager toestemming heeft gegeven voor de uitgevoerde behandelingen. Voor zover de klacht ziet op het bespreken van de verschillende behandelopties en de aantekening daarvan in het dossier, is deze dus ongegrond. Voor zover de klacht gaat over het financiële aspect van shared decision making is deze gegrond. De tandarts heeft niet goed inzichtelijk gemaakt wat op de lange termijn de kosten zouden worden en heeft daarop ook onvoldoende regie gevoerd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9873
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:153
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar zoon, die is overleden door suïcide. Klaagster verwijt de psychiater dat zij als regiebehandelaar de verzoeken van haar zoon om een psycholoog en een second opinion heeft genegeerd en daarnaast de ophoging van de medicatie onvoldoende heeft gemonitord. Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 972
- Volgende pagina zoekresultaten