Zoekresultaten 1-50 van de 6112 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-362/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 260099

    Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-240/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Niet is komen vast te staan dat de advocaat niet tijdig stukken van klager heeft gedownload waardoor de zaak van klager vertraging heeft opgelopen. Evenmin is onaannemelijk of ongeloofwaardig dat berichten van klager in de spambox van de advocaat terecht zijn gekomen. Het is de raad niet gebleken dat de bijstand van de advocaat aan klager tegenover de belastingdienst niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en kwaliteit die de professionele standaard veronderstelt. Het klachtdossier bevat geen aanknopingspunten voor de stelling van klager dat daarbij essentiële zaken onbesproken zijn gebleven. Uit niets blijkt dat de advocaat is afgeweken van instructies van klager. Voor klager moest duidelijk zijn dat de het bij het in de opdrachtbevestiging opgenomen uurtarief van € 20,- om een typefout gaat. Niet alleen omdat het wel een erg laag uurtarief is, maar ook omdat klager al meer dan tien jaar is verbonden aan het kantoor van de advocaat en klager wist dat een marktconform uurtarief tussen de € 250,- en € 350, - ligt. De advocaat heeft zich op zorgvuldige wijze onttrokken aan de hem verstrekte opdracht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 260111

    Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-475/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerder wist niet en hoefde ook niet te begrijpen dat klaagster naast haar rechtsbijstand van mr. K twee andere advocaten kort heeft ingeschakeld vanwege hun expertise. Verweerder kon en moest verweerster daarom rechtstreeks aanschrijven zoals door hem gedaan. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt ontvangen informatie. Hij heeft nog nader onderzoek naar het van zijn cliënt gekregen woonadres van klaagster gedaan, maar dat vanwege geheimvermelding daarvan niet van de gemeente ontvangen. Klaagster is hierdoor niet benadeeld of anderszins in haar (privacy)belangen geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. De beslissing van de deken om in deze derde klachtzaak te volstaan met het geven van een dekenstandpunt is door de voorzitter terecht betiteld als een procedurele beslissing, die desgewenst in de (verdere) klachtbehandeling bij de raad aan de orde kan worden gesteld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-498/AL/NN 26-521/AL/NN

    voorzittersbeslissing. Volgens klager hebben verweerders, als advocaten van zijn wederpartij, zich schuldig gemaakt aan grensoverschrijdend, onzorgvuldig en intimiderend gedrag richting klager. Daarvan is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Evenmin is daaruit gebleken dat verweerders de belangen van klager nodeloos of onevenredig hebben geschaad zoals verweten. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang bij die verwijten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 260160

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is dat de advocaat moet worden betaald. Als er een toevoeging wordt verleend, gaat het om de eigen bijdrage en eventuele bijkomende kosten, zoals griffierechten (zie ook HvD 17 november 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:231). In het geval de klager niet in aanmerking komt voor een toevoeging, is het niet anders (zie ook HvD 6 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:204).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 260173

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-507/AL/NN 26-522/AL/NN

    voorzittersbeslissing tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht, voor zover hij dat feitelijk ook heeft gedaan, aan zijn cliënte de tip geven om de behandelaar van haar ex-partner te benaderen, zoals door haar gedaan. Of en in hoeverre die behandelaar ingaat op een informatieverzoek is de verantwoordelijkheid van de behandelaar. Van onjuiste, niet onderbouwde en onnodig grievende uitlatingen is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172

    Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren. De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd, de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer. Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak, legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-586/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-165/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling is ongegrond. De advocaat stond in 2016 zowel klaagster als een bewoner van haar chaletpark bij toen zij een gezamenlijk belang hadden tegenover de gemeente. Later heeft de gemeente de bewoner een omgevingsvergunning verleend om op het park te blijven wonen. Daartegen heeft klaagster bezwaar gemaakt. Klaagster trad dus op tegen de gemeente en niet tegen de bewoner. De bewoner was als vergunninghouder een derde belanghebbende partij. De advocaat heeft de bewoner bijgestaan in de bestuursrechtelijke procedure. Die bijstand richtte zich niet tegen klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:276 Hof van Discipline 's Gravenhage 260176

