ECLI:NL:TNORDHA:2026:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-69
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2026:19 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-09-2026 |
| Datum publicatie: | 13-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-69 |
| Onderwerp: | Ondernemingsrecht, subonderwerp: BV/NV |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met schorsing als notaris |
| Inhoudsindicatie: | De kamer rekent het de notaris aan dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De notaris heeft de vertrouwelijke informatie niet slechts gedeeld met een derde zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestond, maar heeft deze informatie bovendien gebruikt in het kader van het tussen partijen gerezen geschil. Daarmee heeft hij de schending van zijn geheimhoudingsplicht ingezet als drukmiddel om zijn eigen financiële belang te dienen. Daarnaast heeft de notaris verzuimd klager in te lichten over de financiële consequenties van zijn inschakeling en heeft hij onzorgvuldig en onbehoorlijk gehandeld en zich onvoldoende professioneel opgesteld bij het opstellen van zijn declaratie. De kamer legt de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van één week op. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 17 september 2026 inzake de klacht onder nummer 25-69 van:
[naam klager],
hierna: klager,
tegen:
mr. [naam notaris],
notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de notaris.
1. Het procesverloop
1.1 De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 3 oktober 2025.
1.2 De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.
1.3 Op 31 maart 2026 heeft een voorzittersgesprek plaatsgevonden. Dit gesprek heeft niet tot een oplossing geleid.
1.4 Op 5 juli 2026 heeft klager aanvullende stukken ingediend.
1.5 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Daarbij waren aanwezig klager en de notaris. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Partijen hebben pleitnotities overgelegd.
2. De feiten
2.1 Klager en de notaris kennen elkaar uit [plaatsnaam]. De notaris was daar woonachtig en leerde klager kennen via een herenmodezaak waar de notaris vaste klant was en klager kleding vermaakte en verstelwerkzaamheden verrichtte. Tussen klager en de notaris is een vriendschappelijke relatie ontstaan.
2.2 Klager heeft zich als eenmanszaak gevestigd in [plaatsnaam] en daarna in 2022 in [plaatsnaam] voor het ontwerpen en vervaardigen van couture kleding.
2.3 De notaris bezocht klager door de jaren heen regelmatig voor het vermaken van zijn pakken, jasjes, broeken en overhemden. Tijdens die bezoeken spraken klager en de notaris regelmatig over juridische aspecten van het ondernemerschap, waaronder over de oprichting van een B.V.
2.4 Op 27 mei 2022 heeft de vrouw van klager namens de eenmanszaak [X] aan de notaris advies gevraagd over de oprichting van een B.V.
2.5 Op 27 augustus 2022 is de notaris op bezoek geweest bij klager zijn vestiging in [plaatsnaam].
2.6 Eind 2023 heeft de notaris klager in contact gebracht met accountant [O].
2.7 Op 14 februari 2024 heeft de notaris akten gepasseerd, waarbij [H] (hierna ook: de holding) en [G] (hierna: de werkmaatschappij) zijn opgericht.
2.8 Op 7 maart 2024 heeft het kantoor van de notaris aan [H] een declaratie van € 3.058,81 gestuurd voor verrichte werkzaamheden in verband met de oprichting van de holding en de werkmaatschappij. Volgens de bijgevoegde urenspecificatie is een bedrag van € 3.098,50 in rekening gebracht voor 14 gewerkte uren, waarvan een bedrag van € 1.512,50 voor vijf en half uren aan directe werkzaamheden door de notaris op 1 oktober 2022. Verder is 25% relatiekorting toegepast en zijn kosten en omzetbelasting in rekening gebracht.
2.9 In een emailbericht van 13 maart 2024 heeft klager de hoogte van de declaratie betwist. Daarna heeft (het kantoor van) de notaris de declaratie verlaagd naar een bedrag van € 2.385,44.
2.10 Op 26 augustus 2024 heeft klager de notaris een factuur gestuurd voor aanpassingen van diverse kledingstukken in de periode december 2023 tot en met juli 2024 van € 2.323,88.
2.11 Eind augustus 2024 heeft klager beide facturen verrekend en is aan het kantoor van de notaris een bedrag van € 61,56 overgemaakt.
2.12 Bij e-mail van 2 september 2024 heeft de notaris bezwaar gemaakt tegen de verrekening door klager, onder meer omdat het juridische onzin is om beide facturen als zakelijk te beschouwen, en heeft de notaris de factuur van klager betwist, onder meer omdat klagers nieuwe tarieven hem niet van te voren bekend waren en het wel heel toevallig is dat het totaalbedrag van beide facturen vrijwel gelijk is. De notaris heeft de e-mail in cc aan accountant [O] gestuurd.
