Zoekresultaten 2351-2400 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2630
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:125
Klager is (met tussenpozen vanaf 2003) onder behandeling geweest voor een zwelling op de rug. Verweerder is werkzaam als plastisch chirurg en heeft bij klager op 27 november 2013 de zwelling operatief verwijderd. Klager vindt dat verweerder geen goed onderzoek heeft verricht voordat hij overging tot de operatie en hij vindt ook dat verweerder niet heeft zorggedragen voor een goede/volledige overdracht aan de oncologisch chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege verjaring en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen sprake is van verjaring. Klager wordt ontvangen in de gehele klacht, die ongegrond wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7671
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 24-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:185
Herstelbeschikking van A2024/7671 van 27 juni 2025: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:160 https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2025/ECLI_NL_TGZRAMS_2025_160
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-138/AL/NN
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:180
Klacht over eigen advocaat. Met zijn gedragingen heeft verweerder het vertrouwen in zijn eigen beroepsuitoefening en in de advocatuur in het algemeen ernstig geschaad. Hoewel de klacht in alle onderdelen gegrond wordt verklaard en verweerder de kernwaarden deskundigheid, onafhankelijkheid, partijdigheid en integriteit meermaals heeft geschonden, zal de raad in deze klachtzaak aan verweerder geen maatregel opleggen. Het ne bis in idem-beginsel staat daaraan in de weg omdat de raad in het meeromvattende dekenbezwaar tegen verweerder, dat op hetzelfde feitencomplex ziet, een maatregel zal opleggen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2621
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:132
Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. De neuroloog heeft klaagster bij het eerste consult gezien, een 24-uurs EEG laten verrichten en klaagster voor verdere onderzoeken doorverwezen. Na de operatie heeft de neuroloog klaagster begeleid bij de afbouw van de medicatie. Klaagster verwijt de neuroloog schending van het beroepsgeheim, nalatigheden rondom de operatie en een te snelle afbouw van de medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7747
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:87
Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster van 18 tot 28 december 2023 als waarnemend huisarts. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat de huisarts in eerste instantie uit heeft kunnen gaan van meer onschuldige aandoeningen, en daarvoor behandeling kunnen inzetten en het effect daarvan afwachten en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:56 Accountantskamer Zwolle 24/3768 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 25-07-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:56
Klagers in deze zaak zijn twee advocaten en de besloten vennootschap (B.V.) waarbinnen zij hun onderneming uitoefenen. De advocaten, die aanvankelijk werkzaam waren binnen een maatschap, hebben besloten om hun onderneming als B.V. voort te zetten. Betrokkene zou de financiële administratie van de onderneming verzorgen en fiscale werkzaamheden verrichten. Klagers menen dat betrokkene verzuimd heeft om tijdig aangifte inkomstenbelasting (IB) te doen. Ook menen zij dat betrokkene ten onrechte stukken heeft achtergehouden nadat de opdracht was beëindigd. De klacht is ongegrond. Betrokkene heeft voldoende onderbouwd dat er te veel onzekerheden waren om vóór 1 mei 2023 en 1 mei 2024 de (voorlopige) aangiften IB over het voorgaande jaar in te kunnen dienen. Er waren op dat moment onvoldoende financiële gegevens beschikbaar om op verantwoorde wijze die aangiften op te stellen en in te dienen. Een deugdelijke schatting van de inkomsten was op dat moment dan ook niet mogelijk. Betrokkene heeft de afgifte van de door klagers gevraagde stukken mogen weigeren. Hij heeft enkel stukken achtergehouden die door hem zijn vervaardigd en bewerkt. Klagers hadden facturen niet betaald en betrokkene had kosten gemaakt in verband met het vervaardigen van deze stukken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7748
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88
Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster voor deze klachten vanaf januari 2024. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de handelswijze van de huisarts voor vertraging in de verwijzing heeft gezorgd en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7764
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83
Klacht tegen een psychiater gegrond. Maatregel: berisping. De klacht gaat over een door verweerder opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het college oordeelt dat verweerder in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. Verweerder heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van verweerder in de aan deze procedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het tuchtcollege heeft verweerder weinig zelfinzicht en -reflectie getoond, berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8321
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8322
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8329