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Verzoek tot aanwijzing van een advocaat in meerdere opzichten onvoldoende onderbouwd, waardoor de deken niet in de gelegenheid is gesteld om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren, door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981

    Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-351/DB/ZWB 26-356/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft achtergehouden of tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij het verrichten van een heroverweging. Klachten in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001

    Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-488/DB/ZWB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft stelselmatig en in een groot aantal zaken niet voldaan aan de zware zorgplicht die geldt bij het behandelen van gezamenlijke echtscheidingsverzoeken. Voor de hoogte van de maatregel weegt de raad mee dat de vaste rechtspraak over de zware zorgplicht voor ‘afhechtingsadvocaten’ al lange tijd helder was en verweerder ook wist dat de dekens extra toezicht zouden houden op ‘afhechtingsadvocaten’. De raad is er niet van overtuigd dat verweerder met de inmiddels doorgevoerde wijzigingen in zijn praktijkvoering wel zal voldoen aan de zware zorgplicht. Schorsing van 22 weken, waarvan 18 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ

    Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-342/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtelijke kwestie. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Klacht gegrond over aankopen die verweerder als particulier bij klaagster heeft gedaan. Voldoende aanknopingspunten met de uitoefening van het beroep van advocaat. Verweerder heeft een miniatuurklok van klaagster gekocht op het moment dat hij haar dochter bijstond in een geschil tegen klaagster. Verweerder heeft niet gemeld dat hij de advocaat van klaagsters dochter was, terwijl hij de aankoop mede deed ter voorbereiding van de erfrechtkwestie. Strijd met de kernwaarde integriteit en gedragsregel 9. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder en omdat hij zich tijdens de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan tuchtrechtelijk laakbaar handelen, legt de raad een langdurige schorsing op als laatste kans. Schorsing van 25 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-073/DB/LI 26-243/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door en financiële afspraken met de eigen advocaat. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft herhaaldelijk nagelaten belangrijke informatie schriftelijk vast te leggen. Zo is niet gebleken welke werkzaamheden hij heeft verricht en heeft hij in (nieuwe) zaken geen opdrachtbevestigingen verstuurd. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht of klaagster in aanmerking kwam voor een toevoeging, heeft geen deugdelijke tijd- en kosteninschattingen gegeven en heeft een financiële afspraak gemaakt waardoor zijn onafhankelijkheid in het gedrang is gekomen. Verweerder heeft vervolgens diverse facturen gestuurd die (ver) boven het afgesproken vaste bedrag van € 5.000,- reikten. Eén factuur die is verstuurd was niet bedoeld om daadwerkelijk te incasseren. Dat heeft verweerder niet als zodanig kenbaar gemaakt aan klaagster, maar ook is gepoogd om de rechtsbijstandsverzekeraar daarmee te misleiden. Schorsing van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-825/AL/OV

    Klager is ontvankelijk omdat hij binnen drie jaar na kennisname van het verweerder verweten handelen daarover bij de deken heeft geklaagd. Verweerder heeft met zijn optreden in strijd gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol waarin hij voor klager optrad heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder heeft daarbij onvoldoende professionele distantie betracht en had zich als advocaat beter niet kunnen inlaten met investeerders in grondtransacties in Turkije, waarbij klager en ook hijzelf een (al dan niet indirect) financieel belang hadden. Verweerder heeft tijdens de zitting van de raad duidelijk gemaakt dat hij hiervan achteraf ook spijt heeft en dat nooit had moeten doen. Verweerder heeft een blanco tuchtrechtelijk verleden en is in oktober 2025 als advocaat gestopt. Gelet op alle omstandigheden als hiervoor omschreven acht de raad een maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122

    .

