ECLI:NL:TADRSHE:2026:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:123
Datum uitspraak: 19-10-2026
Datum publicatie: 19-10-2026
Zaaknummer(s): 26-306/DB/OB
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 19 oktober 2026
in de zaak 26-306/DB/OB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 9 juni 2026 op de klacht van:

klager

over:

verweerster

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 30 juli 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend. Op 10 april 2026 heeft de raad het dossier met kenmerk 48|25|125K van de deken ontvangen.

1.2    Bij beslissing van 9 juni 2026 heeft de voorzitter van de raad de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

1.3    Bij e-mail van 9 juni 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4    Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 7 september 2026. Verschenen zijn klager en verweerster. 

1.5    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de e-mail van klager van 9 juni 2026.


2    FEITEN EN KLACHT

2.1    Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

3    VERZET

3.1    De gronden van het verzet houden het volgende in: 

Klager is het niet eens met de beslissing van de voorzitter omdat geen sprake is van verjaring.

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 

4.2    De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:
    
    verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. M.A. de Vlieger, voorzitter, mrs. J.A. Bloo, W.L.H. Aerts, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 19 oktober 2026.


Griffier    Voorzitter


Verzonden op: 19 oktober 2026