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Klacht van nabestaande van patiënt tegen een aios over het niet (laten) doen van een melding.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 240337
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:136
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft de wederpartij van klager bijgestaan in een tussen hen lopend huurgeschil. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met artikel 15 van de Gedragsregels zijn wederpartij heeft bijgestaan, terwijl klager in het verleden door meerdere, (deels) thans huidige collega’s van verweerder is bijgestaan. De raad heeft geoordeeld dat de klacht van klager over belangenverstrengeling niet slaagt. Het hof is van oordeel dat er – gelet op de langdurige advocaat/cliënt-relatie van klager met een kantoorgenoot van verweerder, die bovendien ook kantoorgenoot van verweerder was gedurende een deel van de periode dat deze langdurige advocaat/cliënt - relatie bestond – sprake is van redelijke bezwaren aan de zijde van klager, zodat niet is voldaan aan de in gedragsregel 15 lid 3 opgesomde cumulatieve voorwaarden. Het hof verwijt verweerder dat hij klager niet in de gelegenheid heeft gesteld voorafgaand aan zijn optreden voor de wederpartij van klager aan te geven of hij redelijke bezwaren tegen dit optreden had. Het hof legt alsnog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:137 Hof van Discipline 's Gravenhage 240336
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:137
Klacht tegen advocaat wederpartij. De gebeurtenissen waarop de klacht ziet en ten aanzien waarvan klager verweerder een verwijt maakt hebben plaatsgevonden vóór 2016. Klager heeft destijds een klacht ingediend, die na verzet door de raad ongegrond is verklaard. Het hof heeft het hoger beroep tegen deze beslissing verworpen. Klager dient in 2024 wederom een klacht in tegen verweerder op grond van dezelfde verwijten en wenst een herbeoordeling van de klacht (omdat bij fraude geen sprake kan zijn verjaring). De raad heeft geoordeeld dat al onherroepelijk op de klacht is beslist en dat deze op grond van het bepaalde in artikel 47b Advocaten niet opnieuw kan worden ingediend; van nieuwe feiten en omstandigheden is niet gebleken. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof komt tot hetzelfde oordeel en bekrachtigt het oordeel van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:138 Hof van Discipline 's Gravenhage 250216
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:138
Afwijzende verwijzing. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een andere zaak, waarin een rechtsmiddel openstaat, ter discussie te stellen. Klager kan het onderzoek naar en de afwijzende beslissing op zijn verzoek aan verweerder om een advocaat aan te wijzen ter discussie stellen binnen de kaders van een beklagprocedure op grond van artikel 13 Advw. Klager heeft het beschikbare rechtsmiddel ook ingesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8133
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:182
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. Zij klaagt over de bejegening en de wijze van onderzoek. Daarnaast is zij van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de psychiater onvoldoende onderzoek heeft gedaan om de door hem getrokken conclusie dat geen sprake was van ASS en (hooguit) van een communicatiestoornis (voldoende) te onderbouwen. Zo kon van de psychiater verwacht worden dat hij alle zogenoemde B-criteria van de DSM-5 naar ASS had doorgenomen bij zijn onderzoek en uitleg. Verder had mogen worden verwacht dat de psychiater een heteroanamnese en een uitgebreidere ontwikkelingsanamnese had afgenomen en de resultaten van de eerder afgenomen NIDA-vragenlijsten had geïntegreerd in zijn oordeel. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:139 Hof van Discipline 's Gravenhage 240331
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:139
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij niet integer heeft gehandeld door in een procedure bij het CBb willens en wetens onwaarheden als beroepsgrond aan te voeren om daarmee de rechters van het CBb op het verkeerde spoor te zetten. Volgens klagers heeft verweerder hierdoor de belangen van klagers en het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad heeft geoordeeld dat het als partijdige belangenbehartiger de taak is van verweerder om de belangen van zijn cliënt zo goed mogelijk te behartigen op een wijze als hem, in overleg met zijn cliënt, goeddunkt. Naar het oordeel van de raad kan niet worden gezegd dat verweerder feiten heeft geponeerd die in strijd met de waarheid zijn. Verweerder heeft in zijn beroepschrift slechts tot uiting willen brengen dat de forensisch accountant de zitting anders heeft beleefd. Het hof is van oordeel dat ook in dit geval, waarin verweerder bij de uitlatingen van zijn cliënt ter zitting van de Accountantskamer aanwezig was, dat gegeven onverlet laat dat hij als advocaat de perceptie van zijn cliënt mag en moet kunnen verwoorden. Het hof is het verder eens met de beslissing van de raad. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7803
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:183
