ECLI:NL:TAHVD:2026:330 Hof van Discipline 's Gravenhage 260225
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:330 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-10-2026 |
| Datum publicatie: | 19-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 260225 |
| Onderwerp: | Aanwijzing, subonderwerp: Artikel 13 Advocatenwet: aanwijzing van een advocaat |
| Beslissingen: | Beklag |
| Inhoudsindicatie: | Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het is aan klager om de deken voldoende concrete feiten en omstandigheden te verstrekken waaruit blijkt welk geschil aan de orde is, welke procedure wordt beoogd en waarom voor die procedure bijstand door een advocaat noodzakelijk is. Gelet op wat klager aan informatie over zijn vordering aan de deken heeft verstrekt heeft de deken het verzoek terecht afgewezen. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de door klager gewenste procedure een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij heeft de deken ook het negatieve advies van de rechtsbijstandsverzekeraar van klager mogen meewegen. |
Beslissing van 19 oktober 2026
in de zaak 260225
naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:
klager
tegen:
mr. E.W.J. de Groot
Deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Zeeland-West-Brabant
de deken
1 DE PROCEDURE
Bij de deken
1.1 Klager heeft op 27 april 2026 bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet.
1.2 De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 5 juni 2026. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de vordering die klager wenst in te stellen onvoldoende concreet en summier is onderbouwd. Hierdoor heeft de vordering geen redelijke kans van slagen. Tenslotte heeft klager – die naar eigen zeggen niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand – niet aannemelijk gemaakt dat hij de kosten van rechtsbijstand kan betalen.
Bij het hof
1.3 Klager heeft op 9 juni 2026 een beklag tegen de beslissing van de deken ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof).
1.4 Verder bevat het dossier:
- het verweer van de deken.
1.5 Het hof heeft het beklag van klager schriftelijk behandeld op basis van de stukken in het dossier.
2 FEITEN
Het hof stelt de volgende feiten vast.
2.1 Klager heeft eerder dit jaar om een advocaat verzocht voor een procedure tegen zijn werkgever wegens stalking. Dat verzoek is door de deken Rotterdam afgewezen.
2.2 Wegens stalking door bewoners in Breda en Prinsenbeek heeft klager de deken om aanwijzing van een advocaat verzocht. Volgens klagers toelichting bij het verzoek om aanwijzing zouden deze bewoners worden aangestuurd door klagers voormalig werkgever, gevestigd in het arrondissement Rotterdam. Klager is daar inmiddels 17 jaar uit dienst. Klager stelt dat hij wordt lastiggevallen in zijn straat en in de supermarkt, dat er een tracker in zijn auto is geplaatst en dat hij wordt lastiggevallen bij afspraken bij de tandarts, de huisarts en in het ziekenhuis. Ook geeft klager aan dat hij tijdens vakanties vanwege bedreigingen door de politie moet worden begeleid. Verder stelt klager dat hij wordt gestalkt door vliegtuigen en auto's in zijn straat en dat zijn internet, tandenborstel en televisie zijn gehackt. Gevraagd naar wie hem precies stalkt, heeft klager aangegeven dat dit gebeurt door "bewoners van zijn straat en door vliegtuigen die worden aangestuurd door [voormalig werkgever]". Klager heeft aangegeven geen aangifte te hebben gedaan van stalking, maar wel van vernieling van zijn dak en dakkapel en van hacking.
2.3 Ten aanzien van zijn mogelijke vordering bij de rechter heeft klager aangegeven dat hij dit wil bespreken met een advocaat. Klager denkt daarbij onder meer aan een gebod tot verwijdering van de tracker uit de auto, een schadevergoeding voor beschadigde apparaten, vergoeding van gederfd loon, kosten voor langdurige beveiliging (30 jaar) en vergoeding van psychische schade.
2.4 Klager heeft tevens aangegeven dat hij beschikt over een rechtsbijstandverzekering, maar dat deze de kosten niet vergoedt. Klager is er door de deken op gewezen dat hij de kosten van een advocaat zelf dient te dragen en aan klager is gevraagd of hij daartoe bereid is. Enerzijds geeft klager aan bereid te zijn zelf te betalen, anderzijds stelt klager dat de verzekering uiteindelijk de kosten moet dragen. Klager schrijft dat hij de eerste vijf uur zelf wil betalen en dat daarna de verzekering de kosten zou moeten overnemen. Ten aanzien van een eventuele aanspraak op gefinancierde rechtsbijstand geeft klager aan dat hij gezien zijn vermogen en inkomen ("€ 33.000 per jaar") daarvoor niet in aanmerking komt. Klager heeft verzocht om een advocaat die op toevoeging werkt, in verband met een lager uurtarief.
3 BEKLAG EN VERWEER
Gronden van het beklag
3.1 Klager stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Klager heeft erop gewezen dat hij niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand omdat zijn vermogen en zijn inkomen te hoog is. Klager wil een slachtoffer advocaat dan wel sociaal advocaat omdat deze tarieven doorgaans lager liggen dan reguliere advocaten.
3.2 Klager stelt dat hij naar de regelrechter moet omdat hij een geschil heeft met zijn rechtsbijstandsverzekeraar. Deze verzekeraar stelde dat klager zijn schadevergoeding maar moet terugbetalen aan zijn ex-werkgever. Hieruit blijkt volgens klager hoe vals en corrupt de jurist van deze verzekeraar is. Naast de regelrechter moet klager ook een civiele procedure opstarten.
