ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:174
Datum uitspraak: 19-08-2026
Datum publicatie: 24-08-2026
Zaaknummer(s): C2026/3318 VZ
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3318 van:

A., wonende in B.,
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,

tegen

C., orthopedisch chirurg,
werkzaam in B.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de orthopedisch chirurg,
gemachtigde: mr. S. Muntinga, werkzaam in Utrecht. 

1.    Waar gaat de zaak over?
1.1    Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen.

1.2    De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

2.    Verloop van de procedure in beroep
2.1    Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in ‘s-Hertogenbosch van 8 juli 2026 met nummer H2026/9650. (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121). 

2.2    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier bij het Regionaal Tuchtcollege, van het beroepschrift van 9 juli 2026 en van de aanvulling op het beroepschrift van 8 augustus 2026. 

3.    De feiten
3.1    Net als het Regionaal Tuchtcollege, gaat de voorzitter uit van de volgende feiten.

3.2    Klaagster werd tot 4 april 2022 behandeld door verweerder in verband met knieklachten.

3.3      Klaagster verzocht het ziekenhuis waar verweerder werkt om aanvulling van haar medisch 
dossier. Klaagster heeft vele e-mails verstuurd aan het ziekenhuis met de boodschap dat essentiële informatie over haar medische geschiedenis ontbrak in haar dossier. Naar aanleiding daarvan heeft de Raad van Bestuur van het ziekenhuis op 8 februari 2023 een brief opgesteld en deze aan klaagster toegestuurd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):

“(…) De voorzitter van de G. en ondergetekende hebben talrijke e-mails van u ontvangen. Wij 
begrijpen thans dat u gebruik wilt maken van uw recht op aanvulling van uw patiëntdossier op grond van de AVG. Het is de behandelend arts, in casu [naam orthopedisch chirurg], die daarover een besluit dient te nemen.

Wij hebben contact gehad met [orthopedisch chirurg] en betrokkene heeft ingestemd om de aanvulling, zoals door u opgenomen in uw e-mails, op te nemen in uw patiëntdossier.

Dit betreft uitsluitend de volgende tekst:

-  Trombosegevoelig: 2 x eerder trombose gehad na immobilisatie;
-  acute massale longembolie in 2005 waarvoor opname in het [naam ander ziekenhuis];
-  kijkoperatie in 2010 bij de [naam ander ziekenhuis] met kopie operatieverslag/brief voor het 
beschreven letsel;
-  CAVE: NSAID's;
-  ziekte van Crohn (diagnose 2006, [naam ander ziekenhuis]);
-  autonome dysregulatie (diagnose 2018, [naam ziekenhuis]).
Wij zullen dan deze brief laten inscannen in uw patiëntdossier.

Mocht u hiermee niet instemmen dan verzoeken wij u een korte brief aan ons te richten waarin 
puntsgewijs voldoende concreet staat vermeld de informatie die u opgenomen wilt gezien, onder 
toevoeging van eventuele bijlagen bij uw brief.
Dan zal die brief ingescand worden. Wij verzoeken u de brief te dagtekenen en te
ondertekenen. (…)“.

3.4    Nadien is de brief, op verzoek van klaagster, verwijderd uit het dossier. De Raad van Bestuur heeft dit per brief op 16 augustus 2024 bericht aan klaagster. Deze brief bevatte naast de 
mededeling dat de brief van 8 februari 2023 weer zou worden verwijderd, ook de aankondiging van een contactverbod. Het betreft – voor zover thans van belang - de volgende inhoud:

“(…) Hierbij vragen wij uw aandacht voor het volgende, na bespreking en goedkeuring van
[orthopedisch chirurg], orthopeed.
(…) Beoordeling handelen van [orthopedisch chirurg]
Het handelen van [orthopedisch chirurg] is meermaals beoordeeld. Deze beoordeling omvatte:
·   of uw patiëntdossier alle informatie bevatte;
·    of [orthopedisch chirurg] op basis van dit patiëntdossier tot een diagnose en passend behandeladvies heeft mogen komen;
·    of [orthopedisch chirurg] toereikend onderzoek heeft verricht (anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend beeldonderzoek) en op grond van dit onderzoek de juiste diagnose heeft gesteld en daarbij passend behandeladvies heeft gegeven. Dit met in acht nemend van de tweede bullet.