Ongegronde klacht tegen een arts (in opleiding tot psychiater). Klaagster werd gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. Klaagster betwist de genoemde diagnose en klaagt daarnaast over het schenden van de informatieplicht door de arts, onzorgvuldige dossiervorming, schending van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting. Het college oordeelt dat de arts adequaat heeft gehandeld door klaagster te onderzoeken en advies te geven over mogelijk zinvolle behandelingen. Verder stelt het college vast dat ten aanzien van een ontbrekend verslag van het adviesgesprek sprake is van een omissie, maar een dergelijke incidentele fout is onvoldoende om de arts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De arts heeft excuses aangeboden, verbetering toegezegd en de continuïteit van zorg is niet in het gedrang geweest. Ook de andere onderdelen van de klacht zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8182
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:184
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder andere dat hij op basis van onjuiste informatie van haar ex-partner, en zonder haar zelf te zien of te spreken, de crisismaatregel heeft verzocht. Het college stelt vast, aan de hand van de standpunten van partijen en de ingediende stukken, dat verweerder in zijn hoedanigheid als geneesheer-directeur geen betrokkenheid heeft gehad bij de aanvraag van de crisismaatregel voor klaagster. Als geneesheer-directeur had verweerder ook geen rol in het horen, zien of onderzoeken van klaagster dan wel in het zorgdragen voor het horen door of in opdracht van de burgemeester.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-276/DH/RO
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:143
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De voorzitter kan op grond van de overgelegde stukken niet vaststellen dat verweerster in de hoger beroepsprocedure op enigerlei wijze klachtwaardig heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-895/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:138
Raadsbeslissing. In een hoogoplopend conflict tussen klager en zijn ex-partner over de door de ex-partner ingetrokken toestemming om met de dochter naar Kaapverdië te reizen, heeft verweerster onvoldoende distantie betracht. De ex-partner gebruikte de intrekking van de reeds gegeven toestemming als drukmiddel om klager te bewegen ook zijn toestemming te verlenen voor door haar geplande reizen. Verweerster heeft de gevolgen van dit -oneigenlijke - gebruik van haar recht om haar toestemming in te trekken door de ex-partner benadrukt en daarbij geschreven dat klager zich schuldig zou maken aan kinderontvoering als hij toch met de dochter zou vertrekken. Dit alles terwijl verweerster wist dat de ex-partner de marechaussee wilde inlichten en kon voorzien dat haar e-mail daarvoor zou kunnen worden gebruikt. Verweerster heeft onvoldoende distantie betracht in dit conflict, waarin ook een minderjarig kind betrokken was. Zij heeft, met de door haar gebruikte bewoordingen, bijgedragen aan de escalatie van de situatie. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8250
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:181
Voorzittersbeslissing. Klacht is kennelijk van onvoldoende gewicht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij in het verpleegkundig dossier onjuist heeft genoteerd dat tijdens een gesprek met klaagster de aanwezige arts het woord voerde in plaats van de aanwezige arts-assistent. De voorzitter is van oordeel dat het gaat om een eenvoudige verschrijving en het tuchtrecht in de gezondheidszorg is niet bedoeld om eenvoudige verschrijvingen in een medisch of verpleegkundig dossier aan de orde te stellen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-005/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:139
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klaagster in de cassatieprocedure onjuist geadviseerd over de gevolgen van vernietiging van de bestreden beschikking voor de mogelijkheid voor klaagster om de maandelijkse alimentatiebetalingen te blijven innen. Na het gewonnen cassatieberoep, met verwijzing naar een ander gerechtshof, bleek dat klaagster de alimentatie niet langer (direct) kon innen. Verweerder heeft hier bij zijn advisering onvoldoende rekening mee gehouden en daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde deskundigheid. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-220/AL/GLD
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:178
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Uit de gang van zaken kan niet worden afgeleid dat verweerder stil heeft gezeten en geen enkele progressie voor klager heeft geboekt. Van onzorgvuldige behandeling en onvoldoende voortvarendheid is geen sprake. Niet komen vast te staan dat verweerder onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Klacht in beide onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-006/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:140
Raadsbeslissing. Verweerder heeft in februari 2022 de opdracht van klaagster aangenomen. Zij heeft hem ruim € 7.000,- betaald. Verweerder heeft niets schriftelijk vastgelegd. Hij heeft meerdere toezeggingen gedaan, maar is die steeds niet nagekomen. In april 2024 heeft klaagster de opdracht daarom beëindigd. Verweerder heeft de zaak vervolgens niet voortvarend financieel afgerekend en niet blijkt dat hij klaagster het dossier heeft toegestuurd. Verweerder is aanzienlijk tekortgeschoten in de behartiging van klaagsters belangen. Twee weken schorsing onvoorwaardelijk. De raad verklaart de deken – die meeklaagt in deze zaak – niet-ontvankelijk, omdat de deken een dekenbezwaar heeft ingediend tegen verweerder, waarin deze klachtzaak integraal is meegenomen. De deken heeft in deze zaak daarom geen belang.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-021/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:141
Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens klaagster bij deurwaardersexploot een brief aan klaagsters huurders gestuurd, met daarin een opzegging van de huurovereenkomst. Verweerder heeft dit gedaan zonder daartoe van klaagster opdracht te hebben gekregen. Dat is onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-045/DH/DH/D
- Datum publicatie: 21-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:142
Beslissing op dekenbezwaar. Verweerder handelt onzorgvuldig door opdrachten van en afspraken met cliënten niet schriftelijk vast te leggen. Zijn informatievoorziening aan cliënten is stelselmatig onder de maat. Ook handelt hij in strijd met de bewaarplicht door dossiers aan de cliënt te retourneren, zonder zelf een kopie van dit dossier te bewaren. Verder heeft verweerder onvoldoende gevolg gegeven aan de toezichthoudende instructies van de deken. Tuchtrechtelijk verleden. Van belang is nu dat verweerder een verbetering laat zien in zijn manier van dossierbeheer, informatievoorziening aan cliënten en het opvolgen van de instructies van de deken. De raad acht het daarom noodzakelijk dat verweerder zich op korte termijn laat bijstaan door een coach op het gebied van advocatuurlijke administratie en kantooradministratie. Voorwaardelijke schorsing van 8 weken met als bijzondere voorwaarden een coach.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:124 Raad van Discipline Amsterdam 24-853/A/NH
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:124
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster rauwelijks te dagvaarden en een bericht van klaagster in de dagvaarding onvermeld te laten. De raad ziet echter af van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij niet goed heeft opgelet, dat hij het bericht van klaagster heeft gemist en dat het beter was geweest als hij hierop wel had gereageerd en dit bericht ook in de dagvaarding had vermeld. Verder heeft de raad niet kunnen vaststellen dat er als gevolg van het handelen van verweerder nodeloos een procedure moest worden gevoerd of dat het handelen van verweerder op enige andere wijze gevolgen voor klaagster heeft gehad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8058
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:180
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen en tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld, in juni 2024 voor klaagster geen spoedafspraak bij de neuroloog heeft gemaakt, maar instemde met een afspraak voor drie weken later en haar op een zakelijke manier heeft behandeld in september 2024 en niet heeft gevraagd hoe het met haar ging. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de huisarts de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen. Zij heeft klaagster bij ieder consult bevraagd, lichamelijk onderzoek gedaan behorende bij de klachten waarmee klaagster op de consulten verscheen en waar nodig nader onderzoek ingesteld. Ook kan niet worden vastgesteld dat zij tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college kan de huisarts volgen in haar verweer dat op het moment van verwijzen (juli 2024) geen acute of neurologische (uitvals)verschijnselen waren en dat er daarom geen indicatie voor een spoedverwijzing was. De indicatie voor de wachttijd bedroeg drie weken. Tenslotte is het college van oordeel dat niet is gesteld of gebleken dat de huisarts klaagster onheus of onprofessioneel heeft te woord gestaan. De klacht is kennelijk ongegrond in al zijn onderdelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:125 Raad van Discipline Amsterdam 25-065/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:125
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is ongegrond. De raad is van oordeel dat het enkele instemmend knikken door verweerder tijdens een gesprek, onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat verweerder ook een actief aandeel heeft gehad in het aan klager verstrekte advies.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:126 Raad van Discipline Amsterdam 25-066/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:126
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een dagvaardingsexploot over het hoofd te zien. Ook de hierna door het Hof aan verweerder gestuurde berichten hierover heeft verweerder gemist, waardoor hij zich niet op tijd als advocaat voor klager heeft gesteld. Verweerder heeft hiermee naar het oordeel van de raad zeer onzorgvuldig gehandeld. Alhoewel verweerder zijn fout ter zitting heeft erkend, heeft hij naar het oordeel van de raad geen inzicht getoond in de hoge mate van verwijtbaarheid van zijn handelen. Dit alles bij elkaar genomen, maakt dat de raad de oplegging van de maatregel van een berisping passend vindt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-145/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:127
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft de in zijn processtukken opgenomen uitlatingen over klager onvoldoende geverifieerd. Gelet op de ernst van deze uitlatingen en de context van het familierechtelijk geschil waarbinnen deze door verweerder zijn gedaan, had verweerder deze uitlatingen niet zomaar mogen doen en dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. De raad acht de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:128 Raad van Discipline Amsterdam 25-186/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:128
