Zoekresultaten 1-50 van de 48575 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-170/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:251
Raadsbeslissing. Klacht van een dochter over de advocaat van de moeder in een bewindvoeringskwestie. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij de klachtonderdelen die gaan over verweerders declaraties aan haar moeder en de wijze waarop hij haar heeft bijgestaan in de procedures. Voor zover klaagster wel belang heeft in haar klachten, zijn deze ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-238/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:245
Klacht tegen de curator in het faillissement van de onderneming van klagers. Belangrijkste klacht is dat verweerder eerst een schikking heeft getroffen met klagers, maar vervolgens aangifte heeft gedaan van mogelijke faillissementsfraude. De raad is van oordeel dat deze melding behoort tot de bevoegdheden van een curator en dat verweerder bij de uitoefening van die bevoegdheid niet onbetamelijk heeft gehandeld. Deze en ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:334 Hof van Discipline 's Gravenhage 260157
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:334
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster is de advocaat van de ex-partner van klager met wie hij in een familierechtelijke procedure is verwikkeld. De raad heeft alle in hoger beroep nog aan de orde zijnde klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof is het eens met de beslissing van de raad voor zover die bij het hof voorligt. Verweerster mocht bij het overleggen van het toestemmingsformulier uitgaan van de juistheid van de informatie van haar cliënte. Daarnaast was het overleggen van het toestemmingsformulier en de foto van de zoon van partijen functioneel en had het een redelijk doel. In het algemeen en ook in dit geval is er geen reden om te oordelen dat het belang van het kind gedragsregel 27 opzij zou moeten zetten. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-220/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:252
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16, door belangrijke afspraken niet schriftelijk vast te leggen, zoals de strategie. Ook heeft verweerder nagelaten proactief gegevens en documenten op te vragen. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden, voorwaardelijke schorsing van 2 weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:246 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-292/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:246
Klacht tegen de eigen advocaat. Het gaat om bijstand in verband met de hersteloperatie van het toeslagenschandaal. Klaagster verwijt verweerster dat zij te lang heeft gewacht met het indienen van een beroep niet tijdig beslissen als gevolg waarvan klaagster dwangsommen is misgelopen.Verweerster voerde als kantoorbeleid om slechts beroep niet tijdig beslissen in te dienen, als zij zelf beschikte over de beschikking en aldus data kon controleren. Hoewel verweerster er herhaaldelijk om vroeg duurde het lang voordat zij de beschikking van klaagster ontving. De raad is van oordeel dat het beleid op zichzelf niet onzorgvuldig is en dat het in relatie tot de zaak klaagster ook niet als onzorgvuldig is aan te merken. De raad acht onvoldoende aannemelijk dat klaagster, als eerder beroep niet tijdig beslissen was ingediend, het maximum bedrag aan dwangsommen ontvangen zou hebben. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:335 Hof van Discipline 's Gravenhage 260092
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:335
Klacht over eigen advocaat. Klaagster heeft verweerder bijgestaan bij het indienen van klachten tegen de politie. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. De raad heeft geoordeeld dat niet iedere beroepsfout tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert en heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Hof van Discipline oordeelt dat de beroepsfout van verweerster wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is, maar dat er gronden zijn om af te zien van het opleggen van een maatregel. Het hof heeft hierbij meegewogen dat verweerster zich als een redelijk handelend advocaat heeft ingespannen om de gemaakte fout te herstellen. Zo heeft zij onder meer haar excuses heeft aangeboden, getracht om de klacht alsnog behandeld te krijgen en haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar op de hoogte gebracht van de fout.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-309/DH/DH/D
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:247
Dekenbezwaar over kwaliteit en kantoororganisatie. Gedurende een aantal jaren zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde gesprekken daarover hebben niet voorkomen dat er in 2026 toch weer een vergelijkbaar signaal over verweerster is ontvangen. Zij heeft zittingen gemist en cliënten niet altijd gesproken. Uit het kantooronderzoek blijkt dat de schriftelijke vastlegging ernstig tekortschiet. Verweerster staat onvoldoende open voor reflectie. Gelet op het hardnekkige karakter, de eerst en aard van het gedrag en het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, volgt een schorsing van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-438/DH/DH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:248
Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil met een makelaar. Dossier via rechtsbijstandsverzekeraar bij verweerder gekomen. Verweerder had niet de verplichting om daadwerkelijk een procedure te starten. Hij mocht, na bestudering van de stukken, tot een oordeel komen over de (on)haalbaarheid van de zaak. Niet gebleken dat het door verweerder gegeven advies onjuist is. Verweerder heeft (wellicht te) lang geprobeerd om klagers zaak ‘rond’ te krijgen, maar heeft daarbij steeds klagers belangen op het oog gehad. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-406/DB/OB
