ECLI:NL:TGZRZWO:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9537
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:154 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 12-10-2026 |
| Datum publicatie: | 16-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2026/9537 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht van patiënt tegen praktijkhouder/psychiater kennelijk ongegrond. De regiebehandelaar tegen wie klager eerder heeft geklaagd heeft de behandelingsovereenkomst beëindigd, niet de praktijkhouder/psychiater. Niet aannemelijk dat de praktijkhouder een sturende rol heeft gespeelt bij de keuze om de behandeling van klager wel of niet voort te zetten. De psychiater is ook niet verantwoordelijk voor het handelen van een klachtenfunctionaris. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 9 oktober 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
psychiater,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: D.
1. De zaak in het kort
1.1 De psychiater was praktijkhouder binnen de organisatie waar klager in behandeling
was. Nadat klagers eigen behandelaar stopte met haar werkzaamheden binnen de praktijk
had klager nog behandelcontacten met de regiebehandelaar. Klager bleef contact zoeken
met zijn voormalig behandelaar ook nadat zij kenbaar had gemaakt dat ze dat niet wilde.
Ook de regiebehandelaar, GZ-psycholoog, had klager daarop gewezen. De regiebehandelaar
ging over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug
naar de huisarts. De psychiater schreef de afsluitbrief. Klager verwijt de psychiater
als praktijkhouder dat hij doorslaggevend betrokken is geweest bij de besluitvorming
tot onmiddellijke beëindiging van de behandeling. Daarbij is volgens klager onvoldoende
oog geweest voor de psychische gesteld van klager en zijn roep om hulp.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 januari 2026;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 25 februari 2026;
- het verweerschrift, ontvangen op 24 maart 2026;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 5 juni 2026;
- de brief van klager van 30 juni 2026;
- de brief van klager, ontvangen op 16 juli 2026.
2.2 Klager heeft naar aanleiding van de brief van de secretaris betreffende de
samenstelling van het college op 29 juli 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen
twee leden van het college. De desbetreffende voorzitter en het lid-beroepsgenoot
hebben berust in de wraking. Op grond van artikel 7, lid 6 van het wrakingsprotocol
zijn andere collegeleden aangewezen om in de kamer die de zaak behandelt de plaats
in te nemen.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
2.4 Klager heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen zijn regiebehandelaar
over de opzegging van de behandelingsovereenkomst. In die zaak is in beroep uitspraak
gedaan door het Centraal Tuchtcollege op 1 december 2025. Dit betreft zaaknummer C2025/2762.
Hierna is nog een herstelbeslissing gevolgd op de beslissing. Deze is gepubliceerd
op www.tuchtrecht.overheid.nl onder nummer: ECLI:NL:TZCTG:2026:3.
3. De feiten
3.1 Voor de verdere voorgeschiedenis van de onderhavige tuchtklacht wordt ook verwezen
naar de uitspraak van 1 december 2025 van het Centraal Tuchtcollege in zaaknummer
C2025/2762.
3.2 Op 28 september 2023 heeft klager gesproken met de regiebehandelaar. Daarvan
is navolgende aantekening door de regiebehandelaar gemaakt (alle citaten zijn overgenomen
inclusief taal- en typefouten en alleen voor zover relevant voor de klachten):
“Heb hem gisteren gesproken. Op zich goed gesprek gehad. (…).. Ik zie hem over 2-3
weken en dan bespreek ik met hem of hij hier dor kan gaan/ en of het onderstaande
verhaal voldoende is voor iemand om de behandeling te willen overnemen. Als we doorgaan
met hem, dan is het denk ik goed dat we starten met een driegesprek met mij erbij
en dat we dit meteen op tafel leggen en harde afspraken over maken. Doel is dat dit
niet meer voorkomt en dat hij zich hieraan committeert. Geldt ook voor een toekomstig
contact met [voornaam, RTG]. Ik denk wel dat hij iets heeft aan het leren reguleren
van boosheid middels EGT..
