ECLI:NL:TGZRAMS:2026:245 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9840
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:245 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-10-2026 |
| Datum publicatie: | 16-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2026/9840 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager heeft bij de tandarts een tandheelkundige behandeling ondergaan. Klager heeft een tandheelkundige behandeling ondergaan. In de eerste fase van die behandeling is de behandelde kies gebroken, hetgeen hij de tandarts verwijt. Hij verwijt de tandarts ook dat hij hem niet op die mogelijkheid heeft gewezen en dat de tandarts geen eigen klachtenfunctionaris heeft. Het college oordeelt dat het afbreken van de kies niet betekent dat de behandeling niet goed is uitgevoerd en dat de tandarts klager hier niet vooraf op had hoeven wijzen, omdat klager wist dat het om een zwakke kies ging. Daarnaast was het door de tandarts duidelijk gemaakt op zijn website op welke wijze patiënten konden klagen. |
A2026/9840
Beslissing van 16 oktober 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 16 oktober 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
tandarts,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. K. Zeylmaker, werkzaam te Leusden.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager heeft een tandheelkundige behandeling ondergaan. In de eerste fase van
die behandeling is de behandelde kies gebroken, hetgeen hij de tandarts verwijt. Hij
verwijt de tandarts ook dat hij hem niet op die mogelijkheid heeft gewezen en dat
de tandarts geen eigen klachtenfunctionaris heeft.
1.2 Het college komt tot het oordeel de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 26 maart 2026;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 28 juli 2026.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. De feiten
3.1 Klager is patiënt in de praktijk van de tandarts. Op 29 januari 2024 heeft de
tandarts
een drievlaksvulling in element 37 (hierna: de kies) aangebracht. Op 28 juli 2025
is de kies
gevuld met een tweevlaksvulling.
3.2 Bij brief van 16 januari 2026 heeft de mondhygiënist bij wie klager werd behandeld,
aan de tandarts laten weten zich zorgen te maken over de kies. Bij e-mail van diezelfde
dag
heeft klager aan de tandarts bericht dat hij van de mondhygiënist had begrepen dat
de kies
verwijderd zou moeten worden en dat hij dat absoluut niet wilde.
3.3 Op 2 februari 2026 heeft de tandarts naar aanleiding van het voorgaande, met klager
gesproken over deze kies. Omdat klager de kies wilde behouden, heeft de tandarts
een
wortelkanaalbehandeling voorgesteld waarna hij zou proberen de kies weer op te bouwen.
Klager heeft met het behandelplan ingestemd.
3.4 Op 16 februari 2026 is de tandarts gestart met de wortelkanaalbehandeling, waarna
hij de kies met een tijdelijke noodvulling heeft afgedekt.
3.5 Op 20 februari 2026 heeft klager telefonisch laten weten dat de behandelde kies
was
afgebroken. Klager is op 23 februari 2026 bij de tandarts geweest die herstelwerkzaamheden
aan de kies heeft verricht. De tandarts heeft klager bij die gelegenheid ook een
doorverwijzing naar de kaakchirurg meegegeven voor het geval de ontsteking bij de
kies
weer zou terugkeren.
3.6 Op 2 en 25 maart 2026 is de wortelkanaalbehandeling van de betreffende kies
afgerond. Op 6 mei 2026 is de kies geheel opgebouwd met vormherstel van de anatomische
kroon.
3.7 Op de website van de tandarts is vermeld dat een ontevreden patiënt een
schriftelijke klacht bij de tandarts kan indienen, waarna een gesprek met de tandarts
kan
volgen. Tevens wordt gewezen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de
KNMT
waarna een onafhankelijke klachtenfunctionaris kosteloos tussen de patiënt en de
tandarts
zal bemiddelen. Ten slotte is aangegeven dat als bemiddeling van de klachtenfunctionaris
niet lukt, de patiënt een beroep kan doen op de Geschilleninstantie Mondzorg die
een
bindend advies geeft en een schadevergoeding kan toekennen.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat:
a) de door hem behandelde kies na enkele dagen brak en dat hij er niet op is gewezen
dat
dit kon gebeuren;
b) hij in de praktijk geen klachtenfunctionaris heeft.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren, dan
wel om
geen maatregel op te leggen. Volgens de tandarts is het breken van de kies hem niet
te
verwijten. Hij heeft herstelwerkzaamheden verricht en de kies functioneert nu naar
behoren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts.
