ECLI:NL:TGZRSHE:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9279

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:175
Datum uitspraak: 21-10-2026
Datum publicatie: 21-10-2026
Zaaknummer(s): H2025/9279
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Ouders klagen tegen een superviserend chirurg. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. De ouders klagen erover dat de chirurg niet heeft ingegrepen in die situatie, een partijdige verklaring over het gebeurde heeft afgelegd en er niet voor heeft gezorgd dat het telefoongesprek in een vertrouwelijke gespreksomgeving heeft plaatsgevonden. Het college verklaart de klacht ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 21 oktober 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klager,
gemachtigde: mr. M.J. Wolf, werkzaam in Goes,

en

[C],
wonende in [B],
klaagster,
gemachtigde: mr. M.J. Wolf, werkzaam in Goes,

voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordigers van [D], geboren …..,

de wettelijk vertegenwoordigers hierna gezamenlijk genoemd: klagers, ofwel respectievelijk vader en 
moeder en [D] hierna genoemd: de zoon,

tegen

[E],
chirurg,
(destijds) werkzaam in [F],
verweerder,
gemachtigde: mr. C. Velink, werkzaam in Amsterdam.

1. De zaak in het kort
1.1   De 14-jarige zoon van klagers slaat tijdens een ruzie op school met zijn vuist tegen een muur 
en loopt een breuk op in zijn hand. Hij gaat, vergezeld van zijn docent, naar de SEH. Daarop volgt 
een telefonische discussie tussen de verpleegkundig specialist en moeder over de vraag of de zoon 
kan worden geholpen zonder dat zijn ouders aanwezig zijn en of hij na de ingreep alleen op zijn 
fiets naar huis kan gaan. De zoon wordt uiteindelijk aan de breuk geholpen. De SEH doet bij brief 
verslag van de behandeling aan de huisarts. De ouders zijn het oneens met de gang van zaken en 
dienen klachten in tegen meerdere zorgverleners. Zij verwijten verweerder dat hij niet heeft 
ingegrepen tijdens de escalatie met de verpleegkundig specialist en de vertrouwelijkheid heeft
geschonden door er niet op aan te dringen dat het telefoongesprek in een vertrouwelijke
gespreksomgeving plaatsvond.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is 
gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 20 november 2025;
-  het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 11 maart 2026.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   De 14-jarige zoon van klagers heeft op 27 maart 2025 tijdens een ruzie op school met een 
vuist tegen de muur geslagen. De ouders worden gebeld maar zijn niet in de gelegenheid om te komen. 
Moeder zit thuis met een klein kind en heeft geen babyzitje in de auto. Vader werkt op een afstand 
van twee uur rijden van het ziekenhuis. De ouders spreken af dat de docent de zoon naar de SEH in 
[F] vergezelt. Na de triage en röntgenfoto’s vertrekt de docent uit het ziekenhuis.

3.2   De verpleegkundig specialist deelt de zoon mee dat zijn hand gebroken is en moet worden 
gezet. Hij belt moeder en spreekt uit dat het de voorkeur heeft als er een volwassene bij de 
ingreep aanwezig is. Hij vraagt moeder of zij of een ander familielid aanwezig kan zijn. Hierover 
ontstaat een discussie. De verpleegkundig specialist deelt op een vraag van moeder mee dat de zoon 
met een hand in het gips niet alleen op de fiets naar huis kan gaan. De situatie escaleert. De 
verpleegkundig specialist spreekt over een mogelijke Veilig-Thuismelding als er geen volwassene 
komt en veilig thuiskomen van de zoon niet is gegarandeerd. Verweerder, superviserend chirurg, is 
aanwezig in de ruimte waar dit telefoongesprek wordt gevoerd.

3.3  De ouders hebben hierna nog enkele malen telefonisch contact met het ziekenhuis.

3.4  Uiteindelijk wordt telefonisch tussen vader en de ziekenhuismanager afgesproken dat de behandeling
zal plaatsvinden door een collega, ziekenhuisarts.

3.5  Vervolgens wordt de zoon behandeld aan de breuk in zijn hand door de ziekenhuisarts.

3.6   In het kader van de door klagers tegen de verpleegkundig specialist ingediende klacht bij de 
klachtencommissie, heeft de verpleegkundig specialist een door verweerder opgestelde verklaring 
ingediend. Daarin verklaart verweerder wat hij van het telefoongesprek tussen moeder en de 
verpleegkundig specialist heeft meegekregen en hoe hij dat heeft ervaren.