3.3 Over het onderbouwen van de vordering heeft klager opgemerkt dat de onrechtmatige gedragingen bestaan uit dagelijkse stalking. Dit is gearchiveerd in een logboek met foto's e-mail en video's gedurende maanden. Klager wil dit niet aanleveren i.v.m. de privacy van het bewijs. Klager stelt dat hij bij de deken Breda wilde langsgaan maar dat hij niets heeft vernomen. Klager wil het niet mailen.
3.4 De materiële schade zal volgens klager circa 200k bedragen en de psychische schade moet klager met een externe deskundige -een letselschade advocaat- bespreken. De totale schade zal zeer hoog zijn.
Verweer
3.5 De deken heeft in reactie op de stelling van klager dat er meerdere dekens betrokken zijn geweest bij zijn verzoek om een advocaat aan te wijzen en dat er daarmee sprake is van ondeskundigheid, en mogelijk zelfs van corruptie, uitgelegd hoe de verschillende verzoeken van de klager voor aanwijzing van een advocaat zijn behandeld en waarom deze bij verschillende dekens zijn terecht gekomen. Alhoewel de deken zich kan voorstellen dat dit voor klager verwarrend is geweest, heeft de eerdere afwijzing geen invloed gehad op zijn besluit en de deken betwist dat sprake is van ondeskundigheid.
3.6 De deken heeft aangevoerd dat hij in zijn besluit heeft overwogen dat klager onduidelijkheid laat bestaan over de vraag of hij de kosten van rechtsbijstand kan betalen. Duidelijk is dat klager geen aanspraak maakt op gefinancierde rechtsbijstand en dat hij vooral een advocaat met een laag uurtarief wil. Daarnaast meent klager dat hij zijn kosten, in elk geval deels, ten laste van de verzekering kan brengen, terwijl uit zijn toelichting en stukken blijkt dat de verzekering negatief heeft geadviseerd over de door klager gewenste procedure. Het is daardoor volgens de deken niet aannemelijk dat de rechtsbijstand voor de kosten zal instaan. Ook in zijn beklag is klager er niet duidelijk over of hij de kosten wel of niet kan of wil dragen. De deken heeft opgemerkt dat als hij een advocaat aanwijst, het duidelijk moet zijn dat de rechtzoekende ook kan instaan voor de kosten. Verder acht de deken het niet zijn taak om op zoek te gaan naar de advocaat met het laagste uurtarief.
3.7 Tenslotte heeft de deken erop gewezen dat de voornaamste reden waarom de aanvraag is afgewezen, is dat de procedure die klager wenst te voeren naar zijn inschatting geen redelijke kans van slagen heeft. Klager stelt te worden gestalkt door "mensen uit Breda en Prinsenbeek". Klager is meermaals in de gelegenheid gesteld daar meer duidelijkheid te geven. Als klager een mondelinge toelichting had willen geven, had hij zelf contact kunnen opnemen. De verantwoordelijkheid voor het goed onderbouwen van een verzoek ligt volgens de deken bij klager zelf. Ook in beklag legt klager geen bewijs over, integendeel. Klager stelt over bewijs te beschikken, maar dat bewijs wil hij vanwege privacyredenen niet overleggen. De vermeende schade van € 200.000,- en de gestelde psychische schade is op geen enkele wijze onderbouwd. Zonder enig begin van bewijs en zonder enige concrete onderbouwing van de gestelde schade geeft de deken deze vordering geen reële kans.
4 BEOORDELING
4.1 Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans van slagen heeft.
4.2 Het is daarbij aan klager om de deken voldoende concrete feiten en omstandigheden te verstrekken waaruit blijkt welk geschil aan de orde is, welke procedure wordt beoogd en waarom voor die procedure bijstand door een advocaat noodzakelijk is. Indien die gegevens ontbreken of onvoldoende duidelijk zijn, kan de deken niet beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is voldaan en mag het verzoek om aanwijzing van een advocaat worden afgewezen.
4.3 Gelet op wat klager aan informatie over zijn vordering aan de deken heeft verstrekt heeft de deken het verzoek terecht afgewezen. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de door klager gewenste procedure een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij heeft de deken ook op goede gronden het negatieve advies van de rechtsbijstandsverzekeraar van klager mogen meewegen.
4.4 Ook in zijn beklag heeft klager geen nadere informatie of onderbouwing gegeven van de door hem gestelde vordering. Ook het hof is dan ook van oordeel dat wat door klager is aangevoerd geen vordering met enige redelijke kans van slagen is. Klager heeft onvoldoende onderbouwing aangeleverd voor zijn uitzonderlijke aantijgingen jegens niet nader genoemde personen en daarmee onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de procedure waarvoor hij een advocaat zoekt enige kans van slagen heeft. De enkele stelling van klager dat het een complexe zaak is, en dat er sprake is van grote schade, is daarvoor niet voldoende.
4.5 Uit het voorgaande volgt reeds dat het beklag niet slagen. Hetgeen klager verder heeft aangevoerd kan niet leiden tot een ander oordeel, een beoordeling daarvan laat het hof dan ook achterwege.
5 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 5 juni 2026 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. J. Blokland, voorzitter, mrs. M.S.A. van Dam en A. Groenewoud, leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 19 oktober 2026.