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-385/DB/OB

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar stelbrief met verhinderdata niet zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden toen zij wel bekend raakte met zijn naam. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-067/AL/OV

    Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet gehandeld zoals van een zorgvuldig en bekwaam advocaat verwacht mag worden door zijn cliënten onvoldoende schriftelijk te informeren over zijn gewijzigde aanpak, over zijn ureninschatting voor de buitengerechtelijke werkzaamheden en over de risico’s en (proces)kosten. De raad ziet dat verweerder zich met goede intenties voor klaagster c.s. heeft ingezet maar ziet tegelijkertijd ook welke ernstige (financiële) gevolgen de negatieve uitspraak voor klaagster c.s. heeft gehad en nog heeft. De raad is uit de stukken echter niet gebleken dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt door het ontbreken van voldoende dossierkennis of deskundigheid. Gelet op deze omstandigheden, in combinatie met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, is de raad van oordeel dat oplegging van een maatregel van waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152

    De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2940

    Klacht tegen een cardioloog. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die inmiddels is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het heeft daartoe overwogen dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB

    herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:72 Accountantskamer Zwolle 25/2702 Wtra AK

    Klacht het handelen van betrokkene als executeur bij de afwikkeling van een nalatenschap. Betrokkene verleende ook dienstverlening als accountant aan de schoonmoeder, aan een vennootschap van de schoonzus van klaagster en aan een familiebedrijf opgericht door (wijlen) de schoonvader van klaagster. Klaagster meent dat betrokkene zich had moeten realiseren dat de verschillende rollen die hij vervulde ten opzichte van de familie een bedreiging vormden voor zijn objectiviteit. Ook verwijt klaagster betrokkene dat hij de door (wijlen) haar echtgenoot opgevraagde informatie niet heeft verstrekt. De klacht is geheel ongegrond. Betrokkene trad op als beheerder van de nalatenschap, waarvan (wijlen) de echtgenoot van klaagster was uitgesloten. Hij vertegenwoordigt de erfgenamen bij het afwikkelen van de erfenis. Als legitimaris is (wijlen) de echtgenoot daarentegen schuldeiser van de nalatenschap. Van een bedreiging van de objectiviteit waartegen betrokkene maatregelen had moeten nemen is onvoldoende gebleken. Betrokkene heeft zich laten bijstaan door een gespecialiseerde erfrechtjurist. Dat betrokkene een bepaald standpunt jegens klaagster heeft ingenomen is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, ook niet als (later) zou blijken dat het standpunt niet juist is

  • Voorzittersbeslissing; klacht over het optreden van verweerders in andere hoedanigheid. De klacht heeft betrekking op een geschil tussen klager en verweerders over hun opvattingen (en uitlatingen hierover in de sociale media) ten aanzien van het Israëlisch-Palestijns conflict en de oorlog in Gaza. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders in dit onderliggende geschil met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Dat is de voorzitter niet gebleken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:176 Raad van Discipline Amsterdam 26-620/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over een advocaat. Geen opdrachtrelatie. Verwachtingspatroon van klaagster is niet reëel. Van verweerster kon, mede gelet op haar andere werkzaamheden, in redelijkheid niet worden verlangd dat zij direct en buiten haar kantoortijden verder op de berichten van klaagster zou reageren. In plaats van de volgende dag af te wachten om met verweerster te overleggen, heeft klaagster ervoor gekozen om meteen een klacht over verweerster in te dienen. Hierdoor was de basis voor een eventuele samenwerking tussen verweerster en klaagster verdwenen. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174

    Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:177 Raad van Discipline Amsterdam 26-466/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het is aan verweerster als advocaat om in het belang van klager af te wegen welke stappen er moeten worden gezet en wat het risico is van een eventuele te starten procedure. Het zou kunnen dat klager bepaalde wensen had ten aanzien van de verdeling van de schulden en de wijziging van het hoofdverblijf van de dochter van partijen en de alimentatie, maar verweerster is niet gehouden om deze wensen klakkeloos uit te voeren, zeker niet als zij dit niet in het belang vindt (van de procespositie) van klager. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9497

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De klager was uitgenodigd voor een fysiek consult met de bedrijfsarts voor een claimbeoordeling na ziekmelding. De klacht van klager ziet kort gezegd op de communicatie daarover. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:171 Raad van Discipline Amsterdam 26-607/A/A 26-614/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich in de conclusie van antwoord niet onnodig kwetsend over klager dan wel over de moeder van klager uitgelaten. Verweerder mocht die tekst gebruiken om het standpunt van zijn cliënte naar voren te brengen in reactie op de namens klager uitgebrachte dagvaarding. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9215