Maar nogmaals, er moet draagvlak voor zijn binnen het team. Heb ik ook tegen hem
gezegd. Wat we zouden kunnen doen, is dat [andere voornaam, RTG], de beoogde opvolger
aansluit bij het gesprek? En dat zij kan voelen wat voor man het is. Met als doel
om te bekijken of ze het ziet zitten? Uitgangspunt is dat het voor haar goed moet
voelen en dat ze volledige vrijheid heeft om nee te zeggen. Als het niet kan, dan
de boodschap dat hij naar een andere praktijk gaat?”
De regiebehandelaar heeft in het individueel verslag een aantal afspraken met klager
opgenomen:
“1) stopt met het benaderen van E als we nog een bericht krijgen dat hij haar heeft
benadert dan heeft dit consequenties
2) gevraagd naar of hij behoefte heeft om de boosheid door te werken met mij. dat
hoeft niet
3) Ik ga in overleg met [initialen psychiater, RTG] en [andere initialen, RTG] of
er op basis hiervan draagvlak gecreerd kan worden voor wel overname. Als hier nog
iets meer voor nodig is, of er is geen draagvlak dan hoort hij dit in het volgende
gesprek dat ik heb laten plannen via secr
Hij zegt zelf dat hij dit kan uitleggen aan de volgende. Hij hoopt dat er nog plek
is voor hem hier”
3.3 Klager belde 2 oktober 2023 met de praktijk omdat een gesprek met de beoogd
opvolger niet door zou gaan. Klager vroeg wie de teamleider was en wilde graag gebeld
worden en weten waar hij aan toe was. Op diezelfde dag stuurde klager een e-mail naar
de psychiater met soortgelijke inhoud.
3.4 Op 2 oktober 2023 nam klager opnieuw per e-mail contact op met de voormalig
behandelaar en verzocht haar onder andere om weer contact met hem op te nemen.
3.5 Op 3 oktober 2023 vond in de praktijk een overleg plaats met de psychologen.
Navolgende aantekening werd gemaakt in de notulen:
“We bespreken een gebeurtenis, waarin oud-collega [voornaam voormalig behandelaar,
RTG] te maken heeft gekregen met grensoverschrijdend gedrag van een patient. Er is
een afspraak voor deze patiënt ingepland bij nieuwe collega [voornaam beoogd opvolger,
RTG}, wel met een ON HOLD-opmerking.
De vraag is:
- wat is de procedure in zulke gevallen?
- Hoe wordt de veiligheid van psychologen gewaarborgd?
Uit dossier blijkt dat pt een gesprek met regiebehandelaar heeft gehad. En het lijkt
dat het gedrag van patiënt niet leidt tot het stoppen van behandeling.
Hoe kan het dat [voornaam beoogd opvolger, RTG] niet geïnformeerd is over de situatie
en er zonder voorbespreking, deze afspraak in haar agenda is gezet.
[voornaam, RTG] en [voornaam beoogd opvolger, RTG] maken hier een MIC-melding van.
En zo kijken we ook welke procedure er is
Als je als psycholoog met een goede reden aangeeft een patiënt niet te willen behandelen
dan zal dat in een gesprek met de regiebehandelaar, gerespecteerd worden.”
3.6 De psychiater berichtte klager per e-mail dat hij op 3 oktober 2023 hierover
met klager kon bellen. In het dossier werd genoteerd onder individueel:
“hoe verder, belangrijk dat een ieder zich veilig weet, met [voornaam regiebehandelaar,
RTG] overleggen.”
3.7 Op 5 oktober 2023 vond een gesprek plaats tussen de regiebehandelaar en klager.
De regiebehandelaar noteerde voorafgaande aan het gesprek:
“Even dossierstudie gedaan en [voornaam psychiater, RTG] gesproken. Ik zie hem dus
zo.. Hij heeft dus opnieuw contact opgenomen met [voornaam voormalig behandelaar,
RTG] 3 dgn geleden. Dit tegen de afspraken in. In mijn laatste gesprek heb ik duidelijk
gezegd dat er geen contact meer moet zijn met [voornaam voormalig behandelaar, RTG].
