ECLI:NL:TNORDHA:2026:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-66

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:18
Datum uitspraak: 17-09-2026
Datum publicatie: 13-10-2026
Zaaknummer(s): 25-66
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notaris dat de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang heeft geduurd. Mede gelet op de complexiteit van de nalatenschap is in dit geval echter niet gebleken van zodanige vertraging dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Voor het overige heeft klager geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 17 september 2026 inzake de klacht onder nummer 25-66 van:

[naam klager],

hierna: klager,

tegen:

mr. [naam notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. R. Bosman, advocaat te Rotterdam,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 13 september 2025.

1.2       De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.

1.3       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Daarbij waren aanwezig klager en de notaris bijgestaan door mr. Bosman. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt.

2. De feiten

2.1       De moeder van klager, mevrouw [X] (hierna te noemen: erflaatster) is op 31 oktober 2017 overleden.

2.2       Bij testament van 7 januari 2014 heeft erflaatster over haar nalatenschap beschikt. Zij heeft daarbij klager (A), zoon [B], zoon [C] en kleindochter [D] (dochter van [C]) benoemd tot haar enige erfgenamen.

2.3       Tot de nalatenschap behoorde onder meer een woning aan de [adres] (hierna: de woning).

2.4       De kleindochter heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Om tot een goede vereffening van de nalatenschap te komen omdat niet duidelijk was waar [C] verbleef, was het verzoek ingediend om de notaris tot vereffenaar te benoemen.

2.5       Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2018 is de notaris benoemd tot vereffenaar. Het verzoek om de vereffenaar op voorhand te machtigen om de woning en de mogelijke aan te treffen effectenportefeuille te verkopen is door de rechtbank afgewezen, omdat de vereffenaar daarover zoveel mogelijk in overleg dient te treden met de erfgenamen.

2.6       Later bleek dat [C] in de woning verbleef. Hij weigerde toegang te verschaffen aan de notaris als vereffenaar.

2.7       In een verslag van de notaris over de werkzaamheden die zij heeft verricht tot en met juni 2019 is het volgende vermeld:

“Problematiek omtrent de heer [C]

Tot november 2018 was de vereffenaar niet bekend met het feit dat de heer [C], de erfgenaam zonder vaste woon- of verblijfplaats, vaak aanwezig is/was (of woont) in de woning van de overledene, te weten aan de [adres].

Nadat - via mededeling van een van de mede-erfgenamen - aan de vereffenaar duidelijk is geworden dat de heer [C] regelmatig in de woning aan de [adres] verblijft, zijn op 27 november 2018 twee medewerkers van de vereffenaar, waaronder een kandidaat-notaris, naar de woning gegaan om contact te leggen met de heer [C].

Na meerdere malen te hebben aangebeld is gebleken dat er niet werd opengedaan.

In de in de brievenbus aanwezige (ongeopende) post is op dat moment meegenomen in het belang van de inventarisatie van mogelijke schuldeisers/openstaande nota’s.

Op hetzelfde moment is geconstateerd dat de woning vol staat met dozen/spullen en de achtertuin volledig is gevuld met oude fietsen.

De buitengevel is verzakt door de werkzaamheden - mogelijk uitgevoerd in opdracht van de heer [C] - in verband met het plaatsen van een betonnen kuip onder de woning.

Er is navraag gedaan bij beide buren of er sprake is van schade aan de voorgevel van hun woning in verband met het eventueel ontvangen van een schadeclaim. Dit bleek inderdaad het geval te zijn.

Er zijn tevens foto’s gemaakt van de woning.

Na het bezoek aan de woning bleek ook de ernst van de verzakkingen in verband met het plaatsen van de betonnen kuip onder de woning.

Hierop is onderzoek verricht naar de totstandkoming van deze verzakkingen en de communicatie met de gemeente [naam] hierin. Hieruit blijkt dat de gemeente [naam] een dwangsom heeft opgelegd omdat de woning in de oude staat moet worden teruggebracht en dat hieraan geen gehoor is gegeven.