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:124
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-509/DH/DH/D
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:249
Dekenbezwaar. Verweerder heeft zich langdurig onttrokken aan het toezicht door de deken. Nadat er eindelijk contact was, is hij zijn toezeggingen om de gevraagde informatie alsnog aan te leveren niet nagekomen. Ook voor veel van zijn cliënten is verweerder niet bereikbaar geweest, wat heeft geleid tot een stroom aan tuchtklachten tegen verweerder, waarbij hij ook niet meewerkt aan het onderzoek van de deken. Verweerder is inmiddels geschorst op grond van artikel 60b Advocatenwet. Ook daarna is hij onbereikbaar gebleken voor de deken, maar hij heeft wel de tijd gehad om werkzaamheden te verrichten, in strijd met de aan hem opgelegde schorsing. Verweerder blijkt ook niet een (verplichte) beroepsaansprakelijkheidsverzekering te hebben. Verweerder ziet nog steeds niet in het dat niet verantwoord is dat hij in zijn huidige staat rechtszoekenden bijstaat. De raad heeft niet het vertrouwen gekregen dat verweerder doordringen is van de ernst van de situatie. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-405/DB/OB
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:125
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-859/DH/DH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:243
Verzet tegen een voorzittersbeslissing te laat ingediend. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:230 Raad van Discipline Amsterdam 26-687/A/NH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:230
voorzittersbeslissing. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder in de hoedanigheid van (middellijk) bestuurder van M BV het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Het is niet aan de tuchtrechter om over de onderliggende zaak een inhoudelijk oordeel te geven, daarvoor staan andere juridische wegen open. Uit de feiten volgt dat verweerder in de daarin genoemde kwesties niet als advocaat voor klagers heeft opgetreden. Verweerder heeft in relatie tot klager(s) gehandeld als bestuurder van zijn eigen vennootschap, als (indirect) bestuurder van M BV en/of namens zichzelf privé. Niet valt in te zien waarom verweerder daarbij niet (mede) zijn eigen (zakelijke) belangen voorop mocht stellen. Uit de overgelegde stukken is de voorzitter verder gebleken dat verweerder telkens duidelijk heeft gemaakt in welke hoedanigheid hij met klagers communiceerde, zodat eventuele verwarring daarover bij klagers hem tuchtrechtelijk niet kan worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:332 Hof van Discipline 's Gravenhage 260193
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:332
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:250 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-885/DH/RO
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:250
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-145/DH/DH
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:244
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:333 Hof van Discipline 's Gravenhage 260218
- Datum publicatie: 20-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:333
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-765/AL/GLD
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:200
Tussenbeslissing van de raad met gegrond verzet met de overweging dat de klacht op een zitting wordt behandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-616/DB/OB
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:122
Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van executeur ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:329 Hof van Discipline 's Gravenhage 260228
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:329
Beklag artikel 13 ongegrond. Herhaald verzoek. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/41
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 24-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:28
Klacht over notaris over zijn handelwijze in 2016 is bij voorzittersbeslissing direct afgewezen wegens verstrijken van de klachttermijn. Klaagster stelt dat zij vanaf 2016 lange tijd kwetsbaar en afhankelijk was en dat zij pas recent na langdurige en intensieve begeleiding daadwerkelijk inzicht heeft gekregen in de situatie waarin zij toen verkeerde en de context van de gestelde handelwijze van de notaris. Kamer oordeelt dat de voorzitter terecht heeft overwogen dat de wettelijke klachttermijn niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter en dat deze niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van een belangenafweging. Mede gelet op de ratio van de klachttermijn is de kamer van oordeel dat de klachttermijn niet pas is gaan lopen toen klaagster – die bij het passeren van de betreffende akte aanwezig is geweest – zich realiseerde dat de notaris mogelijk een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:123
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:330 Hof van Discipline 's Gravenhage 260225
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:330