Als we het wel zouden horen dat zou dit gevolgen hebben voor zijn behandeling. Verder
lijkt er dus geen draagvlak te zijn bij het psychologen team om hem over te nemen.
Ik zou hem idd zelf kunnen zien. Maar door opnieuw contact op te nemen met [voornaam
voormalig behandelaar, RTG], ondanks de afspraken die ik met hem gemaakt heb, ga ik
dit ook niet meer aan. Hij gaat hiermee uit de samenwerking in deze ingewikkelde situatie
waar veel van afhing. Denk dat het goed is dat hij voelt dat dit consequenties heeft
en dat we terugverwijzen naar de huisarts zodat hij zich tot een andere praktijk kan
richten.”
3.8 Op 5 oktober 2023 maakte ook de psychiater een aantekening in het dossier:
“Hoe verder?
- goed gesprek, afspraak gemaakt, geen verder contact meer met [voornaam voormalig
behandelaar, RTG], gisteren was de laatste keer, zo ja, dan gesprek en stop alhier,
uitwerken alhier. Mogelijk doorkruis ik daarmee een afspraak door [voornaam regiebehandelaar,
RTG] gemaakt, hij is in the lead.
- donderdag gesprek met [voornaam regiebehandelaar, RTG] in te plannen, plek bij
[voornaam beoogd opvolger, RTG], maar niet anders dan na overleg met haar.
info doorgegeven:
Goedemiddag,
Van [voornaam, RTG] had ik begrepen dat er plek was bij [voornaam regiebehandelaar,
RTG].
Graag invullen om verdere voortgang te bespreken, daarnaast plek bij [voornaam beoogd
opvolger, RTG] nog ff openhouden mits…
Gr
[voornaam psychiater, RTG]”
3.9 Op 5 oktober 2023 sprak de regiebehandelaar ook met klager:
“(..)aangegeven dat ik opnieuw heb gehoord dat hij contact had opgenomen met de
oud collega hij geeft wat hakkelend aan dan hij dit heeft gedaan. Aangegeven dat hij
hiermee een afspraak niet is nagekomen. Ik was bezig met draagvlak creëren.
Mogelijkheden waren om samen met de opvolger een driegesprek te voeren om te
kijken naar mogelijkheden en verder dat ik hem alleen zou zien met als doen hem
voor te bereiden voor de opvolger. Maar door deze afspraak niet nagekomen te zijn, is
er geen draagvlak meer voor. Ook bij mij niet. Hij geeft aan dat hij deze grens niet zo
duidelijk heeft gevoeld in het laatste gesprek. Is het er niet mee eens. Hij geeft dan
aan dat een andere mogelijkheid was om hem nog een kans te geven en hem daarna
dit te zeggen. Aangegeven dat hier veel vanaf hing en dat er nu geen draagvlak was.
Hiermee heeft hij laten zien dat hij uit de samenwerking ging. ‘Als hij zich nu
fatsoenlijker had gedragen, dan was er niets aan de hand geweest’. Hij externaliseert
en legt de schuld volledig bij haar neer. Aangeven dat er bij hem ook pijn werd geraakt
en dat van hier uit ook de grenzen van de ander niet heeft gerespecteerd. Daar heb ik
voldoende oog voor gehad in het vorige gesprek. Nu ging het om zich te beheersen
en dat heeft hij nu niet gedaan. En daarmee stopt het hier. Hij accepteert het, bedankt
me en het gesprek is afgelopen. Gesproken over de afsluitbrief. Hij wil niet dat er een
brief naar de huisarts gaat. Er moet een oppervlakkige brief naar de huisarts dat de
behandeling is gestart. Gevraagd of deze situatie, de reden van afsluiting, erbij mag.
Heeft namelijk met oude pijn te maken en moeite met grenzen aangeven. Dat wil hij
niet. Afspraak is korte brief naar de huisarts met daar alleen in dat de behandeling
wordt afgesloten. Met die brief kan hij naar de huisarts om een doorverwijzing te
vragen naar een andere praktijk.”