U heeft hieromtrent een advies van de G. ontvangen d.d. 19 december 2022, het oordeel van de Raad van Bestuur d.d. 29 december 2022 en een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege d.d. 21 februari 2024 welke uitspraak onherroepelijk is geworden als gevolg van intrekking uwerzijds van uw beroep bij brief d.d. 12 juli 2024 bij het Centraal Tuchtcollege.

Uw klacht is door het Regionaal Tuchtcollege op alle onderdelen (kennelijk) ongegrond verklaard. 
Derhalve zijn deze oordelen leidend.

Verzoek tot correctie patiëntdossier in relatie tot uw Orthopedie
Uw verzoek zal uitsluitend leiden tot het verwijderen van de brief van de Raad van Bestuur d.d. 8 
februari 2023 omdat u daar thans niet meer mee akkoord gaat.

(…) Contactverbod
Bij brief d.d. 25 juni 2024 hebben wij u verzocht zich volstrekt te onthouden van het benaderen van [orthopedisch chirurg] in zijn privésfeer dan wel op zijn zakelijk e-mailadres. Dit verzoek omvatte contact in alle mogelijke vormen, dus zowel telefonisch, per e-mail, per post of op andere wijze. Voort is u verzocht zich te onthouden van benadering van de H. daar waar het [orthopedisch chirurg] betreft. Helaas hebben wij moeten vaststellen, dat u niet aan ons verzoek heeft voldaan.
U heeft meerdere keren per e-mail het secretariaat van de H. benaderd, voorts heeft u nadien een vijftal brieven aan het privéadres van [orthopedisch chirurg] per post toegestuurd en veelvuldig e-mails naar het privé e-mailadres van [orthopedisch chirurg] gestuurd. Zoals hiervoor gemeld, is uw behandelrelatie met [orthopedisch chirurg] geëindigd, [orthopedisch chirurg] zal niet meer met u in gesprek gaan op wat voor grondslag dan ook, omdat er sprake is van een ernstige vertrouwensbreuk. Wij verzoeken u zich te onthouden van ieder contact in wat voor vorm dan ook met [orthopedisch chirurg] zowel zakelijk als privé, bij gebreke waarvan wij ons zullen beraden omtrent het treffen van nadere maatregelen. (…)”.

3.5    Klaagster heeft zich beklaagd bij de Geschillencommissie ziekenhuizen. Met betrekking tot 
aanvulling van het medisch dossier werd geoordeeld: “Het is dus niet nodig dat alle documentatie 
over de behandeling van de cliënte in het dossier aanwezig is: alleen die informatie die relevant 
is voor toekomstige medische behandelingen dient daarin aanwezig te zijn”.

3.6    Op 10 april, respectievelijk 12 mei 2025, is aan klaagster een contactverbod met het 
ziekenhuis opgelegd. Op 26 maart 2026 is dit verbod voor onbepaalde tijd verlengd. Ook is op 
26 maart 2026 een toegangsverbod opgelegd voor alle locaties van het ziekenhuis waar de orthopedisch chirurg werkzaam is.

4.    De klacht
4.1    Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam een besluit heeft genomen over aanvullingen in het medisch dossier, welke relevant waren voor haar toekomstige behandelingen. Volgens klaagster had hij als orthopeed te weinig kennis en had dit verzoek door de vakgroepen interne geneeskunde, cardiologie, neurologie en MDL afgehandeld moeten worden.

In haar brief van 30 maart 2026 licht klaagster nog toe dat de orthopedisch chirurg volgens haar (letterlijk geciteerd):

“-onbekwaam heeft gehandeld m.b.t. de argumentatie in geschillenprocedure
(…) "bijwerkingen voor opiaten op mijn ziektebeeld autonome dysregulatie" buiten mijn allergielijst te houden terwijl de medische feiten van de mdl arts en huisarts (…) aantoonden dat het medisch noodzakelijk was dat dit in mijn allergielijst moest staan. (…)
-  onbevoegd heeft gehandeld m.b.t. de argumentatie in geschillenprocedure 210312/227407 
"bijwerkingen voor opiaten op mijn ziektebeeld autonome dysregulatie" buiten mijn allergielijst te 
houden. (…)
-  Onzorgvuldig heeft gehandeld, aangezien hij tegen de jurist van het [ziekenhuis] had moeten 
zeggen dat hij onbekwaam en onbevoegd was om te beslissen over de aanvulling van de medische 
gegevens (…).”