De gemeente [naam] heeft beslag gelegd op de woning.

De buren hebben op een later moment telefonisch aan ons medegedeeld dat de heer [C] meestal ’s-avonds aanwezig is in de woning in een kamer aan de achterzijde.

Hierop is op 30 november 2018 nogmaals een bezoek aan de woning gebracht op twee verschillende momenten in de avonduren om de heer [C] persoonlijk te kunnen spreken.

Opdat er geen reactie kwam op het aanbellen is een brief met een uitnodiging voor een bespreking bij ons op kantoor tussen de deur geklemd.

Op 4 december 2018 heeft de heer [C] - in navolging op de brief - telefonisch contact met mijn kantoor opgenomen.”

(…)

Bij 27 notariële akten van schenking zijn door mevrouw [X] schenkingen gedaan aan haar kinderen en kleindochter (mevrouw [D]).

(…)

Problematiek omtrent de gedane schenkingen

Vooralsnog lijkt het dat de uitvoering van de gedane schenkingen (het afzonderen van het geschonken vermogen) in de loop der jaren administratief niet danwel niet is verwerkt.”

2.8       Op 6 december 2018 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen de notaris, klager, [B] en [D]. [C] had aangegeven niet aanwezig te willen zijn. In het gespreksverslag is het volgende vermeld:

“Bespreking erfgenamen

Op 6 december 2018 heeft een uitvoerige bespreking van ruim drie uur plaatsgevonden met de (andere drie) erfgenamen.

Hierbij waren de heer [B], de heer [A] en mevrouw [D] (kleindochter van de overledene), vanwege minderjarigheid bijgestaan door haar moeder mevrouw [W], aanwezig.

De erfgenaam [C] heeft vooraf medegedeeld dat hij bij de bespreking niet aanwezig zou zijn.

Tijdens deze bespreking hebben de erfgenamen hun verhaal gedaan en de navolgende vragen/verzoeken aan de vereffenaar voor/neergelegd:

- Het aangeven hoe de nalatenschap moet worden verdeeld, waaronder de juwelen, schilderijen, prenten en etsen van grootouders en boeken. Het is de erfgenamen niet bekend of deze goederen nog aanwezig zijn in de woning.

- De vereffenaar dient (al dan niet samen met politie) de woning te betreden en het slot op de deur van de woning te laten vervangen.

- De as verstrooiing te (laten) regelen. De wens van de overledene was om boven zee te worden verstrooid. De heer [B] wil graag de as ophalen; dit is voor de heer [A] ook akkoord.

- De zaak in der minne te regelen.

- Een andere bewindvoerder aan te wijzen voor het geërfde vermogen van mevrouw [D] aangezien zij geen vertrouwen heeft in haar vader in zijn functie van bewindvoerder.

- Een vermogensbeheerder aan te wijzen (bijv. de bank zelf) voor de effecten aanwezig bij Van Lanschot of deze met beleid te laten verkopen op een goed moment. De effecten zijn erg risicovol en de erfgenamen zijn bezorgd om de waardedaling.”

2.9       Op 19 november 2019 heeft de notaris de erfgenamen het volgende bericht gestuurd:

“Gesprek met de kantonrechter

Het gesprek met de kantonrechter is voortvarend geweest.

Besproken is het opstarten van ontruimingsprocedure jegens uw broer [C].

Een dergelijke procedure dient met opdracht aan een advocaat bij de rechtbank te worden opgestart.

Hiertoe heb ik contact opgenomen met de heer Mr J. Moree, teneinde dit in gang te zetten.

Aan de heer J. Moree zijn een aantal data opgegeven voor het inplannen van een overleg in deze.

Na het overleg met de kantonrechter heb ik persoonlijk de woning bezocht om de situatie vanaf de buitenkant te beoordelen.