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het is aan klager om de deken voldoende concrete feiten en omstandigheden te verstrekken waaruit blijkt welk geschil aan de orde is, welke procedure wordt beoogd en waarom voor die procedure bijstand door een advocaat noodzakelijk is. Gelet op wat klager aan informatie over zijn vordering aan de deken heeft verstrekt heeft de deken het verzoek terecht afgewezen. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de door klager gewenste procedure een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij heeft de deken ook het negatieve advies van de rechtsbijstandsverzekeraar van klager mogen meewegen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:331 Hof van Discipline 's Gravenhage 260121
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:331
Klager heeft op 22 februari 2026 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van de Orde. De raad heeft primair besloten het verzoek tot inschrijving buiten behandeling te laten omdat dit nieuwe verzoek is ingediend binnen een jaar nadat een eerder verzoek van klager van 8 juli 2025 definitief is geweigerd. Op grond van artikel 2 lid 9 Advocatenwet (hierna: Advw) wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van de inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. De beslissing van de raad, d.d. 23 september 2025, op het eerdere verzoek van klager van 8 juli 2025 is met de uitspraak van dit hof van 13 februari 2026 onherroepelijk geworden, zodat het herhaalde verzoek van klager van 22 februari 2026 binnen een jaar na 23 september 2025 is ingediend. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving op grond van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw, echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-732/AL/NN
- Datum publicatie: 19-10-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:199
Klacht over een deken. Gegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9642
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts zonder oplegging van maatregel. Verweerster heeft bij klager een kunststofbrug geplaatst. Klager verwijt de tandarts dat aan hem onvoldoende informatie is verstrekt voorafgaand aan een behandeling. Volgens klager is geen sprake geweest van informed consent en shared decisionmaking. Het college oordeelt dat uit wat is opgetekend in het dossier en wat ter zitting is besproken, volgt dat de tandarts de verschillende behandelopties met klager heeft besproken en dat klager toestemming heeft gegeven voor de uitgevoerde behandelingen. Voor zover de klacht ziet op het bespreken van de verschillende behandelopties en de aantekening daarvan in het dossier, is deze dus ongegrond. Voor zover de klacht gaat over het financiële aspect van shared decision making is deze gegrond. De tandarts heeft niet goed inzichtelijk gemaakt wat op de lange termijn de kosten zouden worden en heeft daarop ook onvoldoende regie gevoerd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9873
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:153
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar zoon, die is overleden door suïcide. Klaagster verwijt de psychiater dat zij als regiebehandelaar de verzoeken van haar zoon om een psycholoog en een second opinion heeft genegeerd en daarnaast de ophoging van de medicatie onvoldoende heeft gemonitord. Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:328 Hof van Discipline 's Gravenhage 260454
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 15-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:328
Klacht over de deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet) niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt, zoals het toelaten van stukken of het voeren van regie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:245 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9840
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:245
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager heeft bij de tandarts een tandheelkundige behandeling ondergaan. Klager heeft een tandheelkundige behandeling ondergaan. In de eerste fase van die behandeling is de behandelde kies gebroken, hetgeen hij de tandarts verwijt. Hij verwijt de tandarts ook dat hij hem niet op die mogelijkheid heeft gewezen en dat de tandarts geen eigen klachtenfunctionaris heeft. Het college oordeelt dat het afbreken van de kies niet betekent dat de behandeling niet goed is uitgevoerd en dat de tandarts klager hier niet vooraf op had hoeven wijzen, omdat klager wist dat het om een zwakke kies ging. Daarnaast was het door de tandarts duidelijk gemaakt op zijn website op welke wijze patiënten konden klagen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9537
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:154
Klacht van patiënt tegen praktijkhouder/psychiater kennelijk ongegrond. De regiebehandelaar tegen wie klager eerder heeft geklaagd heeft de behandelingsovereenkomst beëindigd, niet de praktijkhouder/psychiater. Niet aannemelijk dat de praktijkhouder een sturende rol heeft gespeelt bij de keuze om de behandeling van klager wel of niet voort te zetten. De psychiater is ook niet verantwoordelijk voor het handelen van een klachtenfunctionaris.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9590
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:155
Klacht tegen huisarts. Klaagster is een aantal keren door de huisarts gezien/gesproken in verband met pijnklachten aan haar linkeronderbeen. Nadat, naast pijnklachten, ook sprake was van verkleuring van het onderbeen, heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar het ziekenhuis. Daar bleek sprake te zijn van een acute vaatafsluiting. Omdat revascularisatie niet lukte, is uiteindelijk overgegaan tot amputatie van het onderbeen. Klaagster maakt de huisarts verwijten over de diagnose en over het niet eerder en het niet per ambulance insturen naar het ziekenhuis. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9169
