ECLI:NL:TADRARL:2026:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-362/AL/OV

ECLI: ECLI:NL:TADRARL:2026:175
Datum uitspraak: 17-08-2026
Datum publicatie: 25-08-2026
Zaaknummer(s): 26-362/AL/OV
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Vereiste communicatie met de cliënt
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.


Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden
van 17 augustus 2026
in de zaak 26-362/AL/OV

naar aanleiding van de klacht van:


klaagster 

over

verweerder 

1    INLEIDING

In deze zaak wordt over de eigen advocaat geklaagd. De raad zal oordelen dat verweerder de belangen van klaagster niet op deskundige en zorgvuldige wijze heeft behartigd. Volgens de raad is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft verweerder gehandeld in strijd met de kernwaarde deskundigheid. De raad legt aan verweerder een berisping op. Dat wordt hierna uitgelegd. 

2    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

2.1    Op 5 augustus 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

2.2    Op 23 april 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2510347 van de deken ontvangen. 

2.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 19 juni 2026. Daarbij waren klaagster en verweerder aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

2.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 2.2 genoemde klachtdossier.

3    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.

3.1    Klaagster en haar echtgenoot zijn enig bestuurders van K B.V.  K is een financiële holding. K was enig aandeelhouder en bestuurder van A Systems B.V. 

3.2    Op 14 juni 2023 heeft K 60% van haar aandelen in A Systems verkocht aan E-J Gmbh. K behield 40% van de aandelen in A Systems. 

3.3    Het was de bedoeling (van klaagster en haar echtgenoot) dat E-J (ook) de resterende 40% aandelen in A Systems van K zou overnemen. Dat is niet gebeurd. Daarop heeft K besloten om de aandelen van E-J in A Systems over te nemen met de intentie om die aandelen vervolgens door te verkopen aan een derde. 

3.4    Verweerder heeft in opdracht van K geadviseerd bij de (beoogde) verkoop van de aandelen in A Systems. 

3.5    Op 3 juni 2024 heeft verweerder een opdrachtbevestiging gestuurd aan K ter attentie van de echtgenoot van klaagster. Vanaf juni 2024 heeft verweerder voor de door hem verrichte werkzaamheden rekeningen gestuurd naar K. 

3.6    Op verzoek van klaagster dan wel haar echtgenote heeft verweerder zijn rekeningen vanaf september 2024 op naam van A Systems gesteld. 

3.7    Op enig moment zijn de aandelen van E-J in A Systems aan K geleverd. Op 23 maart 2025 heeft K die aandelen geleverd aan R B.V. (de heer R). 

3.8    Klaagster heeft op enig moment aan verweerder informatie gestuurd over een zakelijk geschil met W F. Verweerder heeft vervolgens gecommuniceerd richting W F.

3.9    Op 10 maart 2025 is aan het kantoor van verweerder betekend een dagvaarding waarin W F heeft doen dagvaarden A Systems, K en klaagster en haar echtgenoot voor de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. Die dag heeft verweerder de dagvaarding via de e-mail doorgestuurd naar klaagster en naar haar echtgenoot met de volgende toelichting: “Ter informatie de dagvaarding die eind van de middag op ons kantoor werd betekend. Deze was al aangekondigd en besproken met [de echtgenoot van klaagster].” Deze zaak staat los van de overdracht van de aandelen in A Systems. 

3.10    Verweerder heeft zich in de zaak van W F bij de kantonrechter gesteld voor alle vier gedaagden, dus voor zowel A Systems als voor K en voor klaagster en voor de echtgenoot van klaagster. Vervolgens heeft verweerder om uitstel gevraagd voor het nemen van een conclusie van antwoord.  

3.11    De kantonrechter heef uitstel verleend voor het geven van antwoord. Gedaagden (waaronder klaagster) hebben niet binnen de daarvoor gegeven termijn geantwoord. 

3.12    In een vonnis van 7 mei 2025 heeft de kantonrechter A Systems, K, klaagster en haar echtgenoot hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 12.010, - met rente aan W F. 

3.13    In een e-mailbericht van 10 mei 2025 heeft verweerder aan klaagster het vonnis gestuurd met als begeleidende tekst: 

“Hierbij stuur ik je het vonnis inzake F. Doordat wij geen verweer hebben kunnen voeren vanwege de onbetaalde facturen en de radiostilte die daar het gevolg van was, zijn gedaagden bij verstek veroordeeld. Uiteraard kan hiertegen hoger beroep worden ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn van drie maanden.”

3.14    K heeft facturen van verweerder voor € 40.000, - onbetaald gelaten. Dit bedrag is ook niet betaald door A Systems.

3.15    Tegen het vonnis van 7 mei 2025 is hoger beroep ingesteld.

4    KLACHT

4.1    De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
zich in de procedure waarin F (ook) klaagster heeft gedagvaard wel voor klaagster te stellen, maar geen verweer te voeren waardoor klaagster onverwacht geconfronteerd werd met de uitspraak van 7 mei 2025.

