ECLI:NL:TGZRSHE:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9277
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:173 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-10-2026 |
| Datum publicatie: | 21-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9277 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Ouders klagen tegen een arts. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. Klagers zijn van mening dat onjuist is gehandeld door de arts en dat er onjuiste informatie staat in de brief aan de huisarts waaronder de naam van de arts staat. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen ongegrond zijn. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 21 oktober 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
gemachtigde: mr. M.J. Wolf, werkzaam in Goes,
en
[C],
wonende in [B],
klaagster,
gemachtigde: mr. M.J. Wolf, werkzaam in Goes,
voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordigers van [D], geboren …..,
de wettelijk vertegenwoordigers hierna gezamenlijk genoemd: klagers, ofwel respectievelijk
vader en
moeder en [D] hierna genoemd: de zoon,
tegen
[E],
arts,
(destijds) werkzaam in [F],
verweerder,
gemachtigde: mr. C. Velink, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 De 14-jarige zoon van klagers slaat tijdens een ruzie op school met zijn vuist
tegen een muur
en loopt een breuk op in zijn hand. Hij gaat, vergezeld van zijn docent, naar de
SEH. Daar volgt
een discussie tussen de verpleegkundig specialist en moeder over de vraag of de
zoon kan worden
geholpen zonder dat zijn ouders aanwezig zijn en of hij na de ingreep alleen op
zijn fiets naar
huis kan gaan. De zoon wordt uiteindelijk aan de breuk geholpen. De SEH doet bij
brief verslag van
de behandeling aan de huisarts. De ouders zijn het niet eens met de gang van zaken
en dienen
klachten in tegen meerdere zorgverleners. Zij verwijten verweerder dat hij, door
mee te werken aan
de brief aan de huisarts, heeft meegewerkt aan onrechtmatige verstrekking van onjuiste
gegevens.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 20 november 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 11 maart 2026.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 De 14-jarige zoon van klagers heeft op 27 maart 2025 tijdens een ruzie op
school met een
vuist tegen de muur geslagen. De ouders worden gebeld maar zijn niet in de gelegenheid
om te komen.
Moeder zit thuis met een klein kind en heeft geen babyzitje in de auto. Vader werkt
op een afstand
van twee uur rijden van het ziekenhuis. De ouders spreken af dat de docent de zoon
naar de SEH in
[F] vergezelt. Na de triage en röntgenfoto’s vertrekt de docent uit het ziekenhuis.
3.2 De verpleegkundig specialist deelt de zoon mee dat zijn hand gebroken is en
moet worden
gezet. Hij belt moeder en spreekt uit dat het de voorkeur verdient dat er een volwassene
bij de
ingreep aanwezig is. Hij vraagt aan moeder of zij of een ander familielid aanwezig
kan zijn.
Hierover ontstaat een discussie. De verpleegkundig specialist deelt op een vraag
van moeder mee dat
de zoon met een hand in het gips niet alleen op de fiets naar huis kan gaan. De
situatie escaleert.
3.3 De ouders hebben hierna nog enkele malen telefonisch contact met het ziekenhuis.
3.4 Uiteindelijk wordt telefonisch tussen vader en de ziekenhuismanager afgesproken
dat de
behandeling zal plaatsvinden door verweerder.
3.5 Vervolgens wordt de zoon behandeld aan de breuk in zijn hand door verweerder.
3.6 Diezelfde avond wordt een huisartsenbrief opgesteld en verzonden. Onderaan de
brief staan de
namen van verweerder en de superviserend chirurg.
4. De klacht en de reactie van verweerder
4.1 Klagers verwijten verweerder (mede)verantwoordelijkheid voor het opmaken en
verzenden van een
onjuiste SEH-huisartsenbrief.
4.2 Verweerder heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelend arts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor verweerder geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
Zorgverleners zijn daarbij alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hun eigen
handelen.
5.2 Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld
en licht
dat hierna toe.
5.3 Klagers verwijten verweerder dat hij heeft meegewerkt aan/verantwoordelijk is
voor de
SEH-brief aan de huisarts. Meer in het bijzonder maken zij bezwaar tegen het feit
dat in deze brief
staat opgenomen:
“Lichamelijk onderzoek (…)
Screening mishandeling: uitkomst positief.