4. De klacht en de reactie van verweerder
4.1  Klagers verwijten verweerder het:
a) nalaten van collegiale interventie en bijdragen aan misleiding/verhulling
b) schenden van vertrouwelijkheid

4.2  Verweerder heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1  De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de verweerder geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. 
Zorgverleners zijn daarbij alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2  Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en licht 
dat hierna toe.

klachtonderdeel a) nalaten van collegiale interventie en bijdragen aan misleiding/verhulling
5.3  Volgens klagers had verweerder op 16 maart 2025 collegiaal moeten ingrijpen tijdens het 
telefoongesprek tussen klaagster en de verpleegkundig specialist en had hij moeten
de-escaleren. Verder verwijten zij hem dat hij nadien een partijdige verklaring heeft opgesteld in 
het voordeel van de verpleegkundig specialist, welke verklaring ten onrechte nooit in het medisch 
dossier is terechtgekomen.

5.4   Verweerder voert aan dat er geen aanleiding bestond om in te grijpen. De verpleegkundig 
specialist bleef rustig tijdens het gesprek met klaagster en heeft het gesprek op een normale toon 
gevoerd. Hij kon wel horen dat de verpleegkundig specialist zei dat het belangrijk was dat de zoon 
werd opgehaald uit het ziekenhuis en dat hij een melding VT zou doen. Hij kon niet horen wat klaagster
zei maar achtte interventie niet nodig. Zijn verklaring heeft hij, naar hij stelt, naar waarheid opgesteld en
een dergelijke verklaring hoort niet in het medisch dossier van de zoon.

5.5   Het college overweegt als volgt. Het college ziet geen reden waarom verweerder had moeten 
ingrijpen. Hij heeft de behandeling, waaronder de communicatie daarover, overgelaten aan een 
zorgverlener die daartoe bevoegd en bekwaam was. Verweerder heeft in ieder geval een andere 
beleving van het gesprek dan klagers hebben gehad. Nu verweerder het gesprek heeft beleefd als door 
hem weergegeven, bestond er ook geen grond om te interveniëren. Dat acht het college navolgvaar.

5.6   Dat verweerder een verklaring over het gebeurde heeft afgelegd, is hem niet tuchtrechtelijk 
te verwijten. Dit betreft geen medische verklaring maar een feitelijke verklaring over het 
telefoongesprek tussen de verpleegkundig specialist en moeder. Dat hij bewust/opzettelijk 
onjuistheden in zijn verklaring vermeldt, blijkt niet. Zodanige verklaring hoort naar het oordeel 
van het college niet in het medische dossier thuis, omdat het geen medische verklaring betreft,
Verweerder treft ook wat dit klachtonderdeel betreft geen tuchtrechtelijk verwijt.

Klachtonderdeel b) schenden van vertrouwelijkheid
5.7   Volgens klagers had verweerder bij de verpleegkundig specialist moeten aandringen op een 
vertrouwelijke gespreksomgeving. Door dat niet te doen heeft hij de schending van het beroepsgeheim 
door de verpleegkundig specialist laten voortduren.

5.8   Volgens verweerder vond het gesprek plaats aan de centrale balie SEH voor dienstdoende 
zorgverleners. Hier bevonden zich enkel de verpleegkundig specialist en hijzelf en hij was 
medebehandelaar. Er is dus geen sprake van schending van het beroepsgeheim of het voortduren 
daarvan.

5.9   Naar het oordeel van het college heeft verweerder voldoende onderbouwd dat het gesprek niet 
in een openbare ruimte heeft plaatsgevonden waar anderen dan de zorgverleners konden komen. In deze 
ruimte waren enkel verweerder en de verpleegkundig specialist aanwezig. Verweerder was 
medebehandelaar omdat hij de foto had beoordeeld. Aldus is geen sprake van schending van 
vertrouwelijkheid.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Slotsom
5.10  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 21 oktober 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, 
voorzitter, L.H. Bouwman en J.H. Wijsman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
T.G. Nijenkamp, secretaris.