ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9642
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-10-2026 |
| Datum publicatie: | 16-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2026/9642 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Gegrond, geen maatregel |
| Inhoudsindicatie: | Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts zonder oplegging van maatregel. Verweerster heeft bij klager een kunststofbrug geplaatst. Klager verwijt de tandarts dat aan hem onvoldoende informatie is verstrekt voorafgaand aan een behandeling. Volgens klager is geen sprake geweest van informed consent en shared decisionmaking. Het college oordeelt dat uit wat is opgetekend in het dossier en wat ter zitting is besproken, volgt dat de tandarts de verschillende behandelopties met klager heeft besproken en dat klager toestemming heeft gegeven voor de uitgevoerde behandelingen. Voor zover de klacht ziet op het bespreken van de verschillende behandelopties en de aantekening daarvan in het dossier, is deze dus ongegrond. Voor zover de klacht gaat over het financiële aspect van shared decision making is deze gegrond. De tandarts heeft niet goed inzichtelijk gemaakt wat op de lange termijn de kosten zouden worden en heeft daarop ook onvoldoende regie gevoerd. |
A2026/9642
Beslissing van 16 oktober 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing van 16 oktober 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
tandarts,
destijds werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, werkzaam te Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 De tandarts heeft klager behandeld vanwege zijn complexe mondsituatie en zijn
wens tot functieherstel. Klager is niet tevreden over de wijze waarop de tandarts
heeft gehandeld ten aanzien van informatievoorziening, besluitvorming en dossiervoering
voorafgaand aan en tijdens het behandeltraject.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 februari 2026;
- het verweerschrift met bijlage;
- het proces-verbaal van het op 18 mei 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 4 september 2026. De partijen
zijn verschenen, klager was via een videoverbinding aanwezig. Verweerster werd bijgestaan
door haar gemachtigde. De partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Klager
heeft op voorhand per e-mail zijn pleitnotitie ingediend. Omdat klager fysiek belemmerd
was in het voorlezen van zijn pleitnotitie is deze aan het college en de andere partij
overhandigd en
door hen ter zitting gelezen.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 In 2020 is klager verwezen naar D vanwege een complexe mondsituatie en de
behoefte aan functieherstel. Klager werd verwezen omdat de eigen tandarts van klager
alleen een uitneembare oplossing kon bieden en dat wilde klager niet. De tandarts
heeft
klager op 23 oktober 2020 voor het eerst bij D gezien. In het dossier heeft de tandarts
daarover onder meer het volgende opgetekend:
“BESPROKEN: uitleg situatie en mogelijkheden. Door patiënt begrepen.
AFGESPROKEN:
A) Klassieke behandeling met ortho + kaakcorrectie en restauratief herstel tijdens
de beugel
behandeling
Plan duurt MINIMAAL 2 jaar
B) Restauratief compromis (zonder verplaarsen van elementen of kaak) en daarbij:
vast,
risico is wel onderhoudsgevoelig en dure behandeling in een hoog risico gebit;
c) Uitneembare oplossing; semi verankering maar op de langere termijn een oplossing
waarbij we nog veel kanten op kunnen”
3.2 Hierna heeft de tandarts klager in november 2021 gezien en tussen november 2020
en februari 2021 meerdere keren telefonisch gesproken.
Op 13 november 2020 schreef de tandarts onder meer het volgende in het dossier:
“ZORGPLAN BESPREKEN
BESPROKEN: uitleg situatie en mogelijkheden. Meneer neigt niet zo naar ortho vanwege
slechte ervaring ruggenwervel, meneer twijfelt wel over uitneembaar.
Zijn wens over fixed of removable onderkaak is nog niet bekend.
Uitgebreid stilgestaan bij procedure ortho.
OPTIE AKKOORD:
COMPOSIET BEHANDELING met of zonder uitneembaar; meneer denkt alsnog even na over
verwijzing E.
Begrijpt consequenties van wel/ geen ortho, meer restauratie nodig als je geen curve
herstelt. (…)
Belafspraak over 2 weken (…)
Bespreken meerdere behandelopties”
3.3 Op 2 december 2020 tekende de tandarts onder meer het volgende op in het
dossier:
“TEL: patiënt gebeld, eigen tandarts gesproken en plan 1 als gecompliceerd ervaren.