3.10 Op 5 oktober 2023 e-mailde klager naar de psychiater:
“Dinsdag heb ik u gesproken over de mails richting [voornaam voormalig behandelaar,
RTG] en voortzetting therapie. Ik heb afgesproken dat ik als voorwaarde voor voortzetting
van de therapie zou stoppen met mailen. De laatste mail was van maandag.
Hier heb ik mij aan gehouden, nu heb ik zojuist een gesprek met [voornaam regiebehandelaar,
RTG] gehad en hij heeft mij medegedeeld dat het stopt. Vanwege die mail op maandag.
Blijkbaar had [voornaam regiebehandelaar, RTG] een duidelijkere afspraak hierover
in zijn hoofd (en in dossier gezet) dan ik. Want een hele duidelijke afspraak hierover
heb ik nooit gemaakt. Ik heb slechts tegen hem gezegd dat ik geen reden meer zie om
haar te mailen, en dat ik daarom ook niet meer doe. Een duidelijke als/dan afspraak
zoals ik dinsdag met u heb afgesproken, dat heb ik met [voornaam regiebehandelaar,
RTG] niet gemaakt.
Dus ik ben het zeer oneens met deze beslissing. Sinds maandag heb ik [voornaam voormalig
behandelaar, RTG] ook niet meer gemaild. Als deze beslissing blijft staan dan ga ik
wel de officiele klachtenprocedure in want ik ben het echt oneens met de gang van
zaken en hoe ik hier behandeld ben.”
3.11 De psychiater e-mailde klager diezelfde dag terug:
“Mail goed gelezen en je teleurstelling tot me laten doordringen.
[voornaam regiebehandelaar, RTG] is je regiebehandelaar, ik ben de praktijkhouder
en kijk als zodanig mee.
Voor mij geldt als belangrijk dat jij je op je gemakt voelt binnen een behandelsetting,
dat hetzelfde geldt voor behandelaren.
Het gaat daarbij om wederzijds respect, erkennen van grenzen, accepteren van fouten,
mogelijkheden en onmogelijkheden van beide kanten de spanning en emotieregulatie in
het geding zijn, zeker t.a.v. persoonlijke veiligheid.
Het is daarbij aan de regiebehandelaar om dit proces te monitoren en te bewaken,
om daartoe waar nodig in overleg met mij, knopen door te hakken.
Waar dat gebeurt, zoals actueel bij jou, acht ik dat correct, waarbij er respect
is naar jou en naar [naam praktijk, RTG].
Wat mij betreft verdien je een nieuwe, schone start om ook in je eigen proces verder
te kunnen komen, wat ik je toewens.
Binnen [naam praktijk, RTG] kan ik je dit niet voldoende garanderen, om welke reden
ik er een voorkeur voor heb, er een stellige indicatie in zie om je terug te verwijzen
naar de huisarts, zodat die je opnieuw kan verwijzen.
daarmee dien ik ook jouw behandelbelang, wat voor mij in deze voorop staat.
Je vroeg om een kopie dossier.
Dit zal je worden toegezonden.”
3.11 Op 9 oktober 2023 heeft klager een klacht ingediend bij de praktijk tegen
zijn regiebehandelaar. Het verzoek van klager was deze door te sturen naar de klachtenfunctionaris.
3.12 Op 12 oktober 2023 is klager uitgenodigd voor een gesprek op 18 oktober
2023 met de psychiater. Van dit gesprek werd navolgende aantekening gemaakt:
“gesprek met pt. Over de gang van zaken in gesprekken met [voornaam voormalig behandelaar,
RTG] en [voornaam regiebehandelaar, RTG]; - betreur gang van zaken, stoppen bij een
behandelaar roept vaak veel op en een transitie kan dan wel eens fout verlopen. -begrip
voor standpunt pt. om hier dor te willen gaan, ook in het licht van wachttijd elders;
voorstel van mijn kant: brief naar de huisarts dat er na vertrek [voornaam voormalig
behandelaar, RTG] geen klik meer is met he behandelteam en [naam praktijk, RTG], dat
het goed is voor een nieuwe start bij een andere instelling, wat vooral ook recht
doet aan de hulpvraag van patient zelf; -brief to go, voor ok naar pt te sturen, indruk:
rustig, kan wel reflecteren, ervaart onrecht, wat (mogelijk) ook een extra lading
krijgt vanuit de onderliggende persoonlijkheid.”
