ECLI:NL:TADRSGR:2026:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-729/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:253 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-10-2026 |
| Datum publicatie: | 21-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-729/DH/DH |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster was niet verplicht om klaagster vooraf te informeren over het voornemen om (conservatoir) beslag te leggen. Zij heeft dat bovendien wel gedaan. Verder niet gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de rechter. Van onnodig grieven geen sprake. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline
in het ressort Den Haag van 21 oktober 2026
in de zaak 26-729/DH/DH
naar aanleiding van de klacht van:
[…] B.V.
klaagster
gemachtigde: [V]
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) van 18 augustus 2026 met kenmerk K023 2026 en van de op de bijbehorende inventarislijsten genoemde bijlagen.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster is een onderneming. Zij is in een geschil verwikkeld geraakt met
drie in Singapore gevestigde ondernemingen over door de ondernemingen bestelde en
betaalde goederen die door klaagster niet zouden zijn geleverd. Verweerster staat
de ondernemingen bij.
1.2 Verweerster heeft op 2 oktober 2025 en 10 december 2025 brieven gestuurd
waarin klaagster, een gelieerde holding en de gemachtigde van klaagster aansprakelijk
worden gesteld en worden gesommeerd tot terugbetaling. In de brieven zijn rechtsmaatregelen
aangekondigd om de vordering voldaan te krijgen. De brieven zijn door verweerster
per aangetekende post en per e-mail gestuurd.
1.3 Op 16 december 2025 heeft verweerster de voorzieningenrechter verzocht verlof
te verlenen voor het leggen van conservatoire beslagen op vermogensbestanddelen van
klaagster, de holding en de gemachtigde van klaagster. In het beslagrekest heeft verweerster
onder meer geschreven dat uit Funda blijkt dat het bedrijfspand van klaagster al vijf
maanden te huur staat, dat aangetekende brieven naar het kantoor zijn gestuurd, meerdere
e-mails zijn gestuurd en dat ook is geprobeerd telefonisch contact te krijgen, maar
dat er geen gehoor komt. Zij schrijft dat haar cliënten het vermoeden hebben dat ze
in zee zijn gegaan met een malafide partij.
1.4 Op 17 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het gevraagde
verlof verleend tot een bedrag van 336.025,30 dollar.
1.5 Op 19 december 2025 heeft de gemachtigde van klaagster een reactie aan verweerster
gestuurd op haar e-mail van 2 oktober 2025. De gemachtigde schrijft dat hij nooit
schriftelijk heeft vernomen dat één van deze drie partijen juridisch actie zouden
ondernemen, dat ze bezig zijn om het op te lossen en dat hij de onrechtmatige beslaglegging
niet begrijpt. De gemachtigde eist dat het beslag per direct wordt opgeheven.
1.6 Op 19 december 2025 heeft verweerster gereageerd en voor het inhoudelijk
standpunt van haar cliënten verwezen naar de brieven van 2 oktober 2025 en 10 december
2025 die per e-mail en per (aangetekende) post naar klaagster zijn gestuurd en waarop
de gemachtigde van klaagster in de e-mail reageert. Verweerster schrijft dat niet
zal worden voldaan aan het verzoek tot opheffing van de beslagen totdat de volledige
vordering van cliënten is voldaan.
1.7 Op 14 januari 2026 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over
verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt
verweerster het volgende.
a) Verweerster heeft onder valse voorwendselen conservatoir beslag laten leggen.
Klaagster heeft toegelicht dat zij vooraf niet op de hoogte is gesteld van het voornemen
dat tot rechtsmaatregelen zou worden overgegaan: zij heeft de (per aangetekende post)
verstuurde sommaties en/of brieven nooit ontvangen. De e-mails zijn in de spambox
terecht gekomen. Verweerster had op de website kunnen zien dat er meerdere e-mailadressen
zijn. Verweerster had klaagster kunnen bereiken op het WhatsAppnummer dat haar cliënten
ook gebruiken, maar dat heeft zij niet geprobeerd.
Klaagster stelt dat verweerster de voorzieningenrechter heeft wijsgemaakt dat de
locatie al vijf maanden te huur staat, terwijl klaagster al 40 jaar op de eerste etage
zit. (Alleen) de benedenverdieping staat al geruime tijd te huur. Verweerster heeft
de voorzieningenrechter hiermee duidelijk misleid. Ook heeft zij de belangrijke leveringsvoorwaarden
van klaagster niet aan de voorzieningenrechter verstrekt, anders was de beslissing
voor een conservatoir beslag waarschijnlijk ook anders uitgevallen. De hele rechtszaak
is gestoeld op foutieve en incorrecte informatie van verweerster.
2.2 Klaagster eist dat alle conservatoire beslagen per direct worden opgeheven
en dat een eventueel verstekvonnis op 18 februari 2026 wordt ingetrokken, omdat dit
alles onder valse voorwendselen is ontstaan en veel schade toebrengt aan klaagster.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna,
waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle
advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen
cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang
van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen
van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen
zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten
niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel
van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is.
Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie
te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het
voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij
aan de wederpartij toebrengen.
Beoordeling klacht
4.2 Klaagster verwijt verweerster dat zij onder valse voorwendselen en zonder
dat vooraf aan te kondigen conservatoir beslag heeft laten leggen. De voorzitter overweegt
dat een advocaat niet verplicht is de wederpartij vooraf te informeren over het voornemen
om beslag te leggen, zeker niet als het een conservatoir beslag betreft. Dat is immers
nu juist bedoeld om te voorkomen dat een eventueel verhaal op vermogensbestanddelen
door de debiteur op voorhand wordt gefrustreerd. Alleen al daarom slaagt de klacht
niet. Verweerster heeft klaagster bovendien wél geïnformeerd: bij brieven van 2 oktober
2025 en 10 december 2025. Die brieven zijn zowel per aangetekende post als per e-mail
verzonden. Dat is voldoende. Er bestaat geen verplichting voor een advocaat om een
aangetekend stuk ook per gewone post te verzenden. Van het feit dat één of beide brieven
kennelijk in de spambox van (de gemachtigde van) klaagster terecht zijn gekomen, kan
verweerster geen (tuchtrechtelijk) verwijt worden gemaakt.
4.3 Klaagster verwijt verweerster verder dat zij onjuiste informatie heeft verstrekt
aan de rechter. Verweerster heeft dat gemotiveerd betwist. Het is de voorzitter niet
gebleken dat verweerster feiten heeft gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of moest
kennen. Het kan zo zijn dat de feitelijke situatie van het kantoorpand anders blijkt
te zitten, maar het is aan klaagster om dat in de procedure bij de civiele rechter
toe te lichten. Dat verweerster in het verzoekschrift het woord ‘malafide’ heeft gebruikt,
acht de voorzitter niet onnodig grievend of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar,
zeker niet nu het is gebruikt in de context van een zakelijk geschil en niet jegens
een privépersoon. Ook voor de overige door klaagster aangevoerde punten geldt dat
verweerster het standpunt van haar cliënten naar voren heeft gebracht binnen de ruime
mate van vrijheid die haar toekomt. Het is aan klaagster om daarop in de civiele procedure
verweer te voeren, waarna de civiele rechter een oordeel kan vellen. De klacht is
dan ook kennelijk ongegrond.
4.4 Voor zover klaagster verzoekt om opheffing van de gelegde conservatoire beslagen
en intrekking van een (eventueel) verstekvonnis, geldt dat dit alles niet aan de tuchtrechter
is. De voorzitter laat deze eisen daarom verder buiten beschouwing.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 21 oktober 2025