Bij de
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen
en
andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen
is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
5.2 Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdeel a) het breken van de kies
5.3 De gebroken kies was voor de behandeling in kwestie al tweemaal gevuld. Daardoor
was sprake van een zwakke kies en lag, zoals de mondhygiënist kennelijk ook aan
klager
had laten weten, verwijdering voor de hand. Juist omdat klager de kies absoluut
wilde
behouden, is gekozen voor een wortelkanaalbehandeling en het daarna weer opbouwen
van
de kies. Dat de kies, die na de eerste wortelkanaalbehandeling was afgedekt met
een
noodvulling, afbrak, kan gebeuren. Dat zegt verder niets over de kwaliteit van de
behandeling, terwijl ook de mededeling dat de kies na de behandeling normaal kon
worden
belast, correct is. De tandarts heeft kort na het afbreken van de kies herstelwerkzaamheden
verricht en de behandeling (in aangepaste vorm) afgemaakt. De kies heeft weer de
oorspronkelijke grootte en uit hetgeen bij het mondeling vooronderzoek is besproken,
volgt
dat de kies normaal functioneert en klager geen (pijn)klachten meer heeft. De tandarts
heeft
in de gegeven omstandigheden de zorg verleend die van hem mocht worden verwacht.
5.4 Klager verwijt de tandarts ook dat hij hem voorafgaand aan de behandeling niet
expliciet heeft gewezen op de mogelijkheid dat de kies zou afbreken. Uit het patiëntendossier
volgt ook niet dat die mogelijkheid is besproken en de tandarts stelt weliswaar
dat de
behandeling met klager is doorgesproken maar dat het breken van de kies daarbij
niet aan
de orde is geweest. Het college is van oordeel dat het niet bespreken van de mogelijkheid
dat de kies zou breken, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Voor klager moet duidelijk
zijn
geweest dat het ging om een zwakke kies waarvoor verwijdering geïndiceerd was en
dat de
gekozen behandeling geen garantie tot succes zou geven. Daarbij heeft de tandarts
de
opgetreden complicatie weer kunnen verhelpen.
Klachtonderdeel b) het niet hebben van een eigen klachtenfunctionaris
5.5 Volgens klager heeft hij op 23 februari 2026 al kenbaar gemaakt dat hij een
klacht
wilde indienen waarna de tandarts hem heeft gezegd dat hij die bij een instantie
kon
indienen. Volgens de tandarts is het indienen van een klacht inderdaad op die dag
aan de
orde geweest, maar verkeerde hij na uitleg en behandeling in de veronderstelling
dat hij het
probleem naar tevredenheid had opgelost en klager zijn klacht niet wilde doorzetten.
Omdat
uit hetgeen klager verder heeft aangevoerd volgt dat hij na 23 februari 2026 niet
meer aan
de tandarts heeft laten weten nog steeds ontevreden te zijn, kan de tandarts ter
zake geen
verwijt worden gemaakt.
5.6 Uit de website van de tandarts blijkt dat ontevreden patiënten meerdere
mogelijkheden hebben om te klagen. Ook is daarop uitgelegd hoe patiënten een klacht
kunnen indienen. Een tandarts hoeft geen eigen klachtfunctionaris in de praktijk
te hebben.
Dat een patiënt kosteloos een onafhankelijke klachtenfunctionaris van de KNMT kan
inschakelen, is voldoende. Daarnaar wordt op de website ook verwezen.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht
kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 16 oktober 2026 door J.J. Dijk, voorzitter, E.M. Deen,
lidjurist,
H.W. Luk, R.J. Overmars en J. te Poel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door L.M.
Tan, secretaris.