(…)”
en
“Beleid
1e presentatie in opdracht van vader tegen medisch advies naar huis (sputovamo+).
(…)”
De naam van verweerder staat als assistent-dicteerder onder de brief vermeld en hij
heeft daarmee
naar klagers stellen een document geautoriseerd dat onjuiste kwalificaties bevat
zonder de bron (de
verpleegkundig specialist) te vermelden of te verifiëren. Hierdoor heeft hij meegewerkt
aan de
onrechtmatige verstrekking van onjuiste gegevens aan de huisarts en was hij betrokken
in
tegenstrijdige verantwoordelijkheidstoedeling rond deze brief.
5.4 Verweerder voert als verweer dat hij niet persoonlijk betrokken is geweest bij
het aanmaken
en versturen van deze brief. De verpleegkundig specialist heeft de brief aangemaakt
en verzonden.
Het ziekenhuissoftwaresysteem heeft de naam van verweerder automatisch toegevoegd
aan de brief
voor de huisarts omdat hij de (opvolgend) behandelaar was tijdens de verzending
van de brief.
Van onjuiste informatie in de huisartsenbrief was ook geen sprake en evenmin van
een tegenstrijdige verantwoordelijkheidstoedeling. Verweerder was zelfstandig bevoegd behandelaar
en hij heeft om
17:30u de dienst van de verpleegkundig specialist overgenomen. De dienst van de
superviserend chirurg
is toen overgenomen door de opvolgend superviserend chirurg.
Laatstgenoemde was supervisor van verweerder.
5.5 Het college stelt het volgende vast. De SEH heeft een brief opgesteld aan de
huisarts, waarin
deze wordt geïnformeerd over de behandeling van de zoon. De brief is elektronisch
geaccordeerd maar
niet ondertekend. Onder de brief staat onder meer de naam van verweerder.
Het college overweegt dat allereerst de vraag gesteld moet worden of er sprake is
van een onjuiste
weergave in de brief. Het college stelt vast dat deze brief een weergave bevat van
hetgeen zich die
middag op de SEH heeft afgespeeld. Het feit dat de ouders het niet eens zijn met
deze weergave kan
zo zijn maar dat betekent niet zonder meer dat sprake is van een onjuiste weergave.
Afgezien
daarvan betreft de brief een terugkoppeling aan de huisarts van de volledige behandeling,
waarbij
meerdere behandelaars betrokken waren. Het betreft daarom een samengestelde brief.
Verweerder was
als opvolgend behandelaar niet betrokken bij de screening mishandeling noch bij
de eerste
presentatie, waarvan melding wordt gemaakt in deze brief en waartegen klagers bezwaar
maken. Dat
verweerder niet betrokken was blijkt uit diezelfde brief, waarin staat dat de zoon
pas later (dus
na de screening mishandeling en eerste presentatie) in overleg met vader opnieuw
is gepresenteerd
op de SEH zonder ouders en toen is behandeld door verweerder. Verweerder kan niet
verantwoordelijk
worden gehouden voor de weergave van een collega in die brief. Hij mag uitgaan van
de juistheid van
hetgeen is weergegeven in de betreffende brief. Het feit dat zijn naam door het
systeem onder de
SEH-brief is vermeld, maakt dat niet anders. Hem treft op dit punt dus hoe dan ook
geen persoonlijk
verwijt.
5.6 Voorts overweegt het college als volgt. In geval van een verwijzing door een
huisarts naar
een ziekenhuis, waarvan hier sprake was, is geen voorafgaande toestemming van de
patiënt en/of
diens wettelijk vertegenwoordiger(s) voor een terugkoppeling van het ziekenhuis
aan de huisarts
nodig. Uit het feit dat de patiënt en/of de wettelijk vertegenwoordigers hebben
ingestemd met de
verwijzing mag worden afgeleid dat zij ook instemmen met de terugkoppeling van de
specialist aan de
verwijzend arts. Ook wat dit punt betreft, treft verweerder daarom geen verwijt.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 21 oktober 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk, voorzitter, L.H. Bouwman en J.H. Wijsman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door T.G.
Nijenkamp, secretaris.