2.13 Op 11 september 2024 heeft de notaris de incasso van de declaratie van zijn kantoor uit handen gegeven aan advocaat mr. M.W. Huijzer, die een procedure aanhangig heeft gemaakt.
2.14 Op 15 november 2024 is namens klager aan mr. Huijzer aangeboden dat klager een korting van € 500,- exclusief btw zou verlenen op zijn factuur, dat de notaris die factuur privé zou voldoen en dat [H] de factuur van het kantoor van de notaris zou voldoen, minus het reeds betaalde bedrag van € 61,56. Daarop heeft mr. Huijzer laten weten dat de notaris 50% van de factuur van klager wenste te voldoen.
2.15 Nadat [H] had verzuimd tijdig voor antwoord te concluderen heeft de rechtbank Amsterdam op 28 januari 2025 vonnis gewezen, waarbij de holding is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.415,39 aan het notariskantoor, met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
2.16 Op 30 januari 2025 heeft mr. Huijzer aan de heer '[X]’ verzocht om aan het vonnis te voldoen.
2.17 Op 11 februari 2025 heeft de deurwaarder het vonnis aan de holding betekend.
2.18 Op 14 februari 2025 heeft de deurwaarder namens het kantoor van de notaris executoriaal beslag gelegd op alle tegoeden van de holding. Omdat op het moment van beslaglegging ING Bank geen tegoeden heeft aangetroffen heeft de bank het beslag als vervallen beschouwd.
3. De klacht
3.1 Klager is het niet eens met de hoogte van de factuur van het kantoor van de notaris, omdat de notaris vooraf mondeling had aangegeven dat oprichting van een B.V. € 800,- zou kosten en van een holding iets minder. Hij heeft geen opdrachtbevestiging ontvangen en vraagt zich af of die achteraf is opgemaakt. Verder zijn de onder 2.8 genoemde vijf en half uren aan werkzaamheden op 1 oktober 2022 verzonnen. Het onder 2.5 genoemde bezoek van de notaris op 27 augustus 2022 in [plaatsnaam] was op initiatief van de notaris en hij wilde kleding laten aanpassen.
3.2 Klager heeft de notaris meerdere malen verzocht mee te delen naar welk adres zijn factuur kon worden verzonden. Toen een reactie uitbleef heeft klager zijn factuur aan de notaris in privé verrekend met de declaratie van het notariskantoor aan de holding van klager. De notaris trekt alles uit de kast om de factuur van zijn kantoor voldaan te krijgen, maar vergeet de factuur van de klager daarbij te betrekken. De notaris werkt bovendien niet mee aan een minnelijke regeling.
3.3 De notaris heeft zonder enig overleg de accountant van klager betrokken in het geschil over de verrekening van de facturen door de accountant in cc te zetten. Het gevolg is dat klager in een kwaad daglicht is gezet en zijn privacy is geschonden. Bovendien heeft klager schade geleden, omdat de accountant geen werkzaamheden meer wilde uitvoeren.
3.4 Uit google reviews blijkt dat meerdere cliënten het niet eens zijn met de handelwijze van de notaris.
3.5 Klager verwijt de notaris het volgende:
- de notaris heeft zich niet gehouden aan de mondelinge prijsafspraak (€ 800,- voor de werkzaamheden voor de oprichting van de vennootschappen);
- de notaris heeft de opdracht en kosten niet schriftelijk vastgelegd;
- de specificatie van de factuur van de notaris is onjuist;
- de notaris heeft zijn factuur geantedateerd;
- ondanks herhaalde verzoeken van klager heeft de notaris nagelaten te reageren op de vraag naar welk adres de factuur diende te worden verzonden;
- de notaris komt de afspraak niet na over de betaling van de factuur van klager;
- de notaris weigerde iedere minnelijke oplossing om de facturen te verrekenen;
- na verrekening heeft de notaris klager alsnog gedagvaard;
- ook nadat klager aan de deurwaarder had uitgelegd dat er sprake was van verrekening, gaf de notaris alsnog opdracht om beslag te leggen op de bankrekeningen van klager;
- de notaris deelde informatie over het geschil met de accountant van klager.
3.6 Door de handelwijze van de notaris is niet alleen de vriendschappelijke band geschaad. Klager heeft alle vertrouwen in de notaris verloren. De notaris toont geen enkele zelfreflectie, aldus klager.
