Zoekresultaten 1-50 van de 7641 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10275

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het niet overdragen van allergiegegevens. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10232

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over onzorgvuldig handelen rond een afspraak met de huisarts, het verzwijgen van dit contact in eerdere tuchtklachten en onjuistheden over opioïdenintolerantie en de besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9022

    Klacht tegen medisch adviseur Dienst Justitiële inrichtingen, die advies uitgebracht heeft over detentiegeschiktheid. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover zij het college verzoeken om (los van een concrete klacht) een algemene uitspraak te doen. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klachtonderdeel over het gegeven advies, omdat uitsluitend klager daarbij rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9670

    Klacht tegen huisarts na consult bij de huisartsenpost over mogelijke diep-veneuze trombose. De huisarts zag geen tekenen van DVT en adviseerde klaagster de volgende dag contact op te nemen met haar eigen huisarts, wat zij niet heeft gedaan. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Het college kan er, mede gelet op de betwisting door klaagster, niet vanuit gaan dat de huisarts in duidelijke bewoordingen tegen klaagster heeft gezegd dat aanvullend onderzoek nodig was en het daarom belangrijk was dat zij de volgende ochtend contact met de eigen huisarts zou opnemen. De notitie in het dossier wijst niet op de urgentie, die er wel degelijk was. De huisarts had zijn dossieraantekeningen (en zijn advies aan klaagster) zo moeten formuleren dat er over de urgentie geen misverstand kon ontstaan, niet bij klaagster en ook niet bij klaagsters eigen huisarts. De huisarts heeft bij het consult onvoldoende regie genomen en in een potentieel gevaarlijke situatie te veel verantwoordelijkheid bij de patiënt neergelegd. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10273

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen orthopedisch chirurg over het niet overdragen van allergiegegevens en morfinebeperkingen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerder ingediend, Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook in de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10274

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het naleven van regels 3, 4 en 9 van de KNMG-gedragscode en klaagster onterecht zwartmaken en beschuldigen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2996

    Klacht tegen een arts, werkzaam bij een arbodienst, onder supervisie van een BIG-geregistreerde bedrijfsarts. De inschrijving van de arts in het BIG-register is voor de duur van drie maanden geschorst geweest. In deze periode is klager twee keer bij de arts op het spreekuur geweest. Het Regionaal Tuchtcollege is tot het oordeel gekomen dat de arts vanwege de schorsing deze werkzaamheden niet had mogen uitvoeren en heeft aan de arts de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het hiertegen door de arts ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/77

    Hond. Dierenarts treft het verwijt net betrekking tot een hond ten onrechte euthanasie te hebben voorgesteld op basis van een onjuiste diagnose (een bottumor). [Klacht gegrond, volgt waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2025/88

    Cavia. Beklaagde wordt, in hoofdzaak, verweten dat zij ten onrechte Duplocilline heeft toegediend aan de cavia van klaagster, ten gevolge waarvan de cavia is overleden. [Klacht gegrond met waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2025/25

    Hond. Beklaagde wordt verweten dat zij met betrekking tot de pup van klaagster onnodige onderzoeken heeft voorgesteld, naast dat zij een melding heeft gedaan bij de NVWA. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/89

    Hond. Klacht ziet op een door een dierenarts vermeend onjuist uitgevoerde euthanasie van een hond. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/90

    Schaap. Beklaagde wordt verweten dat zij met betrekking tot een ziek schaap van klager niet tijdig een (spoed)visite heeft afgelegd, zoals klager stelt te hebben verzocht en waardoor zijn schaap is komen te overlijden. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:22 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/71

    Hond. Beklaagde wordt verweten, zakelijk weergegeven, dat zij onzorgvuldig en onprofessioneel heeft gehandeld met de betrekking tot een advies tot euthanasie van de hond van klaagster. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:16 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/22 VTC 2024/36

    Hond. Klachten tegen een paraveterinair en een dierenarts. De paraveterinair wordt verweten dat zij de pup van klaagster onjuist heeft vastgehouden met verstikking en de dood tot gevolg. De dierenarts wordt verweten verantwoordelijk te zijn voor de verstikking en het overlijden van de pup en een verkeerde diagnose te hebben gesteld. [Klachten ongegrond].

