ECLI:NL:TGZCTG:2025:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2621
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:132 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 28-07-2025 |
| Datum publicatie: | 28-07-2025 |
| Zaaknummer(s): | C2024/2621 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. De neuroloog heeft klaagster bij het eerste consult gezien, een 24-uurs EEG laten verrichten en klaagster voor verdere onderzoeken doorverwezen. Na de operatie heeft de neuroloog klaagster begeleid bij de afbouw van de medicatie. Klaagster verwijt de neuroloog schending van het beroepsgeheim, nalatigheden rondom de operatie en een te snelle afbouw van de medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2024/2621 van:
A., wonende in B., appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster, gemachtigde: C., werkzaam in D.,
tegen
H., neuroloog, destijds werkzaam in F., verweerster in beide instanties, hierna:
de neuroloog, gemachtigde: mr. K.M. Volker, werkzaam in Amsterdam.
1. Kern van de zaak
1.1 Klaagster heeft in augustus 2019 een epilepsie-operatie ondergaan (een temporaalkwabresectie
linkszijdig). De neuroloog heeft klaagster bij het eerste consult gezien, een 24-uurs
EEG laten verrichten en klaagster voor verdere onderzoeken doorverwezen. Na de operatie
heeft de neuroloog klaagster begeleid bij de afbouw van de anti-epilepsiemedicatie.
Klaagster en haar toenmalige echtgenoot verwijten de neuroloog schending van het beroepsgeheim,
nalatigheden rondom de operatie en een te snelle afbouw van de medicatie.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s Hertogenbosch heeft de toenmalige echtgenoot
van klaagster in de klacht niet-ontvankelijk verklaard en de klacht van klaagster
in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het
eens met het oordeel dat de klacht ongegrond is en zal het door klaagster ingestelde
beroep verwerpen.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
te ’s Hertogenbosch van 16 oktober 2024 met nummer H2023/6737 (ECLI:NL:TGZRSHE:2024:114).
De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal
Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift, de aanvullende gronden
en het verweerschrift.
2.3 De zaak is op de zitting van 11 juni 2025 behandeld. Klaagster en de neuroloog
waren beiden aanwezig. Klaagster werd bijgestaan door haar gemachtigde C., de neuroloog
werd bijgestaan door haar gemachtigde mr. K.M. Volker. Partijen hebben vragen van
het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen
van de gemachtigde van klaagster zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.
3.2 Klaagster is bekend met een therapieresistente focale epilepsie vanuit links
temporaal (vanuit de linker slaapkwab).
3.3 Begin 2017 was zij betrokken bij een ernstig auto-ongeluk, waarbij zijzelf
en haar twee kinderen zwaargewond raakten.
3.4 Klaagster is op 4 februari 2018 door haar behandelend neuroloog doorverwezen
naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is. Daar heeft de neuroloog haar
op 2 maart 2018 bij het eerste consult gezien en onder meer in het dossier genoteerd:
“Ze zou graag willen inventariseren wat de mogelijkheden zijn wat betreft epilepsiechirurgie.”
De neuroloog heeft een 24-uurs EEG aangevraagd, waarvan de uitslag het vermoeden van
een focale links temporale epilepsie ondersteunde. De neuroloog heeft de gegevens
van klaagster besproken in de wekelijkse epilepsiechirurgie bespreking en klaagster
doorverwezen naar het epilepsiechirurgie spreekuur. Klaagster is vanaf dat moment
door anderen verder begeleid in de periode tot en met de operatie.
3.5 De neuroloog was vanuit het expertisecentrum de hoofdbehandelaar van klaagster
voor de bij haar aanwezige epilepsie. Zij maakte geen deel uit van de pre-chirurgische
werkgroep, noch van het chirurgische team.
3.6 Klaagster is op 27 augustus 2019 geopereerd en tot en met 1 september 2019
opgenomen geweest. Er hebben diverse nacontroles plaatsgevonden. Bij brief van 30
december 2019 heeft een collega-neuroloog de neuroloog schriftelijk geïnformeerd.