Mnr kiest voor optie 2, beugeltje, composietvullingen en besproken dat extrusie
van de
wortel in de bovenkaak een optie is die ik later ng begroot.”
3.4 Op 13 januari 2021 schreef de tandarts onder meer in het dossier:
“TEL: patiënt gebeld, idee van F was een tijdelijke brug te maken in de bovenkaak
en daar
mee de beet stabiliseren tijdens het opbouwen de PMMA brug aanpassen in plaats van
een
dahl-frame, dit vond meneer een goed idee en daarom besproken dat dit een goede
optie is
om de pijlers te evalueren.
AFGESPROKEN:
Geen Dahl-frame met dummy maken maar een tijdelijke PMMA brug in de bovenkaak van
13-22”
3.5 In februari 2021 heeft de tandarts een tijdelijke brug geplaatst en in december
2021
een brugconstructie vervaardigd van Ceramage. Ook tussen februari en december 2021
is er
meerdere keren contact geweest tussen de tandarts en klager, zowel in persoon als
telefonisch. Daarover werd door de tandarts bijvoorbeeld op 3 maart 2021 in het
dossier
geschreven:
“BESPROKEN: uitleg situatie en mogelijkheden. Door patiënt begrepen.
AFGESPROKEN:
We begroten voor de bovenkaak zo behoudend mogelijk, dus gaan er voorlopig vanuit
dat
een kroonverlenging en endo’s voor alle wortels uitvoerbaar zijn.”
En op 10 september 2021:
“TEL: patiënt gebeld (…)
Uitneembaar versus vast bk besproken. Uitgebreid stilgestaan bij voor en nadelen;
en
onderhoudskosten komende 5-10 jr. Mnr heeft veel impact van de brug.
conclusie; eerst toch kunststof brug bk; en informed consent akkoord met vaste opl.
bk,
wegens gevoel.”
Op 13 oktober 2021 schreef de tandarts in het dossier:
“TEL: patiënt gebeld; (…)
Mnr uitgelegd dat ik wegga na kerst.
De 45 gaat er uit; frame ok besproken, dit tegelijkertijd met brug bk.
Nogmaals 16 fix besproken; icm brug bk of telescoop bk.
BESPREKEN OPTIES BOVENKAAK
KUNSTSTOF BRUG BK
FRAME OK
FIX 16
ALS KUNTSOF BRUG FAALT DAN REMOVABLE TELESCOOP BK”
3.6 Nadat de tandarts op 1 december 2021 bij klager een kunststof brug had geplaatst,
heeft zij vanwege haar vertrek bij D de behandeling van klager overgedragen aan
een
collega.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat zij:
a) de informatieplicht heeft geschonden en dat er geen sprake was van informed consent;
b) onvoldoende prognose- en scenariovoorlichting heeft gegeven;
c) geen reële behandelkeuze heeft geboden en zijn patiëntautonomie heeft aangetast;
d) het dossier onvoldoende heeft bijgehouden en onvoldoende regie heeft gevoerd
bij
complexe zorg.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts.
Bij de
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
Klachtonderdelen a), b), c) en d)
5.2 In de samenhang van de klachtonderdelen ziet het college aanleiding om alle
klachtonderdelen gezamenlijk te behandelen. De klachtonderdelen gaan er in de kern
over
dat klager de tandarts verwijt dat zij hem onvoldoende heeft voorgelicht over de
keuzemogelijkheden die er waren om zijn complexe mondsituatie te verbeteren en te
komen
tot functieherstel en over de kosten die daarmee zouden gepaard gaan. Klager verwijt
de
tandarts ook dat de informatie over het proces van shared decision making onvoldoende
in
het dossier is opgetekend.
5.3 Klager noemt in zijn klaagschrift het ontbreken van een schriftelijk behandelplan
en
een schriftelijke informed consent-verklaring. Het college constateert dat klager
niet heeft
aangevoerd dat hij de tandarts in de periode dat hij bij haar onder behandeling
was, heeft
gevraagd om een schriftelijk behandelplan. In dat geval volgt uit artikel 7:448,
derde lid, van
het Burgerlijk Wetboek (BW) dat kan worden volstaan met het mondeling toelichten
van het
behandelplan en de verschillende voorliggende opties. Toen de eigen tandarts op
10
november 2021 per e-mail aan de tandarts vroeg om het behandelplan, heeft de tandarts
diezelfde dag per brief het behandelplan aan de eigen tandarts van klager gestuurd.