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/106 VTC 2024/107

    Konijn. Dierenarts, beklaagde 1, wordt verweten dat zij een huidwond bij het konijn van klaagster onvoldoende heeft schoongemaakt en gedesinfecteerd alvorens deze te lijmen. Dierenarts, beklaagde 2, wordt verweten een dag later onjuist te hebben gehandeld bij de triage, dat zij de mate van ziek zijn van het konijn onjuist heeft ingeschat en onvoldoende reflecterend vermogen heeft getoond. [Klachten ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:23 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/72

    Hond. Beklaagde wordt verweten dat zij voorafgaande aan de euthanasie van de hond van klaagster onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de achtergrond en de gezondheidsklachten van de hond en dat de euthanasie onzorgvuldig is uitgevoerd. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/24 VTC 2024/37 VTC 2024/38

    Hond. Klachten waarbij drie dierenartsen wordt verweten, samengevat, met betrekking tot een Labrador Retriever te zijn tekortgeschoten in hun onderzoek, diagnosestelling, behandeling, medicatieverstrekking en informatievoorziening. [Klachten ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:30 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/98

    Kat. Beklaagde wordt verweten met betrekking tot de kat van klager in haar behandeling te zijn tekortgeschoten, met het overlijden van de kat tot gevolg. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/62 VTC 2024/65

    Hond. Klachten tegen twee dierenartsen over het onderzoek en de behandeling van een hond met braakklachten. [Klacht 2024/62 ongegrond]. [Klacht 2024/65 gegrond met waarschuwing].

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:24 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/47

    Hond. Beklaagde wordt verweten, in hoofdzaak, dat hij de hond van klaagster te lang heeft laten lijden door euthanasie te weigeren. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/30

    Paard. Beklaagde wordt verweten dat zij met betrekking tot de behandeling van het paard van klaagster geen operatie heeft voorgesteld nadat was gebleken dat een conservatieve behandeling in verband met koliekklachten niet aansloeg. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:31 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2023/66

    Hond. Beklaagde wordt verweten, zakelijk weergegeven, dat hij bij de hond van klaagster wonden heeft gehecht zonder sedatie, dat hij de hond met een te zware ademhaling mee naar huis heeft gegeven, geen aanvullende pijnmedicatie heeft voorgeschreven en niet adequaat heeft gereageerd op telefonische meldingen van klaagster. [Klacht deels gegrond met waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/61

    Hond. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond in haar onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:25 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/86 VTC 2024/87

    Koe. Dierenarts, beklaagde 1, wordt verweten dat hij niet bereikbaar was tijdens een spoeddienst. Dierenarts, beklaagde 2, geborgde dierenarts en tevens werkgever van beklaagde 1, wordt verweten verantwoordelijk te zijn voor het creëren van een werkomgeving waarin het mogelijk is geweest dat er geen dierenarts bereikbaar was tijdens de spoeddienst. [Klachten ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:19 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/118

    Hond. Beklaagde wordt verweten dat zij met betrekking tot de hond van klaagster ten onrechte een tweede orthopedischeoperatie heeft verricht zonder voorafgaand onderzoek naar de oorzaak van de breuk van het bij de eerste operatie ingebrachte implantaat in het linker enkelgewricht. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/55

    Hond. Dierenarts wordt verweten bij de invulling en afgifte van een dierenpaspoort voor een door klager aangekochte pup nalatig te hebben gehandeld. Klacht gegrond. Volgt geldboete van € 2.000, waarvan € 1.500 voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:26 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/105

    Hond. De klacht heeft, in hoofdzaak, betrekking op de communicatie door beklaagde met betrekking tot de onderzoeken en de behandeling van de hond van klaagster tijdens een opname op de praktijk. [Klacht niet-ontvankelijk.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:20 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/110

    Rund. Beklaagde wordt verweten dat hij (zieke) kalveren en koeien van klager heeft gevaccineerd zonder deze eerst klinisch te onderzoeken, dat hij voorafgaand aan de vaccinaties de uitslag van een laboratoriumonderzoek niet aan klager heeft verstrekt en dat hij ook de bijsluiter van het vaccinatiemiddel niet op schrift aan klager ter beschikking heeft gesteld. Klager stelt dat de wijze van vaccineren grote gevolgen heeft gehad voor zijn bedrijf. [Klacht ongegrond]