3.13 Op 19 oktober 2023 is door de psychiater een brief aan de huisarts van klager
gestuurd, inhoudende:
“Geachte collega,
Hierbij bericht ik u over het afsluiten van de behandeling van bovengenoemde patiënt.
Dit bericht geldt ook als formele terugverwijzing. Met betrekking tot de behandelvoorgeschiedenis
verwijs ik naar eerdere berichtgeving. Middels het PPO werd eerder informatie toegezonden.
Dit onderzoek werd uitgevoerd om de evaluatiegestuurde behandeling gericht op het
leerproces om de persoonlijke coping uit te breiden, invulling te geven (B.E.S.T.).
In het afsluiten gesprek wordt nogmaals duidelijk dat patiënt zich wil inzetten voor
zijn behandeling, maar dat hij de klik daartoe met [naam praktijk, RTG] is kwijtgeraakt
na het vertrek van zijn behandelaar op cognitief gebied, die elders een baan had aangenomen.
Zo’n transitie / overstap naar een ander behandelaar is nimmer gemakkelijk, maar heeft
er toe geleid dat patiënt heeft ervaren de klik met [naam praktijk, RTG] actueel te
missen, waardoor een verdere behandeling binnen [naam praktijk, RTG] naar mijn inzicht
er ervaring niet meer goed mogelijk is, noch van de kant van patiënt, noch van de
kant van [naam praktijk, RTG]. Om die reden heb ik patiënt dan ook geadviseerd om
met u contact op te nemen om een verwijzing naar een andere instelling te bespreken
en te realiseren. Ik vind het jammer dat het zo gelopen is, maar mijn advies, zoals
eerder geformuleerd geeft patiënt meer kansen op een goede behandeling dan nu doorzetten
van behandeling binnen [naam praktijk, RTG]. Het leerproces stopt hier niet, maar
patiënt gaat dit nu aan bij een andere instelling, hij heeft zeker mogelijkheden voor
verdere groei in de persoonlijke coping, maar een behandelklimaat met klik is daartoe
wel een uitgangspunt/voorwaarde.
(…)
Behandeling op cognitief en ervaringsgericht domein. Niet langer aan de orde.
Fysieke pathologie: Fysieke problemen waren er in de afgelopen periode niet met
invloed op het psychiatrische beeld. Behandelplan: Niet meer aan de orde, de behandeling
met patiënt is als afgesloten te beschouwen. Feedback van patiënt ten aanzien van
de afgesloten behandeling: Geen verdere feedback. Beleid en advies met betrekking
tot nazorg: Patiënt wordt middels dit schrijven formeel naar u terug verwezen. Er
zijn geen verdere behandelafspraken meer gemaakt. Er geld geen verder advies met betrekking
tot de nazorg dan verwijzing voor de geindiceerde behandeling. Patiënt neemt daartoe
contact op. Het ga patiënt goed.”
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klager verwijt de psychiater:
- dat hij de waarschuwing van 3 oktober 2023 niet heeft gedeeld met de regiebehandelaar en daarna, na consultatie door de regiebehandelaar, heeft ingestemd met onmiddellijke beëindiging van de behandeling;
- dat hij niet adequaat heeft gehandeld na 1, 2 en 9 oktober 2023 op kenbare signalen van emotionele ontregeling en de onmiddellijke beëindiging niet heeft heroverwogen (klachtonderdelen 2 en 8 uit het initiële klaagschrift);
- dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden door zorgverleners niet in staat te stellen een eigen individuele afweging te maken over het aangaan van een behandelrelatie;
- dat hij op 18 oktober 2023 zelf verantwoordelijkheid heeft genomen voor afsluiting van de behandeling door deze te formaliseren, het niet in acht nemen van de zorgvuldigheidseisen van de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindigen van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’;
- dat hij in strijd met de KNMG-richtlijn nagelaten heeft zorg te dragen voor de continuïteit van noodzakelijke zorg, dit omvat meer dan uitsluitend spoedzorg en dat hij geen redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen en zich niet heeft ingespannen voor warme overdracht;
- dat hij in strijd met de WKKGZ de klacht van klager zonder inhoudelijke reactie ter zijde heeft geschoven en klager niet heeft gewezen op verdere klachtmogelijkheden;
- dat hij klager het zwaar aanrekent dat hij heftig reageerde op een afwijzing van de
voormalig behandelaar terwijl dit het behandelthema van klager was.