Voor zover relevant luidt de brief:
“Conclusie
Status na epilepsiechirurgie (standaard temporaalkwabresectie links) bij MTS. Sindsdien
aanvalsvrij.
In postoperatief beloop geheugenklachten en emotionele ontregeling waarvoor verdere
begeleiding volgt.
Beleid
Epilepsiechirurgietraject afgesloten.
NPO volgt 12 maanden na de operatie. Ik vraag dit alvast aan, uitslag via collega
[de neuroloog]. Vraag over rijbevoegdheid legt patiënte bij de hoofdbehandelaar [de
neuroloog] neer.”
3.7 In mei 2020 is klaagster op eigen verzoek en na overleg met haar huisarts
door de neuroloog verwezen naar een psycholoog. In de verwijsbrief van 20 mei 2020
is hierover onder meer geschreven:
“”verwijsreden: emotionele ontregeling en klachten mogelijk passend bij PTSS. Volgens
patiënte speelde dit alles ook al voor de operatie en is er dus niets nieuws. (..)
Diagnose: Focale epilepsie vanuit links temporaal. Status na epilepsiechirurgie
aug 2019 (standaard temporaalkwabresectie links) bij MTS. Sindsdien aanvalsvrij. In
postoperatief beloop geheugenklachten en emotionele ontregeling, begeleiding maatschappelijk
werk en L..
3.8 Klaagster bleef daarna aanvalsvrij, zodat de neuroloog in augustus 2020 met
haar afsprak de medicatie te gaan afbouwen. De neuroloog schreef daarover in een verslag
aan de huisarts van klaagster:
“(…)
Het gaat op zich wel goed, gelukkig geen aanvallen meer gehad. Ze is echt toe aan
medicatie-afbouw. (…)
Conclusie:
Stabiel, aanvalsvrij na E-chirurgie. Op psychologisch vlak lijkt het ook rustiger
te zijn, krijgt nu EMDR.
Beleid:
Afbouw medicatie tot stop: start met levetiracetam 250 mg per week, daarna oxcarbamazepine
300 mg per week. (…)”
3.9 Klaagster kreeg in september 2020 opnieuw epilepsieaanvallen, een dag nadat
de levetiracetam helemaal afgebouwd was. Daarna is deze medicatie opnieuw gestart.
In november 2020 heeft klaagster het expertisecentrum benaderd voor een mogelijk nieuw
epilepsiechirurgie-traject. Klaagster was na de herstart van de medicatie opnieuw
aanvalsvrij, maar wilde ook van de medicatie af. De multidisciplinaire werkgroep heeft
daarover op
27 mei 2021 negatief geadviseerd.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om die beslissing te vernietigen en de klacht
alsnog geheel gegrond te verklaren. Verder verzoekt klaagster dit college om de neuroloog
te veroordelen in vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten en in de door
haar geleden en nog te lijden schade.
4.2 De neuroloog heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij verzoekt het
Centraal Tuchtcollege om het beroep te verwerpen.
Procedure bij het Regionaal Tuchtcollege
4.3 Klaagster betoogt in beroep in de eerste plaats dat zij door het verloop
van de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege ernstig is benadeeld, omdat het mondeling
vooronderzoek heeft plaatsgevonden buiten aanwezigheid van haar gemachtigde en de
zaak vervolgens in raadkamer, dus zonder een mondelinge behandeling op een zitting,
is afgedaan.
Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de procedure in beroep mede is bedoeld om
eventuele verzuimen in de behandeling bij het Regionaal Tuchtcollege te herstellen.
In deze zaak was er echter geen sprake van een verzuim. Klaagster en haar gemachtigde
hadden ruimschoots voor de datum van het mondeling voorzitter een uitnodiging hiervoor
ontvangen en pas bij aanvang van het mondeling vooronderzoek bleek dat de gemachtigde
niet aanwezig was. Dat het Regionaal Tuchtcollege de zaak in raadkamer heeft behandeld,
is gebaseerd op art 67a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Anders dan klaagster meent, is dit niet onzorgvuldig.