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:277 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:278 Hof van Discipline 's Gravenhage 260074 260076

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:279 Hof van Discipline 's Gravenhage 260053

    Klacht over de eigen advocaat in een fiscale (bezwaar)procedure. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder duidelijk met klaagster heeft gecommuniceerd over de reikwijdte van zijn opdracht en ook zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad waarbij onder meer een maatregel is opgelegd en verklaart de desbetreffende klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:280 Hof van Discipline 's Gravenhage 250454 250455 250456

    Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster jegens vier verweerders allen van hetzelfde kantoor. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klachtonderdelen gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Klaagster is niet opgekomen tegen de beslissing van de raad over verweerder 4 (de klachtenfunctionaris van het kantoor). In hoger ligt allereerst de ontvankelijkheidstoets voor in verband met termijnoverschrijding. De raad heeft een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard in verband met het verstrijken van de driejaarstermijn. Het hof is van oordeel dat klaagster voldoende heeft onderbouwd dat zij pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend is geworden met de gevolgen van het handelen of nalaten van verweerders. Niettemin oordeelt het hof dat de termijn van artikel 46g lid 2 Advocatenwet is overschreden. Het hof bekrachtigt in zoverre de beslissing van de raad ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid. Met betrekking tot de inhoud van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof dat klaagster niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde beroep, wegens gebrek aan gronden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:281 Hof van Discipline 's Gravenhage 250253

    Klaagster heeft (beperkt) hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van klaagster noch klaagster zelf is ter zitting bij het hof verschenen. Het hof ziet geen aanleiding om de zitting te heropenen, zoals door de gemachtigde van klaagster is verzocht. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:282 Hof van Discipline 's Gravenhage 250433

    Deze zaak betreft een klacht over privégedragingen van een advocaat. Klaagster 2 heeft over verweerder eerder (in mei 2021) een klacht ingediend maar heeft die weer ingetrokken. Vervolgens is de klacht door klaagsters op 20 februari 2024 bij de deken ingediend. Anders dan de raad acht het hof ten aanzien van klaagster 2 geen strijd met het ne-bis-in-idembeginsel (artikel 47b lid 1 Advocatenwet) omdat over die eerdere klacht geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Het hof ziet hierin evenmin aanknopingspunten voor misbruik van het tuchtrecht door klaagster 2. Anders dan de raad acht het hof ook de maatschap op grond van een eigen rechtstreeks belang ontvankelijk in de klacht. Klaagsters zijn echter niet-ontvankelijk in hun klacht voor zover die ziet op gedragingen van verweerder van voor 20 februari 2021. Voor zover de klacht ziet op gedragingen van na die tijd is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-745/DB/LI

    Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing en treffen van voorzieningen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-492/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde wegens verwevenheid met eerdere tuchtklacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763

    Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-516/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij/werkgever in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Klager lijkt niet te (willen) begrijpen dat verweerder optreedt als advocaat van de wederpartij en daarmee partijdig is. Klager kan zelf een advocaat inschakelen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënt. Het is voor klager steeds duidelijk geweest dat verweerder het aanspreekpunt was. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888

    Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-470/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen stamadvocaat in een Wvggz-procedure. Verweerster heeft gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Ook heeft zij haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd nadat een vertrouwensbreuk was ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-471/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening in een letselschadeprocedure. Niet gebleken dat verweerder heeft gedaan aan ontoelaatbare acquisitie of zijn zorgplicht richting klager heeft geschonden. Verweerder heeft een plan van aanpak opgesteld en aldus dat plan gehandeld. Verweerder heeft zijn werkzaamheden kunnen neerleggen na een ontstane vertrouwensbreuk. Dat heeft hij in overeenstemming met gedragsregel 14 lid 2 gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-472/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het standpunt dat een advocaat heeft ingenomen over de aansprakelijkheid van haar (kantoor) jegens klager. Klager dient zich daarvoor te wenden tot de civiele rechter. Niet gebleken van klachtwaardig handelen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-362/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.