4. Het verweer
4.1 De notaris bepleit dat de klacht niet-ontvankelijk dan wel ongegrond wordt verklaard. Volgens de notaris heeft de klacht in de kern betrekking op een declaratiegeschil, waarvoor de tuchtrechtelijke procedure niet is bedoeld. Daarnaast stelt de notaris dat de werkzaamheden waarop de klacht ziet meer dan drie jaar vóór de indiening van de klacht aan klager bekend waren. Verder wijst de notaris erop dat de rechtbank Amsterdam bij vonnis zijn vordering op klager heeft toegewezen.
4.2 De notaris heeft ook inhoudelijk verweer gevoerd. Hij heeft klager op 1 juni 2022 een opdrachtbevestiging gestuurd. Zijn declaratie met urenspecificatie is volledig transparant. Hij heeft bovendien twee maal korting verleend van in totaal 45%.
4.3 De notaris heeft bestreden dat hij uren heeft verzonnen. De declaratie met urenspecificatie is volledig transparant. De notaris heeft onder andere op 27 augustus 2022 aan de [adres] met klager gesproken over een nieuwe juridische structuur, resulterend in de oprichting van de holding en de werkmaatschappij. De auto van de notaris stond op 27 augustus 2022 van 14:16 uur tot 20:35 uur geparkeerd aan de [adres].
4.4 Beide facturen kunnen niet worden verrekend, zo heeft de notaris aangevoerd. Het vonnis van de rechtbank Amsterdam is bindend en klager mag tot betaling worden gedwongen.
4.5 Klagers privacy is niet geschonden. De accountant bedient klager óók als cliënt en is ook gebonden aan een beroepsgeheim. De notaris zag geen aanleiding om de accountant niet te betrekken in de discussie met klager. In de algemene voorwaarden van de notaris staat bovendien dat de notaris gerechtigd is te overleggen met derden.
4.6 Klager vergeet welke rol hij zelf speelt. De notaris heeft zich steeds redelijk en inschikkelijk opgesteld.
5. De beoordeling van de ontvankelijkheid
5.1 De kamer verwerpt het verweer van de notaris dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hoewel tussen partijen tevens een geschil bestaat over de hoogte en verschuldigdheid van de declaratie van het notariskantoor, ziet de klacht niet uitsluitend op die declaratie als zodanig. Klager verwijt de notaris immers het handelen en nalaten dat aan de declaratie ten grondslag ligt, waaronder de wijze waarop de opdracht is uitgevoerd, de informatieverstrekking en de zorgvuldigheid die van een notaris mag worden verwacht. Dergelijke verwijten raken het notariële handelen en vallen binnen het bereik van het tuchtrecht.
5.2 Ook het beroep op de vervaltermijn slaagt niet. Voor de aanvang van de in artikel 99 lid 21 Wet op het notarisambt bedoelde termijn is bepalend het moment waarop klager kennis heeft genomen, of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen, van het tuchtrechtelijk verwijtbare handelen of nalaten van de notaris. Oók als de opdrachtbevestiging van 1 juni 2022 klager heeft bereikt – hij heeft dat bestreden – dan betekent dat niet dat de klachttermijn voor de volgens die bevestiging te verrichten werkzaamheden daarmee is aangevangen. Dat sommige werkzaamheden meer dan drie jaar vóór het indienen van de klacht zijn verricht betekent evenmin zonder meer dat de vervaltermijn is verstreken. Indien het verwijt eerst op een later moment kenbaar is geworden of de gevolgen daarvan eerst nadien aan het licht zijn gekomen, vangt de termijn eerst op dat latere moment aan. De kamer ziet in de aangevoerde omstandigheden onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de klacht niet-ontvankelijk is.
5.3 Het vonnis van de rechtbank Amsterdam betrof een civiele procedure over de betaling van de declaratie van de notaris. Het feit dat de civiele rechter de vordering van de notaris heeft toegewezen, staat er niet aan in de weg dat de kamer beoordeelt of de notaris heeft gehandeld in strijd met de op hem rustende tuchtrechtelijke normen.
