ECLI:NL:TADRARL:2026:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-475/AL/GLD
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:178 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-08-2026 |
| Datum publicatie: | 25-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-475/AL/GLD |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerder wist niet en hoefde ook niet te begrijpen dat klaagster naast haar rechtsbijstand van mr. K twee andere advocaten kort heeft ingeschakeld vanwege hun expertise. Verweerder kon en moest verweerster daarom rechtstreeks aanschrijven zoals door hem gedaan. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt ontvangen informatie. Hij heeft nog nader onderzoek naar het van zijn cliënt gekregen woonadres van klaagster gedaan, maar dat vanwege geheimvermelding daarvan niet van de gemeente ontvangen. Klaagster is hierdoor niet benadeeld of anderszins in haar (privacy)belangen geschaad. Kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 24 augustus 2026
in de zaak 26-475/AL/GLD
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) van 5 juni 2026 met kenmerk K 25/140. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e‑mail van 1 juli 2026 van klaagster.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster en de cliënt van verweerder, de heer K, zijn op 20 oktober 2015 gescheiden.
1.2 Op 23 januari 2023 heeft verweerder namens zijn cliënt de advocaat van klaagster, mr. K, aangeschreven met betrekking tot de opslag van de inboedel van partijen.
1.3 Op 1 februari 2023 heeft mr. L verweerder bericht dat zij klaagster bijstond. Op 3 februari 2023 heeft mr. L verweerder laten weten klaagster niet langer bij te staan.
1.4 Op 10 februari 2023 heeft mr. Van H zich bij verweerder gemeld als de advocaat van klaagster.
1.5 Op 21 februari 2023 heeft verweerder mr. Van H inhoudelijk aangeschreven. Dezelfde dag heeft mr. Van H aan verweerder gemeld dat hij klaagster niet langer bijstaat.
1.6 Verweerder heeft zijn brief van 21 februari 2023 aan mr. Van H op 22 februari 2023 rechtstreeks aan klaagster gemaild.
1.7 In mei 2023 is verweerder namens zijn cliënt een alimentatieprocedure gestart met het verzoek tot verlaging van de alimentatieverplichting van zijn cliënte aan klaagster.
1.8 Op 4 mei 2023 heeft klaagster van de gemeente E een brief ontvangen met daarin onder meer de volgende tekst:
[Kantoornaam verweerder] heeft ons in verband met een op te starten omgangsprocedure op 04 mei 2 verzocht om een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) van u te verstrekken. De Wet BRP geeft een mogelijkheid tot verstrekking de gevraagde gegevens.
U heeft aangegeven uw middels een code geheimhouding niet aan een ieder mogen worden verstrekt. Wij verzoeken u om ons z.s.m. te laten weten, uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van deze brief, of u bezwaar heeft tegen verstrekking van de gegevens van u en uw kinderen aan bovenvermelde verzoeker. Indien u niet reageert gaan we er vanuit dat u geen bezwaar heeft dat we uw adres aan genoemd advocatenkantoor doorgeven. (…)
1.9 Op 1 juni 2023 heeft de gemeente E aan verweerder bericht dat klaagster over een geheim adres beschikt en is hem verzocht om zijn verzoek nader te onderbouwen.
1.10 Op 6 juni 2023 heeft verweerder aan - alleen - klaagster een kopie gestuurd van het verzoekschrift zoals hij dat namens zijn cliënt bij de rechtbank had ingediend.
1.11 Op 16 juni 2023 heeft een medewerker van de gemeente E in een e-mail aan klaagster bevestigd een verzoek van een advocaat te hebben ontvangen tot verstrekking van het uittreksel BRP van klaagster maar dat dit vooralsnog niet was verstrekt. En:
We hebben de advocaat gevraagd om onderbouwing van zijn verzoek. Hierop hebben wij nog geen reactie mogen ontvangen. Uw adres stond vermeld in de brief die wij van de advocaat hebben ontvangen.
1.12 Bij beschikking van 20 februari 2024 heeft de rechtbank Gelderland de alimentatiebijdrage van de cliënt van verweerder aan klaagster verlaagd.
1.13 In een e-mail van 9 juni 2024 heeft klaagster verweerder verzocht om zijn cliënt te bewegen om een specifiek document te verstrekken en te voldoen aan de beschikking.
1.14 Op 10 juni 2024 heeft verweerder aan klaagster gemaild dat zijn dossier is gesloten en het klaagster vrij staat om zich rechtstreeks tot haar ex-partner te wenden.
1.15 Op 25 september 2025 heeft klaagster aan verweerder onder meer gemaild:
Reeds een halfjaar verder, en uw client/ ex-client heeft zich nog steeds niet aan zijn verplichtingen gehouden zoals door de rechter bepaald.
Hij pleegt daarbij contractbreuk en onthoud hij zich van zijn verplichtingen. Uit zeer betrouwbare bron (vriendjes praten wel eens) is gebleken dat uw client ook in 2024 en 2025 een bonus heeft ontvangen.