4.2 De psychiater heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
De psychiater wijst er daarbij op dat hij op beperkte momenten betrokken is geweest
in een consultatieve en organisatorische rol als praktijkhouder. De beslissing tot
beëindiging van de behandelingsovereenkomst is niet door hem, maar door de regiebehandelaar
genomen.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de psychiater heeft gehandeld zoals van hem in de gegeven omstandigheden verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
5.2 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader toelichten.
Klachtonderdeel a)
5.3 Klager verwijt de psychiater dat hij de waarschuwing die de psychiater klager
gaf op 3 oktober 2023 niet deelde met de regiebehandelaar. Daarnaast verwijt klager
de psychiater dat hij op 5 oktober 2023 heeft ingestemd met onmiddellijke beëindiging.
5.4 De psychiater voert aan dat hij in het gesprek van 3 oktober 2023 een grens
heeft geschetst aan klager. De psychiater wijst erop dat hij op 5 oktober 2025 is
geconsulteerd, maar de regiebehandelaar de beslissing heeft genomen.
5.5 Het college wijst er allereerst op dat in de onherroepelijke uitspraak van
het Centraal Tuchtcollege van 1 december 2025 is geoordeeld dat het handelen van klager
voldoende gewichtige reden opleverde voor de regiebehandelaar om de behandelingsovereenkomst
te beëindigen op 5 oktober 2023. Het Centraal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de
keuze van de regiebehandelaar om klager terug te verwijzen naar de huisarts niet op
bezwaren stuit. Wat betreft de waarschuwing die de psychiater aan klager heeft gegeven
op 3 oktober 2023 heeft de psychiater in het dossier genoteerd met de regiebehandelaar
te gaan overleggen. Op 5 oktober 2023 vond er een psychologenoverleg plaats, waar
de regiebehandelaar niet bij aanwezig was. De psychiater schrijft op 5 oktober 2023
ook in het dossier “mogelijk doorkruis ik daarmee een afspraak door [voornaam regiebehandelaar,
RTG] gemaakt, hij is in the lead.” De regiebehandelaar heeft klager op 5 oktober 2023
zelf gesproken en de behandelingsovereenkomst beëindigd. Het college is van oordeel
dat de psychiater als praktijkhouder, bij afwezigheid van de regiebehandelaar op 3
en 5 oktober 2023 (bij het psychologenoverleg), geen tuchtrechtelijke grens heeft
overschreden. De psychiater is immers op verzoek van klager in gesprek gegaan in verband
met het annuleren van een afspraak door de praktijk. Het is zijn rol als praktijkhouder
om in dergelijke situatie, bij afwezigheid van de regiebehandelaar, klager te spreken.
Dat hij daarbij niet het hele behandeldossier heeft geraadpleegd van tevoren en daarna
opschreef dat de regiebehandelaar ‘in the lead’ was, is niet ongebruikelijk. De psychiater
is op 5 oktober 2023 door de regiebehandelaar geconsulteerd waarna de behandelingsovereenkomst
is beëindigd. Dat de psychiater daarbij onzorgvuldig heeft gehandeld, is gesteld noch
gebleken. In rechte staat vast, gelet op de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege,
dat er voldoende gewichtige redenen waren voor onmiddellijke beëindiging. Dit klachtonderdeel
is ongegrond.
