ECLI:NL:TADRARL:2026:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-507/AL/NN 26-522/AL/NN
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:180 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-08-2026 |
| Datum publicatie: | 25-08-2026 |
| Zaaknummer(s): |
|
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | voorzittersbeslissing tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht, voor zover hij dat feitelijk ook heeft gedaan, aan zijn cliënte de tip geven om de behandelaar van haar ex-partner te benaderen, zoals door haar gedaan. Of en in hoeverre die behandelaar ingaat op een informatieverzoek is de verantwoordelijkheid van de behandelaar. Van onjuiste, niet onderbouwde en onnodig grievende uitlatingen is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 24 augustus 2026
in de zaken 26-507/AL/NN en 26-522/AL/NN
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) van 17 juni 2026 met kenmerk 2536881 en 2586145 .
1 FEITEN IN BEIDE ZAKEN
Voor de beoordeling van de klachten gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klager en zijn ex-partner hebben een familierechtelijk geschil. Verweerder staat de ex-partner van klager bij.
1.2 Op 24 oktober 2025 heeft verweerder namens zijn cliënte bij de rechtbank Groningen een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen gedaan. Daarin is verzocht om de twee minderjarig kinderen aan de moeder toe te vertrouwen, te bepalen dat zij voorlopig in de echtelijke woning kan blijven en om een zorgregeling tussen klager en zijn kinderen vast te stellen.
1.3 Op 17 november 2025 heeft in de voorlopige voorzieningenprocedure bij de rechtbank een zitting plaatsgevonden. Verweerder heeft zijn spreekaantekeningen voorgelezen en toegelicht waarom zijn cliënte zorgen heeft over de veiligheid van de kinderen bij klager. Verweerder heeft hierover onder meer gemeld:
- kinderen zijn te snel geconfronteerd met nieuwe relatie [klager]; inmiddels is er elk weekend contact. [Klager] is wat betreft relaties wisselend geweest de afgelopen jaren: in kliniek [plaats] heeft het personeel hem bij andere cliënte uit de buurt gehouden, gelet op een mogelijk - onwenselijke - relatie. In kliniek [plaats] heeft een moeder van een cliënte haar bij [klager] weggehouden, die nam haar zelfs mee naar huis! En bij beschermd wonen, dus afgelopen voorjaar, heeft [klager] gevoelens voor een begeleider gehad en dat ook uitgesproken naar [cliënte];
1.4 Op 25 november 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de voorlopige voorzieningenprocedure.
1.5 Klager heeft een screenshot overlegd van een appbericht van zijn ex-partner:
Vab mn advocaat krijg ik de tip om behandelaar [E] te vragen of en hoe [voornaam klager] in beeld is vanwege mijn zorgen. Behandelaar zegt vervolgens dat dat echt niet kan:( dat we maar naar de IPGgesprekken moeten gaan, maar dat wil [voornaam klager] dus nuet meer. Voel me eigenlijk als partner al jaren niet gehoord.
Onbekend is wanneer dit bericht is verstuurd en aan wie.
1.6 Op 26 november 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder. Op 1 april 2026 heeft klager opnieuw een klacht ingediend over verweerder. Deze twee klachten zijn uit proceseconomische redenen gelijktijdig door de deken naar de raad gestuurd.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
a) (26-507/AL/NN:) zijn cliënte te adviseren om contact met klagers behandelaar op te nemen om vertrouwelijke medische informatie over hem te verkrijgen;
Toelichting: Volgens klager presenteert verweerder het door hem aan zijn cliënte gegeven advies als het onschuldige ‘delen van zorgen’. Het door klager overgelegde screenshot van het appbericht van zijn ex-partner laat echter zien dat het ging om de vraag ‘of en hoe’ klager bij zijn behandelaar in beeld is. Dat is geen zorgmelding maar een informatievraag. Verweerder had zijn cliënte dit zo niet mogen adviseren en omdat het over vertrouwelijke medische informatie van klager ging, daarin extra terughoudend moeten zijn;
b) (26-522/AL/NN:) in zijn spreekaantekeningen van de zitting op 17 november 2025 uitlatingen over klager te doen die feitelijk onjuist, niet onderbouwd en onnodig grievend waren;
Toelichting : Verweerder heeft met zijn onder 1.3 geciteerde uitlatingen bij de rechter ernstige beschuldigingen over klager gedaan, zonder enige onderbouwing, en dit ook als feiten gepresenteerd. Die uitlatingen waren grievend en onnodig want niet relevant voor het geschil, dat ging over de zorg- en verblijfsafspraken en toebedeling van de woning.