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat is in alle klachtonderdelen ongegrond. De raad is van oordeel dat op geen enkele wijze door klagers de indruk is gewekt dat de gekozen processtrategie klagers niet beviel, dat zij hier niet mee instemden of dat zij niet wisten wat de kansen en risico’s daarvan voor hen waren. Er is dan ook niet gebleken dat verweerster niet zou hebben gehandeld met de zorgvuldigheid die van haar in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:134 Hof van Discipline 's Gravenhage 240232
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 12-05-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:134
Beslissing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het hof gaat niet over tot verwijzing omdat niet gebleken is dat de deken de door klager tegen zijn (voormalig) advocaat ingediende klacht niet conform de Advocatenwet heeft afgehandeld. Daarnaast is niet duidelijk is geworden wat de (verdere) concrete klachten van klager tegen de deken zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7682
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:178
Deels gegronde klacht tegen een huisarts, waarschuwing en kostenveroordeling. Verzoek behandeling achter gesloten deuren afgewezen. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij klaagster – ten onrechte en zonder haar toestemming – heeft doorverwezen voor behandeling van psychische klachten. Voorts verwijt klaagster de huisarts dat zij – zonder toestemming van klaagster en zonder haar te informeren – contact met derden over klaagster opnam en daarmee haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat er sprake is van een gegronde klacht inzake de klachtonderdelen b) geen toestemming voor verwijzen en d) schending van het beroepsgeheim. Ten aanzien van de maatregel is het college is van oordeel dat kan worden volstaan met de maatregel van waarschuwing. Daarbij speelt onder meer een rol dat de huisarts heeft verklaard zich te realiseren dat zij toestemming had moeten vragen aan klaagster en eerder haar excuses heeft aangeboden voor het opnemen van contact met de ex-partner van klaagster zonder haar toestemming. Deels gegronde klacht, waarschuwing, publicatie in het algemeen belang en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:122 Raad van Discipline Amsterdam 25-369/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:122
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Van onterechte beschuldigingen aan het adres van klager is geen sprake. Verweerster mocht afgaan op de informatie die haar cliënte haar had verstrekt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 240193
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 12-05-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:135
Beslissing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het hof gaat niet over tot verwijzing omdat niet duidelijk is geworden wat de concrete klachten van klager tegen de deken zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7952
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:179
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat aan hem medische zorg is geweigerd in verband met klachten aan zijn kleine teen en een door klager gewenste doorverwijzing naar een KNO-arts. De huisarts heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren en de klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. De huisarts brengt naar voren dat hij bij de zorg aan de kleine teen niet persoonlijk betrokken is geweest. In de tweede plaats meent de huisarts dat klager met betrekking tot de klacht over de niet-verwijzing naar een KNO-arts misbruik maakt van het tuchtrecht. Het college komt tot het oordeel dat dit ontvankelijkheidsverweer niet slaagt en behandelt de klacht daarom inhoudelijk. Het college is van oordeel dat beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond zijn. Kennelijk ongegronde klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:123 Raad van Discipline Amsterdam 25-367/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van deken. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster zich bij de vervulling van haar functie als deken zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De klacht is kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/440837 / KL RK 24-132
- Datum publicatie: 17-07-2025
- Datum uitspraak: 10-07-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:24
Klaagster verwijt de notaris dat zij niet de benodigde zorgvuldigheid heeft betracht die van haar mag worden gevergd inzake de afwikkeling van de nalatenschap van haar vader. De notaris heeft zich heeft als boedelnotaris gedragen en daarmee buiten haar bevoegdheid gehandeld. De familieverhoudingen zijn door het (gebrek aan) handelen van de notaris verstoord. De kamer is van oordeel dat de notaris geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:121 Raad van Discipline Amsterdam 25-382/A/A
- Datum publicatie: 17-07-2025
- Datum uitspraak: 14-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:121
