ECLI:NL:TGZRSHE:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9916
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:176 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-10-2026 |
| Datum publicatie: | 21-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2026/9916 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing kennelijk ongegronde klacht. Klager, verblijvend in een FPC, verwijt verpleegkundige dat zij hem heeft willen insluiten en hem niet heeft onderzocht, terwijl hij ernstige ademhalingsklachten had. Uit medisch dossier volgt dat de klachten zeer serieus zijn genomen en de huisarts is ingeschakeld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Voorzittersbeslissing van 21 oktober 2026 op de klacht van:
[A],
verblijvend in [B],
klager,
gemachtigde [C], verblijvend in [B],
tegen:
[D],
verpleegkundige,
werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de verpleegkundige, gemachtigde mr A.F. Maatje, werkzaam
in Amsterdam.
1. De procedure
1.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 21 april 2026;
- de brief van 7 mei 2026 van de secretaris aan de gemachtigde van klager;
- de reactie van 11 mei 2026 van de gemachtigde van klager, ontvangen op 19 mei
2026;
- de brief van 29 mei 2026 van de secretaris aan de gemachtigde van klager;
- de reactie van de gemachtigde van klager en het machtigingsformulier, ontvangen
op 9 juni 2026;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 19 augustus 2026.
2. Wat is er gebeurd?
2.1 Klager verblijft in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (hierna: de instelling)
waar
verweerster als verpleegkundige werkzaam is. Op 15 november 2024 is klager door
de huisarts gezien.
In het dossier heeft de huisarts genoteerd (alle citaten voor zover van belang en
letterlijk
weergegeven):
“ S Sinds 2 weken kortademig, denkt zelf door COVID vacc, voelt zich hele dag
moe en snel buiten
adem, hoesten ook, hemoptoe-, denkt in de avond soms koorts te hebben.
Inademingspijn-, pob-. Oedeem onderbenen onbekend.
O Niet acuut ziek, lijkt mild dyspnoisch, kan volzinnen maken, sat 93% (…)
E: Dyspnoe
P: dd BL WI, pneumonie; ketonen goed, geen beeld eugl ketoacidose; Amoxi kuur,
indien achteruit
beoordelen, indien komende dagen aanhouden overwegen nog Ddimeer/ Xthorax, cave
LE maar geen
verdere symptomen van, decompensatie maar nooit eerder geahd?”
2.2 Toen klager de volgende dag benauwd was, heeft verweerster hem gecontroleerd.
Zij schreef
daarover om 16.00 uur in het dossier:” [Klager] oogt in eerste instantie niet ziek.
Geeft wel aan
het gevoel te hebben geen adem te kunnen krijgen. Dhr. spreekt volzinnen en maakt
grapjes. T.37.1
en de saturatie schommelt tussen de 88 en 91% P.107. Anderhalf uur later belt staf
dat de saturatie
gezakt zou zijn naar 83%. Zelf ook nog gemeten en inderdaad 83%. Overlegd met de
HAP. Deze komen
met spoed in huis. (…) Daarna heeft de HA 3 x 4 pufjes Ventolin toegediend. Aanvankelijk
liep de
saturatie op tot zelfs 100% om 5 minuten later weer te dalen
naar 88%. (…) de HA wil dhr. toch insturen. De ambulance is snel in huis. (…) De
ambulance besluit
met spoed naar het ziekenhuis te gaan en vertrekt met zwaailicht en sirene. Een
uur later de info
van de begeleidende staf dat dhr. naar de IC overgeplaatst ging worden.”
3. De klacht van klager
3.1 Klager verwijt verweerster dat zij klager ten onrechte heeft willen insluiten
terwijl hij
ernstige ademhalingsklachten had en heeft verzuimd klager te onderzoeken.
4. Het verweer
4.1 Verweerster stelt zich primair op het standpunt dat klager niet-ontvankelijk
is omdat het
door klager overgelegde machtigingsformulier niet voldoet aan de eisen van een machtiging.
Volgens
verweerster blijkt namelijk niet uit de machtiging tegen welke specifieke zorgverlener
de
tuchtklacht is ingediend. Verder betwijfelt verweerster of klager die machtiging
heeft verleend,
omdat verweerster een goede behandelrelatie met klager heeft. Ook meent verweerster
dat er vele
verwijten in het klaagschrift worden geformuleerd, die onvoldoende concreet en onvoldoende
onderbouwd zijn.
4.2 Voor het geval klager wel ontvankelijk is, betwist verweerster dat zij klager
heeft willen
insluiten en heeft verzuimd hem te onderzoeken. Toen klager benauwd was op 16 november
2026, heeft
zij klager gecontroleerd en de uitslagen vergeleken met de uitslagen van de huisarts
van de vorige
dag. Omdat de saturatie te laag bleek te zijn, heeft verweerster de huisarts gebeld,
die meteen is
gekomen en klager heeft onderzocht. De huisarts heeft de ambulance ingeschakeld
waarna klager naar
het ziekenhuis is gebracht.
5. De overwegingen van de voorzitter
Ontvankelijkheid
5.1 De voorzitter komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is. Hoewel in het
door klager
ondertekende machtigingsformulier uitsluitend staat vermeld “verpleegkundige [instelling]”
en de
naam van verweerster ontbreekt, volgt uit de begeleidende brief voldoende duidelijk
dat het een
klacht tegen verweerster betreft. Immers staat de voornaam van verweerster duidelijk
in deze brief
vermeld, evenals in de correspondentie die vooraf is gegaan aan het verzoek van
de secretaris om
toezending van een machtigingsformulier. De voorzitter zal de klacht daarom inhoudelijk
bespreken.
5.2 Klager stelt dat verweerster hem heeft willen insluiten terwijl hij ernstige
ademhalingsklachten had en dat zij heeft verzuimd klager te onderzoeken. Klager
heeft zijn stelling
niet, althans onvoldoende onderbouwd. Daarentegen wordt het standpunt van verweerster
door het
medisch dossier ondersteund. Uit het dossier volgt dat verweerster klagers ademhalingsklachten
zeer
serieus heeft genomen, hem heeft onderzocht en vervolgens de huisarts heeft ingeschakeld.
De
voorzitter kan niet vaststellen dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. Daarom
is de voorzitter van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Aldus gedaan op 1 oktober 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
in
tegenwoordigheid van de secretaris. De secretaris is buiten staat deze beslissing
mede te
ondertekenen.