Verder ontvang ik gaarne van u of van uw client ([de heer K]) de nota van de kosten van u over het jaar 2023. Geen enkele rechter zal ermee instemmen dat uw kosten gemaakt op verzoek van [de heer K] door mij betaald worden. Bovendien is dit in geen enkele gerechtelijke uitspraak terug te vinden.
Uw client evenals u krijgt hiervoor de kans tot uiterlijk 3 oktober 2025. (…)
1.16 Op 12 oktober 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
a) klaagster rechtstreeks aan te schrijven, terwijl klaagster door een advocaat werd bijgestaan.
Toelichting: Mr. K heeft klaagster als vaste advocaat bijgestaan tijdens de zeven jaar durende echtscheidingsprocedure. Verweerder wist dat. Toch heeft hij, in strijd met de gedragsregels, klaagster op 22 februari 2023 en 6 juni 2023 rechtstreeks aangeschreven. Klaagster is niet verplicht om de wederpartij of diens advocaat op de hoogte te brengen als een advocaat niet meer voor haar werkt. Verweerder had het (proces)stuk dan ook naar mr. K moeten sturen, die de stukken daarna dan naar klaagster had doorgestuurd. Klaagster heeft de mrs. L en Van H geraadpleegd vanwege hun deskundigheid maar mr. K was daarnaast haar vaste advocaat;
b) op onjuiste wijze adresgegevens van klaagster bij de gemeente op te vragen en zonder verificatie gebruik te maken van het geheime adres en loongegevens door dit in een processtuk op te nemen, en daarmee mee te werken aan ‘doxing’.
Toelichting: Verweerder heeft met het gebruiken van de adresgegevens en financiële informatie de veiligheid van klaagster in gevaar gebracht. Verweerder heeft het van zijn cliënt gekregen geheime woonadres van klaagster niet geverifieerd. Hij had bij zijn cliënt moeten informeren hoe hij wist waar klaagster woonde. Dan had verweerder ontdekt dat zijn cliënt de adres- en ook de loongegevens van klaagster op onrechtmatige wijze heeft verkregen. Door van die gegevens gebruik te maken in een procedure heeft verweerder zich schuldig gemaakt aan inbreuk op de privacy van klaagster, overtreding van de AVG en het meewerken aan ‘doxing’. Daarnaast heeft verweerder de adresgegevens onder valse voorwendselen opgevraagd bij de gemeente E. Hij heeft als reden aangegeven dat het ging om een omgangsregeling, terwijl hier geen sprake van was;
c) te weigeren om zijn cliënt op zijn verantwoordelijkheden te wijzen met betrekking tot het achterhouden van een geldbedrag;
Toelichting: De (ex-)cliënt van verweerder houdt geld van klaagster achter door te stellen dat zij zijn advocaatkosten moet betalen. Daarover is niets terug te vinden in de uitspraak. Verweerder had zijn cliënt op zijn verantwoordelijkheid moeten wijzen om dit bedrag alsnog aan klaagster te betalen.
2.2 Klaagster stelt dat zij door dit verweten handelen van verweerder financiële en emotionele schade heeft geleden. Zij verzoekt de raad om te bepalen dat verweerder een schadevergoeding van in totaal € 42.420,95 aan klaagster moet betalen.
3 VERWEER
3.1 Verweerder heeft tegen de klacht onder meer het volgende verweer gevoerd.
Klachtonderdeel a)
3.2 Verweerder was ermee bekend dat klaagster in de echtscheidingsprocedure rechtsbijstand kreeg van mr. K. Daarom heeft hij mr. K op 23 januari 2023 aangeschreven. Op 1 februari 2023 ontving hij een e-mail van mr. L met de mededeling dat zij de belangen van klaagster behartigde maar al op 3 februari 2023 ontving hij bericht van haar dat zij klaagster niet meer bijstond. Op 10 februari 2023 meldde zich mr. Van H met de mededeling dat hij verdere bijstand aan klaagster verleende. Daarop heeft verweerder namens zijn cliënt mr. Van H op 21 februari 2023 aangeschreven. Omdat mr. Van H diezelfde dag liet weten dat hij klaagster niet meer bijstond heeft verweerder diezelfde brief op 22 februari 2023 rechtstreeks aan klaagster gestuurd. Hij was verplicht om het verzoekschrift op 6 juni 2023 rechtstreeks aan klaagster te sturen omdat zij toen volgens verweerder geen advocaat had.
Klachtonderdeel b)
3.3 Zijn cliënt was op de hoogte van het woonadres van klaagster. Verweerder had geen redenen om aan de juistheid daarvan te twijfelen en kon en mocht dat adres gebruiken in de aan de gemeente en aan klaagster gerichte brief en daarna ook in het verzoekschrift. Voor de volledigheid heeft hij in aanloop van de alimentatieprocedure bij de gemeente het uittreksel BRP van klaagster opgevraagd. De gemeente heeft daarop medegedeeld dat klaagster beschikte over een geheim adres en heeft geen uittreksel verstrekt.
3.4 De door klaagster genoemde financiële informatie heeft zijzelf in het geding gebracht en is zo door verweerder verkregen; niet op een andere manier.