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:156
Kennelijk ongegronde klacht van een onderzochte en zijn partner over – onder meer - een door verweerster (psychiater) uitgevoerd ProJustitia onderzoek, haar kwalificaties en haar verweer in de tuchtklacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:243 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9386
- Datum publicatie: 16-10-2026
- Datum uitspraak: 16-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:243
Klachten tegen een tandarts deels verjaard, gedeeltelijk gegrond en voor het overige ongegrond. Klager verwijt de tandarts onder meer onzorgvuldige uitvoering van twee wortelkanaalbehandelingen, onvoldoende gerichte beeldvorming bij recidiverende klachten, onjuiste diagnostiek bij pijnklachten, het niet tijdig onderkennen van een abces zichtbaar op de röntgenfoto’s, het onterecht doorverwijzen voor extractie van de verstandskiezen en onzorgvuldige omgang met vertrouwelijke patiëntgegevens. Het college concludeert dat de tandarts tekort is geschoten in de dossiervoering en de diagnostiek van klager met langdurige klachten. Aan de tandarts wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:327 Hof van Discipline 's Gravenhage 260331
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 15-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:327
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klager houdt in dat de deken de klachten van klager over (juristen van) DAS rechtsbijstand ten onrechte niet in behandeling neemt. De voorzitter schaart zich achter de reactie van de deken. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is daarom geen grondslag voor een onderzoek door de deken naar juristen werkzaam bij DAS. De voorzitter wijst het verzoek tot verwijzing dan ook af.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:226 Raad van Discipline Amsterdam 26-733/A/A
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:226
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Het stond verweerster vrij om namens en in het belang van haar cliënte via de advocaat van klager op de e-mail van klager te reageren en om een BRP-uittreksel bij de gemeente op te vragen. Niet gebleken dat verweerster op enigerlei wijze misbruik heeft gemaakt van haar geheimhoudingsplicht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:227 Raad van Discipline Amsterdam 26-736/A/NH 26-737/A/NH
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:227
Voorzittersbeslissingen; klacht over verweerders in hun hoedanigheid van curators. Verweerders wordt het schenden van de geheimhoudingsplicht verweten. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerders met de door klagers genoemde handelingen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:228 Raad van Discipline Amsterdam 26-741/A/NH
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:228
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over een deken. Naar het oordeel van de voorzitter is het indienen van de klachtzaak vier maanden na het verstrijken van de termijn voor het betalen van het griffierecht niet zodanig laat dat verweerder (als deken) daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:229 Raad van Discipline Amsterdam 26-744/A/NH
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:229
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft in zijn bijstand aan de verhuurder tegenover klager de grenzen van het betamelijke niet overschreden. De verzonden sommatiebrieven zijn aan te merken als in de advocatuur gebruikelijke sommatiebrieven en bevatten geen bewoordingen die tuchtrechtelijk ontoelaatbaar zijn dan wel als juridisch bedreigend of anderszins als ongepast kunnen worden aangemerkt. Verder was verweerder niet verplicht aan klager de interne klachtenregeling toe te zenden; die is bedoeld voor de eigen cliënten. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:326 Hof van Discipline 's Gravenhage 260326
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 15-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:326
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Klager is het niet eens is met de aanwijzingsbeslissing van de deken voor zover deze inhoudt dat de aangewezen advocaat dominus litus is en daarmee de leiding in de zaak heeft. De voorzitter wijst erop dat de mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen een aanvullende voorziening is voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. Het hof dan wel de voorzitter kan hierin niet interveniëren. Verder is een klacht over een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:225 Raad van Discipline Amsterdam 26-718/A/NH
- Datum publicatie: 15-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:225
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerder klager geen effectieve bijstand heeft verleend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9423
- Datum publicatie: 14-10-2026
- Datum uitspraak: 14-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:170
Kennelijk ongegronde klacht tegen revalidatiearts. Patiënte verwijt de arts nalatigheid in de zorgverlening en schending van professionele normen. Geen verantwoordelijkheid voor de nazorg van een pijnbehandeling bij een andere instelling. Noodzakelijke zorg is geleverd. Niet afgeweken van de binnen de revalidatiegeneeskundige zorg geldende professionele normen en richtlijnen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9408
- Datum publicatie: 14-10-2026
- Datum uitspraak: 14-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:166