Raadsbeslissing; de raad heeft het verzoek om opheffing van de op grond van artikel 60b Advocatenwet opgelegde schorsing toegewezen. De raad heeft het bijkomend verzoek de schorsingsbeslissing niet meer zichtbaar te maken op de website (www.tuchtrecht.overheid.nl) is afgewezen. Nog afgezien van het feit dat een wettelijke grondslag hiervoor in de Advocatenwet ontbreekt, geldt bovendien dat de openbaarheid van (tucht)rechtspraak een fundamenteel principe in Nederland is. Dit principe is vastgelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 121 van de Grondwet. Naar het oordeel van de raad prevaleert het belang van een transparante en openbare (tucht)rechtspraak boven het belang om verschoond te blijven van eventuele negatieve gevolgen van een uitspraak, die ondanks dat die geanonimiseerd is, (mogelijk) tot de persoon van de advocaat herleidbaar is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-894/DH/DH
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:130
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten door te schrijven dat het recht om “in gesprek te gaan met een journalist over deze kwestie alsook de mogelijkheid om één of meerdere banken of hypotheekverstrekkers uitvoerig in te lichten” uitdrukkelijk wordt voorbehouden. Klacht voor het overige ongegrond. Maatregelverweer slaagt niet: er zijn geen bijzondere omstandigheden om geheel af te zien van het opleggen van een maatregel. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-745/DH/DH
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 07-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:137
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2548
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:120
Klacht tegen een directeur behandelzaken/klinisch psycholoog. Klaagster is in 2021 als minderjarige vanwege psychische klachten vrijwillig opgenomen in een GGZ-instelling. Verweerster is klinisch psycholoog/psychotherapeut en directeur behandelzaken van de GGZ-instelling. Nadat zich eind 2021 een incident heeft voorgedaan, heeft de GGZ-instelling tegen klaagster aangifte van zware mishandeling gedaan en is klaagster aangehouden. De pleegvaders van klaagsters verwijten de directeur behandelzaken/klinisch psycholoog namens klaagster dat zij als directeur behandelzaken ten aanzien van het ontslag van klaagster onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7998
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:80
Klacht van de inspectie tegen verpleegkundige gegrond. Schorsing van twaalf maanden, waarvan drie voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarden. De verpleegkundige wordt verweten dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld en medische informatie over patiënten met een derde heeft gedeeld. Het college oordeelt dat de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de afkoelingsperiode een seksuele relatie aan te gaan met een voormalig patiënt. Ook heeft de verpleegkundige haar beroepsgeheim geschonden. Er was geen situatie op grond waarvan zij haar beroepsgeheim mocht doorbreken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-910/DH/RO
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:131
Raadsbeslissing. Geen sprake van ne bis in idem. Verweerster heeft een vaststellingsovereenkomst ingebracht waarop een geheimhoudingsbeding rust. Zij had daarmee redelijkerwijs bekend moeten zijn. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2702 en C2025/2703
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:121
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is in twaalf consulten over een periode van ruim drie maanden door de fysiotherapeut in de nek gemanipuleerd (gekraakt). De klacht omvat zeven onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de klacht op twee onderdelen gegrond is: er was geen informed consent en verweerder is te lang doorgegaan met dezelfde behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de fysiotherapeut de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt, onder bespreking van de informed consent over de behandeling van klaagster, zowel het beroep van klaagster als het beroep van de fysiotherapeut.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7222
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:81
Verweerster, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft als GZ-psycholoog zorg verleend aan klager. Klager is door het college niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het college oordeelt, aan de hand van de inhoud van brieven en de uitingen van klager in deze procedure, dat klager, hoewel de klacht op zichzelf wordt beoordeeld als een te behandelen klacht, zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van verweerster. Het college overweegt, verwijzend naar artikel 3:303 BW, dat klager zijn klacht daarom zonder voldoende belang heeft ingediend en verklaart hem niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755064 DW RK 24/283 MK/WdJ
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 16-07-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:61
Onzorgvuldigheden en onjuiste constateringen opgenomen in het proces-verbaal van verbindingen. Maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-911/DH/RO
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:132
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn voor het indienen van een klacht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-685/DH/RO
- Datum publicatie: 16-07-2025
- Datum uitspraak: 30-06-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:126
Verzet ongegrond.