ECLI:NL:TADRSHE:2026:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:101
Datum uitspraak: 24-08-2026
Datum publicatie: 24-08-2026
Zaaknummer(s): 26-179/DB/ZWB
Onderwerp: Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in hoedanigheid van kantoorgenoot
Beslissingen: Overige (tussen)beslissingen
Inhoudsindicatie: herstelbeslissing 

Herstelbeslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch

van 24 augustus 2026

in de zaak 26-179/DB/ZWB

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

gemachtigde:

over:

verweerder

  1. Bij e-mail van 13 juli 2026 heeft verweerder aan de raad medegedeeld dat in zijn visie de beslissing van 13 juli 2026 een kennelijke verschrijving bevat, nu hij is veroordeeld tot betaling van een vergoeding voor door klaagster gemaakte reiskosten, terwijl klaagster niet ter zitting is verschenen.
  1. Klaagsters gemachtigde heeft de raad bij e-mail van 16 juli 2026 bericht geen aanspraak te willen maken op een vergoeding voor reiskosten.
  1. Vast staat dat klaagster niet ter zitting is verschenen, zodat er geen grond is voor een veroordeling van verweerder tot betaling van een vergoeding van reiskosten. De raad concludeert dan ook dat onder de randnummers 7.2 en 7.3 en in het dictum van de beslissing van 13 juli 2026 een kennelijke fout staat, die zich leent voor herstel.

BESLISSING

De raad van discipline:

herstelt voornoemde beslissing van 13 juli 2026 in die zin, dat:

- de volledige tekst onder randnummer 7.2 wordt vervangen door de volgende tekst:

7.2 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:

a) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en

b) € 500,- kosten van de Staat.”

- de volledige tekst onder randnummer 7.3 wordt verwijderd.

- randnummer 7.4 wordt hernummerd naar randnummer 7.3.

- de volledige tekst onder de kop “BESLISSING” wordt vervangen door de volgende tekst:

“De raad van discipline:

- verklaart klachtonderdeel 1 ongegrond;

-   verklaart klachtonderdeel 2 gegrond, voor zover het klachtonderdeel ziet op het verwijt dat verweerder heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zou onderhouden met FM, en voor het overige ongegrond;

- legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op;

- veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klaagster op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.1;

- veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3.”

Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. M.J. Hoekstra, J.A.J.A. Luijten, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 24 augustus 2026.

Griffier                                                                                                 Voorzitter

Verzonden op: 24 augustus 2026