3.5 Verweerder betwist dat hij de privacy van klaagster heeft geschonden of heeft meegewerkt aan ‘doxing’. Zowel het woonadres als de financiële informatie van klaagster zijn dan ook niet via doxing verkregen en zijn niet online gepubliceerd of op een andere manier verspreid.
Klachtonderdeel c)
3.6 Verweerder heeft klaagster op 10 juni 2024 gemaild dat zijn dossier was gesloten en het haar vrijstond om zich rechtstreeks tot haar ex-partner te wenden. Er bestond daarna geen enkele verplichting voor hem om iets met de mededelingen van klaagster in haar e-mails te doen.
4 BEOORDELING
Maatstaf
4.1 Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klaagster. Voor alle advocaten geldt dat zij in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Niet voor niets is partijdigheid een belangrijke kernwaarde voor advocaten (artikel 10a Advocatenwet). Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Wel moeten zij voorkomen dat zij de belangen van de wederpartij onnodig en op ontoelaatbare wijze schaden. Advocaten mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen zij niet bewust onjuiste informatie verschaffen om daarmee de rechter te misleiden. Verder geldt dat advocaten ervan mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Tot slot hoeven zij in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken met de middelen waarvan zij zich bedienen, opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan de wederpartij toebrengen.
4.2 De tuchtrechter toetst verder het aan de advocaat verweten handelen of nalaten aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de norm van de in artikel 46 Advocatenwet genoemde behoorlijkheidsnorm, wel van belang zijn. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
4.3 De voorzitter zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen.
Klachtonderdeel a)
4.4 Naar het oordeel van de voorzitter treft verweerder in de omstandigheden van het geval geen tuchtrechtelijk verwijt voor het rechtstreeks aanschrijven van klaagster. Verweerder wist niet en hoefde ook niet te begrijpen dat klaagster naast haar rechtsbijstand van mr. K twee andere advocaten (kort) heeft ingeschakeld vanwege hun expertise. Dat verweerder door of namens klaagster is ingelicht dat zij ook nog door mr. K werd bijgestaan, blijkt ook niet uit de stukken. Uit de stukken volgt wel dat verweerder eerst op 1 februari 2023 van mr. L en daarna op 10 februari 2023 van mr. Van H bericht heeft gekregen dat zij de belangen van klaagster behartigden. Nadat mr. Van H op 21 februari 2023 aan verweerder had laten weten dat ook hij klaagster niet langer bijstond, kon en moest verweerder klaagster zowel op 22 februari 2023 als op 6 juni 2023 volgens de gedragsregels rechtstreeks aanschrijven zoals gedaan.
4.5 Nu niet kan worden vastgesteld dat verweerder tuchtrechtelijk in dezen verwijtbaar heeft gehandeld, zal de voorzitter klachtonderdeel a) kennelijk ongegrond verklaren.
Klachtonderdeel b)
4.6 Verweerder stelt dat hij van zijn cliënt het woonadres van klaagster heeft gekregen. In beginsel mag een advocaat afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder onderzoek. In dit geval heeft verweerder wel nader onderzoek naar de adresgegevens van klaagster gedaan door daartoe een verzoek bij de gemeente E in te dienen tot afgifte van haar uittreksel uit het BRP. Dat is in het kader van een te starten gerechtelijke procedure voor een advocaat toegestaan. Omdat klaagster haar adresgegevens bij de gemeente E als geheim had aangemerkt, heeft verweerder die adresgegevens van klaagster zonder haar toestemming niet van de gemeente E gekregen. Verweerder heeft verder gesteld dat hij alleen via de procedure op de hoogte is gekomen van de loongegevens van klaagster. Gelet hierop kan de voorzitter niet de juistheid van het verwijt van klaagster vaststellen, dat verweerder op onrechtmatige wijze via zijn cliënt kennis heeft genomen van haar financiële gegevens. Uit de stukken is de voorzitter verder niet gebleken dat verweerder op enigerlei wijze inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klaagster, de AVG heeft overtreden en aan ‘doxing’ heeft meegewerkt.
4.7 Nu aldus niet kan worden vastgesteld dat verweerder hierin tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, zal de voorzitter klachtonderdeel b) kennelijk ongegrond verklaren.
Klachtonderdeel c)
4.8 Verweerder heeft klaagster in zijn e-mail van 10 juni 2024 laten weten dat hij niet meer voor haar ex-partner optreedt en het op haar weg ligt om haar ex-partner zelf aan te schrijven. Niet valt in te zien op grond van welke (rechts)regel verweerder na 10 juni 2024 nog gehouden was om in te gaan op de verzoeken in de e-mails van klaagster.
4.9 Nu aldus een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder niet kan worden vastgesteld, zal de voorzitter ook klachtonderdeel c) kennelijk ongegrond verklaren.
Tot slot
4.10 Nu de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond wordt verklaard, komt de voorzitter aan het verzoek tot schadevergoeding niet meer toe. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
- de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond;
- wijst het verzoek tot toekenning van schadevergoeding af.
Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 24 augustus 2026