5.4 De kamer acht klager daarom ontvankelijk in zijn klacht.
6. De beoordeling van de klacht
6.1 Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
6.2 De notaris heeft op geen enkele wijze duidelijk gemaakt welke werkzaamheden hij op zaterdag 1 oktober 2022 gedurende 5 en half uren voor klager heeft verricht. In zijn verweerschrift spreekt hij ook niet over werkzaamheden op die dag, maar wel over werkzaamheden op 27 augustus 2022 aan de [adres], namelijk een bespreking over een nieuwe juridische structuur. De notaris heeft een parkeerticket overgelegd waaruit volgt dat op 27 augustus 2022 van 14:16 uur tot 20:35 uur, dus ruim 6 uren, een voertuig geparkeerd stond aan de [adres]. Bij wijze van reactie op dat parkeerticket heeft klager een app-bericht van de notaris aan hem, klager, overgelegd, waaruit blijkt dat notaris op 27 augustus 2022 op eigen verzoek met zijn vrouw en dochter is komen kijken bij de zaak van klager in [plaatsnaam] en meteen een paar broeken meenam die vermaakt moesten worden.
6.3 De kamer gaat uit van het voor de notaris meest gunstige scenario dat werkzaamheden van de notaris voor klager op 27 augustus 2022 per abuis de datum 1 oktober 2022 hebben gekregen in de urenspecificatie. Dat is onzorgvuldig te noemen, te meer nu de notaris heeft nagelaten inhoudelijk te reageren op de klacht dat de uren van 1 oktober 2022 verzonnen waren en op zitting nog altijd geen antwoord had op vragen van de kamer hierover.
6.4 Bij het declareren van werkzaamheden op 27 augustus 2022 heeft de notaris met een vork geschreven. Hij heeft twee uur reistijd in rekening gebracht, terwijl hij op eigen initiatief – zo heeft klager aangetoond – met vrouw en kind naar klager was gereisd om de zaak te bekijken en broeken te laten vermaken, niet om een zakelijke bespreking te houden. Dat de rest van de gedeclareerde tijd – drie à drieënhalf uren – volledig is besteed aan advisering is onder deze omstandigheden ongeloofwaardig, mede gelet op de betrekkelijk geringe complexiteit van de oprichting van een holding en een werkmaatschappij. De notaris heeft daarmee bij het opmaken van de declaratie onbehoorlijk gehandeld. De relatiekorting van 25% die is toegepast op de aanvankelijke declaratie kan daar niet aan afdoen. Dat de notaris na het ontstaan van het geschil met klager nog een tweede korting heeft toegepast heft de klachtwaardigheid van zijn handelen evenmin op. Het laatste wekt wel de indruk dat de notaris zijn eigen declaratie zelf ook wat hoog vond.
6.5 Daarbij komt dat de notaris, uitgaande van zijn eigen standpunt, onvoldoende duidelijkheid vooraf heeft verschaft over de kosten. Klager beroept zich op een mondelinge prijsafspraak die wel duidelijk zou zijn geweest, maar niet is komen vast te staan omdat de notaris die afspraak in zijn correspondentie met klager heeft betwist. Dat (het kantoor van) de notaris een opdrachtbevestiging heeft gestuurd aan klager en/of de bevestiging heeft geantedateerd is evenmin komen vast te staan. Maar zelfs als de notaris de door hem in het geding gebrachte opdrachtbevestiging op 1 juni 2022 aan klager zou hebben verstuurd, dan nog volstaat dat niet. Volgens die bevestiging zullen werkzaamheden worden verricht ‘tegen betaling van een uurtarief per uur’. Een uurtarief wordt daarin niet genoemd, net zo min als het te verwachten aantal uren of de voorziene kosten. De opdrachtbevestiging licht klager dus niet in over de financiële consequenties van de inschakeling van de notaris, terwijl de beroeps- en gedragsregels van de notaris dat wel voorschrijven (artikel 10 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie). Dat is klachtwaardig.
6.6 Bij het incasseren van de declaratie van zijn kantoor heeft de notaris op zichzelf niet klachtwaardig gehandeld. Het is juist dat die declaratie en de factuur van klager aan de notaris niet kunnen worden verrekend. De notaris is niet gehouden tot het treffen van een minnelijke regeling en mocht tot dagvaarding over gaan. Het is niet aan de notaris te wijten dat (de gemachtigde van) klager niet tijdig heeft geantwoord in de incassoprocedure in [plaatsnaam] en beslaglegging ter incasso door de notaris is evenmin klachtwaardig. Wel heeft de notaris zijn zakelijke en privé activiteiten teveel door elkaar laten lopen, niet alleen bij (de onterechte declaratie van) zijn gehele bezoek en reistijd aan klager op 27 augustus 2022, maar ook door niet te reageren op klagers vraag naar welk privéadres hij zijn factuur kon sturen. De notaris heeft (de hoogte van) de factuur van klager, de ergernis van klager dat de notaris die factuur niet betaalde en het beroep op verrekening daarmee in de hand gewerkt.