In navolging hierop is melding gemaakt bij de politie om te laten controleren of [C] nog steeds woonachtig is in de woning.

Dit bleek - na onderzoek van de politie - inderdaad het geval.

De wijkagent heeft aangegeven met [C] te willen gaan praten in verband met de overlast in de buurt van o.a. de fietsen alsmede de verwaarloosde staat van de woning.”

2.10     In juni 2020 is de in zeer slechte staat verkerende woning ontruimd in het bijzijn van een deurwaarder en een (hulp)officier van justitie.

2.11     Op 22 september 2022 is [C] overleden.

2.12     Eind oktober 2024 is de woning overdragen aan een nieuwe eigenaar.

2.13     Op 2 september 2025 heeft de notaris een rekening en verantwoording met een voorstel tot verdeling toegestuurd aan de erfgenamen.

3. De klacht

3.1       Klager verwijt de notaris dat de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang heeft geduurd.

3.2       Na de verkoop van de woning is er door het notariskantoor niet meer met klager gecommuniceerd.

3.3       Pas na veel aandringen heeft een kantoorgenoot van de notaris de afrekening opgemaakt. De afrekening is van dusdanige kwaliteit dat klager zich afvraagt of dit acceptabel is binnen het notariaat. De notariskosten van € 108.000,- zijn niet gespecificeerd.

4. Het verweer

4.1       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2       De notaris heeft de erfgenamen gedurende deze complexe vereffening voldoende op de hoogte gehouden van de verrichte werkzaamheden en de knelpunten die zich voordeden. Dat zij klager niet met een vaste frequentie, bijvoorbeeld iedere veertien dagen, heeft geïnformeerd maakt niet dat tuchtrechtelijk verwijtbaar is gehandeld. Op een vereffenaar rust geen verplichting om erfgenamen met een dergelijke regelmaat te berichten. Doorslaggevend is of de vereffenaar de erfgenamen in redelijkheid voldoende informeert over de voortgang van de vereffening. De kamer is van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is geweest.

5.3       De notaris werd met diverse problemen geconfronteerd bij de afwikkeling. Daarbij ontving zij niet steeds de noodzakelijke medewerking van alle erfgenamen, waardoor de voortgang van de vereffening werd bemoeilijkt en geruime tijd in beslag heeft genomen. Dat alles is niet verwijtbaar. Het voorstel tot verdeling dat kon worden opgemaakt na levering van de woning heeft volgens de notaris langer op zich laten wachten als gevolg van haar ziekte en uitvallen. In beginsel ontslaat ziekte een notaris niet van de verantwoordelijkheid om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Mede gelet op de complexiteit van de nalatenschap is in dit geval echter niet gebleken van zodanige vertraging dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

5.4       De notaris heeft gemotiveerd uiteengezet dat de afrekening een overzicht bevat van de bezittingen, schulden en kosten van de nalatenschap en inzicht geeft in het bedrag dat overeenkomstig het verdelingsvoorstel aan de erfgenamen kan worden uitgekeerd. Klager heeft onvoldoende concreet gemaakt welke essentiële informatie daarin ontbreekt. Voor zover klagers bezwaar zich richt tegen de in rekening gebrachte kosten het volgende. De notaris heeft de kantonrechter twee maal verzocht een voorschot op haar loon vast te stellen. De kantonrechter heeft bij beschikkingen van 10 april 2020 en 29 januari 2021 een voorschot toegekend. Dat de hoogte van de declaraties door de kantonrechter zijn getoetst en vastgesteld, vormt een aanwijzing dat de notaris haar loon op de daarvoor geldende wijze heeft verantwoord. Klager heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de notaris desondanks tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gedeclareerd en heeft ook niet gedurende de afwikkeling van de nalatenschap aan de notaris verzocht om een nadere toelichting op de afrekening of de in rekening gebrachte kosten. Ook dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht op beide onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, S.H. Poiesz en M.R.H. Krans, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.