Klager dient een klacht in tegen een psychiater. Hij klaagt over het volgens hem door verweerder onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling, het niet honoreren van een verzoek om schematherapie en de te lange duur van de delict analyse. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. De diagnose in het verlengingsadvies was niet onjuist: dat psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte risicotaxatie-instrument was geschikt en er zijn ook andere factoren meegenomen, klager heeft wel degelijk schematherapie gekregen, de delict analyse is zorgvuldig uitgevoerd en klager heeft zelf mede voor vertraging gezorgd. Bij de overplaatsing was verweerder niet betrokken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3212
- Datum publicatie: 14-10-2026
- Datum uitspraak: 14-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:194
Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij de psychotherapeut. Klaagster verwijt hem dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd, zonder zorg te dragen voor een verwijzing en continuering van de zorg en zonder de gelegenheid te bieden voor een bemiddelingsgesprek met de mogelijkheid tot herstel van de behandelrelatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9422
- Datum publicatie: 14-10-2026
- Datum uitspraak: 14-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:167
Kennelijk ongegronde klacht tegen fysiotherapeut. Verwijten van patiënte over een behandeladvies voor een pijnbehandeling, onprofessioneel handelen, gebrek aan regievoering en overdracht. Het geven van een behandeladvies kan niet worden vastgesteld. Geen verantwoordelijkheid voor pijnbehandeling bij een andere instelling en de nazorg ervan. Geen aanknopingspunt voor onprofessioneel handelen. Geen verantwoordelijkheid voor regie voerende taken. Voorbereidingen voor ontslag en overdracht zijn door verweerster verzorgd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9299
- Datum publicatie: 14-10-2026
- Datum uitspraak: 14-10-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:168
Kennelijk ongegronde klacht tegen revalidatiearts. Verwijten van patiënte over behandeling, dossiervoering en regievoering. Geen verantwoordelijkheid voor pijnbehandeling bij een andere instelling en de nazorg ervan. Zorgverlener mag duidelijk eisen en grenzen aan de communicatievorm stellen. Verantwoordelijkheden regiebehandelaar. Voldaan aan de eisen die aan een regiebehandelaar worden gesteld. Geen verantwoordelijkheid voor medische interventies bij andere instellingen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:239 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9307
- Datum publicatie: 13-10-2026
- Datum uitspraak: 13-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:239
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft een (eenmalig) spreekuurcontact met klager gehad om aan de hand daarvan een probleemanalyse op te stellen. De klacht gaat in de kern over de inhoud van de probleemanalyse die verweerster heeft opgesteld en over het feit dat klager de probleemanalyse niet op een fysiek spreekuur met verweerster heeft kunnen bespreken. Ook beklaagt klager zich over het ontbreken van regie van verweerster over zijn (verdere) re-integratie. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:240 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9396
- Datum publicatie: 13-10-2026
- Datum uitspraak: 13-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:240
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij hem ten onrechte en tot schade van zijn gezondheid heeft opgedragen te hurken tijdens een lichamelijk onderzoek. Het verrichten van lichamelijk onderzoek naar de knie van klager past bij de medische informatie. Er waren geen aanwijzingen waaruit de verzekeringsarts had moeten opmaken dat hij klager niet kon vragen om te hurken. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-66
- Datum publicatie: 13-10-2026
- Datum uitspraak: 17-09-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:18
Klager verwijt de notaris dat de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang heeft geduurd. Mede gelet op de complexiteit van de nalatenschap is in dit geval echter niet gebleken van zodanige vertraging dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Voor het overige heeft klager geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:241 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9066
- Datum publicatie: 13-10-2026
- Datum uitspraak: 13-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:241
Klacht tegen bedrijfsarts verjaard. De te late indiening van het klaagschrift dient voor risico van klager te komen. Het college verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-69
- Datum publicatie: 13-10-2026
- Datum uitspraak: 17-09-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:19
De kamer rekent het de notaris aan dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De notaris heeft de vertrouwelijke informatie niet slechts gedeeld met een derde zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestond, maar heeft deze informatie bovendien gebruikt in het kader van het tussen partijen gerezen geschil. Daarmee heeft hij de schending van zijn geheimhoudingsplicht ingezet als drukmiddel om zijn eigen financiële belang te dienen. Daarnaast heeft de notaris verzuimd klager in te lichten over de financiële consequenties van zijn inschakeling en heeft hij onzorgvuldig en onbehoorlijk gehandeld en zich onvoldoende professioneel opgesteld bij het opstellen van zijn declaratie. De kamer legt de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van één week op.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 972
- Volgende pagina zoekresultaten