Toetsingskader
4.4 De vraag is of de neuroloog heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van
haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende
neuroloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de neuroloog geldende
beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat
zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Inhoudelijke beoordeling
4.5 Klaagster is erg ongelukkig met het resultaat van de epilepsie-operatie van
augustus 2019. Zij stelt dat zij sindsdien dagelijks last heeft van lawaai in haar
hoofd, door haar omschreven als een constante bonk en ruis. Deze geluiden houden haar
constant bezig, verstoren haar nachtrust en zorgen voor emotionele en fysieke uitputting.
Als gevolg hiervan is haar huwelijk gestrand, is zij haar gezin kwijtgeraakt, is zij
van haar ouders vervreemd en heeft zij haar werk noodgedwongen moeten opgeven, aldus
klaagster.
4.6 Klaagster verwijt de neuroloog dat zij:
a) het beroepsgeheim heeft geschonden door vertrouwelijke informatie zonder toestemming
van klaagster te delen;
b) onvoldoende informatie heeft verstrekt aan klaagster over haar medische situatie
en de voorgestelde behandelingen en mogelijke gevolgen daarvan;
c) heeft geopereerd zonder de volledige en juiste toestemming van klaagster;
d) slechte nazorg heeft geleverd na de operatie. Klaagster werd drie dagen na
de operatie naar huis gestuurd terwijl zij onvoldoende hersteld was om veilig naar
huis te gaan;
e) de medicatie te snel en onjuist heeft afgebouwd.
4.7 De neuroloog is vanuit het expertisecentrum niet betrokken geweest bij het
traject rondom de operatie. Alleen al om die reden heeft het Regionaal Tuchtcollege
de klachtonderdelen b, c en d terecht ongegrond verklaard.
4.8 Het Centraal Tuchtcollege komt op basis van de stukken en de mondelinge toelichting
daarop tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klachtonderdelen a en e eveneens
terecht ongegrond heeft verklaard. De behandeling van de zaak in beroep geeft geen
aanleiding tot andere beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal
Tuchtcollege neemt dat wat het Regionaal Tuchtcollege in zijn beslissing onder 5.5
tot en met 5.7 heeft overwogen hier over. De behandeling van de zaak in beroep geeft
het Centraal Tuchtcollege wel aanleiding tot een aanvullende opmerking.
4.9 Het Centraal Tuchtcollege begrijpt dat het voor klaagster teleurstellend
was dat zij direct na de afbouw van de medicatie opnieuw epileptische aanvallen heeft
gekregen en dat het voor haar beangstigend was dat die een ander beloop hadden dan
de eerdere aanvallen. Dit kan de neuroloog echter niet verweten worden. Naar het oordeel
van het Centraal Tuchtcollege is de afbouw van de medicatie correct verlopen. Dat
een patiënt tijdens of na de afbouw van de medicatie opnieuw aanvallen krijgt, is
een risico dat helaas niet valt te voorzien en/of te voorkomen.
Conclusie
4.10 Gelet op al het vorenstaande, komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel
dat de neuroloog zorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege is terecht
en op goede gronden tot de conclusie gekomen dat niet is gebleken van tuchtrechtelijk
verwijtbaar handelen of nalaten door de neuroloog. Dit betekent dat het Centraal Tuchtcollege
het beroep zal verwerpen.
Verzoek om proceskostenveroordeling en schadevergoeding
4.11 Nu klaagster in het ongelijk wordt gesteld, is er geen aanleiding voor een
proceskostenveroordeling. Los van het feit dat het niet mogelijk is om in een tuchtrechtelijke
procedure schadevergoeding toe te kennen, ziet het Centraal Tuchtcollege ook geen
aanleiding voor een schadevergoeding. Het is in deze procedure niet aannemelijk geworden
dat de lijdensdruk die klaagster ervaart (mede) is veroorzaakt door het handelen of
nalaten van de neuroloog.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep; wijst het
verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, J. Legemaate en T. Dompeling,
leden juristen, en C.M.F. Dirven en M.C. de Rijk, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 28 juli 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.