4.2    Klaagster stelt dat zij er niet van op de hoogte was dat W F naast A Systems ook K en klaagster en haar echtgenoot in privé had gedagvaard en dat verweerder haar daarover niet had ingelicht. Klaagster stelt dat verweerder pas op 10 mei 2025 heeft laten weten dat hij namens hen geen verweer heeft gevoerd omdat zijn openstaande rekeningen niet waren betaald. Klaagster stelt verder dat K de opdrachtbevestiging nooit heeft aanvaard en dat dit ook is bevestigd door A Systems. Ook stelt klaagster dat na de overdracht van de aandelen in A Systems aan R (in de persoon van de heer R) klaagster noch haar echtgenoot beslissingsbevoegd waren en zij er bij de heer R op aan hebben gedrongen dat A Systems de rekeningen van verweerder zou betalen. 

5    VERWEER 

De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

6    BEOORDELING
 

Omvang van de klacht

6.1    Een aantal stellingen van klaagster zien op de vraag wie gehouden is om de facturen van verweerder te betalen, die verweerder heeft verstuurd voor zijn werkzaamheden bij de (ver)koop van de aandelen in A Systems. Daar gaat de klacht niet over. De klacht heeft (alleen) betrekking op het handelen en nalaten van verweerder ten opzichte van klaagster in de procedure waarin W F (ook) klaagster heeft doen dagvaarden. 

Maatstaf 

6.2    Bij de beantwoording van de vraag of een advocaat zich betamelijk heeft gedragen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet hanteert de raad als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen als daarover wordt geklaagd. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.

6.3    De tuchtrechter toetst bij de beoordeling van een aan de advocaat verweten handelen of nalaten eveneens aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Bij deze toetsing is de tuchtrechter niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de wettelijke norm, daarbij wel van belang zijn (direct of analoog). Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld. 

6.4    Bij deze klacht is (onder meer) gedragsregel 16 van belang. Uit gedragsregel 16 volgt dat het tot de taak van de advocaat behoort om zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. En, ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, moet hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt bevestigen.

Verweerder valt niet te verwijten dat klaagster de dagvaarding niet heeft gelezen

6.5    Vaststaat dat verweerder de dagvaarding naar klaagster heeft gestuurd. De omstandigheid dat klaagster de haar toegestuurde dagvaarding niet heeft gelezen omdat zij daar door de hectiek vanwege de aandelen niet aan toe was gekomen, komt geheel voor haar eigen rekening en risico. Het valt verweerder niet te verwijten dat klaagster niet op de hoogte was van de (ook) tegen haar uitgebrachte dagvaarding. 

Verweerder heeft in andere opzichten tegenover klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld

6.6    Uit het klachtdossier blijkt niet dat verweerder klaagster heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in de procedure van W F voor haar heeft gesteld en over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen die op de rol (de agenda van de rechtbank) spelen, meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij de rolzitting in de gaten houdt en hiernaar handelt. Een advocaat moet zijn cliënt tijdig op de hoogte stellen van belangrijke ontwikkelingen. 

6.7    Verweerder heeft de verwijten die klaagster hem maakt over zijn (niet) handelen in de procedure over zichzelf afgeroepen door niet schriftelijk vast te leggen dat hij, zo hij lijkt te stellen en klaagster betwist, daarover (ook) met klaagster afspraken heeft gemaakt en welke dat zijn. Daardoor is nu onduidelijk of is afgesproken, zoals verweerder stelt en klaagster betwist, dat verweerder zich wel (ook) voor klaagster in de procedure zou stellen maar geen (verdere) werkzaamheden in die procedure zou verrichten totdat zijn rekeningen voor zijn werkzaamheden in de aandelenoverdracht zouden zijn betaald. Als verweerder die afspraken wel schriftelijk had vastgelegd, was die onduidelijkheid er niet geweest. Het gebrek aan schriftelijke vastlegging over zijn werkzaamheden voor klaagster is tuchtrechtelijk verwijtbaar. 

6.8    De raad stelt verder vast dat in het klachtdossier een opdrachtbevestiging ontbreekt, terwijl verweerder zich wel voor klaagster heeft gesteld. Uit het klachtdossier blijkt verder niet dat verweerder de procedure, de strategie, de verwachtingen, de kansen en de (financiële) risico’s met klaagster heeft besproken. Over dat alles wordt niet geklaagd. 

7    MAATREGEL

Omdat de klacht gegrond wordt verklaard, komen de vragen aan bod of verweerder een maatregel moet worden opgelegd en zo ja, welke. Verweerder heeft met zijn handelen de kernwaarde deskundigheid geschonden en gedragsregel 16. Het schenden van een kernwaarde impliceert handelen met een laakbaar karakter. Alhoewel verweerder geen tuchtrechtelijk verleden heeft, acht de raad daarom de maatregel van berisping passend. 

8    GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING

8.1    Omdat de raad de klacht geheel gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klaagster betaalde griffierecht van € 50,- aan haar vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.

8.2    Omdat de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:
a)    € 50,- aan forfaitaire reiskosten van klaagster,
b)    € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en
c)    € 500,- kosten van de Staat.

8.3    Verweerder moet het bedrag van € 50,- aan forfaitaire reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klaagster. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door. 

8.4    Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 8.2 onder b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart de klacht gegrond;

-    legt aan verweerder de maatregel van berisping op;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klaagster;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van de reiskosten van € 50,- aan klaagster, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 8.3.; 

-    veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 8.4.

Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. S.J. de Vries en V.S.A.W. Wegter, leden, bijgestaan door mr. S.J. Velsink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2026.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op : 17 augustus 2026