ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:170
Datum uitspraak: 19-08-2026
Datum publicatie: 20-08-2026
Zaaknummer(s): C2025/3072
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
  • Niet-ontvankelijk
  • Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/3072 van:

A., wonende te B.,

appellant, klager in eerste aanleg,

hierna: klager,

tegen

C., arts,

destijds werkzaam te B.,

verweerster in beide instanties,

hierna: de arts,

gemachtigde: mr. A.F. Maatje, werkzaam te Utrecht.
 

1. Kern van de zaak

1.1       De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder.

1.2       Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en zal dat hieronder toelichten.

2. Verloop van de procedure

2.1      Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te

‘s-Hertogenbosch met nummer H2024/7320 (ECLI:NL:TGZRSHE:2025:127).

2.2       Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken van de procedure in eerste aanleg, het beroepschrift van klager, de nadien verstuurde e-mailberichten van klager en het verweerschrift van de arts in beroep.

2.3       De zaak is op de zitting van 15 juli 2026 behandeld. Klager was daar, hoewel behoorlijk uitgenodigd, niet aanwezig. De arts heeft de zitting bijgewoond via een videoverbinding en haar gemachtigde, mr. A.F. Maatje, was aanwezig in de zittingszaal. De arts heeft vragen van het college beantwoord en ze heeft haar standpunt samen met haar gemachtigde nader toegelicht. De spreekaantekeningen van mr. Maatje zijn aan het dossier toegevoegd.

3. Feiten en omstandigheden

3.1        Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.2        De moeder van klager was ongeneeslijk ziek.

3.3        De arts was vanaf februari 2023 de waarnemend huisarts van de moeder van klager.

3.4       Op 3 juli 2023 heeft klager urine van zijn moeder naar de dokterspraktijk gebracht omdat

moeder verward was. De urine is onderzocht en er bleek niet van een blaasontsteking. Er werd ook een dipslide ingezet die ook negatief was.

3.5       Op 5 juli 2023 deed de arts een visite bij moeder. Er waren geen bijzonderheden. Moeder

had geen pijn bij het plassen, was niet misselijk en dronk goed.

3.6       Op 17 juli 2023 is moeder gevallen en deed een arts van de huisartsenpost een visite bij moeder en constateerde een gekneusde/gebroken duim en een aantal grote schaafwonden. Hij onderzocht ook haar urine vanwege pijn bij het plassen. Daarbij was de leukocytenconcentratie verhoogd. Hij adviseerde een urinekweek te doen en schreef uit voorzorg antibiotica voor totdat de uitslag van de urinekweek bekend zou zijn. De arts heeft de antibiotica gehandhaafd tot die tijd.

3.7        Op 18 juli 2023 is het resultaat van de urinekweek bekend geworden. Daaruit bleek een

kiemgetal tussen 10.000 en 100.000 (kolonievormende) micro-organismen per ml (aangeduid als ‘kve/ml’).

3.8       Op 19 juli 2023 bezocht de arts moeder. Moeder had minder pijn bij het plassen, maar nog wel een branderig gevoel.

3.9       Op 20 juli 2023 is de ambulance bij moeder geweest nadat klager 112 had gebeld. Hij had

gebeld omdat moeder last had van trekkingen. Na het bezoek door de ambulance, heeft de arts klager gebeld.

3.10     In de avond van 20 juli 2023 is een huisarts van de huisartsenpost bij moeder op visite

geweest. Deze arts dacht aan een delier en heeft een klysma voorgeschreven.

3.11     In de nacht van 20 op 21 juli 2023 zijn de ambulance en de huisarts van de huisartsenpost

(nog een tweede keer) bij moeder geweest. De arts van de huisartsenpost heeft haldol voorgeschreven en toegediend. De arts heeft ook genoteerd dat moeder niet naar het ziekenhuis wil.

3.12     Op 21 juli 2023 bezocht de arts moeder overdag. Daarbij was moeder niet aanspreekbaar

en zij reageerde niet op een pijnprikkel. Zij had last van trekkingen en zij kreunde. De arts heeft midazolam en morfine voorgeschreven en toegediend. Zij heeft ook 24-uurszorg aangevraagd.

3.12      De arts heeft moeder diezelfde dag (21 juli 2023) nog twee keer bezocht en daarbij een blaaskatheter geplaatst en het haldol voorschrift gehandhaafd.

3.14      In het weekend van 22 en 23 juli 2023 is geen beroep meer gedaan op de huisartsenpost.

3.15     Op 24 juli 2023 is moeder overleden.
           

4. Beoordeling van het beroep

4.1      Klager verwijt de arts dat zij a) de diagnose blaasontsteking bij de moeder van klager niet heeft herkend en niet heeft behandeld, waardoor de moeder van klager een sepsis heeft gekregen, de huisarts had de moeder van klager een infuus moeten geven, b) zonder duidelijke reden morfine, haldol en midazolam heeft voorgeschreven aan de moeder van klager, en c) op 22 en 23 juli 2023 geen contact heeft opgenomen met de moeder van klager en klager.

4.2      Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klager heeft tot doel dat de klacht alsnog gegrond wordt verklaard.

4.3      De arts kan zich vinden in de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verzoekt het beroep van klager te verwerpen.   

4.4       Uit het oogpunt van een goede en eerlijke procesorde kunnen in beroep alleen die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege worden voorgelegd die deel uitmaken van de oorspronkelijke klacht die aan het Regionaal Tuchtcollege is voorgelegd. Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep. Voor zover in beroep sprake is van uitbreiding van de klacht, kan klager daarin dus niet worden ontvangen.

4.5       Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Dat wat klager in beroep heeft aangevoerd, brengt het Centraal Tuchtcollege niet tot een ander oordeel. De moeder van klager bevond zich in haar laatste levensfase. Het Centraal Tuchtcollege begrijpt dat dat voor klager moeilijk was te bevatten, maar de arts heeft dit meerdere keren aan klager uitgelegd en daar ook naar gehandeld, waarbij zij steeds rekening hield met de wens van moeder om niet naar het ziekenhuis te gaan. De arts heeft hierbij naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege zeer zorgvuldig gehandeld. Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken. De verwijten die klager haar maakt, zijn niet terecht. Het Centraal Tuchtcollege kan zich vinden in de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege opgenomen onder ‘5. De overwegingen van het college’ en neemt die over. Dit betekent dat de klacht ongegrond is en dat het beroep van klager wordt verworpen.

4.6       Gelet op deze beslissing bestaat er geen ruimte voor vergoeding van het griffierecht, zoals verzocht door klager.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover hij in beroep nieuwe klachten heeft ingediend; verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, J. Legemaate en H.K.N. Vos, leden-

juristen, en D. Coppoolse en C.A. Lindeboom, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door

N. Germeraad-van der Velden, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 19 augustus 2026.

            Voorzitter w.g.                                                            Secretaris w.g.