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager is tijdens zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door de arbo-arts, die als basisarts onder supervisie van een bedrijfsarts werkzaam was. De klachtonderdelen over beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, de beoordeling van de belastbaarheid, de omgang met een verzoek om second opinion en werken onder supervisie zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:172 Raad van Discipline Amsterdam 26-556/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat. Verweerder is op geen enkele wijze inhoudelijk betrokken geweest bij de procedure van de religieuze ontbinding van het huwelijk van klager en diens ex-echtgenote. Verweerder kan tuchtrechtelijk niets worden verweten ten aanzien van de bevoegdheid van de joodse rechtbank, de zittingsdatum of de verstrekking van het dossier. Klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9216

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door een arbo-arts die onder supervisie van de bedrijfsarts werkte. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar verantwoordelijkheid als supervisor. De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:173 Raad van Discipline Amsterdam 26-622/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerder vrij om in het kader van de door klager gestarte civiele procedure tegen zijn cliënt bij de gemeente een BRP-uittreksel op te vragen vanwege het gerichte vermoeden dat klager niet meer stond ingeschreven bij een Nederlandse gemeente. De omstandigheid dat klager het met deze gang van zaken niet eens is en dat verweerder ook via andere routes aan deze informatie had kunnen komen, zoals klager heeft gesteld, betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld door ervoor te kiezen navraag te doen bij de gemeente. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:174 Raad van Discipline Amsterdam 26-582/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Het stond verweerster in het belang van haar cliënte en op grond van de beschikbare informatie vrij om het OTS-verzoek en het verzoek van een RvdK-onderzoek in te dienen. De omstandigheid dat de rechtbank deze verzoeken heeft afgewezen, betekent niet dat verweerster door de indiening van deze verzoeken klachtwaardig heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991

    Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072

    De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-555/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij in rechte in strijd met de waarheid heeft gesteld dat er geen afspraak was gemaakt over de kinderalimentatie en zich ten onrechte heeft verzet tegen het (door klaagsters advocaat) overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Dat verweerster haar cliënt heeft geadviseerd om in te stemmen met het door klaagsters advocaat voorgestelde alimentatiebedrag van € 337,00 per maand, betekent naar het oordeel van de voorzitter niet dat het verweerster niet vrij stond om te stellen dat er geen bindende alimentatieregeling tot stand was gekomen. Naar het oordeel van de voorzitter kan evenmin tuchtrechtelijk worden verweten dat zij zich heeft verzet tegen het overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Verweerster heeft genoegzaam gemotiveerd toegelicht dat en waarom zij namens haar cliënt tegen het in het geding brengen van de correspondentie bezwaar heeft gemaakt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-562/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op – vermeend - nalaten van verweerster op of rond 18 oktober 2016. Klager heeft zich op 26 januari 2026, derhalve ruimschoots na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot de deken gewend. Niet is gebleken dat klager niet eerder dan op 26 januari 2026 heeft kunnen klagen. Dat klager naar eigen zeggen pas in januari 2026 nadere informatie heeft verkregen over het medicijngebruik van zijn moeder en dat notaris G in 2014 uit zijn ambt is gezet, maakt dit niet anders. De voorzitter oordeelt daarom dat van een verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake is. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9148

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek. Beperkte rol van psychiater. Omdat de verpleegkundig specialist GGZ de regiebehandelaar was, was de psychiater niet verantwoordelijkheid voor het volledige proces van klager. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 250437 250438

    Het betreft een klacht over de curator (verweerster) en over de advocaat van de curator (verweerder). De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hadden hoeven vragen om een factuur met een specificatie van de toenmalige advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De raad heeft de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers zijn in beroep gekomen. Het hof is -anders dan de raad- van oordeel dat verweerders in strijd met de kernwaarde vertrouwelijkheid hebben gehandeld door de declaratie met specificatie die onder het beroepsgeheim valt in een procedure tegen klagers te gebruiken. Het hof is daarom van oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.