Klachtonderdeel b)
5.6 Klager verwijt de psychiater dat hij na het bericht van klager van 1 oktober
2023 richting de regiebehandelaar, het bericht van 2 oktober 2023 van klager naar
de voormalig behandelaar, en het indienen van een klacht bij de praktijk per e-mail
van 9 november 2023 niet in actie is gekomen. Dit waren signalen van afhankelijkheid
en signalen van emotionele ontregeling waardoor de onmiddellijke beëindiging door
de psychiater had moeten worden heroverwogen.
5.7 De psychiater stelt zich op het standpunt dat hij geen uitvoerend behandelaar was en op 9 oktober 2023 de behandelrelatie al was beëindigd. Het lag op de weg van de psychiater om een risico-inschatting te maken en te waarborgen dat klager de juiste zorgroute kon benutten.
5.8 Het college is van oordeel dat voor het verwijt dat de psychiater niet in actie is gekomen op 1 en 2 oktober 2023 gelet op zijn rol en verantwoordelijkheid geen feitelijke grond bestaat. De psychiater is op 3 oktober 2023 met klager in gesprek gegaan na een verzoek daartoe van klager. Dit was overigens ten tijde van de behandeling waarbij de psychiater niet de regiebehandelaar was. Dat verweerder eerdere of verdere actie had moeten ondernemen lag niet op zijn weg. Daarvoor had klager afspraken met de regiebehandelaar. Na indiening van de klacht op 9 oktober 2023 is klager op 12 oktober 2023 uitgenodigd voor een gesprek op 18 oktober 2023. Na het gesprek op 18 oktober 2023 is een afsluitbrief naar de huisarts gestuurd door de psychiater waarbij klager geen toestemming gaf om in de brief informatie op te nemen over de precieze reden van de beëindiging van de behandelrelatie. Uit de gemaakte aantekening blijkt dat de psychiater wel de risico’s getaxeerd heeft en de veiligheid van klager heeft beoordeeld met de passage: “indruk: rustig, kan wel reflecteren, ervaart onrecht, wat (mogelijk) ook een extra lading krijgt vanuit de onderliggende persoonlijkheid”. Dat er redenen (emotionele ontregeling) waren om de onmiddellijke beëindiging te heroverwegen blijkt hier niet uit, en daarmee kan de vraag of die heroverweging op de weg van de psychiater lag onbeantwoord blijven. Dat klager afhankelijk was van voortzetting van therapie, en wachttijden elders lang zijn, maakt dit niet anders. In rechte staat immers al vast dat de behandelrelatie onmiddellijk mocht worden beëindigd door de regiebehandelaar. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel c)
5.9 Klager verwijt de psychiater dat hij psychologen in de praktijk niet zelf
hun eigen individuele afweging laat maken over het al dan niet aangaan van een behandelrelatie.
De conclusie van de psychiater dat er geen voortzetting of overdracht mogelijk was
van klager voor verdere behandeling is niet terecht en niet inzichtelijk gemaakt.
5.10 De psychiater voert aan dat dit in hoofdzaak ziet op een organisatie- en teamdynamiek. De psychiater stelt dat hij geen professionals heeft belet hun eigen afweging te maken.
5.11 Het college ziet in de notulen van het psychologenoverleg van 3 oktober 2023
dat gesproken is over de procedure en het waarborgen van veiligheid. Dat de psychiater
daarin een sturende of concluderende rol heeft gespeeld bij de keuze om de behandeling
van klager wel of niet voort te zetten in de praktijk blijkt niet uit de notulen en
is door klager niet aannemelijk gemaakt. Nu meerdere zorgverleners bij dit overleg
betrokken waren is de conclusie, dat de psychiater de keuze over het niet kunnen voortzetten
van de behandelrelatie in de praktijk alleen heeft getrokken, niet te trekken. Het
college volgt het standpunt van verweerder dat uit het psychologenoverleg is gebleken
dat er geen andere behandelaren waren die de behandeling van klager wilden voortzetten.
