ECLI:NL:TADRSGR:2026:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-561/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:224 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 09-09-2026 |
| Datum publicatie: | 06-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-561/DH/DH |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van
9 september 2026
in de zaak 26-561/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) van 1 juli 2026 met kenmerk K053 2026 en van de op de inventaris genoemde bijlagen. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van klager van 8 juli 2026.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Verweerster heeft de ex-partner van klager bijgestaan in een familierechtelijke
procedure over de omgang met hun kind en over kinderalimentatie.
1.2 Op 28 januari 2026 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerster het volgende.
a) Verweerster heeft in strijd met de beroepsethiek gehandeld, door ongefundeerd
en niet-onderbouwde verweren in te dienen en de uitspraken van haar cliënt over te
nemen zonder bewijs, zoals dat sprake zou zijn van een onveilige situatie bij klager.
Verweerster heeft klager geblokkeerd, in plaats van een professionele dialoog te voeren
over de bewijslast. Hierdoor is onnodige vertraging ontstaan in de procedure en is
klagers waardigheid als vader aangetast.
2.2 Klager heeft daarnaast diverse verwijten geuit jegens zijn ex-partner en
haar familie. Omdat de tuchtrechter alleen mag oordelen over het handelen van advocaten,
gaat de voorzitter daar niet verder op in.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna,
waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle
advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen
cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang
van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen
van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen
zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten
niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel
van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is.
Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie
te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het
voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij
aan de wederpartij toebrengen.
4.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat
de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid
worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting
als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij
in iedere zaak afwegen:
– het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure,
– het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan,
– het verloop van het geschil tot dan toe en
– de kans op succes van de procedure.
Beoordeling
4.3 De klacht is door klager niet concreet gemaakt en ook niet onderbouwd met
bewijsmateriaal. Het bewijsmateriaal dat klager wel heeft ingediend, gaat over wat
zijn ex-partner en haar familie volgens hem fout zouden hebben gedaan. Daaruit blijkt
niet wat verweerster volgens klager verkeerd zou hebben gedaan. Verweerster betwist
de juistheid van de klacht. Gelet op het voorgaande kan de voorzitter niet vaststellen
dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is daarom kennelijk
ongegrond.
BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet,
kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.L. Pöll, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr.
M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026.