6.7 Er bestaat geen rechtvaardiging voor het delen van informatie over het verrekeningsgeschil met de accountant van klager. De mededeling van de notaris dat hij ‘geen aanleiding zag om de accountant van cliënt niet te mogen betrekken in deze discussie’ wekt verwondering. De notaris had zich moeten afvragen of die aanleiding er wél was. Ter zitting heeft de notaris gesteld dat klager hem hiervoor toestemming had gegeven, maar daarvan is niet gebleken. De onder 2.12 genoemde e-mail van 2 september 2024 aan klager met accountant [O] in de cc sluit af met de zin: ‘Jouw door mij aanbevolen accountant heb ik in dit bericht gekopieerd, zodat hij op de hoogte is over de discussie met betrekking tot jouw boekhouding, en hij jou zal kunnen bevestigen dat verrekening van jouw factuur en mijn declaratie niet is toegestaan.’ Dat duidt bepaald niet op enige toestemming vooraf van klager. Door aldus te handelen heeft de notaris zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Zijn algemene voorwaarden dat de notaris gerechtigd is te overleggen met derden maken dat niet anders. Het beroepsgeheim kan niet worden doorbroken met een beroep op algemene voorwaarden.
7. Maatregel
7.1 De kamer rekent het de notaris in het bijzonder aan dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De geheimhoudingsplicht behoort tot de kernwaarden van het notarisambt en vormt een essentiële waarborg voor het vertrouwen dat cliënten in het notariaat moeten kunnen stellen. De notaris heeft de vertrouwelijke informatie niet slechts gedeeld met een derde zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestond, maar heeft deze informatie bovendien gebruikt in het kader van het tussen partijen gerezen geschil. Daarmee heeft hij de schending van zijn geheimhoudingsplicht ingezet als drukmiddel om zijn eigen financiële belang te dienen. De kamer rekent dit de notaris zwaar aan.
7.2 Daarnaast heeft de notaris verzuimd klager in te lichten over de financiële consequenties van zijn inschakeling en heeft hij onzorgvuldig en onbehoorlijk gehandeld en zich onvoldoende professioneel opgesteld bij het opstellen van zijn declaratie. Hij heeft uren in rekening gebracht die hij niet heeft gemaakt. Hij heeft onvoldoende onderscheid gemaakt tussen privé en zakelijke belangen, waardoor hij zich in onderhavige positie heeft gemanoeuvreerd. Van een notaris mag juist worden verwacht dat hij dergelijke situaties voorkomt. Evenmin heeft de notaris blijk gegeven van inzicht in de laakbaarheid van zijn handelen. Aan de notaris zijn al meerdere maatregelen opgelegd. Met de op te leggen maatregel wil de kamer bewerkstelligen dat de notaris zijn gedrag in overeenstemming brengt met de eer en waardigheid van het notarisambt.
7.3 Alles afwegende is de kamer van oordeel dat de oplegging van de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van één week geboden is.
8. Kostenveroordeling
8.1 Omdat de kamer de klacht gegrond verklaart, dient de notaris op grond van artikel 99, vijfde lid, van de Wna het door klager betaalde griffierecht van € 50,- aan hem te vergoeden.
8.2 De kamer ziet aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b, eerste lid, onder a, van de Wna en de Richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, te veroordelen in de kosten die klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting, forfaitair vastgesteld op een bedrag van € 50,-.
8.3 De notaris dient het griffierecht en de kosten genoemd in alinea 8.2 binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager te vergoeden. Klager dient daarvoor tijdig zijn rekeningnummer schriftelijk door te geven aan de notaris.
8.4 Verder ziet de kamer aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b, eerste lid, onder b, van de Wna en de Richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 2.000,-. De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing moeten worden betaald aan de kamer. De notaris ontvangt hiervoor een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) te Utrecht.
BESLISSING
De kamer voor het notariaat:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van 1 week op;
- veroordeelt de notaris tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klager;
- veroordeelt de notaris tot betaling van de kosten van klager van € 50,- aan klager;
- veroordeelt de notaris tot betaling van de kosten in verband met de behandeling van de zaak, vastgesteld op € 2.000,-.
Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, S.H. Poiesz en M.R.H. Krans, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.