Er is geen verplichting om die gezamenlijke beslissing meer inzichtelijk te maken
aan een patiënt, in dit geval klager. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel d)
5.12 Klager verwijt de psychiater dat hij de behandeling zelf heeft afgesloten,
althans daarvoor de verantwoordelijkheid heeft genomen, met de afsluitbrief van 18
oktober 2023 en dat de beëindiging in strijd was met de zorgvuldigheidseisen van de
KNMG.
5.13 De psychiater stelt zich op het standpunt dat met de afsluitbrief van 18 oktober 2023 juist geprobeerd is de afsluiting zorgvuldig te laten verlopen.
5.14 Zoals eerder overwogen staat met de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege van 1 december 2025 in rechte vast dat de regiebehandelaar de behandeling heeft beëindigd en dit zorgvuldig heeft gedaan. Daar is de psychiater geen zelfstandig tuchtrechtelijk verwijt van te maken. Wat betreft de afsluitbrief is het college van oordeel dat deze overeenkomstig het advies van de psychiater is. Dit heeft hij op 18 oktober 2023 met klager besproken. Niet valt in te zien dat hij daarin tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel e)
5.15 Klager verwijt de psychiater dat in strijd met de KNMG-richtlijn ‘Niet aangaan
en beëindigen van de behandelingsovereenkomst’ is gehandeld en er onder meer geen
redelijke opzegtermijn in acht is genomen en geen noodzakelijke zorg is geboden.
5.16 De psychiater voert aan dat hij niet degene is die de behandeling heeft beëindigd.
5.17 Het college wijst ook hier weer op hetgeen het Centraal Tuchtcollege heeft geoordeeld. De regiebehandelaar mocht vanwege voldoende gewichtige redenen de behandelingsovereenkomst onmiddellijk beëindigen. Daar speelde de psychiater geen rol in en het lag dus ook niet op zijn weg om een redelijke opzegtermijn in acht te nemen. Wat betreft de afsluitbrief is het college van oordeel dat het klager duidelijk moet zijn geweest dat hij zich tot zijn huisarts kon wenden. Dit klachtonderdeel is ook ongegrond.
Klachtonderdeel f)
5.18 Klager verwijt de psychiater dat er geen inhoudelijke reactie is gekomen
op zijn klacht van 9 oktober 2023.
5.19 De psychiater betwist dat er sprake was van het terzijde schuiven van de klacht. Verweerder is geen klachtenfunctionaris maar heeft gelet op de onvrede over de afhandeling bij klager gekozen het gesprek aan te gaan op 18 oktober 2023.
5.20 Het college is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
gehandeld heeft in deze. Dat niet door een klachtenfunctionaris inhoudelijk is gereageerd
op de klacht kan de psychiater niet verweten worden. Hij is alleen verantwoordelijk
voor zijn eigen handelen in deze en is het gesprek met klager aangegaan. Dit klachtonderdeel
is ongegrond.
Klachtonderdeel g)
5.21 Klager verwijt het de psychiater dat het klager wordt kwalijk genomen dat
hij heftig reageerde in situatie rond zijn voormalige behandelaar.
5.22 De psychiater stelt zich op het standpunt dat, ook als bepaalde patronen of reacties passen binnen een psychisch toestandsbeeld, grenzen moeten kunnen worden bewaakt en een behandelrelatie werkbaar en veilig moet blijven. Het stellen van professionele grenzen is onderdeel van verantwoord handelen.
5.23 Het college is van oordeel dat de psychiater hierin niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege heeft, zoals al herhaaldelijk overwogen, geoordeeld dat er voldoende gewichtige redenen waren in het handelen van klager richting zijn voormalig behandelaar dat de behandelrelatie onmiddellijk beëindigd kon worden en dat de regiebehandelaar dat op een zorgvuldige manier heeft gedaan. De psychiater was alleen betrokken bij een zorgvuldige afronding van de behandelrelatie. Daarin is hij niet tekortgeschoten. Ook dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.24 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 9 oktober 2026 door A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, T.S. van der Veer en F. Harmanny-Wiersma, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.