5.4 Wat betreft het door klager genoemde ondertekende informed consent-formulier
merkt het college op dat ook op andere wijzen dan door middel van een ondertekend
formulier aannemelijk kan worden gemaakt dat sprake is van informed consent. De
tandarts
heeft aangevoerd dat zij veelvuldig overleg heeft gevoerd met klager over de te
kiezen
behandeling en dat zij hiervan ook aantekening heeft gemaakt in het dossier. Het
college
constateert dat in het dossier inderdaad op meerdere data voorafgaand aan de verschillende
behandelingen aantekening is gemaakt van de bespreking, zowel in persoon als telefonisch,
van behandelmogelijkheden en dat daarbij ook het te kiezen materiaal is vermeld.
Uit wat is
opgetekend in het dossier en wat ter zitting is besproken, volgt dat de tandarts
de
verschillende behandelopties met klager heeft besproken en dat klager toestemming
heeft
gegeven voor de uitgevoerde behandelingen. Daarmee heeft de tandarts klager ook
voldoende voorgelicht over de prognose en het scenario en klager reële behandelkeuzes
gegeven. Voor zover de klacht ziet op het bespreken van de verschillende behandelopties
en
de aantekening daarvan in het dossier, is deze dus ongegrond.
5.5 Dat geldt niet voor zover de klacht gaat over het verstrekken van informatie over
de
kosten die met de te kiezen behandelingen gepaard zouden gaan. Partijen zijn het
erover
eens dat over kosten is gesproken. Klager stelt echter dat het voor hem onduidelijk
was dat
het bedrag dat werd genoemd niet zag op het gehele behandeltraject dat voor hem
lag. Uit
het dossier is op te maken dat is gezocht naar wat de beste behandeling zou zijn
voor de
complexe mondsituatie van klager, die ook tegemoet zou komen aan zijn wens geen
uitneembare oplossing te krijgen. Het college concludeert echter dat de tandarts
niet goed
inzichtelijk heeft gemaakt wat op de lange termijn de kosten zouden worden, en dat
ze
daarop ook onvoldoende regie heeft gevoerd. Dat is haar tuchtrechtelijk te verwijten.
Voor
zover de klacht gaat over het financiële aspect van shared decision making is deze
dus
gegrond.
Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is voor zover hij gaat
over
het financiële aspect van shared decision making. Voor het overige is de klacht
ongegrond.
Geen maatregel
5.7 Over de op te leggen maatregel overweegt het college als volgt. Artikel 69,
vierde
lid, wet BIG biedt het college de mogelijkheid om in bepaalde omstandigheden geen
maatregel op te leggen, ondanks (gedeeltelijk) gegrondverklaring van de klacht.
In dit geval
kiest het college ervoor de tandarts geen maatregel op te leggen vanwege omstandigheden
die zich voornamelijk na het verweten nalaten hebben voorgedaan. De tandarts heeft
zich
inmiddels aantoonbaar verdiept in communicatie over de relevante aspecten van haar
werk
en haar gedrag aangepast. Ook heeft zij actief contact gezocht met D met het verzoek
klager
financieel tegemoet te komen, toen zij na beëindiging van haar dienstverband op
de hoogte
raakte van de klacht. Daarnaast weegt mee dat de tandarts tijdens het
besluitvormingsproces voorafgaand aan de behandeling wel een bedrag heeft genoemd
en
dat dit bedrag ten aanzien van wat de tandarts zelf heeft gedaan niet is overschreden.
Een
en ander maakt dat het college de tandarts geen maatregel oplegt.
Publicatie
5.8 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere tandartsen mogelijk wat van deze zaak kunnen leren.
De
publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of
einstanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond voor zover hij ziet op het financiële aspect van de
behandeling;
- bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden
bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch
Contact, NT/DENTZ en het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde.
Deze beslissing is gegeven door J.J. Dijk, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist, H.W.
Luk, R.J.
Overmars en J. te Poel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door L.M. Tan, secretaris,
en in
het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2026.