Verder schrijft klaagster in haar brief van 30 maart 2026 aan het Regionaal Tuchtcollege (tevens letterlijk geciteerd):
“Het enige wat kan zorgen voor een onbehandeld laten van deze tuchtklacht is een minnelijke
oplossing tegen inwisseling van alle procedures tegen [het ziekenhuis]:

- toekenning overgedragen schadeclaim aan [de verzekeraar]
- overname van de allergielijst van het [naam ander ziekenhuis] (…) in het [ziekenhuis], zodat mijn Leven beschermt wordt op het moment dat acute medische zorg in mijn woonplaats noodzakelijk is in het [ziekenhuis].
o Het [ziekenhuis] blijft dit weigeren door zich te scharen achter het besluit van de 
geschillencommissie ziekenhuizen.
o Vandaar ook het verzoek aan de procureur generaal van de Hoge Raad, aangezien het [ziekenhuis] blijft weigeren mijn leven te beschermen o.b.v. onbekwaam, onbevoegd en onzorgvuldig handelen van [orthopedisch chirurg]. Voor al het overige is het bij beide partijen wenselijk dat wij niets met elkaar te maken hebben”.

4.2    De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster in onderhavig geval haar bevoegdheid om een klacht in te dienen heeft misbruikt en heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard. 

5.    De beoordeling van het beroep
Ontvankelijkheid
5.1    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege moet eerst beoordelen of klaagster kan worden ontvangen in haar klacht. Klaagster heeft in het beroepschrift hierover -zakelijk weergegeven- naar voren gebracht dat het niet gaat om klachten over aanvullingen van het dossier of overdracht van het dossier, maar om het afleggen van onjuiste verklaringen in de geschillenprocedure welke in strijd zijn met de analyses en bevindingen van eerste optekening van een andere arts. Klaagster sluit het beroepschrift af met het volgende (voor zover relevant en letterlijk geciteerd):
“Ik hoop dus dat verweerder deze vragen kan beantwoorden in een zitting bij het CTG.”

In het aanvullend beroepschrift doet klaagster een minnelijk voorstel. Hierover schrijft zij het volgende (letterlijk geciteerd):

“Mijn voorstel:
- Toewijzen van een schadeclaim van € 250.000,- inzake elke beklaagde arts (ongeacht het aantal tuchtklachten of de inhoud van de tuchtklachten). Dus een totaalbedrag van € 2.250.000,-.
- Gehoor geven aan het besluit van rechter D. dat het dossier onvolledig is en verbetermaatregelen (productie 5) nodig heeft om een medische calamiteit in het F. in de toekomst te voorkomen.
- Tegen inwisseling van alle tuchtklachten tegen alle artsen
- Vanwege het wantrouwen in het F. zal ik enkel mij melden voor acute medische zorg in het F. en verder met een grote boog om dit ziekenhuis heengaan. Uitgezonderd ziekenbezoek van dierbaren natuurlijk”. 

Voorts schrijft klaagster over het contactverbod het volgende (voor zover relevant en letterlijk geciteerd):

“De rechter heeft mij uitgelegd dat de tuchtprocedures vrijgesteld zijn van het contactverbod. Derhalve dat ik mij tot het CTG richt, om via u het minnelijk voorstel weer te geven”. 

5.2    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht en op goede gronden klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht heeft verklaard wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege neemt datgene wat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. Overwegingen’ heeft overwogen hier over. In aanvulling daarop overweegt de voorzitter nog als volgt. 
De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg en de bescherming van de patiënt tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van zorgverleners. Dat een contactverbod is opgelegd, houdt niet ook in dat het een patiënt niet is toegestaan om een tuchtklacht in te dienen. Een contactverbod staat er ook niet aan in de weg dat een ontvankelijke klacht inhoudelijk kan worden behandeld. In onderhavige zaak constateert de voorzitter echter dat klaagster de klacht met een ander doel dan waarvoor het tuchtrecht is bedoeld heeft ingediend, namelijk als instrument in het inmiddels voortslepende conflict met het ziekenhuis en de orthopedisch chirurg, en daarmee het omzeilen van het contact- en toegangsverbod en het bewerkstelligen van een aanzienlijke schadeloosstelling. 

5.3    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is op basis van het bovenstaande van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege van 8 juli 2026. Hij zal het beroep daarom afwijzen.

6.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: 

 wijst het beroep af.

Aldus gewezen op 21 augustus 2026 en ondertekend door L. van Dijk, voorzitter, bijgestaan door 
E. van der Linde, secretaris. 
    Voorzitter w.g.                         Secretaris  w.g.


Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.