3 VERWEER IN BEIDE ZAKEN
De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING IN BEIDE ZAKEN
Maatstaf
4.1 Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klager. Voor alle advocaten geldt dat zij in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Niet voor niets is partijdigheid een belangrijke kernwaarde voor advocaten (artikel 10a Advocatenwet). Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Wel moeten zij voorkomen dat zij de belangen van de wederpartij onnodig en op ontoelaatbare wijze schaden. Advocaten mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen zij niet bewust onjuiste informatie verschaffen om daarmee de rechter te misleiden. Verder geldt dat advocaten ervan mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Tot slot hoeven zij in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken met de middelen waarvan zij zich bedienen, opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan de wederpartij toebrengen.
4.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure, het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan, het verloop van het geschil tot dan toe en de kans op succes van de procedure afwegen.
4.3 De voorzitter zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen.
Klachtonderdeel a)
4.4 Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger, voor zover hij dat feitelijk ook heeft gedaan, aan zijn cliënte de tip geven om de behandelaar van haar ex-partner te benaderen zoals door haar gedaan. Een partij die zich zorgen maakt over de veiligheid van de kinderen mag immers navraag doen bij de betrokken behandelaar van de andere partij, zeker wanneer die partij zelf ook onderdeel uitmaakt van de behandeling zoals het geval lijkt te zijn geweest bij de cliënte van verweerder. Of en in hoeverre een behandelaar vervolgens ingaat op het informatieverzoek over een patiënt is de verantwoordelijkheid van de behandelaar. Die behandelaar kan daarna in overleg treden met de patiënt en al dan niet de toestemming krijgen om bepaalde medische gegevens wel met derden te delen. Niet is gebleken dat verweerder met zijn handelwijze de grenzen van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager heeft overschreden. Dat betekent dat de voorzitter klachtonderdeel a) kennelijk ongegrond zal verklaren.
Klachtonderdeel b)
4.5 Klager beklaagt zich erover dat verweerder tijdens de zitting feiten en kwalificaties over hem naar voren heeft gebracht waarvan hij wist, dan wel had moeten weten dat die onjuist waren en dat die klager zouden kunnen schaden. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder echter afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat heeft gedaan zonder nader onderzoek. Klager of zijn advocaat heeft tegen vermeende onjuiste feiten en standpunten verweer kunnen voeren. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in een civielrechtelijk geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de hierboven genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de voorzitter echter niet gebleken.
4.6 Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat klager een medische voorgeschiedenis had. Hetgeen verweerder daarover tijdens de zitting heeft verklaard is naar het oordeel van de voorzitter feitelijk niet onjuist geweest en ook niet als grievend aan te merken. Dat klager dat als grievend heeft ervaren, is onvoldoende om verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Bovendien waren de uitlatingen van verweerder die volgens klager grievend waren nodig want die waren relevant voor de voorlopige voorzieningenprocedure. Het ging daarin immers ook om de zorgen van de cliënte van verweerder over de veiligheid van de kinderen bij klager.
4.7 Klachtonderdeel b) wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
BESLISSING IN BEIDE ZAKEN
De voorzitter verklaart:
de klacht in alle onderdelen, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 24 augustus 2026